Familie van Syriëganger Chadia B. waarschuwde voor radicalisering

Chadia B., die een lange geschiedenis heeft als psychiatrisch patiënt, reisde niet één, maar twee keer van Amsterdam naar Syrië. Onlangs bood de gemeente excuses aan voor gemaakte fouten, zegt haar neef Omar.
Een bewaker van IS-vrouwen in kamp Al-Hol, waar Chadia B. zit, in juli dit jaar. ©AFP

‘Hoi mama. Hoe gaat het? Ik ben nu in vluchtelingenkamp. Ik ben beetje gewond geraakt door een knal van airstrike aan me voet (..) Kan je komen?’

De naï­vi­teit spat van het handgeschreven briefje van Chadia B. (30), een maand geleden verstuurd per app, want haar moeder kán niet komen. Chadia – geboren en getogen in Amsterdam – zit als IS-vrouw in een Koerdisch kamp in Noord-Syrië, zwaar­gewond.

Met de moed der wanhoop probeert haar familie Chadia te redden. Met een online petitie roepen ze de autoriteiten op haar terug te halen. Chadia reisde twee keer af naar Syrië. Haar ­familie vraagt zich af waarom die laatste keer niet werd verhinderd, terwijl Chadia een langdurige ­geschiedenis heeft als psychiatrisch ­patiënt. “We zijn in de steek gelaten,” zegt haar neef Omar. “De inlichtingendiensten, de politie, de gemeente – niemand deed iets.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

School in Oud-Zuid

Chadia groeide op in Slotervaart. “We woonden tegenover elkaar. Vanaf het balkon spraken we elkaar.” Ze zaten op een christelijke basisschool in Oud-Zuid. “We deden mee met Joodse feestdagen, hindoefeesten, hadden Nederlandse vrienden.” De overgang naar de middelbare school was een breekpunt, aldus Omar. “Ze kreeg verkeerde vriendinnen op een vmbo in West, ging blowen, werd recalcitrant, spijbelde.”

Jeugdzorg en de politie werden ingeschakeld, zonder effect. Op haar dertiende pleegde ze straatroven en kreeg ze anderhalf jaar jeugd­detentie.

Nadien rondde ze een mbo-opleiding ouderenzorg af, maar kreeg ze ook steeds grotere ­psychische problemen. Onderzoeken brachten aan het licht dat ze een laag IQ heeft en makkelijk beïnvloedbaar is. Het dikke justitiële en ­medische dossier omvat correspondentie met diverse ggz-instellingen. Toen ze waanvoorstellingen kreeg, probeerde haar moeder haar te ­laten opnemen. Chadia weigerde medewerking, mede na botsingen met hulpverleners.

“Ze bleef blowen, ik denk dat dat bijdroeg aan haar achteruitgang,” zegt Omar. “Toen ze begin 20 was, kreeg ze angstpsychosen. Van de medicatie kwam ze aan, dat maakte haar onzeker.”

Islamlessen

Haar geloof speelde geen grote rol. Dat veranderde in korte tijd, onder invloed van islam­lessen in Slotervaart. Ze stopte met blowen, maar ook met medicatie. Ze kreeg steeds meer waandenkbeelden. Haar moeder seinde de politie in, die vanwege het ontbreken van strafbare feiten niet ingreep.

In het najaar van 2013 behoorde Chadia tot de eerste Nederlandse Syriëgangers. Een Oost-­Europese vrouw die islamlessen gaf, speelde mogelijk een rol. Zij zou vrouwen hebben uit­gehuwelijkt aan strijders van Jabhat al-Nusra, een terreurgroep in Syrië.

Jeugdfoto van Chadia. ©-

Chadia’s eerste verblijf duurde nog geen zeven weken. De man aan wie ze was uitgehuwelijkt, zat niet te wachten op iemand met zulke problemen. Met behulp van haar moeder keerde ze via Istanboel eind 2013 terug op Schiphol. De politie bracht haar thuis. “Ze werd als postpakketje afgeleverd,” herinnert Omar zich. “Twee AIVD’ers verhoorden haar bijna twee uur.”

Daarna leken de autoriteiten hun handen van haar af te trekken. Geen enkele instantie meldde zich. Van het bestaan van een gemeentelijke afdeling voor bestrijding van radicalisering merkten Chadia’s moeder jarenlang niets.

‘Geen gevaar voor zichzelf’

Terwijl Chadia na haar terugkeer nog steeds psychische problemen had en in de ban was van radicale denkbeelden. Haar moeder vreesde dat ze opnieuw zou uitreizen. Helemaal nadat IS in 2014 het kalifaat had uitgeroepen. Weer mislukte een gedwongen opname. Omar: “Volgens de rechter was ze geen gevaar voor zichzelf.”

De familie seinde de autoriteiten in over verdachte contacten van Chadia. Ze lieten zich zelfs afluisteren om het onderzoek verder te ­helpen, maar ook dat leidde niet tot ingrijpen. “Van de overheid hoefden we niks te verwachten, daarom hielden we haar zelf continu in de ­gaten.”

Ze konden haar paspoort net op tijd afpakken, toen ze in de zomer van 2014 weer naar Turkije wilde vliegen. Vier dagen later belandde ze daar alsnog, met een ID-kaart die ze bleek te hebben aangevraagd.

Met sporadische appjes liet ze in de jaren daarna van zich horen. Dat na een bombardement haar onderbeen is afgezet, hoorden ze pas dit voorjaar, toen journalist Harald Doornbos haar traceerde in het kamp Al-Hol. Hij beschreef op Twitter dat ze verward en verwaarloosd was en haar dagen doorbracht liggend in een tentje.

Een paar dagen geleden was er een teken van leven, via appverkeer met Belgische en Nederlandse vrouwen die zich om haar bekommeren. Ze verschoont zich niet, haar voet is ontstoken, andere IS-vrouwen beschouwen haar als ­zonderling, kinderen pesten haar.

De zaak doet denken aan de toen 16-jarige Achraf, die eind 2013 vanuit Amsterdam naar Syrië reisde, kort nadat zijn vader de politie en ­gemeente had gewaarschuwd dat zijn zoon radicaliseerde. Nadat Achraf om het leven was gekomen, verklaarde de ombudsman een klacht van zijn vader tegen de gemeente gegrond.

Volgens Omar verbeterde vanaf eind 2015 de ­begeleiding vanuit de overheid. “Maar pas rond 2017 werd het merkbaar professioneler.”

Excuses

Dit voorjaar boden ambtenaren Omar en ­Chadia’s moeder namens de gemeente excuses aan voor het tekortschieten in de zorg en de radicalisering van Chadia, zo zeggen ze. In juli spraken ze met burgemeester Femke Halsema. “Ze was de eerste die ons weer hoop gaf. ‘Ik voel jullie pijn,’ zei ze. En: ‘Ik zal er alles aandoen ­opdat ze bij terugkeer de juiste zorg krijgt’.”

Omar verwijt zichzelf niets. “Misschien hadden we haar zelf moeten opsluiten, toen de laatste poging tot gedwongen opname was mislukt. Als jullie het niet doen, doen wij het, zei ik tegen de politie. Een agente waarschuwde dat dat strafbaar zou zijn, toen deinsde ik terug. Het buitenland was ook een gedachte. Nederland beschermt haar niet, misschien is ze over de grens wel veilig, zonder beesten die haar radicaliseerden, dachten we. Vervolgens was ze gevlogen.”

De gemeente Amsterdam zegt nooit uitspraken te doen over individuele gevallen en wil niet ingaan op vragen over Chadia.