Het virus zet de campagne op scherp: de politieke paradox van het coronavirus

De schaduw van het virus hangt vandaag boven Den Haag. De saamhorigheid van de crisisbestrijding lijkt allang weer verdwenen. Politieke partijen storten zich in de verkiezingscampagne, met een toekomst vol onzekerheden. 
De Grote Kerk, waar vandaag Willem-Alexander de troonrede leest, wordt in gereedheid gebracht. ©Werry Crone

De kladversie is in februari al af. Nog onwetend van het feit dat dit soort bijeenkomsten spoedig heimwee zouden veroorzaken naar prepandemische tijden, discussiëren de VVD’ers in knusse, klamme vergaderzaaltjes over hun nieuwe verkiezingsprogramma. Fractievoorzitter Dijkhoff trekt door Nederland met zijn Klaasverhaal, het essay ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’ dat als basis dient voor deze gesprekken. De grootste regeringspartij wil voorkomen dat ze straks een paar weken voor de verkiezingen alsnog hun oude verkiezingsprogramma moeten afstoffen. Want het regeringspluche maakt lui, dat weet ook het CDA maar al te goed.

Dan slaat het virus in Nederland toe. Het concept verdwijnt in de kast. ‘Misschien wel het beste programma dat Nederland nooit gezien heeft’, grapt een betrokkene van de VVD.

Een half jaar verder is de situatie van februari 2020 haast niet meer voorstelbaar. Wat zou er gebeurd zijn in politiek Den Haag zonder de pandemie? Niet dat er daarvoor geen wolken hangen boven het Torentje. Het kabinet Rutte III kraakt en knarst in de tweede helft van 2019 door het gewicht van de maatschappelijke onvrede. Het Malieveld staat vol met boze boeren, verplegers, onderwijzers én ondernemers. De stikstofcrisis dreigt uit te groeien tot een niet te bevechten draak, die met zijn adem de woningmarkt, de landbouwsector en de plannen voor vliegveld Lelystad verschroeit. Maar het kabinet heeft ook grote resultaten op zak, met een klimaatakkoord en een pensioenakkoord, met miljarden in kas om te investeren in de economie. Wopke en Wiebes vechten in die zomer van 2019 nog om de eer van de naam van het investeringsfonds.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Misschien – in een wereld zonder het virus – was de coalitie licht chagrijnig en moegestreden doorgestoomd naar maart 2021. Misschien was het kabinet toch nog voortijdig gestruikeld over de pensioenen, of beentje gelicht door de drang van de coalitiepartijen om zich te profileren. Maar we weten allemaal dat het anders liep.

De ene na de andere partij zoekt

Aan het eind van deze zomer staat het Malieveld opnieuw vol, maar nu met mensen die protesteren tegen de coronabeperkingen. De saamhorigheid die politiek en samenleving in de eerste maanden van de virusuitbraak hebben laten zien, lijkt verdwenen. De ene na de andere partij zoekt de schijnwerpers om zich nog voor Prinsjesdag uit te spreken over waar het heen moet met Nederland. Sigrid Kaag, de nieuwe leider van D66, presenteert in Trouw haar ­economische visie, waarin ‘de mens weer centraal moet staan’. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers schrijft het manifest ‘Aandacht voor wat echt telt’, dat er zonder de coronacrisis niet was geweest, Lodewijk ­Asscher van de PvdA bepleit in het Financieel Dagblad afgelopen week een sterkere ­rol voor de overheid en een linkse samenwerking als antwoord op de ‘ouderwets ­denkende VVD’. Hugo de Jonge, de nieuwe leider van het CDA, zei afgelopen weekend in de Abel Herzberglezing dat ‘solidariteit en lotsverbondenheid ons de weg uit de crisis biedt’. De verkiezingscampagne begint ­anders dan iedereen had gedacht.

Opvallend is dat de partijen ondanks hun profileringsdrang het in grote lijnen eens zijn over wat de coronacrisis teweeg heeft gebracht. Het virus zet de zaken op scherp. Problemen die onder de oppervlakte sluimerden, komen dit angstige voorjaar in alle hevigheid naar boven. De groeiende ongelijkheid in de samenleving, het tekort aan betaalbare woningen, de kwetsbaarheid van de enorm uitgedijde groep zzp’ers, de personeelskrapte in de zorg. Andere demonen waarvan Rutte III dacht dat ze volledig onder controle waren, steken weer de kop op: de werkloosheid en het begrotingstekort. En over de grenzen rommelt en ruziet het door, in Europa over de steunfondsen, in Londen over de brexit.

Kortom, de economie staat in de naderende verkiezingstijd met stip op één.

Meer aandacht voor welzijn, en minder nadruk op groeicijfers, daarover is iedereen het eens. Dat is meteen ook het grootste probleem voor de VVD, de partij die nog altijd gezien wordt als de drager van kapitalistische waarden. De schaduwkanten van het neoliberalisme en het economisch indivi­dualisme, hoewel voor de coronacrisis al goed zichtbaar, zijn niet meer te negeren. Dat beseft ook Dijkhoff, die in zijn essay al vragen ­stelde over de aard van het liberalisme, en daarin meer aandacht voor de middenklasse bepleit. Het was ook Dijkhoff die vorig jaar de Algemene Politieke Beschouwingen aftrapte met een lofzang op het oude Philips, een bedrijf waarin duurzame winst en de zorg voor werknemers en hun gezinnen, voor de omgeving, de buurt en de sportvereniging nog centraal stond.

Bescheiden voorschot

Het verklaart waarom vandaag in de troonrede het kabinet Rutte III hier al een bescheiden voorschot op neemt, met maatregelen die ten goede komen aan de groepen die het hardst getroffen zijn in de crisis. Zo gaat de inkomstenbelasting omlaag, wordt de overdrachtsbelasting afgeschaft voor starters op de huizenmarkt, de verhuurdersheffing verlaagd en krijgen grotere ondernemingen geen korting meer op de winstbelasting. In die zin laat de troonrede al een beetje zien waarmee de VVD straks de boer opgaat. Een steun in de rug voor de middengroepen, ten koste van multinationals maar ook van zzp’ers, die straks de zelfstandigenaftrek moeten missen.

Zal het genoeg zijn voor de kiezers? Of zal de hardwerkende Nederlander, voor wie de VVD zo graag opkomt, zich ditmaal afkeren van de partij? De andere coalitiepartijen zullen de economische crisis gebruiken om nog meer afstand te nemen van hun liberale vrienden. CDA-leider De Jonge, toch een van de steunpilaren van Rutte in de coronacrisis, zegt in zijn Abel Herzberglezing dat de crisis ‘de tekortkomingen van het liberalisme aan het licht heeft gebracht’. CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma had bij de aftrap van het politieke jaar al gezegd: “De Rutte van de afgelopen jaren is ongeschikt voor de toekomst van het land”.

Het menselijke liberalisme van D66

D66 heeft bij het afstand nemen het voordeel van een nieuw, fris gezicht, een van de weinige vrouwelijke partijleiders bovendien, die staat voor het menselijke liberalisme van D66, met aandacht voor onderwijs, onderzoek en klimaat. Ook Segers van de ChristenUnie kiest in zijn manifest nadrukkelijk voor de sociale, groene kant van zijn partij. Hij pleit voor een nieuw belastingstelsel waarin afscheid genomen wordt van het ‘individualistische feest’. Deze uitnodigende signalen zullen het GroenLinks van Jesse Klaver en ook de PvdA van Asscher niet ontgaan.

De zorg is het tweede strijdperk waarin de campagne zich zal afspelen. De coronacrisis zette ook hier de kwetsbaarheid van de sector vol in het licht: het gebrek aan personeel, de achterblijvende salarissen, de schrijnende toestanden in de verpleeghuizen, de afhankelijkheid van het buitenland en de grote farmaconcerns op het gebied van materialen en beschermingsmiddelen. De coalitie heeft het moeilijk op dit onderwerp. De Kamerfracties moesten in het voorjaar toekijken hoe hun bewindspersonen worstelen met de crisis, hoe ze honderd procent besluiten nemen met vijftig procent van de informatie. Daarbij vallen onvermijdelijk spaanders. Hoewel een meerderheid van de kiezers nog tevreden lijkt met de aanpak van het kabinet, straalt dat vooral af op de VVD, op Rutte in het bijzonder. De nadelen kleven vooral het CDA aan, dat coronaminister Hugo de Jonge na een haperende verkiezing tot nieuwe leider koos. De Jonge wacht in de herfst waarschijnlijk een pittige evaluatie van de besluitvorming rond de verpleeghuizen, hoe het virus daar om zich heen kon grijpen terwijl het personeel aanvankelijk te weinig beschermingsmiddelen kreeg. En niet te vergeten de sociale schade, van wat de koning in zijn coronatoespraak het eenzaamheidsvirus noemde. De Jonge draagt daarnaast de bagage met zich mee van het haperende testbeleid, zijn CDA-collega Grapperhaus maakte zichzelf ongewild tot mikpunt van de onvrede over de afstandsmaatregel.

Voor de vele zorgmedewerkers – in Nederland bijna een op de zes werkenden – telt bovendien wat het kabinet met hun salarissen gaat doen. Of liever gezegd niet gaat doen, want daar zal de troonrede vandaag weinig verandering in brengen. Het zal blijven bij een eenmalig gebaar van 500 euro, na de eerdere bonus van 1000 euro die nog moet worden uitgekeerd. Vers in het geheugen ligt de beeldvorming van een coalitie die zich verstopte toen de PVV wilde stemmen over een structurele salarisverhoging, ook al was en is daarvoor geen meerderheid in de huidige Tweede Kamer. Dat steekt het zorgpersoneel. En het is koren op de molen van grote oppositiepartijen die van oudsher sterk inzetten op de zorg als thema, zoals de SP en de PVV.

Interessante paradox

Het raakt bovendien het vertrouwen van veel Nederlanders in de politiek en de overheid, het derde grote thema dat een rol zal spelen in de campagnes. Een vertrouwen dat van oudsher groot is – al is het beeld soms anders – maar dat schade opliep door affaires zoals die rond de kinderopvangtoeslag. Dit maakt een interessante paradox zichtbaar: de coronacrisis heeft tegelijkertijd voeding gegeven én afbreuk gedaan aan het vertrouwen in overheid en politiek. Bij politieke partijen en hun achterban is het geloof in een sterke overheid gegroeid, zelfs bij de VVD van Rutte. De premier verbaasde in het voorjaar vriend en vijand met een openlijke liefdesverklaring aan een sterke staat en de uitspraak ‘We zijn in de kern een diep-socialistisch land’. Tegelijkertijd heeft het virus voedsel gegeven aan complotdenkers, aan het wantrouwen tegen een bestuurselite waarop populistische partijen gedijen. In die zin heeft het virus niet alleen saamhorigheid gekweekt, maar ook de polarisering en onzekerheid in de samenleving doen groeien, gevoed door emoties én door rationele angsten voor verlies van werk.

Welke partijen zullen daarvan profiteren? Dat is nog onzeker. Wat populistische partijen op rechts zoals de PVV en Forum voor Democratie mogelijk niet helpt, is de chaos die hun buitenlandse collega’s Trump in de VS en Bolsonaro in Brazilië hebben gemaakt van de coronabestrijding.

Nederlandse kiezers hebben vooralsnog vertrouwen in de aanpak van het kabinet, volgens de laatste peilingen, maar dat zijn dagkoersen. In crisistijd is niet alleen veel onzeker, maar hebben mensen – en dus politici – ook de neiging te denken dat het roer nu echt om moet, dat het moment daar is om keuzes te maken, dat dit een grote kans is voor verandering en de complete herinrichting van ons land. Dit soort geluiden zal de toon zetten morgen in de Tweede Kamer in het debat met de regering. Of dit uiteindelijk het vertrouwen in de politiek ten goede komt, hangt af van de realiteitszin van politici bij het maken van plannen en schetsen van visies. Want als de coronacrisis één ding heeft laten zien, is dat één onzichtbaar virus alle voorspellingen en vooruitzichten zomaar op z’n kop kan zetten.

Lees ook:

Geen groot feest, maar er is wel iets te vieren deze Prinsjesdag

De typische uitbundigheid van Prinsjesdag is vandaag ver te zoeken. Toch is er voor de parlementaire democratie reden voor een klein feestje.