Hoe houd je jonge leraren in het onderwijs?

Nu het lerarentekort steeds verder oploopt, is het extra belangrijk om beginnende leraren te behouden voor de klas. Maar juist bij deze groep is de uitval hoog. Hoe houd je jonge docenten binnenboord?
©TRBEELD

Om ‘knaloverspannen’ van te worden. Zo omschrijft Yvette van Eerten (58), lerares op de Geert Groote School in Amsterdam, de werkomstandigheden van beginnende leerkrachten op haar school. Ouders zijn volgens haar veeleisender geworden, door het lerarentekort kunnen docenten eigenlijk niet meer ziek thuisblijven en van begeleiding was op haar school tot voor kort nauwelijks sprake. “Die jonge docenten zijn een dubbeltje op z’n kant.”

In de eerste jaren van hun carrière is de uitstroom van docenten hoog: bijna een kwart van de afgestudeerden van de pabo werkt na vijf jaar niet meer in het onderwijs, blijkt uit de Loopbaanmonitor Onderwijs. In het voortgezet onderwijs geeft 32 procent van alle docenten onder de dertig er de brui aan, staat in onderzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De belangrijkste redenen zijn de hoge werkdruk en een onzekere aanstelling.

“Scholen laten daar echt iets liggen”, zegt Jeroen van Kooij van uitzendbureau Daan. Zijn bureau werft jonge docenten die het onderwijs de rug toe hebben gekeerd, maar het werk met goede begeleiding toch een tweede kans willen geven.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Veel uitval komt door een gebrek aan begeleiding, zegt Van Kooij. “Jonge docenten krijgen snel een baan. Maar dan worden ze in het diepe gegooid en verdrinken ze vaak. Om dat te voorkomen, koppelen wij ze aan een senior docent en geven coaching in klasmanagement. Het is heel belangrijk dat er af en toe iemand met ze meekijkt in de klas en monitort hoe het met ze gaat.”

Traditioneel denken

Volgens Van Kooij heeft het gebrek aan begeleiding twee oorzaken. Ten eerste is de ruimte er vaak niet, maar het heeft ook met ‘management en bewustzijn’ te maken. “Scholen kunnen nog veel winnen in goed werkgeverschap. Ze denken nog te traditioneel: je moet blij zijn dat je een baan hebt. Maar de banen liggen in het onderwijs voor het oprapen. Iedere docent kan zo ontslag nemen en kan morgen ergens anders aan de slag.”

Ook op de Geert Groote School zag docent Van Eerten meerdere jonge docenten vertrekken door het gebrek aan goede begeleiding. Ze besloot het heft in eigen hand te nemen en zelf een programma op te zetten. Ze volgde een coachopleiding en begeleidt nu twee dagen per week vier jonge docenten. “Ik denk met ze mee, bezoek ze in de klas en draai af en toe zelf een les om te laten zien hoe je het aan kunt pakken. Het is heel prettig dat ze nu een senior als vraagbaak hebben. Dat zou eigenlijk op iedere school het geval moeten zijn.”

Voeding, seksuele voor­lich­ting, dera­di­ca­li­se­ring… Docenten van nu zijn halve opvoeders

Yvette van Eerten

Vicieuze cirkel

Of de coaching ook volgend schooljaar kan doorgaan, is nog niet duidelijk. Die wordt nu betaald uit het potje voor werkdrukvermindering, maar dat geld is op een gegeven moment op.

Het is een vicieuze cirkel, zegt Van Eerten. Het ministerie van OCW adviseert scholen om ‘strategischer personeelsbeleid’ te voeren om leraren te behouden. Maar hoe komen scholen toe aan strategisch personeelsbeleid als er in de eerste plaats niet genoeg personeel is om het te maken?

Ze hoopt op meer politieke aandacht voor het behoud van docenten. Dat vraagt niet alleen om goede begeleiding, zegt Van Eerten, maar ook om een versmalling van het takenpakket. “Overal waar de maatschappij een leemte voelt, wordt naar het onderwijs gekeken om het op te lossen. Voeding, seksuele voorlichting, deradicalisering… Docenten van nu zijn halve opvoeders. Ga er maar aan staan als je 24 bent.”

‘Ik hoorde steeds hetzelfde: we moeten bezuinigen’

Berber van der Bles-Engel (26), Lemmer

Werkte twee jaar in het speciaal onderwijs, heeft nu een eigen bedrijf als kleur- en kledingstylist

Berber van der Bles- Engel ©ERICA TURMEL-DONKER

“Ik wilde als kleuter al juf worden. Ik had geen enkele twijfel om naar de pabo te gaan en vond de stages hartstikke leuk. Uiteindelijk ben ik in het speciaal onderwijs terechtgekomen. Daar kreeg ik na één dag invallen meteen een baan.

“Het werd me steeds duidelijker dat ik niet gelukkig werd van ­alles eromheen: de werkdruk en administratieve rompslomp. Mijn passie lag bij de kinderen, maar dat was naar mijn idee waar we het minst mee bezig waren.

Bureaucratie

“Als ik iets aan wilde pakken met een kind, moest ik eerst een heel plan maken. Voordat dat was opgesteld gingen er weer twee weken overheen en dan was de situatie al geëscaleerd. Die bureaucratie nekte mij.

“Ik hoorde steeds hetzelfde: we moeten bezuinigen. Ik had een onderwijsassistent die weg moest, terwijl ik die extra handen in de klas echt nodig had. Ik heb heel vaak tegen de schoolleiding gezegd dat als het zo doorging, ik weg zou gaan. Maar met mijn opmerkingen gebeurde niet genoeg.

“Na twee jaar ben ik gestopt. Achteraf gezien had ik een dikke burn-out. Ik had veel meer steun willen hebben vanuit de directie. Voor hen kwam mijn vertrek alsnog als verrassing. Ze hadden geen zicht op de ernst van de situatie en stonden machteloos door de verplichte bezuinigingen. Uiteindelijk is dat de schuld van de regering.

“Ik heb inmiddels een eigen bedrijf als kleur- en kledingstylist. Dat gaat goed. In het begin wist ik echt niet wat ik moest, maar ik besloot uiteindelijk om een van mijn andere passies op te pakken. Vroeger was het onderwijs mijn leven, ik had nog nooit over iets anders nagedacht. Maar nu kan ik me niet meer voorstellen dat ik ooit nog terugga.”

‘Ik werkte zeven dagen per week’
John van Paridon (32), docent scheikunde op het Joke Smit College in Amsterdam

John van Paridon ©TRBEELD

“Toen ik aan het promoveren was, ontdekte ik dat ik lesgeven heel leuk vond. Ik meldde me aan voor het onderwijstraineeship van OCW, waarbij je twee dagen per week de lerarenopleiding volgt en de rest van de tijd voor de klas staat.

“Ik vond al snel een middelbare school. Ze hadden een mooi verkooppraatje, maar ik merkte dat het zonder kennis van lesgeven heel zwaar is om voor de klas te staan. Ik moest gelijk zes klassen op een dag draaien. De grote pauze was niet lang genoeg om van het scheikundelokaal naar de lerarenkamer te komen, dus ik bleef in mijn lokaal. Ik had weinig contact met andere docenten.

Ik was er helemaal klaar mee, ik ben geen slaaf!

John van Paridon

“De school vroeg dingen die je echt niet kunt vragen van een beginnend docent: meer verschillende werkvormen, meer differentiëren. Zonder het te willen werd ik onderdeel van de zesjescultuur. Ik had niet genoeg tijd en werkte zeven dagen per week. Na anderhalf jaar merkte ik dat ik het zo niet volhield.

Functioneringsgesprek

“Tijdens mijn functioneringsgesprek werd ik voor mijn gevoel afgefakkeld. In maart 2016 klapte ik eruit met een burn-out. Een paar maanden later hoorde ik dat mijn contract niet verlengd werd. Ik was helemaal klaar met het onderwijs. Ik ben geen slaaf!

“Uiteindelijk heb ik het traineeship toch afgemaakt. Een medestudent nam een docent-coach mee naar de uitreiking. Toen ik haar vertelde dat ik was gestopt, nodigde ze me uit om bij het Joke Smit College te komen kijken. Dat is volwassenenonderwijs en daar was alles anders: de rust, de sfeer. Ik dacht: ik ga het gewoon proberen.

“Ik was zo verbaasd. Ik kreeg een coach, mensen dachten mee. Het was hard werken, maar zó anders. Ik heb het nu onwijs naar mijn zin. Scholen moeten docenten heel goed voorbereiden en coachen, weet ik nu. De eerste jaren zijn vallen en opstaan. Dat is niet erg, maar dat vallen moet wel ondersteund gebeuren.”

Lees ook: 

Lerarentekort loopt verder op: 35.000 vacatures

Het aantal vacatures in het onderwijs blijft toenemen. In het basisonderwijs zijn de problemen het grootst in de Randstad, maar deze breiden zich de komende jaren uit over de rest van Nederland, blijkt uit gegevens van uitkeringsinstantie UWV.