Frits Spits maakte een muzikale bedevaart voor zijn overleden geliefde

Radiopresentator Frits Spits verloor anderhalf jaar geleden zijn vrouw. In een boek schetst hij nu zijn liefde en rouw aan de hand van twintig recente Nederlandse liedjes. ‘In muziek en taal vind ik troost.’
Frits Spits: ‘Nu Greetje is overleden, vraag ik me vaak af: Was ik wel de juiste man voor haar? Ben ik lief genoeg geweest?’ ©Werry Crone

 Ze leerden elkaar kennen in de vijfde van de lagere school. Voor hem, Frits Spits, was het liefde op het eerste gezicht. Zij, Greetje – voluit Margaretha Menger –, had aanvankelijk geen enkele interesse. Op hun vijftiende kwam toch nog de eerste kus, gevolgd door een huwelijk dat 46 jaar zou duren.

Op 4 mei vorig jaar overleed Greetje, 69 jaar oud, aan longkanker. Spits was lamgeslagen. Hij moest rouwen, besefte hij, en proberen verder te leven. Maar hoe? En waaróm nog, zonder zijn geliefde, zijn steun en toeverlaat?

Na een paar weken kroop hij voor het eerst weer achter de microfoon van ‘De Taalstaat’, het programma dat hij sinds 2014 presenteert. Hij sprak ontroerende woorden over Greetje, misschien wel zijn trouwste luisteraar, met wie hij altijd zo fijn over de uitzending kon napraten. Rapper Diggy Dex hoorde dit tedere verhaal en verwerkte elementen ervan in het liedje ‘La vie est belle’. De presentator was daar op zijn beurt zeer van onder de indruk. Hij schreef er een tekst over die hij lardeerde met herinneringen aan zijn vrouw.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

In de maanden die volgden, selecteerde Spits nog diverse andere Nederlandstalige liedjes waar hij zijn gedachten en gevoelens bij op papier zette. Zo groeide, zonder vooropgezet plan, het boek ‘Alles lijkt zoals het was’. De basis is een dubbel-cd met twintig bestaande Nederlandse liedjes van de laatste jaren. Bij elk daarvan schreef de presentator een overpeinzing van een pagina of zes, vaak aan de hand van versregels uit het lied. Hij schetst een beeld van zijn geliefde en vertelt over zijn ervaring met rouw en troost. Een ‘muzikale bedevaart’ noemt hij het. Bij de boekpresentatie, vanavond in De Kleine Komedie in Amsterdam, treden artiesten op als Diggy Dex, Theo Nijland, Youp van ’t Hek en Spinvis.

Was het moeilijk om dit boek te schrijven?

“Nee, het is heel organisch tot stand gekomen. Ik móest het schrijven. Natuurlijk waren er lastige momenten, bijvoorbeeld als ik probeerde vast te leggen wat het betekent als iemand van wie je zoveel hebt gehouden plotseling wegvalt. Ik voelde me in het luchtledige zweven, zonder grond onder mijn voeten, als een ruimtevaarder. Ik ging op zoek naar houvast. Die probeerde ik te vinden in muziek en taal.

We werden overvallen door de dood van Greetje. Na de diagnose hadden we vijf weken de tijd om afscheid te nemen. Dat is niet veel. Het is heel liefdevol gegaan. Een ‘mooi sterfbed’, zoals dat heet. Toch heb ik het ook beleefd als een machteloos toezien. Alle regie valt je uit handen. Je kunt niets meer.

De reactie op die machteloosheid komt pas later. En dan nog is het niet zo dat je steeds in tranen uitbarst. Gebeurde dat maar, dat zou misschien helpen. Maar nee, rouw is meer een verdoving die ontzettend vastzit. Heel merkwaardig. Ik heb het proberen te verwoorden, maar eigenlijk valt het met geen pen te beschrijven.”

Lukt het om uw dagelijks leven te hervatten?

“Wisselend. Als ik zaterdagochtend De Taalstaat presenteer, gaat het goed. Maar als ik daarna thuiskom, is het gat heel diep. Het gevoel dat ik haar nooit meer kan zien of vasthouden, nooit meer met haar kan praten. Ongelofelijk. Je denkt voortdurend: het zal toch niet echt zo zijn? Toch is het zo. Ondertussen houd ik het huis schoon. Ik doe de tuin, ik strijk, ik kook. Ik ben nog niet één keer naar de pizzaboer geweest.”

Kunt u ergens terecht met uw verdriet?

“Je deelt je verdriet met je kinderen en met vrienden om je heen. Maar je moet het ook voor een belangrijk deel alleen doen. De dood is eigenlijk heel gewoon, maar we ervaren hem als ongewoon. We kunnen er in onze cultuur niet goed mee omgaan. Als iemand dood is, vinden mensen al vrij snel dat je er niet meer over moet zeuren. Misschien was ik zelf vroeger ook wel zo, ik was een beetje bang voor de dood. Maar ik heb nu gemerkt dat je er toch iets mee moet. Ik wil niet weg van de rouw. Ik wil Greetje met me meenemen in mijn verdere leven, veel over haar praten. Echte vrienden accepteren dat.”

©Werry Crone

Wat voor iemand was Greetje?

“Goh… Ze was belangstellend, nieuwsgierig en zeer geïnteresseerd in de wereld. Een leuke vrouw, eigenzinnig ook. Ze trad niet graag op de voorgrond. Zo extravert als ik ben, zo introvert was zij. Ze relativeerde veel meer. Ze hield me met beide benen op de grond. Ze was gek op mijn programma’s. Net als ik hield ze van cabaret, van satire, van Nederlandse liedjes. Ramses Shaffy hebben we vroeger grijsgedraaid.”

Helpt muziek om het verlies te dragen?

“Na Greetje’s dood is er een enorme leegte ontstaan. Het is afschuwelijk stil in huis, waar ze hóórt en waar ze niet is. Daar word je iedere seconde mee geconfronteerd. Muziek helpt, ja. Ik heb de hele dag de radio aan. De radio was al mijn grootste vriend, maar het is een nog grotere geworden. Liedjes trekken me omhoog, en soms juist de diepte in. Ik ervaar muziek als louterend en troostend.”

Welke muziek tilt u op?

“Dat liedje van Raymond van het Groenewoud, waarin hij zingt ‘Wat je dóet met mij’, met die lekkere uithaal op de ‘oe’. Ik ben een groot fan van hem. Het is net of hij met die ene zin alle wolken verjaagt. Er zit zoveel blijdschap, levenslust en vitaliteit in. Daar kan ik me echt aan optrekken. Het ís er nog, denk ik dan, alleen ben ik het even kwijt. Dat geeft energie.”

En welke muziek trekt u de diepte in?

“Het liedje ‘Kom terug’ van Anouk vind ik het mooiste voorbeeld. De tekst is vrij basaal, maar haar manier van componeren en zingen hebben me rechtstreeks naar de eenzame vlakte van de dood gebracht. Dat gevoel had ik echt: ik ben er, ik kan Greetje hier zoeken. Dat doet die muziek blijkbaar. In zo’n droomvoorstelling hoop je dat je weer contact kunt maken, maar dat lukt ­natuurlijk niet. Ik dacht: Als ik maar hard genoeg roep, komt ze misschien terug. Je wordt naïef hoor, als dit je overkomt. Ik ben niet religieus, maar je wankelt toch. Je gemoed is de klemmen kwijt waarin het normaal gesproken hangt.

“Muziek maakt draadjes los in je hoofd. Je wordt ontvankelijker en verkent gebieden waar je anders niet komt. Die droom over de eenzame vlakte was een moment van diepe wanhoop. Dankzij de muziek heb ik er woorden aan kunnen geven, terwijl het anders was vervlogen.”

U heeft vooral recente liedjes geselecteerd. Met een reden?

“Bij oudere nummers denk ik vaak: dat was toen, met haar, daar dansten we op. Daarom heb ik nieuwe liedjes gekozen die me raakten, die iets over mijn stemming zeiden of waarvan ik de tekst naar mezelf toe kon halen. Ik zie deze liedjes als een nieuwe woning die ik kan meubileren met mijn herinneringen. Neem ‘Zeg me nog één keer’ van Rob de Nijs, met die wonderschone tekst van Belinda Meuldijk. Het gaat over een man en een vrouw die elkaar verlaten. Zij wil nog één keer bevestigd krijgen dat hij echt van haar heeft gehouden. Zelfs dáár twijfelt ze aan. Ik vind dat vreselijk, het idee dat de liefde al die tijd gespeeld was. Puur verraad. Ik denk dat Greetje en ik wel altijd van elkaar hebben gehouden. Ik schreef haar elke dag een briefje voor ik naar mijn werk vertrok. Dag schat, tot vanavond, niks bijzonders. Ze had ze allemaal bewaard. Ik vond ze terug in de la. Dat ontroerde me diep.”

Toch laat u ook fundamentele twijfel toe, zoals bij Wende’s lied ‘Voor alles’.

“In de liedtekst ziet schrijver Joost Zwagerman onder ogen waar hij bang voor is. Diepe angsten die hem uiteindelijk tot zelfmoord zouden drijven. Ik vind het ongelofelijk dapper dat hij zijn angsten heeft opgeschreven. Zelf durfde ik dat nauwelijks, maar ik heb het toch geprobeerd. Nu Greetje is overleden, vraag ik me vaak af: Heb ik het wel goed gedaan? Was ik wel de juiste man voor haar? Ben ik lief genoeg geweest? Heb ik genoeg aandacht voor haar gehad? Soms niet, ben ik bang. Mijn vak richt veel licht op mijzelf. Ik hoop niet dat ik daar te veel naar ben gaan leven, maar ik moet eerlijk zijn in mijn antwoorden.”

Wat bedoelt u met de titel van het boek, ‘Alles lijkt zoals het was’?

“Daarmee uit ik mijn verbazing over het feit dat de wereld gewoon doordraait als iemand doodgaat. Als je naar de Kalverstraat kijkt, dan zou Greetje zo tussen die mensenmassa kunnen lopen, maar ze loopt er niet. Dingen blijven verraderlijk alledaags. De wind speelt met de bomen, een vliegtuig trekt een streep in de lucht, iemand laat zijn hond uit. Ze kán helemaal niet dood zijn, dacht ik vooral in het begin, want alles lijkt zoals het was. Daar schreef ik een gedicht over. Aan Frank Boeijen vroeg ik of hij er een lied van wilde maken. Een dag later stuurde hij me al iets toe. Het is ongelofelijk mooi geworden.”

©Werry Crone

Bij een ander lied, ‘De laatste roker’, stipt u aan dat Greetje is overleden aan longkanker. U verbloemt dat niet.

“Roken is een verschrikkelijke verslaving, en tabaksfabrikanten zijn grote boeven. Maar de verslaafde is het slachtoffer. Greetje was niet alleen verslaafd aan nicotine, de sigaret verschafte haar ook een houding en zelfvertrouwen. Ze zocht altijd de rokers op, dat vond ze gezellige mensen.

“Ik snapte hoe belangrijk die sigaret voor haar was, en ook dat ze bleef roken toen ze die dubbele longontsteking kreeg. Ondertussen hoopte ik dat ze zou stoppen. En het ís haar gelukt, verdorie, zeven jaar geleden. Ze had een bloeddruk van 200, het kon niet anders. Met een bovenmenselijke inspanning kreeg ze het voor elkaar, op pure wilskracht. Dat ze toch nog longkanker kreeg, vond ik wreed. Maar die ziekte ís wreed.

“‘De laatste roker’ van Theo Nijland is een ironisch lied tegen vertrutting en voor vrijheid. Dat rebelse had Greetje ook. ‘Ik moet toch kunnen roken!’, riep ze. Maar de bittere waarheid is dat het niet kan, omdat je eraan kapotgaat. Theo – ik heb hem erover gesproken – was zelf ook bijna dood. Hij heeft het overleefd, hij rookt niet meer.”

Zou u zich lenen voor een antirookcampagne?

“Ik zou best eens advies willen geven aan leiders van zo’n campagne. Stoptober vind ik niet goed. Even een succesje met Jan Slagter op televisie, en een jaar later rookt hij weer. Zo werkt het niet. Het moet dwingender en realistischer. Je moet rokers ervan doordringen dat ze niet alleen met hun eigen gezondheid spelen, maar ook verdriet veroorzaken bij mensen die van hen houden. Daar is iedereen gevoelig voor. Zelf kan ik niemand meer zien met een sigaret in zijn mond – verschrikkelijk.”

Verheugt u zich op de boekpresentatie van vanavond?

“Op een rare manier wel, omdat ik dan over Greetje kan praten. Maar ik zie er ook tegenop, omdat het ook verdrietig is: een medaille met twee kanten. Ik vind het fijn dat het boek er is. Misschien hebben lezers er iets aan. En voor mij is het alsof Greetje toch weer een beetje uit die bladzijden oprijst. Op deze manier heeft ze haar plek naast mij behouden. Een troostrijke gedachte.”

©-

‘Alles lijkt zoals het was’, Frits Spits, uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 160 blz. plus twee CD’s, 24,99 euro

Lees ook:

Arnon Grunberg: ‘Met zelfmedelijden schiet je niets op’

Als je kind zelfmoord pleegt, hoe leef je dan verder? Is er iets wat troost kan bieden? In zijn nieuwe roman ‘Goede mannen’ onderzoekt Arnon Grunberg dit vraagstuk. Een gesprek over rouw, ook die om zijn eigen moeder. ‘Ik heb het rouwen tussendoor gedaan.’