Trots kiezen voor je grijze haren: ‘Ik ben nog steeds mooi’

Hoe dwingend kan een schoonheidsideaal zijn? Vooral veel vrouwen grijpen bij het eerste grijs naar de haarverf. Daar weer mee stoppen is een grote stap, want grijs is oud. Maar het ideaalbeeld begint te kantelen.
Actrice Tamar van den Dop: "Ik accepteer het leven, ik accepteer mijn grijze haren – ik ben nog steeds mooi." ©Martijn Gijsbertsen

Jane Fonda is gestopt met verven. De actrice, activiste en voormalige fitnessgoeroe maakte dat onlangs bekend in The New York ­Times – op haar 82ste. Zelf verfde ik mijn haar sinds mijn zestiende, eerst om de kleur, later om het grijs te bedekken. Veel vrouwen om me heen van in de veertig en in de vijftig doen hetzelfde, zodra de eerste grijze ­haren zichtbaar worden. Omdat ze dat willen, ongetwijfeld, maar het lijkt ook zo’n beetje de maatschappelijke norm. Een seksespecifieke norm, vooral van toepassing op vrouwen.

Bij mij begon het eerder te knagen dan bij Jane Fonda. Een jaar of vier geleden, rond mijn 48ste, schrok ik steeds vaker midden in de nacht wakker met een zwaar gevoel. Wat is er ook alweer, vroeg ik me af. O ja, realiseerde ik me dan met een zucht, ooit gaan mijn ouders dood – ooit ga ik zélf dood.

Ik besloot de eendaagse cursus ‘You Only Die Once’ van The School of Life te volgen in de hoop van die doodsangst af te komen, of in ieder geval wat vertrouwder te raken met de dood. Als je het perspectief inneemt dat het leven eindig is, kan het makkelijker worden om te bedenken hoe je je leven verder wilt ­inrichten.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Het zorgde er bij mij onder meer voor dat ik bewuster met mijn tijd wilde omgaan. Terwijl mijn man rustig langs boekenstalletjes struinde op de markt tegenover mijn kapper, zat ik daar elke vier ­weken een ochtend opgesloten. Ik vond het ineens ­zonde van mijn tijd.

Nou ja, ineens – daar ging wel een jaar twijfel aan vooraf. Want in de media wordt er toch een soort ideaalbeeld op je afgestuurd, waar ik misschien (onbewust) aan wilde voldoen: er zo lang mogelijk jong uit ­blijven zien. Als ik wel eens bij vrienden en collega’s liet vallen dat ik misschien wilde stoppen met verven, was hun eerste reactie vaak: ‘Écht? Dan lijk je meteen zo oud.’

Grijs staat gelijk aan oud en niemand wil oud zijn

Blijkbaar is dat het beeld van veel mensen: grijs staat gelijk aan oud. En niemand wil oud zijn, of erger nog: als ‘dor hout’ ­gezien worden. Ik ook niet, dus verfde ik ­jarenlang gedachteloos mijn haar.

“Ouder worden wordt gezien als het tegenovergestelde van mooi”, legt Giselinde Kuipers, hoogleraar sociologie van de humor en de schoonheid aan de Katholieke Universiteit Leuven tijdens een telefoongesprek uit. “En het zure is: vooral vrouwen worden daar op afgerekend. Hoe je eruitziet, heeft invloed op je salaris, op je kans om te worden uitge­nodigd voor een sollicitatiegesprek, het betaalt zich op allerlei manieren uit.”

Ons tweede leven op Instagram, Facebook en Linked­In maakt het ook belangrijker om er goed uit te zien. Dat betekent vaak jong en jeugdig, want dat staat voor knap en vitaal. “Je haar verven is dan een makkelijke en pijnloze manier om iets aan jezelf te veranderen: het is geen plastische chirurgie en je wordt niet meteen als heel ijdel gezien.”

Gek genoeg kreeg ik helemaal niet het idee dat mijn geverfde haar bijdroeg aan een jonger uiterlijk. Als ik ­vakantiefoto’s bekeek, hoefde ik niet eens mijn leesbril op te zetten om mezelf te herkennen: ik was die persoon met die pluizige knot haar in een wat onbestemde kleur oranje.

In hoe we omgaan met mooi moeten zijn zit een soort reflectie - dat is nieuw

Volgens Giselinde Kuipers zwelt de kritiek aan op het opgedrongen schoonheidsideaal van eeuwige jeugd. “Er is een kritische beweging ontstaan, aangezwengeld door sociale media: in hoe we omgaan met mooi moeten zijn zit een soort reflectie. Dat is nieuw. Zelfs in mode­bladen vind je kritiek terug op die schoonheidsnorm.”

Dat is nog niet hetzelfde als je eraan onttrekken. Je kúnt stoppen met verven en op die heel zichtbare ­manier in discussie gaan met de maatschappelijke norm: ik ben me bewust van die dwang en onttrek me eraan. Maar dan nog willen ze laten zien dat hun haar goed ­geknipt en verzorgd is. In hoeverre kom je dan écht los van het model dat het als vrouw belangrijk is om er goed uit te zien?, vraagt Kuipers zich af. “Dat is ontzettend moeilijk. Het is ook zo sterk verweven met je vrouwelijkheid.”

Misschien zijn er gewoon meer voorbeelden nodig van vrouwen met grijs haar om de schoonheid daarvan te beseffen. “Niemand begrijpt wat mooi is als hij het niet zelf een keer heeft gezien”, schrijft de Duitse filosoof ­Rebekka Reinhard in haar boek Mooi! Mooi zijn, mooi ­lijken, mooi leven. “Dat betekent niet dat we automatisch alles wat mooi is mooi vinden. We vinden vooral dat mooi waarvan we gewend zijn het mooi te vinden, iets wat we al kennen. Een goed oordeelsvermogen heb je niet gewoon, je moet het opbouwen.”

Het hielp mij enorm dat ik een rolmodel had: mijn acht jaar oudere zus, die op haar 45ste stopte met verven. Toen ze eenmaal door die ellendige fase van uitgroei heen was, kwam er ­iemand tevoorschijn, die mooier werd. Mooi omdat ze het ouder worden niet meer verbloemde en liet zien hoe mooi natuurlijk oud worden is. Het maakte haar eigenlijk jonger, dacht ik in het begin. Totdat ik besefte: daarmee stel ik mooi weer gelijk aan jong. Misschien was ze nu gewoon ‘echt’, omdat haar haarkleur in harmonie was met haar huid.

“Niet de grijze kleur doet je ouder lijken, maar de uitgroei. De grijze kleur past juist bij je, die is van jou”, zegt kapper Rick van Raak, eigenaar van kapsalon Rikit Hair in Amsterdam. Zijn missie is om vrouwen zover te krijgen ‘hun natuurlijke schoonheid te omarmen.’ “Ik wil mensen niet transformeren tot wat ze niet zijn: een ­zogenaamd ideaalplaatje dat je wordt voorgeschreven door de media.”

©Jenna Arts

Chemisch kleuren vind ik onnatuurlijk: het is te egaal en te massief

In 2017 zegde hij de haarverf met permanente grijsdekking vaarwel. En niet alleen om de enorme ­hoeveelheid chemische stoffen die de meer dan 40.000 Nederlandse kappers jaarlijks door de wasbak wegspoelen. “Chemisch kleuren vind ik onnatuurlijk: het is te egaal en te massief, waardoor levendige kleurschakeringen verdwijnen. Bovendien beschadigt verf de haarschubben: de natuurlijke vezel gaat kapot en je haar wordt poreus en dof.”

Van Raaks klanten waren niet meteen om, de meeste wilden helemaal niet grijs zijn. Na een poosje realiseerde hij zich dat grijs-zijn niet het probleem is, maar de uitgroei die je ziet als je stopt met verven. Inmiddels werkt Van Raak met niet-permanente transparante kleuringen, waardoor je in de overgangsperiode geen uitgroei ziet.

Voor Van Raak was het kleuren zo’n 60 procent van zijn werk, en niet alleen voor hem. “Verven wordt ook in stand gehouden, omdat het geld oplevert. Want behalve dat je klanten elke vier weken terugkomen, kopen ze daarnaast producten voor hun door het verven droog en dof geworden haar.”

Vrouwen die verfden en daar nu relatief jong – vanaf midden veertig – van afzien, zie je volgens Van Raak vooral nog in de stad. Mede door social media verspreidt deze ‘beweging’ zich volgens hem over Nederland. Giselinde Kuipers denkt dat het wat prematuur is om te zeggen dat het belang van verven afneemt. “Er is een kleine zichtbare groep van mensen, die met veel tamtam stoppen met verven, maar dat lijkt me heel marginaal. Ik denk dat het op dit moment voor veel vrouwen van tussen de vijftig en zeventig standaard is om te verven. Internationaal varieert het nogal: in Nederland is het bijvoorbeeld makkelijker en iets gebruikelijker om grijs te zijn dan in België, Spanje, Italië, Frankrijk of Rusland.”

Én gebruikelijker dan in Duitsland. Rebekka Reinhard schrijft dat “Angela Merkel weet dat ze zonder haar honingblonde kleurspoeling wel kan inpakken. Ook een groot deel van haar onderdanen onderwerpt zich aan het dictaat van de kapper.” In haar boek houdt Reinhard een pleidooi voor minder afhankelijkheid van de buitenkant:

“Te vaak is ons lichaam voor ons iets wat we hebben, maar zelden iets wat we zijn. (…) Hoe meer je probeert mooier, jonger, en modieuzer over te komen, hoe meer je van je aantrekkingskracht verliest.” Dat is volgens Reinhard de schoonheidsparadox.

Je minder bewust zijn van je uiterlijk kan helpen: “Zingen, muziek luisteren, lezen, fotograferen en mediteren zorgen ervoor dat je jezelf vergeet. Contemplatieve activiteiten verhogen het besef dat ons uiterlijk lang niet zo spannend is als de wereld waarin we ons bevinden.”

Mannen die hun haar verven? Mart Visser heeft nog nooit een mooi resultaat gezien

Grijs zijn is iets modisch geworden, zegt mode­ontwerper Mart Visser in een telefoongesprek – grijs ­gevérfd, ook voor jonge vrouwen. “Dat klopt ook bij de kleding die je nu ziet: die heeft een soort sleetsheid en verwassenheid – een oudere look. Maar je haar helemaal ­lekker grijs laten doorkomen? Dat blijft voor veel mensen nog wel een probleem. Vaak zijn de haren ook wat harder. Zelf denk ik dat het mooier is met highlights erdoor.”

Al ziet Visser wel steeds meer modellen die hun haar grijs laten worden: “Mariëlle van Oostrom liep vroeger in mijn shows, is nu prachtig grijs en een veelgevraagd ­model.” Mannen die hun haar verven? “Ik heb nog nooit een mooi resultaat gezien. Een man wordt naarmate hij ouder wordt alleen maar mooier. Dus kom maar op met die lange grijze baard en die grijze manen.”

Gek eigenlijk dat grijs zijn bij mannen wél vaak als sexy wordt gezien. Kapper Van Raak denkt dat dit komt doordat deze mannen dichter bij hun natuurlijke schoonheid zitten. En daar mogen vrouwen ook naartoe, vindt hij. “Een vrouw die gaat kleuren, houdt kramp­achtig vast aan een schoonheidsideaal dat niet gelukkig maakt.”

En Arno Kantelberg schrijft in zijn boek Man op z’n best: “Mannen hebben twee redenen om hun haar te verven: om veroudering te verbloemen of omdat het in de mode is. Als het om de eerste reden is, zou ik willen ad­viseren: probeer niet wanhopig terug te keren naar de volle bloei van je jeugd – zoiets lukt alleen in films. Ga niet grijzer wordend haar ravenzwart verven. Dat contrasteert met je wél ouder tonende huid. Als je zo nodig moet verven, opteer dan voor een zout-en-peperkleur, mix het een beetje.’ 

Toch heeft schoonheidshoogleraar Kuipers de indruk dat het voor mannen gewoner wordt om hun haar te verven dan het een tijdje geleden was. “Het valt me op als ik naar beelden kijk van de Tweede Kamer: het zit er vol middelbare mannen en er is er maar zelden eentje bij die echt grijs is. Het kan bijna niet anders dan dat er een paar bij zitten die daar hulp bij krijgen. Om dezelfde ­reden als voor vrouwen: dat uiterlijk belangrijk is en dat je daar op allerlei manieren op wordt afgerekend.”

©Martijn Gijsbertsen

De barman dacht dat ik de moeder van mijn man was

De verf is sinds een jaar of twee uit mijn haar verdwenen. Er kwam een kleur tevoorschijn die ik niet kende en die me wel beviel. Heel soms, op een grauwe dag als ik in mijn oude kloffie zit te werken en niet de moeite heb genomen om me op te maken, schrik ik van mijn spiegelbeeld en voel ik me oud. Of neem die keer dat de barman in het café dacht dat ik de moeder van mijn man was (hij is twee jaar jonger dan ik en heeft niet meer dan drie grijze haren). Dat was eigenlijk zo absurd, dat we de slappe lach kregen.

Wat me ook helpt: al onze meningen, denkbeelden en oordelen zijn verwisselbaar, schrijft Rebekka Reinhard. We hangen alleen aan bepaalde zaken – zoals ik vroeger aan mijn het kleuren van mijn haar – omdat we gewend zijn daaraan te hangen. Voor de Griekse filosoof Pyrrho van Elis – die leefde van circa 360 tot 270 voor Christus – schrijft Reinhard, is de sleutel tot een mooi ­leven: “Een leven dat de loop van de natuur volgt, zonder afhankelijkheid van anderen, waarin geen druk heerst om wat van je verwacht wordt, waarin geen stress is en waarin er geen almaar hoger oplopende emoties zijn maar vrolijke gelatenheid”.

Ja, dat gevoel: vrolijke gelatenheid. Daarvoor heb ik, misschien meer dan vroeger, een mooie kleur lippenstift of goed gekozen kleren nodig, om me mooi te voelen. In die zin ontkom ik nog steeds niet aan de mal van er goed uit moeten zien, maar over het algemeen ben ik blij met mijn haar, met de extra tijd en het uitgespaarde geld. 

Tamar van den Dop: ‘Vrouwen zijn elkaars grootste criticasters’

Tamar van den Dop (50), actrice bij het Het Nationale Theater, regisseur en scenario­schrijver, Amsterdam. In het najaar is Van den Dop te zien in het stuk ‘Every Brilliant Thing’.

Tamar van den Dop ©Martijn Gijsbertsen

“In 2015 speelde ik de rol van stiefmoeder in de voorstelling ‘Sneeuwwitje’, waarin ik pleit voor het omarmen van de aftakeling, en ik vond het flauw om dan zelf nog wel mijn haar te verven. Vervolgens kreeg ik een ongeluk: het decor waarop ik stond, zat niet goed vast en ik viel twee meter naar beneden. Ik kon een jaar lang niet werken en dacht toen helemaal: waarom zou ik het nu nog verven?

“Bij film en tv moet je altijd jonger zijn dan wie je speelt: de moederrollen kwamen al toen ik twintig was – verbijsterend. Ik ben al wat langer uit de bak van het commerciële televisiewerk en heb dat lang gewijd aan het feit dat ik ook regisseer. Maar nu ik ook weer theater speel, denk ik soms dat het ook met mijn grijze haar te maken heeft. Ik ben nog te jong voor de echte oma-rollen, maar ik heb wel grijs haar: misschien vinden ze dat verwarrend. 

“Ouder worden vind ik sinds dat ongeluk niet per se leuk. Vroeger associeerde ik ­ouder worden met wijsheid en rust, nu heb ik geleerd dat het ook over ongemak gaat. Je leeft een leven, dus je hebt littekens en verwondingen die je soms ­beperken. Als ik goed in mijn vel zit, denk ik: ik accepteer het leven, ik accepteer mijn grijze haren – ik ben nog steeds mooi. Maar laatst riep een junk: ‘Hé óma, fiets kopen!’ en dat doet me dan wankelen. Ik zeg ook niet dat ik het nooit meer zal verven. Misschien alleen hier en daar een streng, want ik wil nooit meer elke drie weken naar de kapper. Ik krijg wel veel complimenten, vooral van jonge vrouwen en van mannen. Vrouwen van mijn eigen leeftijd zeggen niet vaak iets – vrouwen zijn elkaars grootste criticasters.

Laatst moest ik voor een damesblad op de foto. De styliste vond mijn grijze haar geweldig, maar de visagiste wist echt even niet wat ze met mijn haar aan moest. Ik voelde daar zo sterk dat grijs worden nog steeds niet overal omarmd wordt. Maar ik kan me soms best verheugen op dat écht witte haar.”

‘Na de dood van mijn zus werd mijn tijd kostbaar’

Catelijne Elzes (51), journalist en schrijver, Amsterdam.

Catelijne Elzes ©Martijn Gijsbertsen

“Ik was 41 toen mijn zus op haar 43ste overleed aan alvleesklierkanker. Opeens realiseerde ik me dat oud worden niet vanzelfsprekend is, dat je leven zomaar voorbij kan zijn. Mijn tijd werd kostbaarder en ik had geen zin meer om elke drie weken een paar uur kwijt te zijn met het verven van mijn haar bij de kapper. Dat is nu ongeveer tien jaar geleden en ik heb geen seconde spijt gehad van mijn besluit.

“Ik voel me anders sinds ik grijs ben. Waarachtiger, echter: kijk, hier ben ik, met grijs haar en al. Voor mij heeft going grey inmiddels ook een feministisch tintje gekregen: waarom zou ik me als vrouw laten voorschrijven dat ik mijn grijze haar moet verstoppen? Is ouderdom iets om me voor te schamen als vrouw? Ik zeg expres als vrouw, omdat ik de indruk heb dat veel mannen hun haar niet verven.

“Veel mensen reageren positief. Soms zegt een vreemde op straat: wat een mooie bos haar heb jij! Wat ik een beetje dubbel vind, is als mensen uitroepen: ‘Wat dapper!’. Alsof ik nu voor schut loop en het knap is dat ik dat durf. Een kennis zei: ‘Dat zou ik van mijn man nooit mogen’. En dat snap ik. Als je man het echt niet mooi vindt, zou ik het ook niet hebben gedaan – zo niet-feministisch ben ik nu ook wel weer. Mijn man steunde me volledig en was honderd procent voor. Als ik het een keertje moeilijk had met mijn grijs wordende haar, dan stimuleerde hij me juist om vol te houden. 

“De impact die het heeft, is dat ik nu tevredener ben met mijn uiterlijk. Zeker tien jaar geleden was het best uitzonderlijk om begin veertig al grijs te zijn. Je valt dus een beetje meer op en dat vind ik wel leuk. Grappig, je denkt misschien dat je dan een grijze muis wordt, maar je wordt juist meer gezien.”

‘Toen ik mijn haar verfde, zorgde ik eigenlijk niet goed voor mezelf’

Anita Klop (50), teamleider bij de Hema, Ermelo.

Anita Klop ©Martijn Gijsbertsen

“Rond mijn dertigste werd ik grijs en begon ik met verven. Ik had jonge kinderen en daar paste grijs haar niet bij naar mijn idee. Maar na tien, twaalf jaar zei mijn kapster steeds vaker: ‘Joh, je hebt echt heel mooi egaal grijs haar’. O ja, dacht ik, dat ís ook zo: onder deze kleur zit grijs. Steeds vaker pakte de verf wat minder, of werd het snel flets, maar ik wilde er nog niet aan toegeven.

“Op een gegeven moment werd het voor jonge meiden hip om hun haar grijs te verven en daar haakte mijn kapster op in: ‘Moet je luisteren, dat mooie grijs van jou krijg ik bij die meiden nooit voor elkaar en ze betalen er ook nog een hoop geld voor. Dus waarom zou je moeilijk doen?’ Ondertussen merkte ik dat mijn haar droog en dor werd, en ineens dacht ik: Anita, eigenlijk zorg je helemaal niet goed voor jezelf. Het enige wat ik niet wilde, was met uitgroei over straat. Dat vond ik zo verschrikkelijk: alsof je een enorme dakpan op je hoofd hebt. Daarom heeft de kapster mijn haar twee keer ontkleurd en heb ik het een paar keer flink kort laten knippen.

“Dat grijs geassocieerd wordt met oud-zijn, speelde denk ik wel mee bij het steeds uitstellen van de beslissing. Ook thuis – ik heb drie zonen – werden er nogal wat sarcastische, maar goedbedoelde grapjes over gemaakt. Voor de generatie van mijn moeder stond grijs gelijk aan oud zijn en daarmee telde je eigenlijk niet meer mee. Gelukkig is dat nu niet meer zo. Ook mijn man trok in het begin wel even een wenkbrauw op, maar hij staat in dit soort dingen altijd achter mij en vindt het nu mooi.

“Dit is wie ik ben en zo zie ik eruit: ik zit lekker in mijn vel en ben blij met mijn grijze haar. Het is gezonder en past beter bij de kleur van mijn huid. Ik krijg alleen maar positieve reacties en heb het idee dat het ook als een soort lef wordt gezien.”

Lees ook:
De Italiaanse vrouw kampt met grijze lokken

Tijdens de zesde week van de lockdown in Italië klinkt het tijdens de videogesprekken van Pauline Valkenet met vriendinnen nu: “Hoe is het met je uitgroei?” 

Ieder lichaam is een bikinilichaam, vindt de body positivity-beweging

Steeds meer verschillende soorten lichamen sieren onze beeldschermen en magazinepagina’s. Nu staat ook Linda de Mol in bikini op de cover van haar magazine LINDA. Gaat het dominante schoonheidsideaal van jong en slank nu echt op de schop?