Een jaar na de ingreep heeft de laatste boer van Sint-Eustatius een idee voor een nieuw begin

Nederland zette een jaar geleden het bestuur van Sint-Eustatius aan de kant vanwege ‘grove taakverwaarlozing’. Maar is het geïsoleerde en zeer arme eiland, met het formaat van Schiermonnikoog en iets meer dan 3000 inwoners, daarmee gered? ‘Nederland heeft een zorgplicht.’
Boer Hazel met zijn aubergines. ©Sinaya Wolfert

Moet je eens meekomen”, zegt Mevrille Hazel. “Ik wil je wat laten zien.” Hij klopt zijn zolen schoon en vanaf de werkschuur volgt hij een betonnen pad door het hoge gras. Midden in de velden komt dat uit bij een monumentje. In de twee flankerende vlaggemasten tikken de koorden tegen het roest. Een bankje wacht hier al jaren op een voorbijganger.

De bronzen plaquette draagt de tekst ‘18 februari 1987’, met daaronder de naam van Willem-Alexander. “Hij was de eerste prins die hier bij een officieel bezoek wat aardappels heeft gerooid”, zegt Hazel met een glimlach. Maar dat was het dan ook. Nederland heeft daarna nooit meer iets met dit vruchtbare land gedaan.

Mevrille Hazel (61) is de laatste boer van Sint-Eustatius. Die bijzondere gemeente van Nederland kent grote armoede, vooral doordat het leven er zo peperduur is. Alles wordt geïmporteerd. “Maar dat hóeft helemaal niet”, zegt Hazel, die ooit landbouwkunde studeerde in Venezuela. “Kijk eens hoe vruchtbaar het hier is. In dit tropische moessonklimaat valt méér regen dan in Amsterdam. Door de passaatwind verdampt het snel, maar daar heb ik iets op gevonden. Ik werk met slangen voorzien van druppelaars, die de plant aan de voet heel gericht water geven. Dan nóg zijn er te lange droge periodes. Maar als ik hier afgedekte reservoirs zou hebben, of een pijp die elders opgevangen regenwater brengt, kan ik het hele jaar boeren.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Slavernij

Hij heeft nu nog acht hectare in gebruik, die vol staan met geurende tomaten, felpaarse aubergines, komkommers en paprika’s. Watermeloen en boerenkool groeien zij aan zij. Verderop wuift zelfs een boom vol rijpe passievruchten. “Als ik water had en 25 hectare land, kon ik heel Sint-Eustatius voeden, en Saba en Bonaire erbij. Ons eiland kan de groentemand van het Caribisch gebied zijn.” Kan, want Nederland heeft zich nog niet laten zien, en Statianen willen niet op het land werken. “Dat doet ze te veel aan de plantages uit de slavernij-tijd denken, zeggen ze. Vorig jaar heb ik op dit land acht stagiaires opgeleid, maar die zitten nu allemaal achter een bureau.”

De droom van Hazel, het verlaten monument in zijn veld en de weggelopen stagiaires vertellen in het kort het veel grotere verhaal over het eiland dat in de achttiende eeuw nog De Gouden Rots heette. Iets kleiner dan Schiermonnikoog met de bevolking van Ameland, heeft Statia zoals de Engelstalige bevolking haar eiland noemt, een enorme potentie. Maar dan moet Nederland de juiste investeringen doen, die de laagopgeleide bevolking niet laten weglopen, maar juist stimuleren zich uit de armoede te werken.

©Sander Soewargana

Misschien is het momentum wel daar, nu Nederland een jaar geleden hard heeft ingegrepen en het voltallige bestuur en de Eilandsraad (vergelijkbaar met het college en de gemeenteraad) naar huis stuurde. Mike Franco, de oud-parlementsvoorzitter van Curaçao, is er vanaf dat moment de almachtige regeringscommissaris, met als zijn rechterhand Meryn Stegers, de oud-burgemeester van Tubbergen.

De democratie is even aan de kant gezet, een paardenmiddel zoals dat voor het laatst in 1951 werd ingezet toen het Groningse Finsterwolde een communistische heilstaat dreigde te worden. De ingreep vond ook op Sint-Eustatius niet zomaar plaats. Een door het kabinet ingestelde ‘commissie van wijzen’ had daarvóór vastgesteld dat het eiland nadat het op 10 oktober 2010 van een Antilliaans eiland een Nederlandse gemeente werd, langzaam maar zeker afkoerste op een staatsgreep.

Tegendraads bestuur

Terwijl het eiland kampte met werkloosheid, armoede, jeugd- en gezinsproblematiek (80 procent van de kinderen groeit op in een éénoudergezin) en verwaarlozing van de openbare ruimte (kapotte wegen, overal afval), begon het bestuur steeds tegendraadser te worden in haar contact met Nederland. Er was volgens de commissie sprake van wetteloosheid en financieel wanbeheer, discriminatie, intimidatie, bedreigingen en beledigingen.

Clyde van Putten, de leider van de grootste partij PLP, begon zich steeds meer als ‘president’ van een onafhankelijk Statia te gedragen en deed toen hij de overname door Nederland voelde aankomen nog de uitspraak dat ‘ze’ de militairen op Sint-Eustatius zouden ‘vermoorden en verbranden in de straten van Sint-Eustatius’. Maar dat was ook zo’n beetje zijn laatste uitspraak. Met het formele argument van de ‘grove taakverwaarlozing’ greep Nederland in.

Hoewel die ‘commissie van wijzen’ zeer kritisch was over de opstelling van het Statiaans bestuur, kreeg ook Nederland een tik op de vingers. Dat had eerder het gevoel van bemoeizucht en bevoogding dat op Statia heerst moeten onderkennen. Den Haag is te lang op afstand gebleven, en heeft de ogen gesloten voor de erbarmelijke omstandigheden daar. Precies de conclusie die de commissie-Spies (geleid door de burgemeester van Alphen aan den Rijn) drie jaar eerder ook al deed, maar dat rapport verdween in een la.

©Sinaya Wolfert

Staatssecretaris Raymond Knops (CDA) die tegenwoordig over Caribisch Nederland gaat, trekt zich die kritiek ook aan. “De Statianen hebben het gevoel dat ze in de steek zijn gelaten door Nederland.” Hij wil Sint-Eustatius tegen de borst drukken, en zichtbaar ook de andere landen en gemeenten in Caribisch Nederland. Op Sint-Eustatius is volgens hem nu eerst een ‘levensreddende dotteroperatie’ nodig. Maar, zo benadrukt hij ook: “Nederland is geen klusbedrijf dat straks weer weggaat. Nederland heeft een zorgplicht”, zegt hij. “Ondersteuning zal altijd nodig blijven.” Knops valt goed op Sint-Eustatius. Ze geloven dat hij het meent. Ze merken dat hij naast staatssecretaris, ooit óók wethouder van Horst aan de Maas was. Hij kan groot denken, maar óók op kleine schaal samenwerken.

Maar hoe moet dat, de wederopbouw van een eiland? Wie door de straten als de De Ruyterweg slentert, de Beatrixweg of de lange Fort Oranjestraat afloopt die uitkomt bij de gelijknamige vesting op de klif hoog boven de oceaan, merkt dat al het achterstallige onderhoud ook direct de charme van het eiland is. Door haar isolement en het ontbreken van strand is het niet uitgegroeid tot een fun-paradijs met hoge hotels. Sint-Eustatius is een oorspronkelijk eiland gebleven, waarop iedereen elkaar voortdurend groet.

Straatnaambordjes

De veelkleurige traditionele houten huisjes met de versierde veranda’s staan op omvallen, maar ze zijn er nog wel. Het stratenpatroon is volledig authentiek en leidt voornamelijk naar Fort Oranje, wat ook nadelen heeft. Het eiland kent geen regenafvoer zodat het water maar één kant op stroomt: de klif af.

Dat de economie zo zwak is, komt vooral door dat isolement, de schaal (deze kleine gemeente heeft wel een zeehaven en een vliegveld te onderhouden) en het feit dat er maar één grote werkgever is: olieterminal NUstar biedt aan vierhonderd Statianen werk. Alternatieve economische pijlers zijn er (nog) niet, terwijl de fossiele olie-industrie eindig is.

Nederland heeft zich na de ‘overname’ allereerst gericht op snelle cosmetische ingrepen die de verandering moeten inluiden. De straten en zelfs de zandpaden hebben allemaal blauwe naambordjes gekregen, dat hebben de Statianen nog nooit meegemaakt. De wrakken die ze voorheen gewoon naast hun huis lieten staan, zijn merendeels verwijderd. De bermen zijn gemaaid en de muren van de drie begraafplaatsen opnieuw aangesmeerd.

De Statianen zijn over het algemeen positief over de komst van ‘de Nederlanders’, en de politieke rust die zij brachten. Maar ze zijn ook argwanend. “We hebben onze democratie niet ingeleverd voor een paar straatnaambordjes”, is een veelgehoorde grap. Ze verwachten structurele maatregelen die het eiland weer toekomst geven. Pas dan ontstaat er weer vertrouwen.

We hebben onze democratie niet ingeleverd voor een paar straat­naam­bord­jes, is een veel­ge­hoor­de grap

Regeringscommissaris Mike Franco heeft zich bij zijn aantreden voorgenomen vooral het contact met de bevolking te zoeken. Op woensdagochtend houdt hij in zogenoemde townhall-meetings spreekuur waarop alle Statianen ook werkelijk alle vragen kunnen stellen. “En dat doen ze ook”, zegt hij lachend. Uit al die gesprekken is hem duidelijk geworden dat bestrijding van de armoede op Sint-Eustatius prioriteit nummer één is. Die is volgens hem de voedingsbodem voor alle andere problemen, zoals dat volledige wantrouwen in bestuur en politiek.

Dure boodschappen

“Die armoede wordt vooral veroorzaakt doordat de kosten van levensonderhoud astronomisch hoog zijn”, aldus Franco. En inderdaad: wie bij de general store aan de Paramiraweg zijn tas vult met eerste levensbehoeften, betaalt drie keer zoveel als bij de Albert Heijn in Hilvarenbeek. “De prijzen zijn niet alleen zo hoog omdat alles per container wordt aangevoerd. Daarnaast wordt er kleinschalig ingekocht, per winkelier. En om bederf te voorkomen, bestellen de winkels ook kleine hoeveelheden. Er is dus geen bulk, wat de vervoerskosten opdrijft. Ook gaat alles eerst met grote schepen naar Sint-Maarten, waarna het wordt overgepakt voor Sint-Eustatius. Laat ik het zo zeggen: dat helpt niet.”

Tussen Sint-Maarten en Sint-Eustatius is er alleen een vliegverbinding met Winair, een maatschappij die een monopoly heeft. Die vraagt voor een tocht van veertig kilometer 260 dollar. “Als ik met TUI van Curaçao naar Amsterdam vlieg, ben ik weliswaar het dubbele kwijt, maar dan vlieg ik wel 8000 kilometer.” Omgerekend zou die vlucht bij Winair 52.000 dollar kosten. Die vergelijking gaat niet helemaal op, maar geeft wel een indicatie.

Onderstanduitkering

Het Nederlandse onderzoeksbureau Regioplan berekende vorig jaar dat het benodigde budget voor levensonderhoud op Sint-Eustatius tussen de 1000 en 1400 dollar voor een alleenstaande ligt. Bij twee ouders met kind ligt dat op het dubbele. De hoogte van een onderstanduitkering (bijstand) ligt echter op 420 dollar. Afgelopen jaar heeft Nederland de uitkeringen iets verhoogd en ook de kinderbijslag, maar het niveau ligt nog ver onder het Nederlandse, terwijl de kosten hier hoger zijn.

“Daar moet echt wat aan gebeuren”, zegt Franco. “Sinds dit eiland een gemeente van Nederland is geworden, is het leven hier twee keer zo duur geworden. De uitkeringen zouden hier echt hetzelfde niveau als in Nederland moeten hebben. Als je de andere Caribische gemeenten Sint-Maarten en Bonaire meeneemt, gaat het om hooguit duizend mensen. Zulke grote bedragen zijn dat niet, terwijl ze echt het verschil kunnen maken.”

©Sinaya Wolfert

“Laat Nederland ook naar de toepassing van de regels kijken”, zegt Raquel Spanner, die tegenover het gouvernementsgebouw van Franco de scepter zwaait over de afdeling Sociale Zaken. Haar ‘onderstandtrekkers’ passen precies op een A4’tje. Het zijn er maar 48. “Dat komt doordat veel mensen die wel recht zouden moeten hebben op een uitkering, daarvan geen gebruik kunnen maken”, zegt ze.

“Veel familieleden leven noodgedwongen samen in een woning, gewoonweg omdat er geen betaalbare huizen zijn.” Met z’n tienen proberen ze met allerlei baantjes en klussen in het informele circuit het hoofd boven water te houden, en daarmee verdienen ze een schijntje. “Maar met al die schijntjes bij elkaar verdienen ze als ‘huishouden’ net het minimumloon waardoor ze niet voor een uitkering in aanmerking komen. Dat is schrijnend. Er kan in zulke samengestelde gezinnen geen aandacht zijn voor de opvoeding van kinderen en de mantelzorg voor ouderen.” Dus een hogere uitkering is mooi, zegt ze. “Maar kijk ook naar de toepassing in een Caribische gemeente waar alles anders is.”

Ankers en spuitbeton

Armoedebestrijding blijft op de eerste plaats staan bij Franco. De uitkeringen omhoog, de kosten omlaag. Maar hij heeft meer zorgen. “De infrastructuur is totaal verouderd. De wegen kapotgereden.” Het eiland van 21 vierkante kilometer heeft 40 kilometer weg. “Een nieuwe weg van betonplaten kost 800.000 euro per kilometer. In de begroting van dit jaar is 5,6 miljoen euro voor de wegen opgenomen. We kunnen dit jaar dus zeven kilometer aanleggen, en in samenspraak met de bevolking is besloten waar. Maar we zijn er hiermee niet. We hebben hierna nog zes jaar herstel voor de boeg, waarmee de kosten boven de 30 miljoen komen.”

Toch kan met die aanpak meer bereikt worden dan een comfortabel autoritje. Nieuwe wegen kunnen óók worden gebruikt om de erosie van de klif tegen te gaan. Het complete Fort Oranje dreigt binnenkort naar beneden te storten als daar niets aan wordt gedaan. Een Frans onderzoeksteam heeft deze week vastgesteld dat het fort gered kan worden als de wand wordt voorzien van ankers en spuitbeton. Maar dan moet er ook iets worden gedaan aan het toestromende regenwater dat de erosie veroorzaakt.

Franco: “De nieuwe wegen moeten worden voorzien van goten, die het water niet alleen bij de klif weghouden, maar het hemelwater transporteren naar grote reservoirs. Dit eiland heeft genoeg water, we laten het alleen de oceaan instromen. We kunnen het ook heel goed gebruiken bij de ontwikkeling van een nieuwe pijler onder de economie: de landbouw.” Nee, hij heeft boer Mevrille Hazel bij het verwaarloosde monumentje nog niet ontmoet. Maar dat gaat hij zeker doen.

Lees ook:

Regeringscommissaris Franco moet op Sint-Eustatius twee kanten op vegen

Regeringsfunctionaris Mike Franco zal schoon schip maken bij het bestuur op Sint-Eustatius. Maar hij moet ook de wanorde aan de Nederlandse kant aanpakken.