Een jetsetleven in Hollywood na een gesjeesde wielercarrière: ‘Het was misschien nog extremer’

Ruim vier jaar lang leefde oud-profwielrenner Thomas Dekker (35) met zijn steenrijke vriendin een jetsetleven in Los Angeles. Pas toen hij er helemaal alleen voor stond, leerde hij zichzelf kennen. 
Thomas Dekker, in zijn huis in Amsterdam. ©Marie Wanders

Niet lang geleden speelde voormalig wielrenner Thomas Dekker (35) uit de Geministraat in Dirkshorn (NH) elke zondagavond in Beverly Hills ‘Wie ben ik?’ met Leonardo DiCaprio. ‘Dat is dat spelletje waarbij je een plakkertje op je voorhoofd krijgt met een naam en moet raden wie het is.’ Buurtgenoot Al Pacino was er soms ook bij, de zangers Bruno Mars en Ricky Martin ook.

Hun namen noemt Dekker pas na enig aandringen. ‘Het gaat niet om die mensen, hun namen zijn niet interessant. Het was bijzonder om daar te wonen, maar niet vanwege die mensen.’ In een restaurant in Amsterdam, zijn nieuwe woonplaats, komt hij er later uitgebreid op terug.

Ruim vier jaar woonde Dekker te midden van het klatergoud van Los Angeles, vlak bij Sunset Boulevard in een villa van 20 miljoen dollar. Aan de relatie met zijn Amerikaanse vriendin Nathalie Marciano, kunsthandelaar en filmproducent en negentien jaar ouder dan hij, kwam vorig jaar in januari een eind – het begin van een nieuwe start.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Voor het Algemeen Dagblad verslaat Dekker sinds 2018 wielerwedstrijden in binnen- en buitenland. In maart gaat hij het theater in, samen met Joost Leenders. De ‘prestatiecoach’ zal hem interviewen en het publiek kan fietsend de krachten met Dekker meten.

Tour de Legend heet het programma. De ironie van de titel is onmiskenbaar. De wielerloopbaan van Dekker werd overschaduwd door dopegebruik en hij slaagde er niet in zijn talent ten volle te benutten. Zijn twee grootste zeges, de Tirreno-Adriatico in 2006 en de Ronde van Romandië in 2007, gingen vooraf aan een twee jaar lange schorsing wegens doping. Begin 2015 beëindigde hij zijn wielerloopbaan. 

‘Hij was te ongeduldig in een sport waarin talent niet volstond. Hij proefde van de verboden vruchten, liep tegen de lamp, werd nooit kampioen en is nu, 32 jaar oud, oud-wielrenner’, vatte de Volkskrant zijn loopbaan in november 2016 samen.

©Marie Wanders

In die maand verscheen Mijn gevecht, de controversiële bestseller van AD-journalist en -columnist Thijs Zonneveld waarin Dekker, geheel tegen de mores van de wielersport in, uitgebreid vertelde over seks, drank en dope in het peloton – en in de Rabo-ploeg in het bijzonder. Tegelijkertijd geselde hij zichzelf onophoudelijk en bracht hij zijn twijfels onder woorden. Samenvattend: ‘Mijn wielercarrière is één groot trauma.’ 

Met dezelfde uitgeverij, Overamstel, werkt hij nu aan een volgend boek. Zijn eigen aantekeningen zullen de basis vormen, naar een ghostwriter wordt gezocht. ‘Want ik vertel makkelijker dan dat ik schrijf. Ik heb hier hulp bij nodig.’ 

Zonneveld is deze keer geen kandidaat. ‘We werken prima samen bij het AD en als het over de sport gaat denken we over veel dingen hetzelfde, maar Thijs is een harde journalist, niet iemand met bijster veel empathie. En dat nieuwe boek zal veel meer dan Mijn gevecht over mijn gevoel gaan; over de tijd nadat ik ben gestopt met wielrennen, mijn leven in LA en mijn persoonlijke zoektocht.’

Hoe zou je het kunnen samenvatten?

‘Blind voor de liefde. Liefde voor de fiets. Liefde voor het leven. Liefde voor de vrouw.’

De vrouw?

‘De vrouwen met wie ik relaties heb gehad, de vrouwen die in mijn leven belangrijk zijn geweest. Het boek zal over liefde en mateloosheid gaan. Want dat ben ik altijd geweest, mateloos.’

Thomas Dekker, in zijn huis in Amsterdam. ©Marie Wanders

In Mijn gevecht bleek dat de mateloosheid dicht tegen zelfdestructie aan zat.

‘Honderd procent. Als er iets moois gaande was, heb ik heel lang de neiging gehad het kapot te maken. Omdat ik het niet verdien – zo voel ik dat: ik ben niet goed genoeg. Het is een patroon geworden. Of het is een karakterkwestie, dat kan ook. Het maakt niet uit, het is er, die neiging tot zelfdestructie.’

Sinds mei vorig jaar heeft hij een relatie met José Woldring, de vrouw die als ‘The Media Nanny’ de pr behartigt van ruim dertig artiesten, onder wie de dj’s Martin Garrix, The Black Madonna en David Guetta. Ze leerden elkaar kennen tijdens een etentje met gezamenlijke vrienden. Woldring woont in Groningen, Dekker in Amsterdam, waar hij een etage in het centrum huurt.

Vijftien jaar woonde hij in het buitenland, in België, Italië en de VS. ‘Het is fijn om in de buurt van mijn zusje en haar zoontjes en mijn ouders te wonen, zeker na die jaren in LA. Ik ben erachter gekomen dat ik een echte Nederlander ben, een echte Noord-Hollander.’

In Los Angeles verkeerde hij in kringen van kunstenaars, artiesten en acteurs – de wereld van zijn vriendin. Nathalie Marciano dankt haar fortuin voor een deel aan haar ex-man, Maurice Marciano, die samen met zijn broer het kledingmerk Guess oprichtte. Dekker had haar in 2014 leren kennen na de Ronde van Utah in een café in Park City, een Olympische locatie. ‘De man met wie ze daar was, bood me wat te drinken aan en we raakten aan de praat.’

Toen hij noodgedwongen – niet één ploeg was bereid hem te contracteren – zijn wielerloopbaan had beëindigd, trok hij bij haar in. ‘Ik had geen idee wat ik moest gaan doen. Ik ben naar LA gegaan en kwam in een ander leven terecht, vierenhalf jaar lang. Het was misschien nog extremer dan mijn leven als wielrenner.’ 

Hoe zag dat leven eruit?

‘Beverly Hills, in zo’n groot en mooi huis dat je van films kent. Veel vakanties, veel reizen over de hele wereld, naar kunstbeurzen ook. Nathalie handelt in kunst, contemporary art. Ze ging naar alle grote beurzen ter wereld en ik ging mee.

‘We hadden vaak acteurs om ons heen, Leonardo DiCaprio bijvoorbeeld. Hij gaat met de dochter van de beste vriendin van Nathalie en hij is ook een kunstverzamelaar. We gingen samen op vakantie en we deden samen spelletjes. Het is maar een kleine wereld. Ze wonen allemaal op vijf minuten afstand van elkaar.

‘Elke zondagavond zat Leo bij ons thuis met een papiertje op zijn voorhoofd ‘Wie ben ik?’ te spelen. Nu klinkt dat als een unieke ervaring, maar ik stond er niet bij stil. Het gebeurde gewoon, het overkwam me.

‘Het was een wonderlijke tijd. In LA barst het van de rijken, maar ik heb nog nooit zo veel ongelukkige mensen bij elkaar gezien. Iedereen is voortdurend op zoek. Ze kunnen doen wat ze willen, maar ze krijgen nergens meer een prikkel van. De ontevredenheid is groot. Wie in die kringen kunst verzamelt, is onverzadigbaar. Het is een verslaving, ze rusten niet voordat het schilderij van hun keuze aan de muur hangt.

‘Beverly Hills is misschien wel de moeilijkste plek op aarde om kinderen te laten opgroeien. Nathalie heeft drie dochters, maar als moeder voelde ze zich niet door hen begrepen. Het geld beïnvloedt alles.’ 

Zelf bewaarde hij de rust, zegt hij. ‘Mijn basis is veel steviger. Mijn ouders Bart en Marja, een huis met z’n vieren in de Geministraat in Dirkshorn, de eenvoud – daar heb je je hele leven wat aan.’

Voelde je je niet nutteloos daar, zonder baan tussen de miljonairs?

‘De dagen zaten best vol. En we waren een paar honderd dagen per jaar op reis. Ik verveelde me niet. Veel feestjes, veel etentjes, elke dag uitgebreid lunchen.

‘Ik was klaar met alles, ik was geen wielrenner meer en ik snakte naar een nieuwe omgeving. Achteraf realiseer ik me dat ik dat leven heb gebruikt om het moment uit te stellen dat ik in het zwarte gat zou vallen. Het was een cocon en ik voelde me veilig.

‘Maar ik wist dat ik daar uiteindelijk niet gelukkig zou worden. Ik kon Nathalie niet veranderen. Ik wilde het liefst met haar met een rugzak door Azië of Zuid-Amerika trekken, maar ze zit in zo’n bubbel, dat wilde ze niet. En ik wil kinderen, dat stond ook tussen ons in. Het was een bijzonder leven en ik was verdrietig toen de relatie voorbij was, maar ik mis het geen seconde. 

‘Er was geld in overvloed, maar toch zaten ze met z’n allen te klagen. Ik heb er ontelbare discussies met Trump-stemmers gevoerd. De leugens van die man en zijn kwaadaardigheid, elke dag weer. Heel wat kennissen bleken op hem te hebben gestemd. Waarom, vroeg ik dan, waarom? 

‘Mensen met een vermogen van honderden miljoenen, miljarden soms, hadden allemaal illegaal Mexicaans personeel in dienst. En toch stemden ze op Trump. Beschamend. Ik heb in kringen verkeerd van mensen die hem voor een miljoen dollar steunden en charities voor hem organiseerden. Dat moet ook, want Trump is helemaal niet zo rijk. Hij is trash, het ergste van het ergste.’

‘Ik heb mezelf nooit verloochend. Ik kon er niet overheen stappen, zo werkt dat bij mij niet. Zeker niet als ik wat heb gedronken. Nathalie liet me maar gaan. Elke keer weer als iemand Trump verdedigde, ging ik ertegen in. Ze zullen echt weleens moe van me zijn geworden.’

‘Onze relatie ging begin 2019 uit, we waren net terug uit Mexico, waar we Oud en Nieuw hadden gevierd. Het was op. Al die discussies over de manier van leven, we kwamen tegenover elkaar te staan. Je kunt iemand niet veranderen. Ik dacht dat het kon, ik heb lang gedacht dat ik alles kon, maar het lukte niet. Het was heel verdrietig. Achteraf gezien heb ik het leven van een ander geleid, al die jaren. Háár leven. Ik was toe aan een leven van mezelf.’

©Marie Wanders

En toen?

‘Dreigde er weer een zwart gat. Zo voelde het.’

Hoe heb je dat omzeild?

‘Ik ben naar Bali gegaan. Ik wilde naar een aangename, warme plek. Daar stond ik dan, alleen. En ik was nooit alleen geweest. Als wielrenner waren er altijd mensen om me heen en daarna woonde ik bij Nathalie. Ik had geluk, op Bali vond ik een vrouw met wie ik de patronen in mijn leven ben gaan analyseren. Waarom stortte ik me altijd op drank, vrouwen, doping?

‘Ik leerde haar via via kennen. Ze is Amerikaans. Geen klassieke therapeute, ik lag niet op een bank. Ze gaf me opdrachten, ik moest met mezelf aan de slag gaan. Elke dag heb ik iets gedaan, yoga, sound therapy, een cacaobad, noem maar op.’

Een cacaobad?

‘Cacao is een krachtig product. Maar goed, uit gekkigheid doe je alles wat je kunt doen, zeker als je verdrietig bent. En ik schreef heel veel dingen op. Voor het eerst ging ik goed naar mezelf kijken, en naar mijn gedrag. Mijn nieuwe leven begon daar. Toen ik terug was, heb ik nog vier, vijf maanden lang telefonisch met haar gesproken.

‘Eindelijk ben ik me bewust van mijn eigen gedrag, zie ik mijn valkuilen. Dat was me nooit gelukt als ik op dezelfde manier was doorgegaan en nog contact met Nathalie was blijven houden. Ik was weg, ik zat aan de andere kant van de wereld. Ik begon opnieuw.’

Je bent de beste versie van jezelf, zegt Thijs Zonneveld. Het lijkt wel of je het licht hebt gezien.

Ik vind het fijn zoals het nu gaat. Ik voel me veilig, rustig. Hoewel het een andere wereld was, was Amerika voor mij ook een veilige wereld, vanwege de geborgenheid. Op hun manier hebben de mensen daar veel voor mij betekend, door hun liefde en aandacht.’

‘In LA ben ik gestopt met drinken. Ook daar was ik al bezig met mezelf, probeerde ik mijn gedrag te analyseren. Op Bali zette dat door. Ik was eenzaam, maar daardoor kwam wel het besef dat ik het allemaal zelf moest doen.’

Zijn je ouders weleens op bezoek geweest in Los Angeles?

‘Nee. Het kwam er niet van, vooral om praktische redenen. Mijn vader is gepensioneerd, maar mijn moeder werkt nog, ze geeft zwemles.’

Wat vonden ze ervan dat hun zoon in Beverly Hills tussen de miljonairs woonde?

‘Ze wisten niet precies wat zich daar afspeelde. Op social media zagen ze wat dingen, meer niet. Ze waren blij dat ik veilig was. Nathalie is een stuk ouder en geen vrouw die in zeven sloten tegelijk loopt. Toen mijn moeder Mijn gevecht had gelezen, is ze een maand niet gaan werken, zo’n impact had het. Dus toen het weer goed met me leek te gaan, waren ze blij.’

Waarom ging ze een maand niet werken?

‘Omdat het zo’n verdrietig boek is, los van de excessen. Het gaat vooral over verdriet en eenzaamheid. En mijn ouders konden er niet voor me zijn, ik was wielrenner, weg van huis. Of ze wilden het niet. Dat is heel pijnlijk. Maar mijn worsteling kwam niet als een volslagen verrassing voor ze. Ik ben altijd openhartig tegen ze geweest.’

En je vader? Heeft hij het ook gelezen?

‘Ze hebben het tegelijk gelezen. Mijn vader is geen grote prater. Negen zussen, drie broers, een strenge vader, weinig geld, een harde opvoeding. Mijn vader is een doener. Hij werkte op Schiphol, bij de bagagebanden. Elke dag ging om tien over half vijf de wekker. Om drie uur was hij weer thuis.’

©Marie Wanders

Het moet voor hem moeilijk te begrijpen zijn geweest wat voor leven jij leidde in Los Angeles.

‘Hij had geen idee, totaal geen idee. Mijn vader is altijd in Dirkshorn gebleven. Dankzij de sport kon ik weggaan uit het dorp, de wereld in. Ik had een duidelijk doel, en dat was de allerbeste wielrenner ter wereld worden. Daar moest alles voor wijken.’ 

Hoe was het om als commentator terug te keren in het peloton? Was je zenuwachtig?

‘Ik maakte mijn rentree als verslaggever van het AD in de Ronde van Italië, in 2018. Voor de buitenlanders was het allemaal niet zo spannend. Ik was vooral benieuwd naar de reacties van de Nederlanders, er deden er dertien mee. Niemand zei iets.’

Niks?

‘Nee, niks.’

Dat is toch raar, na het verschijnen van een boek waarin je onthullingen doet over dopegebruik, seks en nachtelijke uitspattingen, en oud-ploeggenoten en ploegleiders met name noemt.

‘In al die jaren heeft in de wielerwereld nog nooit iemand in mijn gezicht iets negatiefs gezegd over het boek. Als iemand er wel iets over zei, was het in interviews of op een van de sociale media. Niemand zei in mijn gezicht dat ik een klootzak was of vroeg me waarom ik het had gedaan.

‘Bijzonder toch? Want er was nogal wat heisa. Mensen hadden er kennelijk moeite mee om eerlijk te zijn. Ze hadden het mogen zeggen, hoor, prima. Niemand hoeft het met me eens te zijn. Achteraf heeft het me enorm geholpen dat mijn verhaal een keer werd opgeschreven. Ik hoefde niet meer te liegen.’

Je vriendin José las Mijn gevecht pas toen jullie al een tijdje een relatie hadden, zei ze. Ze was vooral ontdaan door de pijn die je al die jaren als wielrenner kennelijk had gehad.

‘Ja. Dat is het verdrietigste. Als ik denk aan die tijd, voel ik het nog steeds. Ik was alleen, er was niemand om me heen met wie ik alles kon delen. Al die sombere gedachten, de zwaarmoedigheid, nauwelijks energie om je bed uit te komen, dat is nog steeds verdrietig. Maar het is ergens goed voor geweest.’

Verlang je terug naar de tijd op de fiets?

‘Ik was laatst weer eens in Schoorl, mijn moeder komt daarvandaan. Ik heb er ontelbare keren gefietst, in de Kop van Noord-Holland heb je niet zoveel keus. We waren met de auto en ik zag die weggetjes weer waar ik alle steentjes en kuilen kende. Vier, vijf uur fietsen, thuiskomen bij mijn ouders, je kleding in de bijkeuken uittrekken zodat die meteen in de wasmachine kon, onder de douche, naar beneden waar een broodje klaar stond, even de tv aan, lekker warm in huis, dat was zo fijn. Zo onbezonnen. Het ultieme.’

‘Maar dat heeft weinig te maken met een bestaan als prof bij de Rabo-ploeg. Dát kan ik makkelijk missen, en het liegen al helemaal. Voor hetzelfde geld was ik niet gepakt. Dat had gekund, anderen gebruikten die producten ook, maar kwamen ermee weg. Ik zou een heel vervelende man zijn geworden als ik niet was gepakt. Dat was ik al, maar ik zou nóg erger zijn geworden. Mij werd nu een halt toegeroepen.

‘Daarna is het aan jou wat je ermee doet. Je hele leven lang rancuneus blijven is een mogelijkheid. Of in het verleden blijven hangen. Maar het grootste deel van mijn leven moet ik nog beleven. Een topsporter heeft vaak de neiging in het verleden te blijven hangen, omdat hij later nooit meer ergens de allerbeste in zal zijn. Dat gevoel heb ik niet. Ik kijk vooruit.

‘Maar het zal me niet komen aanwaaien. Ik ben altijd geassocieerd met de fiets, met successen. Ik was de snelle jongen die op zijn 21ste een Porsche kocht. Dan duurt het wel even voordat je tevreden bent met kleine dingen. Ik moet een nieuw bestaan opbouwen.’

En het wielrennen?

‘Mijn liefde voor het wielrennen is niet kapot te krijgen. Zelfs op mijn donkerste momenten bleef ik het volgen, of ik nou op een kunstbeurs in Hongkong was of in een trein in Japan.

‘Toen Niki Terpstra in 2018 de Ronde van Vlaanderen won, zaten we in de trein van Kyoto naar Tokio. Het was een bullettrein, zo’n ding dat een paar honderd kilometer per uur gaat. We hadden in Kyoto een theeceremonie gehad en waren op de terugweg naar Tokio. 

‘Op een iPad keek ik naar de wedstrijd. Zo nu en dan viel de verbinding weg. Nathalie en de anderen hadden geen idee wat er in me omging. In 1998 zijn Niki en ik samen begonnen met wielrennen, op de wielerbaan in Alkmaar. Hij reed voor DTS in Zaandam, ik voor Alcmaria Victrix in Alkmaar. En nu zag ik hem in een trein in Japan de Ronde van Vlaanderen winnen. Het ontroerde me enorm. Zo sterk is het. Zo mooi.’