Duncan Laurence: ‘Ik ben op de wereld gezet om muziek te maken over wat ik voel’

Zijn optreden betekende de eerste winst van Nederland op het Songfestival in 44 jaar. Daarna werd Duncan Laurence overrompeld door fans, kritiek en roddelmedia. ‘Toen ik na het Songfestival aankwam op Schiphol, dat was, nou ja, een enge situatie.’ 
©.

Hij denkt soms dat hij wakker is geworden in een vreemde, maar niet bepaald onplezierige wereld. ‘In een andere dimensie, zomaar’, zegt Duncan Laurence (26). ‘Omdat ik per ongeluk een onbekende weg was ingeslagen of zo.’ Zo tolt zijn hoofd nog altijd rond en zo zal het van binnen nog wel even blijven duizelen, denkt hij. Hoopt hij.

Laurence ging van hardwerkende, altijd liedjes schrijvende maar nauwelijks gehoorde zanger naar volksheld en gevierde popjongen. In een flits. Eigenlijk, als je het oppervlakkig bekijkt, gedurende één grandioze transformatie op een mooie avond in mei, een jaar geleden. Gouden confetti, gebalde vuisten, yés: Songfestivalwinnaar. Iedereen kan zich de euforische beelden voor de geest halen. Nederland transformeerde met Duncan Laurence mee. We hadden weer eens een dikke winst te pakken, op een internationaal toernooi.

We spraken elkaar vorig jaar, vlak voor Laurence afreisde naar Israël. Over zijn gekoesterde liedje Arcade; hoe dat tot stand was gekomen, wat hij allemaal niet uit zijn eigen gevoelsleven in dat nummer had geschept. Dit jaar, met de nieuwe editie van het Songfestival in het vooruitzicht, wilden we nog eens in gesprek gaan. Over het krankzinnige jaar dat Duncan Laurence ná 18 mei 2019 had doorlopen. En hoe hij afscheid wilde nemen van die mooie eretitel, die hij op 16 mei 2020 in de Rotterdamse Ahoy zou overdragen aan een nieuwe Songfestivalwinnaar.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Het liep anders. Corona kwam het land binnen, het Songfestival vloog eruit. Concertpodia gingen dicht, lopende zaken gingen de ijskast in en nieuwe plannen raakten in een stroomversnelling. Duncan Laurence vertrok naar de Verenigde Staten, om daar met knappe producers en songwriters aan nieuwe muziek te werken. En in mei verscheen die nieuwe muziek op de plaat Worlds on Fire; de eerste verse liedjes sinds Arcade, zijn Songfestivaltriomf. Zijn single Someone Else deed het gelijk goed op de streamingplatforms en de goede oude radio. 

En dus besloten we toch weer om de tafel te gaan, om alsnog die achtbaancarrière van Duncan de Moor te bespreken. En ja: ook om het unieke feit te vieren dat Nederland twee jaar in successie regerend Songfestivalkampioen genoemd mag worden, met dezelfde song.

‘Het Songfestival gaf me de kans om tevoorschijn te komen, en aandacht te krijgen.’ ©Marc de Groot @ Witman Kleipool

We spreken elkaar in de Amsterdamse studio van de fotograaf. Omdat Laurence daar uiteraard toch moest zijn, maar ook omdat we er flink de ruimte hebben en het inachtnemen van iedere gewenste afstandsregel hier een koud kunstje is. ‘Ik vond Nederland ineens erg klein, toen ik terugkwam uit Los Angeles’, zegt hij. ‘Ik mocht daar twee maanden aan muziek werken, terwijl dus die coronacrisis uitbrak. Maar ik voelde me daar best veilig. Alles is zo groot en ruim opgezet, die winkelcentra en zo. En iedereen draagt een mondkapje, alles is haast overdreven schoon. Dan is het in Nederland even wennen. Bijna geen mondkapjes op straat, je wordt aangestoten in de supermarkt.’ 

Welkom terug in het thuisland. ‘Ik dacht eerst dat deze crisis mensen dichter bij elkaar zou brengen, omdat iedereen zich natuurlijk zorgen maakt. Maar ik merk nu juist dat het mensen eerder uit elkaar trekt. Dat er een gespannen sfeer hangt, veel irritatie. Ik vind dat jammer.’

Door corona kwam alles tot stilstand. Was dat voor jou geen uitkomst, met zo’n overvolle agenda?

‘In eerste instantie wel. De pauzeknop werd ingedrukt, in de hele wereld. En voor mij was het ook goed om te resetten. Om na te denken over wat er was gebeurd het afgelopen jaar en waar ik naartoe wilde. Wat wilde ik gaan vertellen met mijn muziek? Hoe wilde ik gaan klinken? Ik kreeg de kans om naar Los Angeles te gaan, om daar te werken met een heel goed team. En ook eens achter de knoppen te gaan zitten en me te concentreren op mijn geluid, de productie van mijn liedjes. Ik had daar eindelijk tijd voor. Dat was een verademing.’

Duncan Laurence vertrekt even een paar maanden naar Los Angeles om aan muziek te werken. Toe maar.

‘Ja, dat bedoelde ik met die andere dimensie. Kijk, ik was jaren voor dat Songfestival al bezig met muziek schrijven. Vooral voor anderen, dacht ik. Ik hoopte dat mijn muziek ooit, wie weet, zou komen bovendrijven. Maar dat is zo moeilijk in deze tijd. Als je ziet wat er per week aan nieuwe muziek verschijnt op de streamingplatforms, op YouTube. Het Songfestival gaf me de kans om tevoorschijn te komen, en aandacht te krijgen.’

Van 200 miljoen tv-kijkers.

‘En door de winst werd het allemaal nog veel groter. En dat realiseer ik me nu bijna iedere dag. Dat ik dus inderdaad naar Amerika kan om met heel grote namen uit de muziekindustrie te werken. Dat mijn hoofd op een billboard van Spotify verschijnt als mijn plaat uitkomt. Jeetje, denk ik nu. Het kán allemaal, het mág allemaal. Alsof je vanuit het niets ineens, hop, een bekende artiest bent geworden.’

Dat is natuurlijk ook zo. Maar je hebt toch niet het idee dat je het cadeau hebt gekregen? Dat zou een misverstand zijn.

‘Nee hoor, dat klopt. Het was zeker niet zo dat ik op een dag wakker werd en Arcade lag naast mij op het kussen. Het was een jarenlange zoektocht. Een zoektocht naar een eigen sound, naar wie ik wilde zijn als artiest. Wat wilde ik vertellen, wat dúrfde ik te vertellen? En ik heb inderdaad jaren aan Arcade gewerkt, met verschillende mensen. Maar toch: dat ene telefoontje van Ilse DeLange, die mij vroeg of ik Arcade wilde insturen voor het Songfestival. Dat heeft nogal wat veranderd. Ik zou meer beginnende artiesten, die het ook verdienen om gehoord te worden, zo’n kans gunnen.’

‘Dat ene telefoontje van Ilse DeLange, die mij vroeg of ik Arcade wilde insturen voor het Songfestival. Dat heeft nogal wat veranderd.’ ©Marc de Groot @ Witman Kleipool

Je werd vanuit het Songfestival naar Pinkpop gekatapulteerd. Daar stond je drie weken na Tel Aviv al op het programma. Een andere wereld?

‘Ja, maar daar was ik al ingestapt toen ik na het Songfestival aankwam op Schiphol. Dat was, nou ja, een enge situatie. Ik heb dit nog niet eerder gezegd, maar Schiphol moet echt meer aan beveiliging doen als er een winnaar van het Songfestival aankomt op de luchthaven. Iets van dranghekken of zo? We werden met ons team, vanuit onze bubbel, zo de menigte ingeduwd: wandel er maar in. Maar goed, ik kreeg wel in één klap door dat er echt iets gebeurd was in Nederland. Oké, dacht ik. Wat ga ik nog meemaken? Liggen er straks fotografen in mijn tuin? Nou, die lagen er inderdaad. En toen speelde ik dus ineens op Pinkpop. En hoorde ik hoe 45 duizend mensen Arcade meezongen, tot ver buiten de tent waar ik speelde. Een onbeschrijfelijk gevoel, dat al die mensen mij kenden.’

En dat je ook op een groot popfestival gehoord kon worden.

‘Precies, en dat wilde ik heel graag. Ik ben in eerste instantie een popmuzikant. Het ging mij nooit om de flair, de spotlights en die lamp boven de piano, maar om de muziek. Maar dat ik zo mezelf heb mogen zijn op dat grote Songfestival-podium, daar zal ik altijd dankbaar voor blijven. Ik zal het Songfestival altijd blijven noemen. Er zijn heel grote artiesten uit voortgekomen; Abba, Céline Dion, noem maar op. En het is ook de plek waar het voor mij begon. Daar ben ik trots op.’

Duncan Laurence werd na het Songfestival meegezogen in een orkaan van concerten, tv-optredens, sociale media, een Europese tournee. Bij zijn eerste concerten na Tel Aviv speelde hij de liedjes die hij ten tijde van Arcade had gemaakt. Hij werd als persoon binnenstebuiten gekeerd, alles moest worden gedeeld met zijn nieuwe, internationale publiek. Wat at hij als ontbijt? En hoe het zat met zijn liefdesleven, met zijn geaardheid?

Toch bleef hij goed overeind in de aandachtsstorm. Zijn relatie schermde hij zo veel mogelijk af en dat doet hij nu, inmiddels met een nieuwe relatie, nog altijd. ‘Ik wil alles van mezelf delen, het liefst in mijn muziek. Ik heb niets te verbergen. Dat had ik ook bedacht toen ik begon met liedjes schrijven, en bewust nadacht over wat voor artiest ik wilde zijn. Dit ben ik, take it or leave it. Maar in een relatie heb je ook te maken met een andere persoon. Als die niet in de spotlight wil staan, dan heb je dat te respecteren.’

In zijn nieuwe liedje Beautiful, een ingetogen maar emotioneel beladen ballad, lijkt hij toch even te verwijzen naar zijn nieuwe werkelijkheid: de Duncan Laurence van na de gedaanteverwisseling. En naar de manier waarop hij dat publieke leven kan verdragen. ‘Everybody knows me’, zingt hij ‘Everybody holds a piece of truth. Everybody sees me, they all have a point of view.’ Iedereen kent je, iedereen heeft een mening over je. Maar alleen jij kent mij echt. ‘Let the whole world change. We’ll stay the same.’

Dat liedje gaat in de eerste plaats over vriendschappen, zegt Laurence. ‘Mensen die je altijd steunen. Het cliché over doorbrekende artiesten die ineens hun oude vrienden verliezen, is bij mij niet opgegaan. Mijn vriendschappen zijn het afgelopen jaar alleen maar hechter geworden. Daar wilde ik iets over zeggen.’ Maar het nummer gaat ook over zijn pestverleden, waarover hij al veel heeft verteld. Laurence werd vanaf groep één tot aan het einde van zijn middelbare schooltijd belaagd. Dat heeft er flink ingehakt, zei hij bijvoorbeeld in de talkshow van Margriet van der Linden. Zijn schooltijd was, kortom, niet makkelijk, en soms is het publieke leven dat ook niet. 

Was jouw Songfestivalzege niet ook een zoete wraak op de pestkoppen van vroeger?

‘Nee, echt niet. Ik heb die wraakgevoelens nooit gehad. Ik weet ook dat die mensen jong waren toen ze mij pestten. En ik bedacht mij toen al: wie iemand pest, is zelf waarschijnlijk erg ongelukkig. Je wordt niet op een dag helemaal blij wakker en denkt: vandaag ga ik Duncan eens even lekker pesten. Nee, dan is er iets met je aan de hand. Als je gelukkig bent, waarom zou je dan discrimineren of pesten? Het komt vaak toch voort uit afgunst. Laat ik het zo zeggen: ik hoop dat de pestkoppen van toen nu heel gelukkig zijn.’

‘Als je gelukkig bent, waarom zou je dan discrimineren of pesten?’ ©Marc de Groot @ Witman Kleipool

Maar hebben de pesters nu geen nieuwe gedaante gekregen, op sociale media bijvoorbeeld? Jij hebt alleen op Instagram al bijna 400 duizend volgers en die zeggen weleens wat.

‘Sociale media zijn krachtig maar ook heel eng. Het is inderdaad het nieuwe schoolplein. Of een nieuw Forum Romanum, waar iedereen roept wat hij wil. Maar ja: hoe vaak ging een Romein vroeger naar het Forum Romanum? Niet iedere dag, denk ik. Nu lijkt het wel of iedereen constant op dat marktplein rondhangt om iets te roepen. Dat lijkt mij niet gezond. Ik heb wel het idee dat ik er goed mee kan omgaan. Kijk, als iemand online begint over mijn geaardheid of zo, dan zeg ik: oké, been there, done that, daar ga ik echt niet meer op in. Maar ik spreek mensen wel aan als ik zie dat er negativiteit ontstaat onder mijn berichten. Zo van: joh, wat jij nu schrijft kan heel rot zijn voor degene die jij aanspreekt. Ik ga het gesprek aan, want ik wil op mijn sociale media een veilige plek creëren.’

Veel artiesten reageren nooit op de commentaren.

‘Dat kan ik ook begrijpen, want het geeft enorm veel stress. Niet alleen voor artiesten hoor. Voor heel veel jonge mensen. Er zijn zo veel kanalen om bij te houden; Instagram, Tiktok, YouTube, Vevo, Twitter, Facebook, niet te doen. En overal wordt een beeld neergezet van een perfect leventje. Je moet altijd maar je mooie zelf laten zien. Dat is natuurlijk niet vol te houden. Daar komen bij jongeren zo veel depressies vandaan. Het is echt een uitdaging van onze tijd: het moet jongeren duidelijk worden gemaakt, het liefst op een systematische manier, dat sociale media ernstig verslavend kunnen zijn. Dat het naast veel moois ook heel veel kwaad kan aanrichten.’

Wat voor moois dan?

‘Black Lives Matter, bijvoorbeeld. Op sociale media kan heel snel heel veel bewustzijn ontstaan over misstanden, als iedereen zich massaal achter een beweging schaart. Dat de hele wereld kan zien dat iets gewoon niet meer kan. Dan kunnen sociale media zo krachtig en goed zijn.’

Laurence kreeg het een en ander aan kritiek te verwerken, over zeer uiteenlopende zaken. Hoort ook bij het artiestendom, hij weet het. Als de wat gevoeliger onderwerpen ter sprake komen, reageert hij scherp. Niet geïrriteerd, maar wel resoluut. Zijn vinger tikt de lettergrepen die hij uitspreekt mee op het tafelblad waaraan we zitten te praten. En daarna verschijnt steeds die zelfverzekerde lach op zijn gezicht. Zo van: doe het er maar mee.

‘Ik kan wel wat hebben hoor’, zegt hij dan. ‘Ik kan tegen kritiek. Ik heb vijf jaar op een muziekacademie gezeten, vergeet dat niet. Ik ben beoordeeld.’ En vergeet ook niet dat Laurence dat ene festival heeft gewonnen. Die winst was een soort onbereikbaar visioen geworden voor het Nederlandse muziekleven. Geeft het terugdenken aan zijn overwinning hem misschien extra vertrouwen, en onvermoede levenskrachten? ‘Nou, het is wel zo dat soms door mijn hoofd schiet: ik heb dit geflikt. Als ik wat spanning voel voor een tv-optreden of zo, dan denk ik: kom op Dunc, je hebt het ook voor 200 miljoen mensen gedaan. Maar ik won ook in Tel Aviv omdat ik een soort Olympisch team om mij heen had. Dat vergeet ik niet.’ 

We praten over de ‘breuk’ – de voormalige samenwerking, zegt Laurence zelf liever– met zijn producer Wouter Hardy. Die vond het jammer, liet hij optekenen in een interview, dat Laurence na het Songfestival aan de slag ging met andere producers en liedschrijvers. Het leek of hij zich een tikje in de steek gelaten voelde. Laurence: ‘Er is helemaal geen breuk. Ik spreek hem gewoon nog. En ik heb altijd met veel mensen tegelijk aan muziek gewerkt, waarom zou ik dat nu niet meer kunnen doen? Hij had toen hij dat zei in een krant natuurlijk ook gewoon even kunnen bellen: ‘Ha, Duncan, zullen we weer een liedje maken?’ Wat mij betreft is er niets aan de hand.’

‘Als ik wat spanning voel voor een tv-optreden of zo, dan denk ik: kom op Dunc, je hebt het ook voor 200 miljoen mensen gedaan.’ ©Marc de Groot @ Witman Kleipool

Er werd meer gemopperd. Jouw nieuwe muziek liet te lang op zich wachten.

‘Ja, omdat ik graag veel aandacht aan mijn muziek wil geven. Ik wil het goed doen, niet zomaar iets de wereld inslingeren. Daar zijn mijn fans uiteindelijk bij gebaat, toch?’

Je hebt nu naast Arcade vier liedjes officieel uitgebracht.

‘En die zijn voor de eeuwigheid. Daar moet je niet te licht over denken, je bouwt met je liedjes een oeuvre op. Dat blijft altijd bij je.’

Je zegde een aangekondigd concert in de Ziggo Dome af.

‘Nee, ik zegde niet af, maar stelde uit. Die show kwam gewoon te snel, we hadden dat niet goed ingeschat. Ik had het zo vreselijk druk gehad. En wilde van die show in de Ziggo Dome in maart iets groots maken, het heel goed doen. En dat leek niet te gaan lukken, puur uit tijdgebrek. Bij zo’n show komt zoveel kijken: de arrangementen, de lichten. Zo werk ik nu eenmaal, ik bouw graag aan een liedje, maar ook aan een mooi optreden. Ik was bang dat het niet goed genoeg zou worden. Daarom besloot ik dat concert uit te stellen.’

Voor veel artiesten is een show in de Ziggo Dome misschien een ultiem doel, iets dat je niet kunt uitstellen als de afspraken gemaakt zijn.

‘Is dat zo? Is dat dan zó belangrijk? Maak je daarom muziek? Natuurlijk is zo’n optreden voor zoveel mensen, in díé hal geweldig. En ik wil daar ook graag spelen, ik heb er heel veel zin in. Maar ik maak muziek om mensen te raken, of dat nu twintig mensen zijn bij een kampvuurtje of een volle Ziggo. Wat voor mij belangrijker is: ik wil bij ieder optreden het beste geven. Ook daar hebben je fans toch het meeste aan?’

Dan werd hier en daar geklaagd over een livestream-concert in het Scheepvaartmuseum, waarvoor betaald moest worden.

‘Nou ja, dát vond ik wel pittig hoor. Kijk, we hadden dit jaar grote plannen, wilden echt gaan knallen met concerten. Ik, en een heel team eromheen. Je bent soms met twintig man bezig aan een tournee. En toen brak die crisis uit en moest alles worden afgezegd. Waren alle agenda’s van mijn crew leeg. Ik kan dan aan mijn muziek gaan werken. Maar veel mensen hebben dan gewoon geen inkomen, dat is heel ernstig.’

Je voelde je verantwoordelijk.

‘Ja, ik vond het echt heel rot dat al mensen ineens geen werk hadden, omdat mijn concerten niet doorgingen. En ik was dus heel blij dat er een aantal concerten werd georganiseerd voor een heel mooie serie livestreams, op een bijzondere plaats. Daarmee zou iedereen weer even aan het werk kunnen. En voor die stream moest dus een kaartje worden gekocht, van dertien euro. Ik vond het echt heel jammer dat sommige mensen niet begrepen dat zoiets nodig is om de live-sector in leven te houden. Niet mij, de artiest, maar alle mensen achter de schermen.’

Dit zit je dwars.

‘Ja, een beetje wel. Al is dit nu ook weer geen oorlogskreet of zo. Maar ja, bij dit soort kritiek denk ik echt: probeer even goed na te denken voor je weer iets roept. Iets meer dan een tientje voor een concert waar zo veel mensen aan werken. Kom op, joh.’

Als jij daar nu iets over zegt, dan word je gehoord. Je hebt een stem.

‘En daarom laat ik hem horen. Maar dat had ik ook gedaan als ik tweehonderd volgers op Instagram had gehad in plaats van 300 duizend. En dan had ik ook gezongen. Ik ben niet op deze wereld gezet om veel volgers te krijgen. Volgens mij ben ik op de wereld gezet om muziek te maken over wat ik voel. Omdat ik daar gelukkig van word en omdat ik zie dat ik er ook andere mensen gelukkig mee kan maken.’

De EP Worlds on Fire is verschenen bij Spark Records/ Universal. Het uitgestelde concert van Duncan Laurence in de Amsterdamse Ziggo Dome is op 17 november.