Het ketogeen dieet: hoop of hype?

Vasten om te genezen: de 'vader' van de Westerse geneeskunde Hippocrates raadde het al aan. Nu is het ketogeen - extreem koolhydraatarm - dieet populair. Is het lichaam er echt bij gebaat?
©Sanne Zurne

Het is op z'n minst een hype te noemen: het ­ketogeen dieet slaat aan onder mensen die snel gewicht willen verliezen. Wie kiest voor een ­ketogeen dieet, een 'wonderdieet', eet extreem weinig koolhydraten, die zitten in zetmeelrijke producten als granen, brood, pasta en aardappelen en in producten met suiker.

Vaak gaat het om minder dan 20 gram koolhydraten per dag. Het dieet schrijft ook weinig eiwitten voor. Vetrijke producten als boter, room, spek en avocado zijn daarentegen wel van belang.

Het ketogeen dieet vindt zijn oorsprong in het vasten (niet eten, enkel water), dat al duizenden jaren wordt aanbevolen als remedie bij allerlei kwalen. Oude Grieken als Hippocrates zeiden al dat vasten onder meer helpt tegen epilepsie.

In het begin van de 20ste eeuw werd het vasten herontdekt als therapie bij epileptische aanvallen. Een mooie vondst, maar logischerwijs geen blijvende oplossing: wie enkele weken niet eet, loopt ernstige gezondheidsrisico's.

Onderzoek door Amerikaanse artsen, rond 1920, toonde aan dat de gunstige effecten van vasten vooral zijn toe te schrijven aan drie stoffen in het bloed: aceton, beta-hydroxyboterzuur en acetoazijnzuur. Die stoffen, ketonen genoemd, ontstaan als het lichaam overgaat op vetverbranding. Als de concentratie ketonen in het bloed een bepaalde waarde heeft, zijn mensen 'in ketose' - in vetverbranding.

Die ketonen ontstaan ook wanneer mensen niet vasten, maar heel weinig koolhydraten eten en veel vet. De Amerikaanse arts Russell Morse Wilder kwam met het idee om bij epilepsie een koolhydraatarme en vetrijke voeding als alternatief voor langdurig vasten te gebruiken: het ketogeen dieet. Mensen met epilepsie ervoeren dezelfde voordelen als bij vasten, maar konden dit dieet wel jarenlang volhouden.

Door de strenge regels over kool­hy­dra­ten is het ketogeen dieet moeilijk vol te houden

Door de jaren is het ketogeen dieet populairder geworden, onder meer bij mensen met epilepsie, diabetes type 2, obesitas of kanker. Hoewel het dieet inmiddels al bijna een eeuw wordt toegepast, weten we weinig over de veiligheid en effectiviteit op de lange termijn.

De ketonen die vrijkomen, hebben interessante effecten op het brein en soms hoopgevende effecten op het verloop van ziekten. Er wordt gespeculeerd over gunstige effecten bij tal van ziekten, van de ziekte van Parkinson, alzheimer en MS tot slaapstoornissen, autisme en hersentumoren, maar goed onderzoek hiernaar bij mensen ontbreekt.

Bij epilepsie weten we dat het dieet gunstig werkt en er is enig bewijs voor gunstige korte­termijneffecten bij obesitas en type 2 diabetes. Het is niet zinvol om het dieet kortdurend te volgen, maar we weten ook dat het ketogeen dieet voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is door de strenge regels over koolhydraten.

Tot de resultaten van meer onderzoek beschikbaar zijn, adviseren wij een voedingspatroon dat wel goed valt vol te houden: zonder ­ultrabewerkt voedsel (zoals verpakte snacks, hotdogs, industriële pizza, instantnoedels), zonder suikerhoudende drank en met volop groenten en fruit, peulvruchten, mager vlees en vette vis, noten, zaden, olijfolie en water.

Het ketogeen dieet ... bij epilepsie
Het ketogeen dieet heeft bij mensen met epilepsie zijn positieve werking aangetoond. Het leidt bij twee op de drie kinderen met epilepsie tot 50 tot 90 procent aanvalsvermindering. Ruim één op de zeven kinderen raakt binnen een half jaar tijd zelfs helemaal aanvalsvrij, zo blijkt uit onderzoek. Hoe dat precies werkt, is nog grotendeels onbekend.

Het langdurig volhouden van het dieet blijkt het grote probleem te zijn, ondanks de positieve effecten. Meer dan de helft van de kinderen met epilepsie stopt binnen een jaar met het dieet, meer dan 70 procent stopt binnen twee jaar.

Het dieet raakte in de loop van de vorige eeuw in onbruik doordat er farmaceutische middelen op de markt kwamen; pillen zijn nu eenmaal makkelijker dan een dieet. Een spectaculaire genezing van een jongen dankzij dit dieet zorgde rond de eeuwwisseling weer even voor een opleving, mede dankzij de speelfilm First Do No Harm (1997) met Meryl Streep. Daarin zoekt een moeder naar een oplossing voor haar zoontje, die lijdt aan een zware vorm van epilepsie. Als ze het ketogeen dieet ontdekt, lijkt er weer hoop.

Een behandeling met uitsluitend medicijnen komt nu het meest voor, al zijn die niet bij iedereen effectief. Nederland telt naar schatting 120.000 mensen met epilepsie. Slechts een handjevol ziekenhuizen (onder meer in Rotterdam, Utrecht en Nijmegen) gebruikt het keto­geen dieet bij de behandeling, meestal naast medicijnen.

... bij kanker
Inmiddels wordt het ketogeen dieet voor veel meer aandoeningen als kansrijke remedie gezien. Zo wordt het steeds vaker genoemd als mogelijke behandeling voor kanker. Het idee erachter is simpel, een eeuw geleden al bedacht door de Duitse chemicus Otto Warburg. Volgens zijn theorie gebruiken kankercellen vooral suiker (glucose) als energiebron.

Wanneer je weinig of geen glucose binnenkrijgt, zoals bij een ketogeen dieet, zou je de kankercellen kunnen 'uithongeren'. Helaas zijn er nog te weinig onderzoeken uitgevoerd met patiënten om die theorie goed te kunnen toetsen. De weinige studies zijn bovendien vaak van korte duur, met kleine aantallen patiënten met verschillende soorten kanker en met veel uitval van onderzoeksdeelnemers.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Het langdurig volhouden van het dieet blijkt het grote probleem te zijn

De meestbelovende, maar nog zeer beperkte, resultaten van een keto­geen dieet worden geboekt in combinatie met chemo- of radiotherapie. Het is nog te vroeg om hier zelf mee te experimenteren. Het is alleen aan te raden als onderdeel van een gangbare therapie en onder begeleiding van een oncoloog en diëtist.

... bij diabetes type 2 en obesitas
Al honderden jaren wordt het schrappen van koolhydraten genoemd als een effectieve manier om af te vallen. De grote doorbraak van het koolhydraatarme dieet kwam in de jaren zeventig door de boeken van de Amerikaanse arts ­Robert Atkins. Bij het Atkinsdieet moeten 'loze' geraffineerde koolhydraten, zoals suiker, rijst, brood en pasta, worden gemeden, een ruime inname van groenten, vlees en vis wordt juist aanbevolen.

Het is dan ook een eiwitrijke voeding. De koolhydraatbeperking bij het Atkinsdieet is niet gericht op het bereiken van ketose (vetverbranding), maar op calorievermindering en gewichtsverlies. Die koolhydraatbeperking wordt ook geleidelijk verruimd.

Hoewel mensen er beslist baat bij kunnen hebben als ze minder suikers en zetmeel eten, met name als ze type 2 diabetes hebben, zijn de langetermijneffecten op gewicht en risicofactoren voor hart- en vaatziekten niet veel beter dan bij een vetbeperkend dieet. Een low carb-dieet is ook niet per se een ketogeen dieet. Een ketogeen dieet is strenger in de koolhydraatbeperking en schrijft juist weinig eiwit voor - een te hoge eiwit­inname voorkomt dat mensen in ketose komen.

Een hoge concentratie van ketonen in het bloed blijkt de eetlust te remmen. Daarom zou een ketogeen dieet makkelijker vol te houden zijn dan een dieet met weinig vet en veel koolhydraten. Er zijn dan ook veel mensen met type 2 diabetes en obesitas die gunstige effecten rapporteren. Bij sommigen is de type 2 diabetes zelfs 'omgekeerd', nadat ze veel gewicht hadden verloren met een ketogeen dieet.

Vaak is het effect ervan echter vooral gunstig op een termijn van enkele maanden.
Studies laten zien dat het gemiddelde gewichtsverlies op de langere termijn slechts één kilo meer is dan bij een vetbeperkt dieet. Dat komt waarschijnlijk doordat veel mensen het erg lastig vinden om het dieet jarenlang vol te houden, laat staan de rest van hun leven. Meer onderzoek is dan ook nodig om de lange­termijneffecten beter te leren kennen.

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam. Jutka Halberstadt is psycholoog en universitair docent kinderobesitas bij de VU.