Het geheim van de stem van Willeke Alberti

Zangles was niet aan haar besteed, aan repeteren heeft ze een broertje dood en ze heeft nul techniek. Toch zingt Willeke Alberti (bijna 75) al zestig jaar lang op topniveau. Hoe ervaart zij dat zingen zelf, en hoe komt het dat haar stem nog altijd zoveel mensen weet te raken? Een duik in de stembanden van Willeke.
Willeke Alberti: ‘Zingen is een verslaving, ik kan het niet anders uitleggen.’ ©Martijn Gijsbertsen Fotografie

Praten met Willeke Alberti over haar unieke stem, over zingen in het algemeen, levert fascinerende en verrassende uitspraken op. Ook al doet ze als zangeres alles intuïtief en weet ze niet overal precies het antwoord op, Alberti heeft duidelijk nagedacht over dat wat ze al zestig jaar lang zo goed doet: zingen! En hoe atypisch sommige antwoorden ook lijken, in één ding is ze exact als al die andere populaire en klassieke zangers. Elke ochtend bij het ontwaken, is een ‘soundcheck’ het eerste wat Willeke Alberti doet.

“O ja, elke ochtend weer. Even proberen of-ie er nog zit, en hoe de vorm van de dag is. Vaak is het niet voorgekomen, maar mijn stem was soms weleens weg. Dan slaat de paniek toe, niet zozeer om mijn stembanden, maar omdat ik afzeggen haat. Gelukkig heb ik dat niet vaak hoeven doen, maar we zijn allemaal weleens hevig verkouden. Ik ook. En soms spelen emoties een rol. Te heftige emoties slaan op mijn stem, dan krijg ik last van een soort chronische astma en kan ik onmogelijk zingen, laat staan zingen met gevoel. En dan voelt het voor mij niet echt, want zingen zonder gevoel, dat kan ik absoluut niet.”

Haar emoties worden als echt ervaren

Echt. Dat is een woord dat bij Alberti past. De emoties in haar liedjes worden door haar vele fans als ‘echt’ ervaren. Als de fotograaf haar tijdens de fotosessie voor dit verhaal tussendoor even wat foto’s laat zien, is ze heel resoluut. Sommigen worden meteen afgekeurd, omdat ze daar niet ‘echt’ op staat. Andere zijn in de roos, daarop ziet ze de echte glimlach en oogopslag. En dan die stem, ook al zo echt, voor velen meteen herkenbaar. Willeke Alberti zingt al zestig jaar. Velen zijn in Nederland met haar en haar liedjes opgegroeid. Bewust of onbewust, maar Willeke was er gewoon altijd. Er zijn zoveel liedjes van haar, vrolijke en ernstige, dat er altijd wel eentje tussen zit die bij een bepaalde gebeurtenis in ons leven past. Willeke Alberti, dat is de stem van ons leven, de soundtrack bij onze vreugdes, liefdes en droefenissen. Maar hoe ervaart Alberti dat zingen zelf?

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

“Het is een verslaving, ik kan het niet anders uitleggen. Zingen doet me zoveel, meer dan ik ooit gedacht heb. Nog steeds. Ik denk niet dat ik zonder kan. Als ik nu zou moeten stoppen, dan zou ik in een enorm zwart gat vallen. Ik moet er niet aan denken. Ik koester het zingen, dat is altijd zo geweest. Het vloog me ook nooit aan, het was nooit ‘werken’, kon er er nooit genoeg van krijgen. Alles wat ik mocht doen, heb ik met passie gedaan. Zelfs het zingen voor de kinderen toen ze nog klein waren. Net als andere moeders zong ik voor, of met hen, ook al had ik de hele dag al elders professioneel gezongen.”

En nu die kinderen groot zijn, zingt ze voor haar kleinkinderen. In haar knusse huis in Laren past oma Alberti graag op de kleintjes. Bij de buitendeur hangt bij wijze van grap een bordje met ‘Oma’s huisregels’. De liedjes van Tante Perenboom, een personage dat Alberti speelde in de film ‘Woezel en Pip’, blijken favoriet bij de kids.

Willeke Alberti. ©Martijn Gijsbertsen Fotografie

Eigen favoriet: Telkens weer, uit 'Rooie Sien’

Zelf heeft Alberti ook favorieten. Zoals ‘Telkens weer’, het lied van Ruud Bos uit de film ‘Rooie Sien’ op een tekst van Friso Wiegersma. “Dat lied kan ik altijd zingen, en nee, ik speel geen rol als ik die gouden regels zing. Ik voel het met mijn hele lijf. Eigenlijk ben ik tijdens ‘Telkens weer’ meer aan het vertellen dan aan het zingen. Ik vertel daar een positief, hoopvol verhaal, met raakvlakken aan mijn eigen leven. ‘Er komt er één, waar ik alleen voor leef, mijn hart aan geef. Bij wie ik vind dat wat ik nu ontbeer, liefde voor altijd, telkens weer’. Dat gaat net zo goed over mij. Iedereen hoopt op de ware. Ik ook. Het lied is ook door anderen gezongen, maar ik vind meestal dat het vertellen van het verhaal dan op de achtergrond raakt. De meesten zingen te veel. Iemand die het fantastisch kan is Wende (Snijders, red.). Die zingt het in een Franse vertaling. Zo mooi.

Ik doe alles op gevoel

“Zangles heb ik maar heel even gehad. En na die paar lessen kwam er helemaal niets meer uit mijn strot. Het werd te technisch, mijn stem ging op slot. Dus ben ik al snel gestopt, het werkte compleet averechts. Ik doe alles op gevoel, met nul techniek. Maar kennelijk doe ik toch iets goed, anders had mijn stem na al die jaren niet meer zo geklonken zoals hij nu nog steeds doet. Ik sta nog steeds met gemak anderhalf uur achter elkaar te zingen. Voor mijn twee grote shows in oktober in Afas Live is het programma opgeknipt in twee keer een uur. Eigenlijk doe ik dat liever niet, want voor mijn gevoel moet je in de opbouw dan twee keer pieken, vóór en na de pauze. Maar goed, twee uur zingen dat gaat prima. Mijn stem is met de jaren wel lager geworden. En warmer. Maar hij is nog heel stevig, ik kan er volledig op vertrouwen.

Met oortjes in voel ik me zo eenzaam op het podium

“Heel belangrijk voor mij is wel dat de geluidsinstallatie van hoge kwaliteit is. Tegenwoordig zie je al die zangers met van die oortjes in zingen. Ze horen de geluidsband en zichzelf direct terug in hun oren. Ik kan dat niet. Met die vreselijke dingen in voel ik me zo eenzaam en alleen op dat podium. Dan hoor ik de zaal niet ademen, meezingen, zuchten of opveren. Totaal afgesloten ben je dan. Ik heb een levende zaal nodig, wil elk kuchje kunnen horen, contact maken. Dus ik moet volledig kunnen vertrouwen op de geluidsinstallatie. Gelukkig werk ik al heel lang met hetzelfde team van mensen om me heen. Die weten precies wat ik wil, waardoor ik onbelemmerd een zaal in kan zingen. Zo min mogelijk techniek dus, alles op gevoel met ruimte voor improvisatie.

“Mijn vader Willy heeft wel zangles gehad, maar ook hij was het best op dreef als hij kon improviseren. Heerlijk vond hij dat, en daar genoot ik dan weer van. Pa zong heel anders, met een totaal ander stemgeluid en -gebruik. Die kon makkelijk zonder microfoon een zaal vullen, had een echte verreikende operastem. Hij heeft me veel geleerd, en in het begin kon ik wel een beetje zingen zoals hij, echt een geluid opzetten dus. En heel hoog zingen. Dat kan ik trouwens nog steeds wel. Nee, trucjes heeft hij me niet bijgebracht. Die had hij zelf volgens mij ook niet. Als iets een trucje wordt, dan ligt routine op de loer. En voor routine ben ik allergisch.

“Pa was trouwens niet degene die me het zangvak induwde. Integendeel. Hij was er juist erg op tegen. Met terugwerkende kracht begrijp ik hem heel goed. Het is een hard vak, een ongenaakbare business. Althans, dat kan het zijn. Kijk naar wat er met Diana Ross gebeurde, of met Freddie Mercury van Queen. Mijn moeder heeft me veel meer gepushed dan mijn vader, ze spoorde me aan. Nee, dwang kwam er niet aan te pas, want ik wilde het zelf veel te graag. Ik ben zo dankbaar dat ik in dit gezin opgegroeid ben. Voelde me altijd beschermd. Tot mijn vader overleed. Hij was mijn basis in het leven, een hele solide. Dankbaar ja. Wie heeft er nou zo’n basis gehad als ik?

Klaar om het podium op te stormen als een ongeduldig paard

Alberti heeft nog een ontboezeming over haar zangkunst. Repeteren, daar heeft ze een broertje aan dood. Hoe dat komt? “Het is een soort gêne. Ik heb bij repeteren nooit gevoel, je staat zo voor mezelf te zingen. Iemand als Paul de Leeuw werd daar gek van als ik met hem werkte. Maar in zo’n koude, kale studio zonder publiek komt nooit iets terug. Op een podium, als het echt moet, met publiek erbij, ja dan bloei ik op. Dan gaat de energie stromen en kan ik mijn emoties en mijn gevoel delen. Ik ben meestal wel zenuwachtig voor ik het podium op ga, en eerlijk gezegd wordt dat naarmate ik ouder word wel erger, maar plankenkoorts heb ik dan weer niet. Lee Towers zei ooit tegen me: ‘Het is het leukste wat er is, je moet je voelen als een ongeduldig paard dat met zijn hoeven over de grond schraapt, klaar om het podium op te stormen’. En zo is het.”

“Vroeger bij het toneelspelen was het tijdens repetities precies zo. Ik speelde met grote acteurs als Ko van Dijk, Mary Dresselhuys, Caro van Eyck en Guus Hermus. Ik heb veel van ze geleerd, maar repeteren niet. Ik vond het altijd lastig, omdat ik me zo geneerde. In ‘Kiss me Kate’ moest ik in een bepaalde scène heel boos worden, echt schreeuwen. Op de repetities lukte dat nooit, en dan zei mijn medespeler Coen Flink tegen de collega’s: ‘Laat haar maar, straks op de première moet je eens zien’. En ja, zodra er publiek in de zaal zat, schreeuwde ik de longen uit mijn lijf. Echt huilen lukte ook altijd alleen maar als er mensen in de zaal zaten.”

Willeke Alberti. ©Martijn Gijsbertsen Fotografie

Het geheim: de passaggio

Waar zit nou dat geheim van Alberti’s stem? Kunnen we er een vinger opleggen? We doen een poging. Daar waar de registers in Alberti’s stembanden in elkaar overgaan, waar het borstregister het falsetregister raakt, precies daar, zit dat gevoelige, dat kwetsbare in haar stem, waardoor velen zo geroerd raken. In zangtechniek heet die plek de passaggio, en het vergt training om die overgang zo soepel mogelijk te krijgen. De zangeres denkt even over deze observatie na.

“Echt, ik weet het niet. Zoals ik al zei heb ik nul techniek geleerd. Ik zing natuurlijk wel zo’n beetje elke dag, al zestig jaar lang, dus getraind zijn mijn stembanden wel. Maar ik doe geen oefeningen of toonladders. Ik laat het gewoon gebeuren. Zoals ik al zei, eigenlijk vertel ik gewoon verhalen in mijn liedjes. Tegenwoordig zing ik vaak als ik aan het zwemmen ben. In het zwembad is de galm zo lekker. Daar zing ik nu de liedjes die ik straks in de twee grote shows in Afas Live ga doen.

Hoe ik mijn stem in conditie houd? Niet roken, niet drinken, proberen stress te vermijden. Zo’n rol als Na Druppel in ‘De Jantjes’ was een feest om te doen. Elke avond weer, daar word je gewoon niet moe van. En mijn stembanden ook niet. Ik voel me echt verwant aan Na Druppel. Ze is zichzelf, heeft gevoel voor humor. En ook al is ze arm, oud en lelijk, ze is er nog steeds. Een beetje zoals ik. Dus als ik straks 80 ben, en ze vragen me weer voor die rol, zeg ik meteen ‘ja’. Trouwens, ook als ik 76 ben hoor! Weet je, dat is het leuke van ouder worden, dat je alleen nog maar dingen doet die je echt leuk vindt.”

‘De show van mijn leven’ van Willeke Alberti en gasten op 5 en 6 oktober in Afas Live. www.afaslive.nl

De stem

Bij het begin van het nieuwe culturele seizoen belichten we de menselijke stem in haar vele gedaanten. Hoe zing je David Bowie eigenlijk? Noortje Herlaar, hoofdrolspeelster in ‘Lazarus’, en Sven Ratzke vertellen er in een tweegesprek over. Daniël Lohues maakt met Holland Baroque een programma waarin zijn kleine luisterliedjes afgezet worden tegen het grote werk van Bach. Hij legt uit waarom hij zijn liefde voor Bach altijd is blijven koesteren.  En het operaseizoen start met mezzosopraan Anita Rachvelishvili, een machtige operastem van de oude stempel.