Ferdinand Grapperhaus en zoon Ferdinand jr.: ‘Wij zeggen thuis altijd juno en julij’

Als de covidcrisis ergens over gaat, is het de solidariteit tussen generaties. De Volkskrant laat deze zomer ouders en kinderen aan het woord over vrijheid en beperking, afstand en nabijheid. Deze week: minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus en zijn zoon Ferdinand Grapperhaus jr., ondernemer in duurzaamheidstechnologie.
Ferdinand Grapperhaus jr. en sr. ©Ivo van der Bent VOOR SERIE!!!

‘Beschamend en helemaal verkeerd.’ Als een getergde docent verschijnt minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid op zondag 22 maart aan het begin van de avond in EenVandaag. In het voorafgaande zonnige weekend zijn mensen, ondanks de lockdown, massaal naar strand, park of bos gegaan.

Een dag later doet hij zijn optreden nog eens dunnetjes over, tijdens de enige coronapersconferentie met vier ministers. Hij heeft het woord na premier Mark Rutte en voor ministers Hugo de Jonge en Martin van Rijn. Met de handen stevig om het spreekgestoelte van de Rijksoverheid geklemd kijkt hij dreigend de camera in.

Na een compliment aan het gros van de mensen dat zich wel aan de afstandsvoorschriften houdt, volgt een veeg uit de pan aan iedereen die zich de achterliggende dagen toch in groepen ophield. ‘Ik zeg het keihard. Dit is een slordige, laconieke, asociale manier van omgaan met de maatregelen. Het kost levens. Onnodig. Gebruik je gezonde maatschappelijke verstand!’ Hij kondigt handhaving en boetes aan.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

In de appgroepen van de familie Grapperhaus maken zijn vier volwassen kinderen in die dagen deze grap: ‘Nu weet heel Nederland hoe het is om een preek van papa te krijgen.’

Het is oudste zoon Ferdinand (32) die het verhaal vertelt. Hij zit naast zijn vader, op anderhalve meter, in diens werkkamer op de achtste etage van het ministerie. Junior praat graag en heeft een doordacht wereldbeeld, zal blijken. Senior (60) is zeker ook niet op zijn mond gevallen, maar is bedachtzamer en vooral nieuwsgierig naar wat zijn zoon over hem te zeggen heeft.

Papa was in hun jeugd thuis geen boeman, zegt Ferdinand jr. ‘Maar we werden wel gecorrigeerd als we kattekwaad hadden uitgehaald. Liefst op basis van een gesprek. Zoals jullie nu ook hebben gemerkt, zit er altijd wel redelijkheid in.’

Senior: ‘Mijn kinderen appten: zo was je vroeger ook altijd! Vader is boos!’

U was toch speciaal ingezet voor die rol?

Sr.: ‘Ja, daar was over nagedacht. Mark Rutte is daar wel sluw in. Hij wil zelf niet in die rol. Hij wil de staatsman uit het Torentje zijn en dat is hem ook zeer gegund. We hebben dat die zondagochtend in het Catshuis besloten. Ik was dat weekend helemaal platgebeld door burgemeesters, die zeiden: zo gaat het niet, de mensen houden zich er niet aan. Het was mooi weer en veel mensen dachten: we hebben ons een week ingehouden en nu is het weekend – naar buiten! Nee dus.’

Wij vonden uw vader, zeker in zijn eerste jaar, heel voorzichtig als minister. Zag u dat ook zo?

Jr.: ‘Ja, zo kenden we hem niet. Het was voor ons best lastig om te zien.’ Met een blik opzij: ‘Ik zag jóú niet. Er lag veel druk op je, met al die voorgangers die hier in de problemen waren gekomen. Gelukkig was jij daar heel open over. Na een tijd ging het beter, toen heb ik hem ook geappt. Ik heb je steeds meer jezelf zien worden.’

Sr.: ‘Niet alleen jullie zeiden het, mijn vriendin zei het, mensen hier zeiden het…’

Jr.: ‘Hij kwam als advocaat natuurlijk ook uit een andere hoek.’

Sr.: ‘Een totaal andere hoek. Het hielp dat ik me gaandeweg steeds beter in mijn dossiers ging thuisvoelen en daarmee krediet opbouwde.’

Was het in die zin een geluk dat de coronacrisis uitbrak toen u zich wat meer op uw gemak voelde in de politiek?

Sr.: ‘Dat weet ik echt niet. Als de crisis na drie maanden was uitgebroken, was waarschijnlijk ook iedereen meteen heel geconcentreerd geweest. Ik ben zelden zo geconcentreerd geweest als de afgelopen maanden. Het gaat om mensenlevens, je kunt niet één seconde verslappen. Elke beslissing kan honderden mensenlevens schelen. Zo heb ik het gezien.’

Had u ook meteen het idee: dit is het moment waarop wij allemaal afgerekend kunnen worden?

Sr.: ‘Daar heb ik me nooit mee beziggehouden.’

Jr.: ‘Volgens mij heb je toen wel gedacht: dit is het moment dat ik het verschil kan maken.’

Sr.: ‘Iedereen ging er gewoon in. We hebben elkaar als betrokken ministers weleens aangekeken en gezegd: ‘Wij gaan dit doen. Wij zijn het nu.’ Het is een enorme verantwoordelijkheid, maar het is ook een eer om die verantwoordelijkheid te hebben.’

In de coronacrisis vervulde Grapperhaus een spilfunctie. Op zijn ministerie vond wekelijks het crisisoverleg plaats met Rutte en andere hoofdrolspelers. Grapperhaus onderhield ook de contacten met de burgemeesters die de coronamaatregelen, zoals de anderhalve meter afstand, moesten handhaven. Niet iedereen heeft hem die rol in dank afgenomen.

Sr.: ‘Ik dacht dat ik redelijk bekend was geworden als minister vóór corona, maar dat is niets vergeleken met de afgelopen maanden. Het is echt veranderd. Ik merk het op straat overal. Negen van de tien keer is het vrolijk, hoor, de tiende keer wat minder.

‘Soms is er iemand die heel nijdig tegen je begint te schreeuwen: ‘Je bent een klootzak en het is allemaal onzin!’ En dan pakken ze iemand die bij ze in de buurt staat lekker beet, om te laten zien dat ze zich niet aan die anderhalve meter houden. Maar ik vind dat de Nederlanders zich over het algemeen waanzinnig goed aan de regels hebben gehouden, en dat heb ik ook overal gezegd.’

Viruswaanzin vindt u waanzin?

Sr.: ‘Het is een beweging waarin ik geen enkele consistente argumentatie kan ontdekken.’

Jr.: ‘Er zijn zo veel meningen op allerlei platforms en sociale media, maar uiteindelijk luistert iedereen toch meer naar de wetenschappers die eerlijk zijn en durven te zeggen dat ze het ook nog niet helemaal weten.’

De muren van Grapperhaus’ werkkamer hangen vol met foto’s en posters (‘Die van Kuifje daar is nieuw, zoet hè?’). Ferdinand jr. wijst naar de vier portretten van hem en zijn twee broers en zus. ‘Daar hangen we.’

Geen van de kinderen is in navolging van hun vader advocaat geworden. (‘Ik heb altijd gezegd: doe wat je leuk vindt en waar je goed in bent.’) Grapperhaus, zelf zoon van een voormalig staatssecretaris van Financiën, stond als partner en later bestuursvoorzitter van Allen & Overy in de telefoon van iedere ceo die intern een conflict moest oplossen. Daarnaast verzamelde hij een indrukwekkende rij nevenfuncties bij onder meer het Kadaster, het Olympisch Stadion en het Radio Philharmonisch Orkest. Het ministerschap betekende voor de ex-advocaat, die woonachtig is in een monumentaal pand in Amsterdam-Zuid, financieel gezien een flinke stap omlaag.

Grapperhaus zegt het ‘geweldig’ te vinden dat zijn zoon, die natuurkunde studeerde in Delft, nu een eigen bedrijf heeft, ‘maar ik blijf er verder helemaal uit de buurt’.

Jr.: ‘Ik ben zes jaar geleden met een compagnon Physee begonnen, een echt Delfts technologiebedrijf. We maken onder andere duurzame gevels om panden in een bebouwde omgeving energiezuiniger te maken. Iedereen zei toen ik begon: je zult het juridische deel wel door het kantoor van je vader laten doen. Ik ben daar vanaf het begin ver van gebleven. Er is bij ons allemaal de drang om het echt zelf te doen. We staan in onze familie allemaal autonoom in het leven.’

‘In de familie­appgroep zeiden wij, zijn vier kinderen: nu weet heel Nederland hoe het is om een preek van papa te krijgen.’ ©Ivo van der Bent VOOR SERIE!!!

Ferdinand jr. omschrijft zijn familie, met de twee jongere broers Valentijn en Max en jongere zus Christine, desondanks als hecht. ‘We hebben een heel goede band met elkaar. Er zijn wel zes verschillende familieappgroepen en we gaan nog steeds met elkaar op vakantie.’

Sr.: ‘Elk jaar herdenken we het overlijden van jouw moeder, mijn vrouw.’ Hij kijkt naar de grond. ‘Vertel jij maar…’

Jr.: ‘Mijn moeder werd vier jaar geleden ziek. We hoorden vrij snel dat ze nog maar twee tot drie maanden te leven had. Toen heeft ze besloten: we gaan daar een bijzondere tijd van maken. De tijd even stilzetten. We zijn meteen de volgende dag, na het gesprek met de arts, een week met het gezin naar Frankrijk gegaan. Sindsdien doen we dat nog steeds elk jaar, in diezelfde week.’

Sr.: ‘Eind augustus, begin september.’ Florentine Riem Vis overleed in oktober 2016. Grapperhaus woont inmiddels samen met Elsevier-journalist Elisabeth Wytzes.

Vorige zomer ging de toen pasgeboren kleinzoon van Grapperhaus voor het eerst mee. Conform de familietraditie heet die ook Ferdinand, maar zijn roepnaam is Sol. Junior: ‘Ik vind de traditie mooi en heb de naam Ferdinand altijd met trots gedragen, maar wil mijn zoon ook een eigen identiteit geven, zeker nu de naam nog wat bekender is geworden.’

Hoe heeft u als ondernemer de coronacrisis ervaren?

Jr.: ‘We hebben ongeveer vijftig mensen met vijftien verschillende nationaliteiten in dienst. Sommige werknemers hebben sars meegemaakt, die trokken eind februari al aan de bel. Ik geloof in leiderschap met empathie, dus ik stond open voor hun zorgen. Wij gingen al snel faciliteren dat mensen veel meer vanuit huis mochten werken. We hebben toen al meteen geïnvesteerd in video-callingapparatuur op kantoor.

‘In de tweede week van maart, ook net wat eerder dan elders, hebben we gezegd: jongens, laten we het gewoon voor zijn, iedereen gaat thuiswerken. Dan kunnen we er nu snel aan wennen. Als het straks echt verplicht wordt, heb je een voorsprong op de rest.’

Hebt u er toen met uw vader over gesproken? Hier was toch nog lang het beeld: het komt niet naar Europa.

Jr.: ‘We spraken elkaar op 14 maart bij het vieren van mijn verjaardag. Dat was toen we net geen handen meer mochten geven. Ik had in eerste instantie allemaal vrienden uitgenodigd, maar die heb ik op het laatste moment afgezegd. Er was alleen familie. Toen hebben we uitgewisseld hoe wij er in ons bedrijf mee omgingen. Jij vond het interessant om die praktijkvoorbeelden te horen.’

Sr.: ‘Hier volgden we het natuurlijk ook al langer. In februari zijn we de crisisstructuur gaan opzetten. En maandag 2 maart was de eerste Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb). Vervolgens zijn de maatregelen geleidelijk opgeschaald.

‘Ik was op jouw verjaardag de hele tijd aan het bellen. Het was de dag dat de Federatie Medisch Specialisten (FMS) met het verhaal kwam dat de scholen dicht zouden moeten.’

Later bleek dat het maar om twee of drie specialisten ging.

Sr.: ‘Het was pijnlijk. Het onderwijs was al onrustig. Dan moet je op een gegeven moment toch een beslissing nemen die zo veel mogelijk mensen binnenboord houdt. Maar die FMS, die mag in een evaluatie ook nog weleens onder de loep worden genomen.’

Was u als ondernemer verbaasd dat de overheid zo slecht voorbereid leek? Er waren overal tekorten.

Jr.: ‘Ik ben wat vergevingsgezinder. Veel individuen, bedrijven en instituten hebben denkfouten gemaakt in het begin. Het virus was onbekend en mensen denken lineair. We kunnen exponentiële groei moeilijk bevatten.

‘Ik heb daar ooit, ook aan jou (kijkt naar zijn vader), een voorbeeld van gegeven. Stel: je vult het Johan Cruijff-stadion langzaam met regendruppels. Elke seconde verdubbel je het aantal regendruppels. Je begint met één regendruppel op seconde 1, twee regendruppels op seconde 2, vier regendruppels op seconde 3. Hoelang duurt het voordat dat stadion vol met water zit? Gok eens.’

Heel lang.

Jr.: ‘56 seconden. Wanneer krijg je het door als je op de middenstip van het veld staat? Bij 46 seconden. Want bij 56 seconden is het vol, bij 55 seconden halfvol, bij 54 voor een kwart – reken zo maar terug. Dus op seconde 43 is het nog maar een plasje. Deze analogie geeft aan hoe moeilijk het is voor ons mensen om exponentiële groei te bevatten. Daarom werden we ook zo overvallen door het virus. Maar we gaan er vaker mee te maken krijgen. Ook bij klimaatverandering.’

U denkt dat mensen dankzij corona het probleem van klimaatverandering beter kunnen bevatten?

Jr.: ‘Ik denk dat we er langzamerhand steeds beter mee leren omgaan. Het werkt overigens ook in omgekeerde richting. Op klimaatverandering kunnen we met exponentiële tegengroei reageren. Wereldwijd worden al allerlei initiatieven en technieken ontwikkeld. Als je die los van elkaar ziet, denk je: dat zet geen zoden aan de dijk. Maar als je uitzoomt en ziet dat die initiatieven overal plaatsvinden, dat ze zich verspreiden en ook weer met elkaar interacten, dan zit daar ook weer een soort exponentiële groei in die wij niet echt kunnen zien. Die zit in duurzame technologie en in de mindset van mensen.’

Na het verjaardagsfeestje in maart komen de Grapperhausen een tijd niet meer bij elkaar. De minister zal drie maanden lang zijn kleinzoon niet in de armen houden. ‘Het contact verliep vooral via WhatsApp’, zegt Ferdinand jr.

Wat stond er dan in die berichten?

Sr.: ‘Zakkenwasser, wat ben je aan het doen…’

Jr. (onverstoorbaar): ‘Houd vol. Dat soort dingen. Hij stuurt nooit emoticons. Alleen woorden zijn volgens hem geschikt voor communicatie. Dus vind ik het extra leuk om hem wel veel emoticons te sturen. Een klavertjevier, of zo’n arm met een spierbal. Los daarvan stuurde ik hem natuurlijk foto’s of een filmpje van ons jonge zoontje. Dat wilde hij heel graag.’

Was u tijdens de crisis bang?

Sr.: ‘Nee. Maar dat virus is wel levensgevaarlijk.’

En u bent 60. Niet de risicogroep, maar toch.

Sr.: ‘En nu wilt u zeggen: ook nog een beetje obees. Gezellig. Nee, zonder gekheid, ik heb goed meegekregen hoe ongelooflijk gevaarlijk het virus is. Ik ben er niet bang voor, maar ik heb me wel aan de regels gehouden.’

U was wel een van de Nederlanders die juist niet thuiswerkte. Tegen de regels in.

Sr.: ‘Dat kon niet anders. We hadden het Torentjesoverleg, en het crisisteam van de NCTV hierboven in het ministerie. Ik vond niet dat ik thuis kon gaan zitten.’

Jr.: ‘Ik heb me wel zorgen gemaakt, juist omdat hij er zo dicht bovenop zat. Zo dicht bij het vuur.’

Hebben jullie besmettingen meegemaakt in je omgeving?

Sr.: ‘Een nichtje van mij van 50 is echt doodziek geweest. Haar man werd ziek nadat ze waren teruggekomen uit Ischl – dat is de beroemde barkeeper geweest – en zij heeft het ook gekregen. Ik sprak haar eind mei, vijf weken na haar ergste fase, maar ze was nog lang niet de oude. Een goede vriend van 74 uit het arbeidsrecht heeft op de intensive care gelegen. En vrienden die een van beide ouders hebben verloren. Tja.

‘Ik blijf zeggen: we hebben in Nederland goed doorgepakt, maar op het moment dat je erin slaagt het gevaar af te wenden, krijg je mensen die zeggen: er is niks aan de hand. En dan krijg je weer lokale outbreaks. Daar houd ik nu weer mijn hart voor vast. Want we zijn nog niet van dit virus af.’

Grapperhaus en zijn vier kinderen komen inmiddels weer geregeld bij elkaar over de vloer, liefst in de tuin op anderhalve meter afstand. Ze wonen allemaal in Amsterdam, hoewel de minister zijn kinderen na de middelbareschooltijd beval in een andere stad te gaan studeren. ‘We hebben daar wel meningsverschillen over gehad, maar ik wilde dat ze ook zouden zien wat er in de rest van Nederland te koop is.’

Vader en zoon raken in een felle discussie verzeild over de precieze gang van zaken. Volgens junior heeft hij nooit tegengestribbeld. ‘Jij kwam naar me toe en zei: jij mág niet in Amsterdam studeren. Ik zei: prima, want ik wíl niet in Amsterdam studeren.’

Volgens senior kwam de ommekeer pas na een kennismakingsbijeenkomst op de Universiteit van Amsterdam. ‘Toen klaagde je over al die provincialen die naar Amsterdam komen. Ik zei: je bedoelt zo iemand als je vader.’ (Grapperhaus groeide op in Wassenaar.) Junior: ‘Dit is zo’n onzin.’

Nu zien ze het dicht bij elkaar wonen allebei als een voordeel. Toen het eenmaal weer kon, zijn vader en zoon meteen samen een Amsterdams restaurant ingedoken.

Sr.: ‘Om bij te praten. Dat was half juno.’

De interviewers schieten in de lach. Juno was het opvallende woord dat Grapperhaus in de eerdergenoemde persconferentie gebruikte, tot hilariteit van velen.

Sr.: ‘Ik zeg dat automatisch!’

Jr.: ‘Klopt. Wij zeggen thuis juno en julij.’

Sr.: ‘Voor advocaten is het belangrijk dat daar met de rechter geen misverstanden over zijn. (Lacht) Maar goed, half juno dus zijn wij samen gaan eten. Na een lange periode allebei druk.’

Dat was na het debat over de veel te drukke Black Lives Matter-demonstratie op de Dam, waarover u appte met burgemeester Halsema. U liep te wandelen in de duinen, kon de telefoon niet even uit?

Sr.: ‘Ik ben altijd beschikbaar voor burgemeesters en dat blijf ik.’

Gaat het tijdens zo’n etentje dan daarover?

Jr.: ‘Nee. Ik had hem eerder al geappt dat hij het volgens mij goed had gedaan in die hele situatie. Inhoudelijk zijn we er onder het eten niet meer op ingegaan.’

Sr.: ‘Potverdorie man, de volgende dag had ik een enorm houten hoofd.’

Toch niet van het praten?

Sr.: ‘Nee, van heel goede wijn. Ze hadden een rosé op de kaart staan uit de regio waar ons huis in Frankrijk is. Een vrij zeldzame wijn, onthou ’m maar: Cibonne. Met een C.’

Kunnen wij die ook betalen?

Sr.: ‘Ze hebben ook een instapmodel voor journalisten.

‘Het was wel een gekke gewaarwording om weer naar een restaurant te gaan. Restaurants zijn natuurlijk ook lange tijd gesloten geweest.’

Mede door u.

Jr.: ‘Ja, nou, ze keken wel hoor.’

Sr.: ‘Het eten was niet half aangebrand.’

Jr.: ‘Nee, maar ze keken wel. Er was toch een wat andere observatie van ons gezelschap dan voor corona.’

Kunt u zich voorstellen dat ondernemers boos zijn?

Jr.: ‘Er zijn natuurlijk schrijnende gevallen, waarbij je echt geen kant op kunt. Gelukkig heeft de overheid allerlei regelingen opgezet om mensen te helpen. Maar ik heb ook een enorme vindingrijkheid gezien. Restaurants gingen bezorgen. Sportscholen gingen digitale trainingen en later buitentrainingen aanbieden. Ondernemers hebben een soort overlevingsmechanisme, anders was je het niet geworden.

‘Wij hebben niet gebruikgemaakt van de regeling. Voor ons bedrijf hadden de beperkingen ook voordelen. Normaal gesproken vliegen we bij een potentiële salespartner bijvoorbeeld eerst naar Tokio voor een beleefdheidsbezoek. Daarna komen ze nog eens bij ons langs. Die fase slaan we nu over. Iedereen accepteert dat het digitaal gaat. Er worden zelfs deals gemaakt per videocall, iets wat in het verleden nooit gebeurde. Dat kan in ons voordeel werken. Er zijn minder barrières. Ik denk dat we juist sneller gaan groeien.

‘We moeten als samenleving ook aan een nieuw toekomstbeeld werken. Niet alles hoeft meer op de oude manier te gaan. We moeten gaan kijken naar de dingen die we zijn gaan herwaarderen. We zijn weer vaker naar buiten gegaan en zaten niet meer de hele dag in de auto naar werk. Door meer thuis te werken – ik doe het nu ook twee dagen per week – verbeter je je life balance. Door minder te vliegen, beperk je de uitstoot. Daar ligt een kans.’

Sr.: ‘Corona is iets heel tragisch; mensen zijn er erg ziek van geweest en worden nog steeds ziek. Maar dat we echt een reset maken, vind ik wel een goed iets. Ik heb het dan over werk en vervoer. Maar ook over activiteiten. Mensen gaan weer meer de natuur in.’

Wilt u in navolging van uw vader en grootvader ook ooit de politiek in?

Jr.: ‘Ik denk dat ik nu vooral moet focussen op waar ik goed in ben…’

Dat is al een heel politiek antwoord.

De woordvoerder van Grapperhaus lacht.

Sr.: ‘Ik zie in hem wel een toekomstig leider en een goede bestuurder. Dat zeker. Een politicus? Dat weet ik niet.’

Jr.: ‘Ik denk wel dat er vanuit mijn generatie een veel duidelijker en sterker geluid kan komen. En dat er ook echt mensen moeten opstaan om dat te doen, om de thema’s van onze generatie naar voren te brengen. Niet alleen klimaat. Ook thema’s als equality, waaronder gender-equality of ras-equality. Technologie wordt ook een heel belangrijk thema . Daar is meer kennis en expertise voor nodig.’

Een week later blikt minister Grapperhaus in het voorbijgaan bij een CDA-bijeenkomst nog even terug op het interview. ‘Ik dacht bij mezelf: wat doet mijn zoon dat goed. Mijn voorlichter zei dat ook. Ik had er eigenlijk niet eens bij hoeven zitten.’

De verzuchting van Grapperhaus dat ‘we nog lang niet van dat virus’ af zijn, wordt alweer snel bewaarheid. Als in juli het aantal besmettingen toeneemt, is Grapperhaus de minister die naar voren moet treden. Opnieuw volgt ‘een preek’ over de noodzaak om toch vooral afstand te bewaren.

De familie Grapperhaus hoopt aan het einde van de zomer nog even naar Frankrijk te kunnen voor de jaarlijkse herdenking, maar de minister verwacht niet dat het werk hem zal loslaten. ‘Vakantie is een woord dat ik deze zomer niet kan spellen.’