Hoe twee Nederlandse ‘wonderkinderen’ de architecten van het Europese herstelfonds werden

Uit alle macht probeert premier Rutte het Europees herstelfonds voor de coronacrisis (1.850 miljard euro) aan te passen. Het heeft in delen van de EU tot een grimmige sfeer geleid. En ook in Den Haag zijn ze ‘not amused’. Want twee van de architecten van het fonds zijn Nederlandse EU-ambtenaren.
Vanaf links: Maarten Verwey, Gert Jan Koopman, Ilze Juhansone, Stéphanie Riso, Ursula von der Leyen en Björn Seibert. ©.

Goedmoedig deelt het team van Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de plaagstootjes uit. ‘Verrassend toch, dat jullie het ­Nederlands staatsburgerschap nog niet is ontnomen?’ De ‘jullie’ aan de Brusselse koffietafel slaat op twee ­Nederlandse topambtenaren: Gert Jan Koopman (directeur-generaal Budget) en Maarten Verwey (directeur-generaal Economische en Financiële Zaken). De twee Nederlanders speelden een cruciale rol bij het opstellen van het Europese herstelplan (1.850 miljard euro) waar Den Haag zo tegen te hoop loopt.

Als premier Mark Rutte vrijdag de strijd aanbindt met zijn EU-collega’s om het herstelplan honderden miljarden goedkoper te maken, zal hij ongetwijfeld af en toe aan Koopman & Verwey denken. Vooral Koopman moet het al maanden ontgelden in Den Haag. Hem wordt verweten een ‘propagandaoorlog’ te voeren over de herstelmiljarden. Wat Brussel de verzuchting ontlokt: ‘Hij is een Europeaan. Hij werkt voor de Commissie. Daar wordt hij ook door betaald.’

De twee zijn zich ervan bewust hoe het lot (de coronapandemie) plotsklaps plaats, professie, persoon en politiek op precaire wijze doet samenvallen. Is het niet ironisch dat twee Nederlanders hier de plannen van de Commissie verdedigen, sms’t Verwey aan Koopman als ze eind mei gezamenlijk tekst en uitleg geven over het miljardenplan aan nationale topambtenaren van de ministeries van Financiën.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Ze staan in Brussel – maar ook daarbuiten – bekend als financiële wonderkinderen met een uitstekende politieke antenne. Verwey kwam in 2010 – toen Griekenland bijna failliet ging en de eurozone dreigde te kapseizen – met het idee én de oerconstructie (een special purpose vehicle, gevestigd in Luxemburg) voor een Europees noodfonds. ‘De man die de euro redde’, zou Europees Commissaris Olli Rehn (Euro) later over hem zeggen. In 2011 verruilde hij het Haagse ministerie van Financiën voor de ­Europese Commissie uit onvrede over het botte optreden in Brussel van toenmalig minister Jan Kees de Jager.

Koopman wordt door zijn collega’s omschreven als ‘vaak moedig, soms gek maar altijd doordacht’. Niet de typische budgetbaas die – net als een minister van Financiën – overal ‘nee’ op zegt. ‘Integendeel, Gert Jan staat open voor alles. Uiterst creatief. Een eeuwige optimist die voor elk budgettair probleem binnen vijf minuten twee oplossingen ziet’, zegt een Commissieambtenaar.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

De angst: de Grote Fragmentatie

Koopman is erbij als eind februari na een marathonvergadering van 30 uur de EU-top over een nieuwe Europese meerjarenbegroting (2021-2027) mislukt. ‘Wat nu?’, vraagt hij zich af. EU-president Charles Michel overweegt een tussenbegroting van een paar jaar om de regeringsleiders alsnog naar een akkoord te leiden. Maar voor het stof van de mislukte top is neergedaald, slaat het coronavirus in Europa in volle hevigheid toe en gaat Brussel net als de rest van de lidstaten op slot.

Het weerhoudt Koopman en Verwey er niet van te broeden op uitwegen, integendeel. Verwey heeft tijdens het hoogtepunt van de eurocrisis (2010-2012) gevoeld hoe de EU op haar grondvesten schudde. Gezien hoe politici omwille van nationale deelbelangen ‘te laat en te weinig’ in actie kwamen waardoor miljoenen mensen onnodig hun baan verloren. Eén eurocrisis is genoeg, vindt Verwey.

Die eerste weken van maart overlegt hij veel met Björn Seibert en Stéphanie Riso, de rechter- en linkerhand van Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Snel, supersnel voor EU-begrippen, besluit de Commissie op 10 maart 60 miljard euro aan ‘slapende gelden’ in het EU-budget los te maken om de eerste ­noden van de coronapandemie te lenigen. Maar dat is verre van genoeg.

Seibert vraagt hem: wat is het grootste risico van een zware economische recessie? Verwey hoeft niet lang na te denken: de steeds diepere kloof tussen de lidstaten. The Great Fragmentation, is de naam die er later wordt opgeplakt. Alle lidstaten krijgen klappen maar sterkere als Duitsland en Nederland hebben de finan­ciële buffers om die op te vangen. Het resultaat is een verbrokkeling van de interne markt, die het economisch herstel afremt.

Aangespoord door Seibert en Riso stelt Verwey eind maart een vertrouwelijk rapport op. Het gaat over een nieuwe, veel bredere meerjaren­begroting als antwoord op de recessie; over kredietsteun voor bedrijven in nood; een nieuw investeringsplan; én een speciaal, ambitieus herstelfonds. Stuk voor stuk bouwstenen voor het herstelplan dat de Commissie twee maanden later zou presenteren. Verwey heeft haast, de eurocrisis heeft hem geleerd dat zonder strategie financiële markten nerveus worden, dat ontwricht de economie. Elk jaar extra zware krimp kost meer geld dan welk herstelfonds ook.

Verwey hamert erop dat de prioriteiten waarmee de Commissie eind vorig jaar van start ging – de Green Deal en Digital Europe – niet verloren mogen gaan. Vandaar de titel van het interne rapport dat hij op 28 maart aan Von der Leyen voorlegt: Back to the Future. Als de EU en de lidstaten zich zo diep in de schulden steken, dan voor juiste doelen.

Het plan: De Bank Brussel

In de schaduw van de lockdown groeien de wildste plannen. Ook Koopman en zijn Budgetafdeling zijn die weken in maart druk bezig, zonder al te veel afstemming overigens met Verwey. Koopman schrijft in een vrijwel verlaten kantoor een kort (twee pagina’s) en strikt vertrouwelijk paper: de budgettaire blauwdruk van het latere herstelplan. Het meest brisante en revolutionaire is het idee dat de Commissie honderden miljarden euro’s op de kapitaalmarkt leent om landen in nood te helpen. De Bank Brussel voor uw gezamenlijke schuldpapier, terugbetaling vanaf 2028. Twee maanden eerder had Koopman zichzelf met zo’n plan op een zijspoor gerangeerd.

Recovery and Resilience Facility is de naam die Koopman het nieuwe herstelfonds meegeeft. Het woordje resilience (veerkracht) is een suggestie van zijn baas Commissaris Johannes Hahn (Budget). Als Oostenrijker weet Hahn hoeveel weerstand gezamenlijke schuld oproept bij de ‘zuinige vier’: Nederland, Oostenrijk, Zweden en Denemarken. Veerkracht geeft er een positief tintje aan, dat duidt op investeringen en concurrentiekracht waar ‘de vier’ wel mee kunnen leven. De naam van het fonds haalt de eindstreep. Net als het leenmodel.

Commissievoorzitter Von der Leyen is enthousiast als ze eind maart Koopmans nota leest. In plaats van beren  op de weg – ‘gezamenlijke schuld, dat zijn eurobonds, onmogelijk’ – ziet ze kansen. ‘Von der Leyen denkt niet traditioneel, ze is niet vastgeroest’, zegt een medewerker. Bovendien is ze zeer ‘hands on’. Ze spoort Koopman aan de ideeën uit te werken, in nauw overleg met haar, Seibert en Riso.

Dan gaat het snel, binnen enkele weken ligt er een uitgewerkt plan. Een nieuwe meerjarenbegroting als basis met als reusachtige kers daarbovenop het herstelfonds: de synthese van Verweys bouwstenen en Koopmans budgettaire inbreng. Een ‘game changer’, wordt het plan in Brussel genoemd. ‘Tot dan zaten ze te mieren over een paar miljard extra hier en daar, nu ging het om honderden miljarden, bovendien investerings­gericht. Dat had in februari niemand durven voorspellen’, zegt een diplomaat.

De campagne: Von der Leyen aan zet

Von der Leyen maakt vanaf begin april via speeches, persconferenties en haar Twitteraccount de geesten langzaam rijp voor wat er komen gaat. De nieuwe meerjarenbegroting heet op 2 april ‘het Marshallplan’. Twee weken later spreekt ze in het ­Europees Parlement over ‘het moederschip van ons herstel’. En passant hint ze op ‘vernieuwende oplossingen’ en meer ‘headroom’, EU-jargon voor extra uitgaven. Von der Leyen bijt zich vast in het onderwerp. ‘Haar voorganger Jean-Claude Juncker was minister van Financiën geweest en Eurogroepvoorzitter, hij ademde cijfers. Von der Leyen moest zich veel ­eigen maken. Maar ze kent nu elke zin in het plan’, zegt een Commissie­ambtenaar.

In april worden de Commissarissen in groepjes op de hoogte gebracht van wat Von der Leyen en haar team bekokstoven. Zoals gewoonlijk lekt de inhoud vervolgens druppelsgewijs uit. Op 22 april, één dag voor de videotop van de EU-leiders, ligt een door Koopman geschreven samenvatting op straat. Daarin wordt de omvang van het herstelfonds op 320 miljard geraamd. Op 23 april zet Von der Leyen in een videotop de hoofdlijnen van haar plan voor de leiders uiteen. Bondskanselier Angela Merkel houdt haar indringend voor: ‘Vergeet niet met ons te overleggen.’

Die boodschap knoopt Von der Leyen – jarenlang minister onder Merkel – goed in haar oren. Zijzelf, haar kabinetschef Seibert en diens plaatsvervanger Riso beginnen een heus bel­offensief. ‘Ik heb nog nooit zo vaak mijn telefoon moeten opladen als in die tijd’, zegt Seibert later. Samen met Riso neemt hij de sherpa’s voor zijn rekening, de politiek adviseurs van de premiers, kanseliers en presidenten. Von der Leyen belt met de leiders.

Het resultaat: iedereen op één lijn?

Op 18 mei lanceren Merkel en de Franse president Emmanuel Macron hun herstelplan: 500 miljard euro aan subsidies voor de zwaarst door corona getroffen landen, gefinancierd via leningen op de kapitaalmarkt door de Commissie; verdeeld via de Commissie. De gelijkenis met de Commissieplannen is geen toeval: de constructie is nauw afgestemd en doorgesproken met Von der Leyen, geholpen door EU-president Michel die als oliemannetje waar nodig de Frans-Duitse as smeert. Het plan is een grote concessie voor Merkel die tot dan niets wilde weten van Europees schuldpapier. Maar uitzonderlijke tijden – de zwaarste crisis in de geschiedenis van de EU – vergen uitzonderlijke antwoorden, zegt ze bij de presentatie.

Macron op zijn beurt ziet af van het eigen Franse plan van 2 april voor een geheel nieuw fonds van de lidstaten gevoed door de verkoop van speciale coronabonds. Dat was een complete no go voor veel lidstaten. Dat Commissaris Paolo Gentiloni (Economie) er aanvankelijk mee flirtte, kwam hem op stevige interne kritiek te staan. Ook Verwey stapte naar zijn baas met het uitgesproken verzoek – hij was ronduit ‘kribbig’ volgens betrokkenen – op te houden met elke suggestie over corona- of eurobonds. Omdat het de dood in de pot was.

Op 27 mei presenteert Von der Leyen het Commissieplan in het Europees Parlement. Ze heeft twee weken eerder besloten dat het herstelfonds 750 miljard euro zal bedragen: 500 miljard euro als subsidies, 250 miljard in de vorm van goedkope leningen. Plus een nieuwe meerjarenbegroting van 1.100 miljard.

Next Generation EU doopt ze het pakket. ‘Eigenlijk was het redelijk makkelijk, Merkel en Macron hadden de weg gebaand’, merkt een diplomaat op.

‘Gedurende tien jaar crisis kwam de EU steeds met tweederangsoplossingen, dat heeft de sfeer behoorlijk verpest’, zegt een Commissieambtenaar. ‘Dit keer is ons antwoord radicaal anders. Het moet nu gebeuren.’ De eerste ronde – een videotop van de regeringsleiders op 19 juni – leidt niet tot resultaat. Het Commissieplan wordt echter ook niet van tafel geveegd. Rutte en zijn ‘zuinige vrienden’ knagen aan de randen. Merkel waarschuwt: de toekomst van de EU staat op het spel. Von der Leyen en ­Michel weten: hun reputatie ook.