'Het draait niet alleen om winnen'

Erben Wennemars

Erben Wennemars (43) wilde altijd de nummer 1 zijn. Inmiddels heeft hij geleerd dat het belangrijker is te weten wie je als mens bent. ,,Wat is je verhaal? Hoe ga je om met tegenslag? Zonder die elementen is winnen leeg.''
©Daniel Cohen

,,Ik was een zorgenkindje. Klein, zwak, astmatisch. En ik stotterde. Als 7-jarig jongetje lag ik een maand in het ziekenhuis met de ziekte van Henoch-Schönlein, een zeldzame ontstekingsziekte. Het was helemaal niet zeker dat ik het zou redden. En als je opgroeit op een boerderij met vijf kinderen in een kleine woonkamer moet je vechten voor je plekje. Willen winnen zit zeker in mijn karakter, maar het is ook compensatie. Van kleins af aan heb ik het gevoel gehad dat ik meer moest doen dan anderen om hetzelfde te bereiken."

Waar, zo luidde de vraag, komt die enorme geldingsdrang van Erben Wennemars toch vandaan, de wil om altijd nummer 1 te zijn en zich te bewijzen? Het antwoord levert, zoals al zijn antwoorden, een woordenstroom op die alle kanten uitwaaiert en soms amper navolgbaar is. Waarna hij via een omweg toch uitkomt bij het punt dat hij wil maken. Dat alles in hoog tempo verteld met dat Overijsselse accent en het kenmerkende hakkeltje.

Dat - niet oncharmante - hakkeltje lijkt eerder het gevolg van het oververhitte denkproces, dan van een spraakgebrek. Het brein van Wennemars moet een soort hogedrukpan zijn waarin de gedachten over elkaar buitelen. (Bij de uitwerking van dit interview blijkt dat hij in 80 minuten zo'n 14.000 woorden heeft gesproken, wat neerkomt op een gemiddelde van drie woorden per seconde.)

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

,,Toen ik was gestopt met schaatsen zei iemand tegen me: joh, jij hebt adhd! Die link had ik nooit gelegd. Toen ik er over nadacht, realiseerde ik me dat ik inderdaad de kenmerken heb. Ik heb veel energie en ben een druk mannetje. Rusteloos, altijd bezig. Dus ik heb adhd? Nou, dan is dit wie ik ben. Ik moet het ermee doen en zorgen dat het werkt."

Wennemars woont met zijn gezin in zijn geboortedorp Dalfsen, in een vrijstaande woning met uitzicht op de weilanden en, honderd meter verderop, de Overijsselse Vecht. Een toegangspoort met de naam Bellingeweer, een oprijlaan met nog kale bomen, waartussen de eerste sneeuwklokjes van het jaar opschieten, een springtouw in een boom, een snowboard tegen een schutting, een veldje met voetbaldoeltjes en een stuk of tien ballen. Op het terras staat een racefiets op een standaard.

Binnen: hoge plafonds, grote ramen, lange betegelde gangen. In de woonkamer een open haard in een schouw, comfortabele stoelen, een kleine boekenkast. Gezinsfoto's aan de muur van de woonkeuken.

Zijn leven als topsporter was monomaan. Gefocust op succes en amper aandacht voor andere zaken. ,,Ik stond nergens bij stil. Ik leefde om te schaatsen, trainde om te winnen. Dat was mijn doel: de eerste zijn, winnen, kampioen worden. Dat móet ook, anders red je het niet."

Winnen wil hij, als het even kan, nog steeds. Maar het is een andere manier van winnen: niet van anderen, maar van zichzelf. ,,Ik was echt extreem van het winnen. Nummer 2 worden telde niet. Nu ben ik, als ik een marathon loop, net zo blij als ik negenhonderdste word als toen ik vroeger eerste werd. Omdat ik weet dat ik het beste van mezelf heb gegeven en meer er niet in zat. Ik schaats nog weleens een marathon met jongens die bloedfanatiek zijn en absoluut voor de winst gaan. Dat herken ik, maar het voelt voor mij ongemakkelijk. Ik heb die drive niet meer.

Minstens zo belangrijk als winnen is: wie is de topsporter als mens? Uiteindelijk zit de spanning van topsport niet in het winnen op zich. Spannend wordt het in het gebied tussen winst en verlies. Dáár komt het karakter naar boven. Dus: hoe sta je in het leven? Wie ben je, wat is je verhaal en hoe ga je om met tegenslag en teleurstelling? Zonder die elementen is winnen helemaal leeg."

En hij ziet het gebeuren: hoe de passie uit de sport verdwijnt en plaatsmaakt voor een klinische benadering. Schaatsen, wielrennen en ook andere sporten worden steeds meer gedomineerd door de wetenschap. Bloedwaardes, zuurstofopnames, spiervermogen tot ver achter de komma worden in grafieken in kaart gebracht, trainingsmethodes ontworpen op de computer.

,,Als voorbereiding, in de training, is daar niets mis mee. Maar als wetenschap en techniek de wedstrijd zelf bepalen, zijn we op de verkeerde weg. Wielrenners die in de Tour de France een demarrage laten lopen, omdat hun wattmeter aangeeft dat ze niet harder kunnen. Dat wil toch niemand zien? In de sport gaat het er nou juist om dat je soms wél voorbij je grenzen gaat. Neem die prachtige overwinning van Ireen Wüst op de 1500 meter van begin deze maand voor haar vriendin, Paulien van Deutekom. Helemaal kapot was ze, puur op wilskracht gereden. Hoe mooi was dat? Dat is waar sport om draait.

Als er één ding is dat topsport kan bereiken, is het mensen raken en die daardoor met elkaar verbinden. Daarvoor is, meer dan winnen, het verhaal, het drama bepalend. Ik dacht vroeger: als ik sterf, kom ik in het 8 uur journaal en dan laten ze zien wat ik allemaal heb gewonnen. Maar ik heb gemerkt dat, negen jaar nadat ik ben gestopt, die titels mensen niets meer zeggen. Ze weten nog wel dat ik kampioen ben geweest, maar ze herinneren zich mij van die val in 1998 in Nagano. En hoe ik daarmee ben omgegaan. Ik ging niet naar huis, omdat mijn toernooi voorbij was, maar bleef om mijn teamgenoten aan te moedigen. Dat was het moment dat ik kon laten zien wie ik echt was. Dat heeft mensen kennelijk zo geraakt dat ze het hebben onthouden. Daar ben ik trots op. Grappig, want ik heb er weinig voor hoeven doen."

Zijn echtgenote, de voormalig tv-presentatrice Renate van der Zalm, ontmoette hij twintig jaar geleden op een ijsgala dat zij presenteerde. De stuiterbal viel voor haar nuchtere energie. ,,Renate heeft helemaal niets met schaatsen en publiciteit. Als ik een record reed, had zij dat soms niet eens in de gaten. Dan zat ze in de coulissen rustig een kopje koffie te drinken."

Ze blijft al jaren zo veel mogelijk buiten de schijnwerpers, maar ze schrijft wel columns voor dagblad De Stentor. Daarin neemt ze geregeld haar gezin, zichzelf en haar man op de hak, liefdevol en met humor, maar niet altijd vleiend. Ze schrijft over haar spijt dat ze is ingegaan op zijn voorstel samen te mountainbiken ('Erben gaat veel te hard. Voor mij dan. Want hij heeft soms zelfs zijn handen niet aan het stuur en dan zit-ie rechtop met zijn telefoon in de lucht een filmpje van mij te maken'). Over de perfecte vakantie voor Erben ('een trainingskamp') en de angst van haar man voor prikken ('als hij een prik moet, gaat hij er bij liggen of zitten. Want de kans bestaat dat hij neergaat'). Wennemars: ,,Nee hoor, dat vind ik niet erg. Als het over mij gaat, laat ze het altijd eerst lezen."

Wennemars is de trotse vader van Joep van 16 en Niels van 13, die stiekem best trots op hem zijn, maar het hem soms 'knap lastig maken'. ,,Het zijn natuurlijk pubers die het liefst overal tegenin gaan. Dat botst. Ik kan soms ontzettend kwaad worden. Kinderen houden je een spiegel voor. Ze zijn allebei getalenteerde sporters, maar hebben verschillende karakters. De oudste is net zo'n fanatiek en gedreven sporter als ik en gaat er helemaal voor, de jongste vindt andere dingen belangrijker. Lekker met vrienden optrekken, leuke dingen doen. Hij mocht dit jaar in het selectie-elftal van de voetbalvereniging, maar dat wilde hij niet. Helemaal prima."

De kinderen moeten vooral hun eigen weg volgen. Wat niet wegneemt dat het voor Wennemars soms moeilijk is zich in te houden. ,,Loslaten is iets wat ik nog beter moet leren. Ik moet opletten dat ik ze met mijn houding niet wegjaag. Dat is lastig, omdat ik natuurlijk deskundig ben op sportgebied. Als ik langs de kant sta en dingen zie waarvan ik denk: dat kan anders, beter, dan moet ik mezelf soms tot de orde roepen, want voor ik het weet bemoei ik me er toch weer mee. Gelukkig trapt Renate op de rem als ik te ver dreig te gaan."

Zijn ouderlijk huis, de boerderij die nu door zijn oudste broer wordt gerund, ligt 300 meter verderop. Zijn vader en moeder wonen er nog. ,,Ze hadden het altijd razend druk met de boerderij en hun gezin. Daarnaast hebben ze zich ingezet voor het dorp. Iets terugdoen voor de gemeenschap waarin je bent geworteld, dat heb ik van huis uit meekregen."

Dit is de plek waar hij zich geborgen voelt, zichzelf kan zijn en waar hij welbeschouwd zijn hele leven heeft gewoond, al reisde hij als topsporter de wereld over. ,,Ik ben de enige van alle topschaatsers van mijn generatie die niet naar Heerenveen is verhuisd. Ik reed liever heen en weer. Omdat ik graag thuis wilde zijn. Ik ben niet zozeer gebonden aan Dalfsen, als wel aan de regio. Het Vechtdal is zo mooi! Elke dag trek ik eropuit, de natuur in. Wielrennen of hardlopen, dat brengt rust in mijn hoofd."

Naast zijn huis ligt het vijvertje van de ijsvereniging waar hij als 4-jarige zijn eerste slagen maakte. Hij had, zegt hij, weinig talent voor schaatsen. ,,Maar het is me met de paplepel ingegoten. Mijn vader was penningmeester van de ijsvereniging. Hij schaatste ook, natuurlijk. Iedereen bij ons thuis was sportief."

Zijn gebrek aan talent compenseerde hij met een ijzeren wilskracht en een niet te stuiten doorzettingsvermogen. ,,Ik was bikkelhard. Voor mezelf, maar ook voor anderen, ploeggenoten van wie ik vond dat ze niet tot het uiterste gingen. Soms, denk ik nu, te hard. Ik had te snel mijn oordeel klaar, had te vaak een grote bek. Ik heb mensen beschadigd en daar heb ik spijt van. Ik had een winnaarsmentaliteit. Daar word je niet aardiger van."

Zijn jongste broertje van elf jaar jonger had wél talent, maar ontbeerde de gedrevenheid van de echte winnaar. ,,Dat komt eigenlijk door mij. Ik werd nooit geselecteerd door mijn gebrek aan talent. De KNSB zag mij over het hoofd, terwijl ik later toch succesvol werd. Die fout wilden ze niet nog een keer maken. Daarom hebben ze het hem te makkelijk gemaakt. 'Wennemars? O, het broertje van Erben. Kom maar gauw in de selectie.' Hij heeft er nooit voor hoeven knokken, zoals ik. Daardoor heeft hij niet de meedogenloosheid ontwikkeld die een topsporter nodig heeft. Hij is wel een aardige, sociale jongen gebleven. Hij is mijn beste vriend, we bellen elkaar elke dag."

Zelf is hij in de loop der jaren ook een stuk milder geworden, minder hard en minder snel oordelend over anderen. Het is de leeftijd, de levenservaring, het gezinsleven dat zijn aandacht opeist. ,,Als topsporter had mijn leven een vaste structuur. Dat was lekker makkelijk, want alles was zwart-wit en ik hoefde nergens over na te denken. Toen ik stopte, was dat voorbij. Het is niet zo dat ik in een zwart gat viel, maar ik moest op zoek naar een nieuwe balans. Wat zou ik kunnen doen met mijn ervaring? Dat was een zoektocht die tot op de dag van vandaag voortduurt. Lastig, maar ook spannend en leuk."

Hij werkte via een programma voor ex-topsporters een paar jaar op de marketingafdeling van Randstad, maar realiseerde zich dat zijn toekomst lag in waar het allemaal begon: de sport. Mensen in beweging krijgen werd zijn levensdoel. Nu zet hij zich belangeloos in voor organisaties die de jeugd aan het sporten willen krijgen, traint hij de pupillen van een Deventer schaatsclub, is hij een onvermoeibaar pleitbezorger van tal van sportinitiatieven. Hij was vijf jaar lid van de Raad van Commissarissen van PEC Zwolle en is daar nog actief als adviseur voor de directie.

Zijn enthousiasme voor sport en beweging is grenzeloos. Die mateloze passie overbrengen op anderen ziet hij als zijn missie. Als spreker rijdt hij het land door om presentaties te geven voor bedrijven over de relatie tussen motivatie, sporten en winnen. ,,Ik wil dat die mensen begrijpen wat sport voor mij betekent en wat het voor hen kan doen. Hoe sport mensen kan binden en motiveren, ook binnen een bedrijf. Ik heb gemerkt dat ik er goed in ben anderen te motiveren; wat ik vertel, raakt hen. Mijn enthousiasme is echt en dat voelt mijn publiek."

Laatst kwam na afloop van een presentatie een jongeman naar hem toe, die vertelde dat hij, nu hij Wennemars' verhaal had gehoord, ontslag zou nemen om zijn droom na te jagen. ,,Ik zei nog tegen hem: moet je daar niet even over nadenken? Maar hij wist het zeker. Toen kon ik hem alleen nog maar veel succes toewensen."

Als verslaggever en sportcommentator op radio en tv is hij een Bekende Nederlander geworden, een begrip dat hij 'leeg' vindt, maar waarvan hij toch geniet. ,,Ik zie mensen die Bekende Nederlander zijn zonder dat ze ooit iets hebben gepresteerd. Tja, wat stel je dan voor? Wat ik heb bereikt, spreekt mensen aan. Ik stá ergens voor. Vervelende reacties? Nee, die krijg ik nooit. Ik vind het leuk als mensen naar me toe komen en met me op de foto willen. Renate en de jongens moeten er niets van hebben. Daar moet ik rekening mee houden."

Toen hij stopte met schaatsen, dacht hij: zo mooi als het was, wordt het nooit meer. ,,Man, als tienduizenden je toejuichen in het Thialf Stadion in Heerenveen! Dat is zoiets overweldigends, dat vergeet je nooit meer." Maar zijn huidige leven is rijker, mooier en zinvoller dan ooit. ,,Ik heb geen gedachten over de toekomst, geen wensen. Het gaat om het hier en nu."

Dat beseft hij eens te meer na het overlijden van Paulien van Deutekom, de schaatsster met wie hij jaren in een ploeg heeft gezeten en altijd contact heeft gehouden. ,,Toen duidelijk werd dat ze niet meer zou genezen van longkanker heb ik haar gevraagd: 'Paulien, wat zou je nog willen?' Haar wensen werden steeds kleiner. Uiteindelijk wilde ze alleen met haar man en kindje samen zijn."

Nou vooruit, één heimelijke wens heeft hij wel. ,,In Ommen staat een standbeeldje van Reinier Paping, de winnaar van de Elfstedentocht in 1963. Veel mensen vinden het niet mooi, maar ik vind het een fantastisch eerbetoon aan een groot sportman. Ik ben zijn mantelzorger. Het gaat goed met hem, maar hij is broos. Zo'n beeldje van mezelf, hier in Dalfsen, dat zou ik wel mooi vinden. En het hóeft niet pas na mijn dood, hè?"

©Daniel Cohen
©Daniel Cohen