Geen god, geen wet, geen rem

Weer in druk: De Sade lezen als filosofisch experiment

Wat de lezer parten speelt bij De 120 dagen van Sodom is het totale gebrek aan moreel besef. Dat maakt de pornografische horror van Markies de Sade

in al zijn gruwelijkheid ook monotoon.
©Getty Images

Verkrachting, incest, bestialiteit, sodomie, sadisme, kinder- en lustmoord en necrofilie - het passeert allemaal de revue in De 120 dagen van Sodom of De School der losbandigheid. De roman die de Franse schrijver en aristocraat Markies de Sade (1740-1814) in 1785 heimelijk in de Parijse Bastillegevangenis schreef, is eigenlijk onleesbaar, want: hoeveel pornografische horror kan een lezer verteren? En toch werden van de Nederlandse vertaling van Hans Warren - nu sinds lange tijd weer in druk - al zo'n honderdduizend exemplaren verkocht.

Dit was mijn vierde poging om De Sade, van wie de woorden 'sadisme' en 'sadomasochisme' zijn afgeleid, van kaft tot kaft te lezen; een onmogelijke opgave. Het helpt om De 120 dagen van Sodom te zien als een filosofisch experiment. Nou ja, het helpt een beetje. Als moeder, vrouw, mens, behept met een lichaam en bovenal een groot voorstellingsvermogen, blijft het lastig.

De 120 dagen van Sodom vertelt het verhaal van vier rijke Libertijnen - vrijgeesten die hun individuele vrijheid op geen enkele manier beperkt willen zien - die hun extreme seksuele fantasieën tot uitvoering brengen. Ze brengen 42 (grotendeels minderjarige) vrouwen en mannen in gevangenschap bijeen in een kasteel waarvan de toegangspoorten worden dichtgemetseld.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Daar, in die zelf gecreëerde vrijstaat 'buiten Frankrijk', zijn de gevangenen voor de duur van 120 dagen overgeleverd aan de wrede lusten van de Hertog van Blangis, de Bisschop, de President de Curval en Durcet, de bankier.

Schandalig jong

In zijn welkomstspeech spreekt de Hertog de gevangenen toe: 'Voor de wereld bent u reeds gestorven en u haalt alleen nog adem voor ons genoegen. En welke zijn nu de mensen in wier macht u zich thans bevindt? Doortrapte en beruchte misdadigers, die geen andere god kennen dan hun geilheid, geen wet dan hun eerloosheid, geen rem dan hun liederlijkheid; schurken zonder god, principes of religie, waarvan de minst misdadige nog besmeurd is met meer wandaden dan u op zoudt kunnen noemen en in wier ogen het leven van een vrouw, wat zeg ik, van één vrouw, van alle vrouwen die de oppervlakte van de aardkloot bevolken, evenveel betekent als het leven van de vlieg die ze doodslaan.'

Het seksuele plezier van deze Libertijnen gaat voornamelijk ten koste van hun slachtoffers, die gemarteld, gepijnigd, misbruikt en soms ook gedood worden tijdens de seks. De slachtoffers zijn liefst schandalig jong en onschuldig. De voorkeur van alle vier de heren gaat uit naar sodomie en daarin gaat de liefde voor nemen en genomen worden gelijk op.

Alvorens het hele feest gaat beginnen, warmt De Sade zijn lezers even op met een inleiding van zeventig pagina's op de entourage. Handenwrijvend van ondeugd en met het nodige gevoel voor humor beschrijft De Sade gastheren en genodigden.

Speciale aandacht gaat uit naar achterwerken en anussen, zoals de 'neerhangende billen die eerder twee vuile voddelappen leken die over zijn dijen flodderden' van President de Curval. 'De huid daar was zó door zweepslagen geteisterd dat men haar rond de vingers kon winden zonder dat hij er iets van voelde. Middenin zag men, zonder dat men behoefde te spreiden, een enorme opening waarvan de doorsnee, de lucht en de kleur eerder aan de bril van een toilet deden denken dan aan een aarsopening.'

De Sade weet welke zintuigen hij op scherp moet zetten om de lezer maar goed van deze weerzinwekkende pornografische nachtmerrie te doordringen. De Libertijnen zijn van mening dat 'de prikkeling, veroorzaakt via het gehoororgaan het sterkst van al is'. Om die reden schakelen zij vier vertelsters in; 'een viertal vrouwen op hun retour' (letterlijk 'ouwehoeren'), die de avonden met hun smerige en wrede vertellingen in geuren en kleuren mogen opluisteren.

'Tranen van bloed' huilde Markies de Sade toen hij zijn levenswerk verloren waande: zijn beroemde en beruchte manuscript van ruim 12 meter lang en 11 centimeter breed, waarop hij De 120 dagen van Sodom had geschreven. Ruim honderd jaar later bleek iemand de rol toch te hebben gered en eind 2017 werd die door de Franse regering tot 'trésor national' verklaard.

Het is de vraag of de - onvoltooide - roman wel het predicaat 'roman' mag dragen. Echt sprake van een opbouw - een begin, midden en einde - is er niet, al verwijst de stijl wel naar vertelvormen als sprookjes en 'sterke verhalen'.

Het sterkst is de dreiging van wat komen gaat, maar wat volgt, is geregisseerde wellust, waarvan de context en de voorwaarden al zijn weggegeven bij de aankondiging. De Sade neemt een lange aanloop en dan volgt er een opsomming van wreedheden, zoals kinderverkrachtingen met de dood tot gevolg, mishandeling van zwangere vrouwen, een vrouw bij wie een oog wordt uitgerukt dat zij vervolgens onder dwang opeet. Gru-we-lijk. Zeker! Maar ook bloedsaai. Als er geen tegenhanger van het gruwelijks is, is alles gruwelijk op een haast monotone wijze.

Geen context

Wat voor veel lezers het onverteerbaarst is, is het totale gebrek aan moraal bij De Sade. Om een zekere moraal te laten spreken, kan de auteur een context creëren waarin de slechte daden worden veroordeeld: in de vorm van een antagonist of een maatschappij.

De Sade biedt zelfs geen context waarbinnen de gepresenteerde seksualiteit verworpen wordt. Er wordt weinig goeds tegenover het slechte gesteld. Het goede, zoals bijvoorbeeld de liefdadigheid en de aangeboren goede inborst van Adélaïde, de vrouw van Durcet, wordt beschreven als kwalijke eigenschap. Het 'goede' wordt dus afgewezen. De moraal moet in dit geval van de lezer komen.

Deze presentatie zonder moraal is te herleiden naar wat de negentiende-eeuwse schrijver en criticus Edgar Allen Poe in een essay uit 1850 omschrijft als 'the impulse of the perverse'. De mens is, ondanks zijn beschaving, zijn rationaliteit en zijn eventuele geloof in God, ook slachtoffer van een primitieve hang naar het perverse. Poe omschrijft dat als een 'beweging zonder motief', 'een motief zonder motivatie': met bepaalde geesten, onder bepaalde omstandigheden, worden wij aangetrokken tot het perverse, wordt het absoluut onweerstaanbaar om gehoor te geven aan een onoverwinnelijke kracht die ons ertoe drijft datgene te doen wat we niet moeten doen, maar die ons dwingt navolging te geven aan dat perverse.

Het is niet de inhoud van de perverse daad die ons aantrekt. In de redenering van Poe is het niet deze actie - of de aantrekkingskracht die daarvan uit zou gaan - die de Libertijnen ertoe overhaalt om bijvoorbeeld een onschuldig kind te spiesen, maar een keuze tégen datgene wat de moraal ons voorschrijft.

Het is het negatief van dat wat we geacht worden te doen. Als je echter alle moraal uitschakelt bij het lezen van De 120 dagen van Sodom, dan valt alle spanning weg en blijft er niets anders over dan een opsomming van handelingen. De Sades universum houdt alleen stand bij de gratie van de veroordeling door de lezer.