Hoe landbouwgif het hart van natuurgebieden bereikt

In acht Drentse natuurgebieden zitten bestrijdingsmiddelen in planten en in mest van schapen en runderen. Natuurorganisaties zijn geschokt. Ze pleiten voor een nationaal onderzoek.
Nationaal Park Drents-Friese Wold. ©© KINA - Stoelwinder

Landbouwgif reikt verder dan de rand van boerenland. Veel verder. De wind voert chemicaliën kilometers ver. Dat werd al wel vermoed. Nu is ook het bewijs geleverd. In planten en mest in beschermde natuurgebieden zoals het Dwingelderveld en de Gasterse Duinen, zitten bestrijdingsmiddelen als chloridazon, 6-benzyladenine en tebuconazool. Tot op kilometers verwijderd van akkerland.

“Zeker, we zijn geschrokken”, zeggen Ruud Kreetz en Uko Vegter. Kreetz is gebiedsmanager Zuid-Drenthe van Natuurmonumenten en Vegter hoofd natuur en landschap van Het Drentse Landschap. Vegter: “Je zou verwachten dat deze stoffen niet worden gevonden in gebieden die soms al tientallen jaren als natuur worden beheerd – dus zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen.” Wel dus.

Kreetz: “In het Dwingelderveld zijn pesticiden gevonden op kilometers afstand van landbouwpercelen. Dat is schokkend. We hebben altijd gedacht dat die middelen vooral aan de randen van natuurgebieden zouden zitten. Maar nu vinden we ze midden in natuurgebieden, waar nooit bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt. Het drama is dat de stoffen zich over een grote afstand verspreiden. Het komt erop neer dat er een deken van vergif over onze natuurgebieden ligt. En niet alleen daar, je kunt er veilig vanuit gaan dat deze stoffen ook Nederlandse tuinen bereiken. Wij vinden dat in heel Nederland moet worden uitgezocht hoe groot de giflast is. We hebben al een groot probleem met stikstof. Nu komen de bestrijdingsmiddelen er nog bij.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Er is van alles aan de hand in de natuur

Ze willen dus een nationaal onderzoek. Want er is van alles aan de hand in de natuur. Het aantal insecten neemt zienderogen af, waardoor ook sommige vogelsoorten teruglopen. Vorig jaar bleek uit een studie van CLM Onderzoek en Advies en het instituut voor ecologie NIOO-KNAW dat een opvallende sterfte onder koolmezen mogelijk mede het gevolg is van de teruggang in het aantal insecten. Bij die studie werden 26 verschillende pesticiden aangetoond in dode jonge mezen. In één dode mees, in een bosgebiedje bij Breda, vonden de onderzoekers twintig bestrijdingsmiddelen.

In opdracht van bewonersgroep Meten=Weten uit de Drentse gemeente Westerveld en Natuurmonumenten is afgelopen najaar op zeventien plekken in beschermde natuurgebieden in deze provincie onderzoek gedaan naar landbouwchemicaliën. In een laboratorium zijn planten en mest van Drentse heideschapen, Schotse Hooglanders en Spaanse runderen die in de natuurgebieden grazen, onderzocht op 664 pesticiden. In de monsters werden 31 bestrijdingsmiddelen aangetroffen.

Schotse hooglanders lopen in Holtingerveld. ©Herman Engbers/ hollandse hoogte

Het gaat om het Dwingelderveld, Holtingerveld, Leggelderveld en Wapserveld, eigendom van Natuurmonumenten en om het Doldersummerveld, Uffelter Binnenveld, Drouwenerzand en Gasterse Duinen van Het Drentse Landschap. In september en oktober vorig jaar zijn in die gebieden door de bureaus Mantingh Environment and Pesticides in Assen en Buijs Agro-Services in Bennekom planten meegenomen. Die zijn in een gecertificeerd laboratorium onderzocht.

Onderzoekers Margriet Mantingh en Jelmer Buijs hebben de resultaten uit Drenthe geanalyseerd. De twee hebben ervaring met onderzoek naar bestrijdingsmiddelen. Vorig jaar baarden ze opzien met een studie op boerderijen in Gelderland. In 88 monsters van mest, bodem en krachtvoer troffen ze 134 bestrijdingsmiddelen aan, ook in monsters van biologische boerenbedrijven. Het gif werd aangetroffen in hoeveelheden die dodelijk zijn voor insecten. De uitkomst werd in verband gebracht met de teruggang in weidevogels, die leven van insecten.

Wij weten nauwelijks wat de gevolgen zijn van de stapeling van alle verschillende pesticiden

In de Drentse natuurgebieden zijn ditmaal 31 verschillende bestrijdingsmiddelen gevonden. “Het zijn middelen die niet in de natuur thuishoren”, zegt Kreetz (Natuurmonumenten). “Weliswaar zijn de concentraties van veel stoffen laag, maar wij weten nauwelijks wat de gevolgen zijn van de stapeling van al die verschillende pesticiden.”

Kreetz legt de vinger op een gevoelige plek. Er is weinig onderzoek gedaan naar de stapelingseffecten van bestrijdingsmiddelen en evenmin naar de gevolgen van zeer lage doses bij chronische blootstelling. Nieuwe pesticiden worden toegelaten op basis van veiligheidsstudies naar een werkzame stof in zo’n middel. De mogelijke interacties met andere chemicaliën, die bij teelten vaak gelijktijdig worden toegepast, worden bij de beoordeling van risico’s ook niet meegenomen.

©Sander Soewarna

In april vorig jaar publiceerde het RIVM een onderzoek naar de blootstelling van omwonenden van bloembollenvelden aan bestrijdingsmiddelen. Het rijksinstituut concludeerde dat er geen grenswaarden worden overschreden en dat het toelatingsbeleid ook niet leidt tot onderschatting van de risico’s. Niettemin pleitte het RIVM voor meer onderzoek.

Afgelopen zomer gaf Bruno Bruins, toenmalig minister van volksgezondheid, opdracht aan de Gezondheidsraad advies uit te brengen over de risico’s van blootstelling. Dat wordt deze zomer verwacht. Bruins vroeg de Gezondheidsraad, mede namens landbouwminister Carola Schouten, ook specifiek te kijken naar de vraag of bij de toelating van middelen moet worden gelet op ‘cumulatieve effecten van meerdere gewasbeschermingsmiddelen’, ofwel de stapeling van landbouwgif.

De uitkomsten wekken weinig verbazing

Dat is hard nodig, vinden toxicologen. “Er wordt nauwelijks gekeken naar de effecten van het toepassen van meerdere stoffen tegelijk”, aldus hoogleraar toxicologie Kees van Gestel (VU). “In de toxicologie is de dosis bepalend voor het effect, maar gestapelde lagere doses kunnen ook een effect hebben.”

De schrik zit er bij de natuurorganisaties goed in. Maar bij de bewonersgroep Meten=Weten, die al een tijdje met het onderwerp bezig is, wekken de uitkomsten weinig verbazing. “Wij hadden dit wel verwacht”, zegt bestuurslid en ecoloog Guido Nijland.

Het Dwingelderveld op voormalig agrarisch landbouw gebied, aangekocht door Natuurmonumenten. ©REYER BOXEM

Zijn organisatie heeft na het eerdere onderzoek naar blootstelling van omwonenden in de directe omgeving van de landbouwpercelen contact gezocht met Natuurmonumenten. “Wij hebben ze voorgesteld diep in de natuurgebieden onderzoek te gaan doen. Dat was nooit eerder gedaan. Je hoopt dat die stoffen alleen in de buitenste randen worden gevonden, we dachten dat het dieper in de gebieden wel zou meevallen. Maar wat er nu is gevonden, is veel. Er is een groter onderzoek nodig, dat hebben wij hiermee wel aangetoond, vinden wij. Je kunt je afvragen wat die blootstelling doet met insecten in de vrije natuur. Je ziet in ander onderzoek dat er bij lage doseringen al sterfte optreedt. Het gaat vaak om langzame effecten, er spelen vaak meerdere stoffen mee.”

Wij hebben ze voorgesteld diep in de natuurgebieden onderzoek te gaan doen

De onderzoekers Mantingh en Buijs constateren in hun studieverslag dat in geen van de onderzochte Drentse natuurgebieden een duidelijke afname was te zien in resten van bestrijdingsmiddelen naarmate de afstand tot de landbouwakkers groter werden. Middelen die in landbouwgewassen schimmels bestrijden, werden het vaakst gevonden. Eén van die middelen, difenyl, vormde ongeveer de helft van het totale gehalte aan bestrijdingsmiddelen in de monsters. Ook bij het onderzoek op boerderijen in Gelderland en bij onderzoek in Duitsland werd difenyl, dat ooit ook als conserveringsmiddel van voedingsmiddelen werd gebruikt, het meest gevonden.

De onderzoekers leggen een verband tussen de achteruitgang van insecten in Nederland en de verspreiding van bestrijdingsmiddelen. Volgens hen blijkt uit meerdere studies dat lage concentraties van chemicaliën, zoals in Drenthe aangetroffen, negatieve effecten hebben op algen en larven van insecten. “Gezien de aanwezigheid alom van fungiciden, insecticiden en herbiciden in de bemonsterde natuurgebieden is het waarschijnlijk dat zij een negatieve invloed hebben op de biodiversiteit en het functioneren van het ecosysteem.”

Lees ook: 

Bij de buren van de lelieteler daalt een nevel van pesticiden op de trampoline neer

Meten = Weten is een initiatief van burgers die bezorgd zijn over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt in Drenthe. Ze vroegen medeburgers bij te dragen aan een bodemonderzoek. Er was 1500 euro nodig. In korte tijd was er 7400 euro binnen. ‘Die pesticiden maken mensen onzeker.’

Milieugroepen en bewoners: uitbreiding bloementeelt in Drenthe is slecht voor mens én natuur

Inwoners van het Drentse Westerveld vinden dat de gemeente hen niet genoeg beschermt tegen landbouwgif

Boeren gebruiken iets minder landbouwgif, maar spuiten meer per hectare

Boeren gebruiken over de hele linie iets minder bestrijdingsmiddelen, maar per hectare grond gebruiken ze meer. Dat bleek in 2018 uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.