Dit zijn de pijnpunten rondom het optreden van Femke Halsema

Volgende week wacht de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema een motie van wantrouwen omdat ze niet ingreep bij een te drukke demonstratie. Welke zaken liggen precies gevoelig?
Femke Halsema gaf uitleg over haar optreden in een brief aan de gemeenteraad, maar er liggen nog enkele vragen open. ©Thomas Schlijper

Je zou het bijna vergeten, maar er zijn deze week publiekelijk woorden van bewondering uitgesproken voor de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. ‘Zij staat in ieder geval aan de goede kant van de geschiedenis’, vindt de organisatie van de antiracismebetoging van maandag op de Dam, de gebeurtenis die Halsema aan het wankelen heeft gebracht.

Sterker: zelfs een politicus die erop uit is Halsema beentje te lichten, kan iets aardigs over haar zeggen. ‘Ze was goed bezig om dat linksige imago af te schudden en echt boven de partijen te staan’, zegt uitgerekend oppositieleider Marianne Poot van de VVD. Halsema heeft op meerdere plaatsen cameratoezicht gelast om overtreders van afstandsbepalingen vast te leggen. Ze verdedigt ook − opmerkelijk voor iemand van GroenLinks − de herinvoering van een vorm van preventief fouilleren (‘2.0’ in haar eigen woorden) om wapenbezit onder jongeren aan te pakken.

Maar deze week heeft de burgemeester er een potje van gemaakt, vindt Poot. ‘Fout op fout. Met als constante: het afschuiven van verantwoordelijkheden. Naar de politie, naar justitie. Zij is verantwoordelijk voor de openbare orde! Als je zelf zegt dat je op zaterdagochtend al buikpijn hebt van die demonstratie over twee dagen, dan moet je erbovenop zitten.’ Poot dient daarom een motie van wantrouwen in.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Sinds haar aantreden in juli 2018 als opvolger van de bijna zaligverklaarde Eberhard van der Laan lijkt Femke Halsema een schietschijf geworden voor politiek-rechts. Vaak wordt haar verweten de essentie van haar functie (boven de partijen staan − de burgemeester is er voor alle ingezetenen − en verantwoordelijk voor de openbare orde) uit het oog te verliezen.

Alle voorstellen en maatregelen van het Amsterdamse gemeentebestuur – duurzaamheidsmaatregelen, het terugdringen van het autobezit en -gebruik, het opvangen van statuslozen – worden door haar criticasters aan Femke Halsema persoonlijk toegeschreven. En boven de kritiek staan valt haar zwaar, getuige de bijna paniekerige verzuchting in haar apps aan minister Grapperhaus dat De Telegraaf ‘helemaal losgaat’.

Het is onwaarschijnlijk dat Halsema het debat van komende week over haar optreden tijdens de demonstratie niet overleeft. Een deemoedige toon aanslaan lijkt verstandig om de butsen in het imago enigszins te beperken. De uitlegbrief, die ze dinsdagavond naar de raad stuurde en waarin ze erkent dat er fouten zijn gemaakt, roept echter nog vragen op. Deze vier zaken achtervolgen Halsema.

1. Niet ingrijpen terwijl het veel te druk is

Dát ze de demonstratie op de Dam liet begaan, wordt Femke Halsema nog het meest verweten. Van de horeca tot de zorg noemde men het onbegrijpelijk dat duizenden mensen, weliswaar met mondkapjes, zo dicht op elkaar gepakt mochten staan.

In Rotterdam deed burgemeester Ahmed Aboutaleb woensdag wat Halsema naliet. Hij liet de demonstratie bij de Erasmusbrug beëindigen, omdat het er op sommige plekken te druk was. Organisatie en politie (vanuit busjes en met een drone) hadden de deelnemers er al meermaals op gewezen afstand te houden.

Achteraf is het makkelijk praten. Rotterdam trok lering van de dingen die in Amsterdam misgingen. Zo had de Rotterdamse politie wel een commandostructuur opgetuigd, waarbij met crowdmanagement de toestroom van demonstranten in de gaten werd gehouden. Amsterdam beschouwde de betoging op de Dam als een van de vele demonstraties. Achteraf een kapitale fout: iedereen werd verrast door de enorme opkomst.

Na de demonstratie in Rotterdam was het daar op sommige plekken onrustig en sneuvelden ruiten. Toch is het ingrijpen volgens agenten de juiste beslissing geweest, zegt politievakbondsman Jan Struijs. ‘Agenten die ik sprak, vinden dat het al met al goed is verlopen. En relschoppers heb je er vaker tussen lopen bij demonstraties.’

De politie laten ingrijpen bij een betoging die juist ging over politiegeweld (in de VS): Halsema en de politie zagen het niet zitten. Struijs wil geen oordeel vellen over het optreden van Halsema. Wel zegt hij dat er ook binnen de Amsterdamse politie maandag discussie was over het wel of niet beëindigen van de demonstratie. ‘Er heerste een hartstikke goede sfeer, constateerden agenten. Tegelijk voelden ze zich er wel ongemakkelijk bij. Ze zijn in Amsterdam al maanden bezig met het handhaven van de coronaregels, en daarbij krijgen ze van alles naar hun hoofd. En dan zie je duizenden mensen op de Dam staan en doe je niks.’

2. Demonstreren een grondrecht? En de volksgezondheid dan?

Zoveel juristen, zoveel meningen. Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans (Universiteit Leiden) vindt dat Halsema fouten heeft gemaakt door niet in te grijpen. In de Wet openbare manifestaties staat dat ingrijpen mag als de volksgezondheid in het geding is. In een noodverordening is zelfs expliciet vastgelegd dat het overtreden van de anderhalvemeterregel strafbaar is. Alleen al daarom kan het grondrecht op demonstreren worden ingeperkt.

Hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer (Rijksuniversiteit Groningen) vindt juist dat Halsema in juridische zin weinig te verwijten valt. Hij vindt het prijzenswaardig dat de burgemeester onder ‘de huidige, moeilijke omstandigheden met inperkingen’ zo zwaar tilt aan het grondrecht op betogen. Hij schat in dat ingrijpen meer schade had berokkend.

De noodverordeningen bieden handvatten om beperkingen te stellen aan demonstraties, bijvoorbeeld getalsmatig. In sommige veiligheidsregio’s wordt daar strikt mee omgegaan. In die onder het voorzitterschap van Halsema niet.

Daar staat tegenover dat het enige verbod op een demonstratie dat bij de rechter is aangevochten op Halsema’s naam staat. In april wilden twintig betogers bij gebouwencomplex de Stopera aandacht vragen voor het daklozenvraagstuk. De organisator schermde ermee zelf slachtoffer te zijn van het coronavirus, waarop Halsema de demonstratie verbood en steun kreeg van de rechter.

3. Demonstratie te belangrijk? Beeldvorming is dat ook

Nog tijdens de demonstratie maandag zei Halsema tegen AT5 die ‘te belangrijk’ te vinden om voortijdig te beëindigen. Nee, zei ze de volgende dag, ze doelde niet op de inhoud maar op het grondwettelijke recht op demonstreren. Dat is van een andere orde dan het recht om naar het strand te gaan, voegde ze er later nog aan toe.

Is dit een semantische kwestie? Deskundigen lieten eensgezind weten dat een burgemeester niets te vinden heeft over de boodschap van een demonstratie (tenzij die strafrechtelijk ingrijpen vereist). Degenen die de burgemeester toch al graag op de korrel nemen, wantrouwen de ‘rectificatie’ en spreken van een ‘vluchtroute’.

‘Maar ze ís toch ook steeds bezig met wegvluchten en afschuiven?’, vindt de Amsterdamse VVD-fractieleider Marianne Poot, verwijzend naar het appverkeer tussen Halsema en Grapperhaus. Daarin komt het mede door dat woord ‘belangrijk’ tot een botsing tussen die twee.

De beeldvorming zal zeker een rol hebben gespeeld. Vooral buiten Amsterdam is Halsema’s optreden voeding voor de stelling dat de hoofdstad boven de wet staat. Boerkaverbod? Gaan we niet handhaven, zegt Halsema al snel. In Amsterdam wordt volop gedemonstreerd, Halsema is daar trots op.

Haar voorganger mocht rustig in het publieke domein een sigaretje opsteken zonder dat hij ervan werd beticht de volksgezondheid in gevaar te brengen. Toen Halsema maandag op de Dam kwam kijken, was dat ook al niet goed. Tussen de demonstranten, zonder mondkapje, met een button met het jaartal 1873 erop (de afschaffing van de slavernij, net ervoor herdacht voor haar ambtswoning): alles ligt onder een vergrootglas.

4. Er zouden maar driehonderd betogers komen

Tot vlak voor de demonstratie gingen Halsema en de Amsterdamse politie ervan uit dat er hooguit driehonderd deelnemers naar de Dam zouden komen. Tijdens de demonstratie stonden er vijfduizend, en misschien wel meer, op het plein. Afstand houden lukte niet meer.

‘We werden overlopen’, zei korpschef Frank Paauw er woensdag over in praatprogramma Op1. Overlopen door de realiteit ook: uit de eigen informatie leidde de politie niet af dat het zo druk zou worden.

In Amsterdam vinden jaarlijks 1.500 demonstraties plaats. Meestal kan de politie vrij goed inschatten hoeveel volk daarop afkomt, aldus Paauw. En duizenden aanmeldingen op Facebook willen nog niet zeggen dat er ook echt duizenden mensen komen, zeiden ook de organisatoren van Black Lives Matter. Daarbij hebben organisatoren de neiging de opkomst van hun demonstratie te overschatten.

In de gemeenteraad zal het komende week uitgebreid aan de orde komen: waarom zat de driehoek (politie, justitie en Halsema) er zo naast? Een politieonderzoek moet uitwijzen wat er is gebeurd met onheilstijdingen van agenten die aan hun leidinggevenden meldden dat er maandagmiddag al veel meer dan duizend betogers op de been waren.

Volgens politievakbondsman Struijs is door agenten zelfs een getal van ‘achtduizend plus’ genoemd, toen de demonstratie om 17.00 uur begon. De vraag is of zulke getallen ook de top van de politie hebben bereikt. Paauw ontkende dit stellig bij Op1, en Struijs gelooft hem.

Aan de gemeenteraad moest Halsema deemoedig toegeven: ‘Achteraf constateren wij dat onze informatiepositie niet goed was; de driehoek beschikte niet over realistische aantallen.’ Een les is al getrokken: demonstraties vinden voorlopig niet meer op de Dam plaats, maar op het veel grotere Museumplein.