En weg is het landschap, in één generatie, met dank aan de megadozen

Windparken waren nog maar het begin. Het Nederlandse­­ cultuurlandschap wordt meer en meer ‘verramsjt’ met distributiecentra  en nu ook datacenters. Is het tijd voor landelijke regie?
Microsoft Middenmeer (Agriport A7). ©Niels Schrader, Roel Backaert

Rijdend over de A7 richting de Afsluitdijk of, in omgekeerde richting Amsterdam, kan de gedachte je plotseling overvallen. Wat wordt dit land lélijk. Ter hoogte van de Wieringermeer is aan de oostkant van de snelweg het Noord-Hollandse vlakke groen misschien wel tientallen seconden lang onzichtbaar geworden. Wie bedenkt dit, wat is hier het grotere plan?

Agriport A7 is een gigantisch, nog altijd uitdijend conglomeraat van kassen en twee zogeheten hyperscales – enorme datacenters van Google en Microsoft – met een derde in aanbouw. In een omgeving met gaandeweg meer windmolens dan bomen. Het is een van de plekken waar de Nederlandse wens om digital gateway to Europe te worden, fysiek gestalte krijgt.

Al jaren probeert Nederland zichzelf als zodanig te promoten: de digitale poort naar Europa. Datacenters – grote loodsen met servers – zijn onmisbare schakels in het internetverkeer, of het nu gaat om videovergaderen, Netflix en e-maildiensten, of om de cloud waarin u uw digitaal vastgelegde herinneringen opbergt. Hoe anoniem ze er ook uitzien, hier liggen uw hedendaagse schoenendozen met liefdesbrieven en familiefoto’s.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Anders dan die beide andere poorten naar Europa, de Rotterdamse haven en Schiphol, is over de digitale loot van het economische succestrio doorgaans niet zoveel te doen. Misschien omdat bits and bytes voor het gevoel wat minder overlast geven dan vrachtwagenverkeer, goe­derentreinen en vliegtuigen. Dus als de Nederlandse economie­­ er wel bij vaart: waarom niet?

Maar hier in de Wieringermeer is de digitale poort heel fysiek aanwezig. Een bijna spookachtig, ontmenselijkt technolandschap, vooral als de avond valt en kunstlicht de overhand krijgt.

Als iemand van het grotere plan zou weten, is het vooraanstaand landschapsarchitect Adriaan Geuze. Hij kent elke uithoek van Nederland, hij weet wat er speelt. Zelfs hij denkt af en toe: “Wow. Wat staat hier nu weer.”

En Geuze, met zijn kennis en ervaring, weet inmiddels: dat grotere plan, dat is er niet. Hij trekt de vergelijking met het ontstaan van een probleemwijk: er blijven een paar vuilniszakken buiten liggen, dan verschijnt er graffiti op de glasbak, er wordt eens een raam ingetikt van een leegstaand pand, en ineens is het niet meer prettig om ’s avonds de hond uit te laten.

©Sjoerd van Leeuwen

Langs de snelweg gaat het ongeveer net zo: “Eerst komen er een paar windmolens. Dat kan ook wel, als je de lijnen in de polder volgt. Daarna bedenkt iemand dat er bij een afrit wel een reclamezuil kan komen. Volgende stap: een paar bedrijfshallen en distributiecentra. Daarna een klaverblad, watercompensatie, geluidswallen, een eerste datacenter, en dan nog een datacenter. En opeens is het cultuurlandschap een herinnering.” 

Klinkt als het over ruimtelijke ordening gaat al snel de klacht dat het land op slot zit, en dat er van de provincies niks mag, Geuze hoor je dat niet zeggen: het gaat gewoon door. Er is volgens hem een ondoorgrondelijke, op lobby en deals gebaseerde ruimtelijke ordening, op gemeentelijk niveau. “Als je vraagt wie dat allemaal heeft bedacht is het antwoord: niemand. Ja, als je lang spit ontdek je misschien dat een paar ondernemers er heel rijk van worden – grond voor datacenters is twintig keer meer waard dan landbouwgrond – en dat een wethouderhet heeft gefaciliteerd.”

Datacenters zijn onderdeel van dat veel grotere probleem, van een veelkoppig monster dat gaandeweg het Nederlandse cultuurlandschap vernietigt. Zuid-Holland en de Haarlemmermeer heeft Geuze al zo’n beetje opgegeven. Volgende in de rij: Utrecht, Brabant, Gelderland.

Verdozing van Nederland

Niet alleen Geuze is bezorgd. Twee belangrijke adviesorganen van de overheid keerden zich ruim een jaar geleden tegen de ‘verdozing’ van Nederland, het Planbureau voor de Leefomgeving en het College van Rijksadviseurs. Het ging ze daarbij onder meer om de enorme toename van het aantal distributiecentra, onlosmakelijk verbonden met de snelgroeiende pakjeseconomie. Alleen al in 2019 werden negentien XXL-distributiecentra van per stuk meer dan 40.000 vierkante meter geopend, volgens onderzoek van Buck Consultants.

Nederland telt inmiddels 189 datacenter-dozen, de stand van zaken in de zomer van 2020 volgens de Dutch Data Center Association. Ze zijn over het hele land uitgestrooid. Maar de meeste staan in Noord-Holland, en dan vooral in de regio Amsterdam. Het dataverkeer is nog altijd lang niet uitgegroeid, toch stabiliseert het aantal datacenters. De groei zit nu vooral in de grootte. Zeewolde spant de kroon. Dit jaar beginnen daar de werkzaamheden voor een datacenter dat nog weer groter is dan de huidige giganten in de Wieringermeer en de Eemshaven.

©Mind Design

Leefbaar Zeewolde ziet het al voor zich: een wildgroei aan windmolens en zonnevelden om dat datacenter van stroom te voorzien. ‘Om aan de energiebehoefte van het Datacenter tegemoet te komen zouden er 138 windmolens moeten worden geplaatst, of een equivalent van 1242 hectare aan zonnepanelen, zo’n 5 procent van ons grondgebied oftewel zo’n 1500 voetbalvelden’, schreef fractievoorzitter Ben Sonneveld half december. Wilde de provincie niet klimaatneutraal zijn in 2050?

Het sussende antwoord van commissaris van de koning Leen Verbeek komt erop neer dat Flevoland landelijk prima op streek is met zijn bijdrage aan de benodigde hoeveelheid energie uit zon en windmolens op land. De energievoorziening van het mega-datacenter is het probleem van de netbeheerders, niet van de gemeente Zeewolde. Waarom vindt hij het dan toch ‘belangrijk te vermelden dat energieneutraal worden een vrijwillige beleidsopgave is’?

Verdubbeld stroomverbruik

Die honger naar energie, die nodig is om verhitte servers te verkoelen, maakt de datacenters een geval apart. Nu al doen ze een beroep op 3 procent van het totale stroomverbruik in Nederland. Dat kan tot 2030 verdubbelen, of meer dan dat. En dat in een land dat toch al worstelt om te vergroenen en zijn klimaatdoelen te halen. Simpel ­gezegd: als Zeewolde geen windmolens en zonneparken voor dat datacenter hoeft neer te zetten, dan moet dat dus ergens anders. Onontkoombaar rijst de vraag zoals Adriaan Geuze die verwoordt: “Nederland wil energie besparen om de klimaatdoelen te halen. Waarom halen we dan uitgerekend zo’n energieslurpende sector ­binnen?”

Dat is ook in de Wieringermeer relevant. De inwoners kregen in hun achtertuin het Vattenfall-windpark, het grootste in Nederland op land, met in principe stroom voor 370.000 huishoudens. Dat werd in september geopend. Wat is daarvan de winst onder de streep met een veelvraat als Microsoft in de buurt? Terwijl je uitzicht voorgoed is verpest? Het antwoord van bedrijven die datacenters een goed idee vinden zal luiden: ze gebruiken al veel groene stroom, dat kan nog meer worden, en de restwarmte kan tot nut van het algemeen worden gebruikt. Om die reden liggen de hyperscales in de Wieringermeer knus tegen de kassen aan.

Daarmee valt niet weg te poetsen dat de Nederlandse energievraag omhoog schiet door, onder de vlag van digital gateway, de rode loper uit te rollen voor multinationals met hun datacenters. En dat die daarmee niet alleen de hectares achter hun eigen veiligheidshekken en poorten innemen, maar ook energie nodig hebben. Uit bestaande en nieuwe wind- en zonneparken, als ze het netjes willen doen. Tenzij je genoegen neemt met goedkope ‘certifaatstroom’ uit het buitenland of huishoudens verder laat doorkachelen op fossiele stroom. Daarmee zijn de ruimtelijke gevolgen van het digital gateway­-beleid ingrijpender dan alleen die 189 blokkendozen.

Maakt het eigenlijk uit waaróm die metamorfose tot technolandschap plaatsvindt, kun je het misschien gewoon ook mooi vinden? Kijk eens even verder noordwaarts vanuit de Wieringermeer, de Afsluitdijk op. ‘Eens ging de zee hier tekeer’, nu wordt in het IJsselmeer Windpark Fryslân gebouwd; 89 turbines in het water, op de eigen website bejubeld als wereldwijd het grootste windpark in een binnenmeer.

Zo is het de Zuiderzee vergaan: van wilde baren naar techvijver. Maar de Afsluitdijk, inmiddels bijna negentig jaar oud, is toch een mooi staaltje van Hollandse waterwerken. Ontstaat hier nu niet gewoon weer een nieuw cultuurlandschap, op zijn eigen manier ook prachtig? Of maakt het voor je gevoel toch verschil of die 89 turbines er staan om te voldoen aan het hogere doel van schone energie, dichtbij opgewekt voor 500.000 huishoudens, of voor een digitale strategie?

Adriaan Geuze is landschapsarchitect, hoogleraar landschapsarchitectuur in Wageningen en partner/oprichter van bureau West8. ©Martijn Gijsbertsen

Het landschap verramsjt

Terug naar Geuze, die zich voorlopig even drukker maakt over de teloorgang van het bestaande, unieke cultuurlandschap. Dat wordt in een groot deel van Nederland ‘verramsjt’, in een alarmerend tempo. “We hebben een verpletterend mooi, uniek en rijk spectrum aan cultuurlandschappen gemaakt op klei, veen en hogere gronden. We bewoonden terpen, we ontgonnen veen, lieten nieuw land aanslibben, en we maakten polders. Dat zijn we nu in een generatie tijd aan het vernietigen, om plaats te maken voor een nieuw cultuurlandschap van dozen, kassen, datacenters, zonneakkers, windmolens en geluidswallen.”

Soms helpt een leuk jasje. Aan de oostkant van Amsterdam bouwde architectenbureau Benthem Crouwel een verrassend mooi, zeventig meter hoog zwart-zilver gestreept exemplaar van het Amerikaanse bedrijf Equinix. Het blijft een gek idee dat achter de designgevel geen hippe appartementen schuilgaan. Je snakt bijna naar de reuring van een Ikea-parkeerplaats aan de voet van dit holle vat, naar leven. Wel is het ontegenzeggelijk vooruitgang.

Equinix AM4, Amsterdam ©Niels Schrader, Roel Backaert

Ook Geuze vindt het een mooi gebouw. Maar toparchitecten bieden volgens hem hooguit soelaas voor dergelijke relatief bescheiden, stedelijke bouwwerken, niet voor de lelijke ‘ports’ en ‘valleys’ die gemeenten zo graag zien verrijzen aan de snelweg, als boost voor hun economie. Daar wordt het tijd voor een paar duidelijke spelregels, zegt hij. Eén: “Nooit op vruchtbare landbouwgrond: die is voor aardappels, en tarwe. Beter dan in de Wieringermeer wordt de bodem niet, daar is het al fout gegaan.”

Veel belangrijker nog: de ruimte vretende sectoren – energie, landbouw, distributie, datacenters, grootschalige woningbouw – kun je niet overlaten aan gemeenten en provincies. Dat moet je landelijk regelen, net als de waterhuishouding, snelwegen en zware industrie. Daarmee geeft hij indirect een verklaring voor het intrigerende gegeven dat Nederland zich op het gebied van ruimtelijke ordening gedraagt als een chihuahua: die weet ook niet dat-ie klein is. Waarom laat je anders toe dat in zo’n schaars, dichtbevolkt land gebouwen ontstaan met een vloeroppervlak van soms tientallen hectares, plat als een pannenkoek?

Geuze: “Grote distributiecentra kun je met zo’n landelijke planning clusteren op de Maasvlakte en bij Tilburg en Venlo. Je spreekt dan af dat ze bij voorkeur hoog of in elk geval dubbellaags moeten zijn. En je geeft alleen een bouwvergunning als het niet ten koste gaat van hoogwaardige landbouwgrond, en als de daken worden voorzien van zonnepanelen. Door het landelijk te regelen kan een ontwikkelaar niet de wethouders van verschillende gemeenten tegen elkaar uitspelen.”

Voor de mega-datacenters die nu verrijzen, zou hij ook zo’n aanpak willen: concentreer ze bij de Eemshaven en in het Sloegebied, bij Vlissingen, plekken die je speciaal daarvoor inricht.

Slecht voor de economie, dat soort regels en beperkingen? “In Zwitserland komt het echt bij niemand op om een datacenter in een mooie vallei te bouwen. En dat land staat er economisch prima voor. Een hoogwaardige economie heeft ook een rijk cultuurlandschap nodig als een aantrekkelijke plek om te wonen en te werken. Waar je met de fiets naar buiten kan, waar de geschiedenis tastbaar is. Waar mensen kunnen zeggen: ik kom uit de Alblasserwaard. Dat is heel belangrijk voor de mentale gezondheid.”

Zijn grote datacenters volgens u welkom in Nederland­­? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

De buitenkant van de cloud

Mysterieus en intrigerend, dat vond grafisch ontwerper Niels Schrader van datacenters. Inmiddels heeft hij er, samen met fotograaf Roel Backaert, zo’n honderd bezocht.