Geen school, meer ongelijkheid: ‘Sommige leerlingen moeten in hun badkamer werken’

De sluiting van de scholen vergroot de ongelijkheid tussen Amsterdamse basisschoolleerlingen. Duizenden kinderen hebben geen pc of snel internet, of volgen de lessen, bij gebrek aan ruimte, in een badkamer.

Het Amsterdamse onderwijs kent al veel ongelijkheid, vooral tussen kinderen met en zonder hoogopgeleide ouders. Wethouder Marjolein Moorman (Onderwijs) vreest dat de huidige sluiting van de scholen vanwege het coronavirus tot nog meer ongelijkheid leidt. “Ik ben bang dat deze sluiting effect heeft op de lange termijn. Een grote groep kinderen gaat achterstanden oplopen.”

Schoolbesturen delen deze zorgen, zegt Herbert de Bruijne, voorzitter van BBO, de vereniging van schoolbesturen van het Primair Onderwijs en het Speciaal Onderwijs in Amsterdam. “Dit staat hoog op de agenda.”

De scholen zijn in elk geval tot 6 april gesloten. Mogelijk moeten de kinderen langer thuisblijven, in afwachting van onderzoek van het RIVM naar de besmettelijkheid van het nieuwe coronavirus bij kinderen. De uitslag van dat onderzoek zal nog een paar weken op zich laten wachten.

Zolang de kinderen thuis zijn, bieden scholen hun lessen of lesstof aan via internet. Geschat wordt dat zeker drieduizend Amsterdamse leerlingen thuis geen computer hebben. In een gezin met twee schoolgaande kinderen zijn al snel twee apparaten nodig en als de ouders ook thuiswerken, zijn het er zelfs meer.

Uitgeleend

“Wij zijn 24 uur per dag hiermee bezig,” zegt Joke Middelbeek, bestuurder van scholenkoepel Openbaar Onderwijs Westelijke Tuinsteden, waarbij zestien basisscholen zijn aangesloten. De Amsterdamse scholen werken samen en hebben inmiddels een partij van tweeduizend computers besteld voor leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn de scholen in gesprek met netwerkleveranciers om snel internet aan te leggen in vijfhonderd huizen. De gemeente Amsterdam betaalt en het ministerie van Onderwijs heeft inmiddels 2,5 miljoen euro uitgetrokken om leerlingen in het land aan computers te helpen.

Het is nog niet voldoende, zegt Middelbeek, er zijn nog heel veel computers nodig. Schoolbesturen hebben inmiddels alle computers van school uitgeleend. Wie nu nog zonder zit, kan naar school komen om daar te werken.

Leerlingen die geen computer of internet tot hun beschikking hebben, lopen dezer dagen extra achterstand op. Toch zijn voor kinderen die op dit moment wel over een computer beschikken, de problemen niet meteen uit de wereld. Veel Amsterdammers wonen in kleine huizen en kinderen hebben daar geen goede plek om schoolwerk te doen. “Leraren krijgen nu via de webcam een kijkje achter de voordeur en zien dan dat sommige leerlingen in de badkamer werken,” aldus Middelbeek.

Bijkomend probleem is dat niet elke Amsterdamse leerlingen thuis goede begeleiding kan krijgen van ouders, omdat die bijvoorbeeld laaggeschoold zijn of de taal niet spreken. Voor hen is begeleiding essentieel nu de leraren op afstand staan.

Grote consequenties

Nu de Cito-toetsen voor dit jaar zijn afgelast zijn leerlingen volledig aangewezen op het advies van de scholen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van laagopgeleide ouders vaker worden onderschat en een te laag advies krijgen. Een goede Cito-score kan alsnog zorgen voor een hoger advies. Zonder die correctie wordt de ongelijkheid op de scholen alleen maar groter.

De problemen stapelen zich op: kinderen die thuis geen pc hebben, wonen ook klein, hebben veelal laagopgeleide ouders en krijgen vaker een te laag advies. “Je kunt ervan uitgaan dat kansrijke kinderen minder schade van de schoolsluiting ondervinden dan kwetsbare leerlingen,” aldus De Bruijne.

De schoolsluiting heeft grote consequenties voor kinderen die thuis in een onveilige situatie zitten en voor wie school een ontsnapping uit de huiselijke ellende is. “De scholen hebben deze kinderen in beeld,” zegt Middelbeek. “We maken voor deze leerlingen een uitzondering, zij mogen ook naar de opvang komen op de scholen.”

Volgens wethouder Moorman zal aan het eind van de rit compensatie nodig zijn voor de kinderen die door de coronacrisis achterstanden hebben opgelopen. Ze denkt hierbij aan zomer­scholen en verlengde leertijd.