Geliefde meester is even terug

Van Wittel: Italiaanse stadsgezichten

Een jonge Nederlandse schilder reisde in de zeventiende eeuw naar Italië en werd daar beroemd. Nu is een deel van zijn werk hier te zien.
→ Piazza Navona in Rome, zoals Van Wittel het schilderde in 1699. Het twee meter brede doek is een bruikleen uit Madrid. ©Colección Carmen Thyssen-Bornem

Op tal van schilderijen in Italiaanse musea staat de naam van een bekende kunstenaar: Gasparo Vanvitelli. Zijn specialiteit: brede panorama's van beroemde steden als Rome, Napels, Florence en Venetië. Weinigen weten dat achter deze naam een kunstenaar schuilgaat die in 1652 of 1653 geboren werd in Amersfoort.

Zijn doopnaam Caspar van Wittel doet in Nederland juist weinig bellen rinkelen. In boeken over oude schilderkunst is hij zelden opgenomen. Er zijn wel tentoonstellingen van zijn werk gehouden, maar nog niet in Nederland. Daar komt nu verandering in met een expositie in kunsthal KAdE in Van Wittels geboortestad. Met 120 schilderijen en tekeningen is het direct de grootste tentoonstelling over zijn werk.

Caspar van Wittel reisde als ambitieuze kunstenaar in 1674 naar Rome, om zich daar verder te bekwamen in het schildersvak. Veel jonge schilders uit Noord-Europa sloten hun opleiding af met zo'n reis naar de Eeuwige Stad om de antieke beeldhouwkunst te bestuderen, of recente meesterwerken van de grote Renaissanceschilders te bewonderen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Glorie en bedrijvigheid

Van Wittel keerde nooit terug. Hij had zoveel succes met zijn werk dat hij tot zijn dood in 1736 in Italië bleef wonen. Daar groeide hij uit tot een meester van de veduta, het panoramische Italiaanse stadsgezicht met heldere kleuren en scherpe contouren. Veduta's laten de prachtige historische steden in al hun glorie zien, maar ook de bedrijvigheid van de inwoners. Vanvitelli's schilderijen werden geliefd bij rijke Romeinse families en aristocratische klanten in heel Europa. Hij werd toegelaten als lid van de prestigieuze Accademia di San Luca in Rome, wat bijna nooit gebeurde met buitenlanders.

Zijn genre is wereldberoemd geworden door Italiaanse schilders als Canaletto, Bellotto en Guardi. Van Wittel was de ontbrekende schakel tussen de Hollandse stadsgezichten en de veduta's, betoogt de tentoonstelling in Kade. Hij was in Amersfoort opgeleid door Matthias Withoos, die destijds het grootste stadsgezicht in Nederland onderhanden had. Misschien heeft de jonge Van Wittel daar nog bij geholpen. Hij moet destijds ook Amsterdamse stadsgezichten hebben gezien van Jan van der Heyden en Gerrit Berckheyde, de grote meesters van het genre die internationaal aanzien genoten. Zij schilderden de stad van binnenuit en kozen vaak een bijzondere kijkrichting. Door figuren en hun dagelijkse beslommeringen toe te voegen werd de levendigheid verder verhoogd.

Piazza del Popolo

Berckheyde had bovendien een bijzondere belangstelling voor nieuwe of zelfs onaffe gebouwen, zoals zijn beroemde versies van de Gouden Bocht in de Herengracht. Die interesse lijkt Van Wittel mee naar Italië te hebben genomen. Het allereerst Romeinse stadsgezicht dat van hem bekend is, toont Piazza del Popolo, een plein dat destijds grondig was gerenoveerd.

Groot verschil met de stadsgezichten van de Amsterdammers: Van Wittel beeldde de stad af van een hoog standpunt. Piazza del Popolo ligt aan de grote stadspoort waar de meeste buitenlanders de stad binnenkwamen. Van Wittel moet op deze poort zijn geklommen om te zien wat hij heeft weergegeven.

Werkmateriaal

Geschilderd werd destijds alleen in het atelier, de verftube moest nog worden uitgevonden. Ter voorbereiding maakte van Wittel ter plekke tekeningen met potlood en inkt, om de situatie vast te leggen. De meeste van deze tekeningen worden tegenwoordig bewaard in de Biblioteca Nazionale Centrale in Rome. Een mooie selectie is in Amersfoort te zien.

De tekeningen waren werkmateriaal. Door achteraf een raster over een stadsgezicht te leggen kon Van Wittel de voorstelling ruitje voor ruitje kopiëren op een doek. Met deze methode kon hij meerdere schilderijen op basis van één tekening maken, met mogelijkheden om te variëren met het formaat of de uitsnede. Soms wilde een opdrachtgever blijkbaar wat meer van het omringende landschap in de voorstelling, soms is meer ingezoomd op de stad.

Van Wittel bedoelde zijn tekeningen niet als zelfstandige kunstwerken. Toch zijn ze voor de hedendaagse kijker vaak aantrekkelijker dan de schilderijen. Je kunt de hand van de kunstenaar op een directe manier volgen, je ziet de oog-handcoördinatie bij het tekenen van een daklijst of een venster. De impressie van een paar figuren wordt in een paar losse lijnen neergezet. In het schilderij worden diezelfde figuren al gauw popperig en stijf.

Van Wittel ontwikkelde een methode om zijn panoramische vergezichten overtuigend op papier te zetten. De tekeningen zijn soms samengesteld uit verschillende bladen. Bovendien zette hij diverse rasters op papier. Sommige kunsthistorici denken daarom dat hij gebruik gemaakt moet hebben van een camera obscura, een hulpmiddel waar hij in Nederland al kennis mee gemaakt zou kunnen hebben. Of dat werkelijk zo is, staat nog niet vast. De tentoonstelling in Amersfoort is ongetwijfeld voer voor nieuwe inzichten op dit gebied.

Kade heeft fotograaf Hans Wilschut de plekken die Van Wittel in beeld bracht laten fotograferen. Net als Van Wittel combineert Wilschut twee elementen in zijn foto's: een zo helder mogelijk beeld van de stedelijke omgeving en het straatleven. Ook Wilschut nam een hoog standpunt in: hij beklom de stuurhut van veerponten in Venetië en huurde hoogwerkers.

Sommige plekken zijn onherkenbaar veranderd. Waar eens een zanderige rivierbedding lag, rijden nu auto's over een brede boulevard. Piazza Navona oogt daarentegen bijna onveranderd sinds de tijd van Van Wittel. Behalve een metersgroot advertentiedoek voor een Chinese smartphone.