Discrimineert het coronavirus? Het heeft er alle schijn van

We weten nog heel veel niet over gezondheidsverschillen tussen mensen met een niet-westerse achtergrond in Nederland. Dat maakt de bestrijding van Covid-19 binnen deze groepen minderheden lastiger.
©Getty Images/iStockphoto

Discrimineert het coronavirus? Het heeft er alle schijn van. Sterftecijfers onder Covid-19-patiënten met een migratieachtergrond liggen hoger dan onder de autochtone bevolking. Intensive care-artsen signaleren dat migranten oververtegenwoordigd zijn op de covid-ic. En wie de coronakaart van Nederland erbij pakt, kan constateren dat arme wijken met veel inwoners met een niet-westerse achtergrond zwaarder getroffen worden door het virus.

Wat weten we zeker? Er overleden in de eerste zes weken van de corona-epidemie in Nederland 996 mensen met een niet-westerse achtergrond. Dat waren er 306 meer dan je in een jaar zonder een wereldwijde virusuitbraak zou verwachten. Relatief was er onder mensen met een niet-westerse achtergrond dus sprake van een oversterfte van 47 procent. Dat is hoger dan de oversterfte in dezelfde periode onder mensen met een Nederlandse achtergrond: 38 procent.

Deze sterftecijfers, geanalyseerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek en Amsterdam UMC, vormen een van de zeldzame statistische aanwijzingen voor de stelling dat het coronavirus mensen met een niet-westerse achtergrond in Nederland zwaarder treft dan de witte bevolking. Vergeleken met andere landen is dat geen verrassende constatering. In Engeland, de Verenigde Staten en Scandinavië: overal toont onderzoek aan dat het coronavirus een ongelijk spel speelt.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Die landen beschikken over veel meer data over migrantengroepen 

Wat opvalt, is dat in die landen veel meer data over minderheden beschikbaar zijn, die betrekking hebben op het corona­virus. In de VS bijvoorbeeld is per groep – indianen, Aziaten, Afrikanen en latino’s – bekend hoe vaak ze besmet raken, worden opgenomen in een ziekenhuis of overlijden ten opzichte van de rest van de bevolking. Het Engelse equivalent van het CBS laat in grafiekjes zien hoeveel meer risico iemand met een Afrikaanse of Pakistaanse achtergrond loopt om te overlijden aan Covid-19 ten opzichte van mensen met een Engelse achtergrond. En in Scandinavië zag men in april al dat Somaliërs een sterk verhoogd ­risico lopen op een Covid-19-besmetting.

Pas halverwege december bieden het CBS en het Amsterdam UMC iets meer inzicht. Dan volgt een tweede rapportage over etnische verschillen in sterfte, op basis van koppeling aan het register van doodsoorzaken. Hoogleraar sociale epidemiologie Anton Kunst van Amsterdam UMC begeleidt dit onderzoek. Een van de redenen waarom er in Nederland nog zo weinig bekend is over de relatie tussen Covid-19 en minderheden, is omdat we in Nederland in de gezondheidszorg zo weinig registreren op migratieachtergrond, zegt hij.

Registratie van etnische gegevens ligt hier gevoelig. Toen in de VS naar buiten kwam dat in sommige steden tot 70 procent van de mensen die aan het coronavirus overleden uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap kwam, beslisten de Centers for Disease Control en Prevention (De Amerikaanse evenknie van het RIVM) om bij iedere test herkomst te registreren om zo eventuele ongelijkheid op te sporen.

In Nederland bleek uit de CBS-cijfers ook dat migrantengroepen harder geraakt worden door het virus, maar de registratierichtlijn van het RIVM veranderde niet. Dat instituut bepaalt welke informatie door de GGD’en wordt verzameld als een Nederlander zich meldt voor een test.

Vanuit een wetenschappelijk oogpunt is het volgens het RIVM interessant en nuttig 

Het RIVM antwoordt desgevraagd dat het geen standpunt heeft over de registratie van etniciteit bij een positieve coronatest­uitslag. Vanuit een wetenschappelijk oogpunt is het volgens het RIVM interessant en nuttig om relevante data te verzamelen om eventuele correlaties te onderzoeken. Daarom wordt er onderzoek gedaan naar factoren die de gezondheid beïnvloeden, zoals medisch-biologische, sociaal-economische en demografische. Het is volgens het RIVM de vraag in hoeverre etnische afkomst in ­relatie staat met die factoren.

Ziekenhuizen mogen binnen de kaders van de wet zelf beslissen wat ze wel en niet registreren. Behalve praktische bezwaren – als iemand op een brancard komt binnen­rollen, ga je niet vragen naar het geboorteland van de ouders – speelt vooral privacy een rol. Gezondheidsinstellingen zijn voorzichtig, omdat het idee bestaat dat registreren op etnische herkomst niet toegestaan is.

Dat bezwaar is echter ongegrond, schreven gezondheidsjurist Corrette Ploem en haar collega Jeanine Suurmond onlangs in een opiniestuk in de Volkskrant. “Het registreren van etniciteit is wel degelijk mogelijk als dat noodzakelijk is voor de behandeling. Nog belangrijker is dat die gegevens onder bepaalde voorwaarden ook speciaal voor ­onderzoek mogen worden verzameld en ­gebruikt.”

Zolang ziekenhuizen niet registreren op etniciteit, rest enkel anekdotisch bewijs. Hoofd intensive care Armand Girbes van het VUmc in Amsterdam gooide in oktober een steen in de vijver toen hij in zijn audiodagboek in radioprogramma ‘Argos’ zei dat op de covid-ic overwegend mensen met een niet-westerse achtergrond liggen. Dagblad NRC nam hierop de proef op de som, sprak artsen uit verschillende ziekenhuizen en kopte twee weken later: ‘In de Randstad ­liggen corona-ic’s vol migranten’.

Misschien zorgen andere aandoeningen ervoor dat migranten ernstiger ziek worden

De vraag is wat de oorzaak van die opnames is. Misschien zijn het wel andere aandoeningen die ervoor zorgen dat migranten een verhoogd risico lopen op een zwaarder ziekteproces. Neem diabetes. Inmiddels is bekend dat deze suikerziekte een probleem kan zijn als je corona krijgt. Mensen met een moeizame bloedsuikerregulatie hebben een grotere kans op ernstige klachten.

Op basis van het weinige gezondheids­onderzoek onder migranten dat al wel werd uitgevoerd, weten we dat mensen met een Turkse achtergrond twee keer vaker diabetes hebben dan autochtone Nederlanders. Bij mensen van Hindoestaans- of Afro-Surinaamse komaf is deze kans drie tot vier keer hoger. Sociaal-epidemioloog Kunst: “Het coronavirus drukt ons op de feiten en laat opnieuw zien dat diabetes onder specifieke groepen een probleem is. Maar wat de oorzaak is van de verhoogde kans op diabetes weten we nog niet goed. Kennis hierover zou kunnen helpen bij de preventie of behandeling van diabetes en had van waarde kunnen zijn bij de bestrijding van de pandemie.”

Kunst krijgt bijval van zijn AMC-collega ­Karien Stronks, hoogleraar sociale geneeskunde. Zij begeleidt momenteel samen met nog twee hoogleraren onderzoek naar de relatie tussen etniciteit en de epidemiologie van Covid-19 in Nederland. De resultaten van deze studie komen morgen naar buiten. “Op basis van registratie van etnische herkomst kun je migrantengroepen gerichter helpen, bijvoorbeeld door Hindostanen al vanaf hun 35ste te screenen op het suikergehalte in het bloed vanwege de verhoogde kans op diabetes op jongere leeftijd. Dat advies staat in de richtlijn van de huisartsenzorg maar dat vereist dan wel het opvragen van etnische gegevens”, zegt Stronks. “Ten tweede dient etnische registratie de wetenschap. Als wij met die gegevens onderzoek kunnen doen, begrijpen we beter welke gezondheidsverschillen er bestaan en waarom deze ontstaan.”

©Getty Images/iStockphoto

Stronks stipt een groter probleem aan: mensen die aan medisch onderzoek meedoen zijn vaak wit. “De groepen waarover we het nu hebben zijn minder vertegenwoordigd in gezondheidsonderzoek dan de autochtone bevolking. Niet alleen omdat etnische registraties ontbreken maar ook omdat mensen met een migratieachtergrond minder deelnemen aan een trial of minder snel een vragenlijst invullen. Deze groepen worden door wetenschappers slecht bereikt waardoor we veel minder over ze weten dan over de autochtone bevolking.”

Dat gapende gat in de medische wetenschap haal je nu niet even in, weet Stronks. Dat steekt in tijden van een pandemie waarin gezondheidsverschillen ogenschijnlijk een rol spelen.

Het Helius-onderzoek bestudeert ziekte en migratieachtergrond

Medisch onderzoek is niet uitsluitend wit. In 2010 lanceerden het AMC en de GGD Amsterdam het Helius-onderzoek. Dat staat voor Healthy Life in an Urban Setting. Binnen het programma wordt onderzoek gedaan naar chronische ziekten en infectieziekten onder bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond. Stronks: “Door Helius hebben we de mogelijkheid gehad om een meting over Covid-19 te doen. Dat kon omdat de infrastructuur er staat. Contacten met honderden mensen uit zes verschillende groepen.”

Het is een van de weinige voorbeelden van onderzoek onder deze groepen in coronatijd. “Je moet als wetenschapper erg je best doen om diversiteit in je onderzoek te krijgen. Er zijn praktische obstakels rond taal en hoe je mensen bereikt. Dus zie je dat het onderzoek vaak wordt uitgevoerd onder de groep die het makkelijkst te benaderen is: degene van Nederlandse herkomst”, zegt Stronks.

Sociaal-epidemioloog Kunst vult aan. “Over het algemeen hebben medisch onderzoekers ook een Nederlandse achtergrond en dat schept een zekere afstand. Daarnaast hebben onderzoekers vaak te kampen met beperkte middelen en hoge tijdsdruk. Dan kies er je er snel voor om je te beperken tot ‘gemakkelijke’ groepen.”

Het kost veel tijd en energie om migrantengroepen te betrekken in je onderzoek, erkent specialist Maria van den Muijsenbergh. Ze is huisarts en hoogleraar gezondheidsverschillen aan de Radboud Universiteit en expertisecentrum Pharos, dat staat voor het terugdringen van gezondheidsverschillen. “Dat onderzoek kost meer geld. Je moet soms naast iemand gaan zitten en helpen met het invullen van een vragenlijst, anders lukt het niet.”

Van den Muijsenbergh vertelt dat ze vaak wordt gevraagd om mee te lezen bij een onderzoeksvoorstel. “Dan zie ik de ­opzet en denk ik: dat gaat mooi niet lukken zo.” Ze noemt een voorbeeld over de effecten van medicatie op hart- en vaatziekten. De onderzoekers wilden graag diversiteit aanbrengen in de researchgroep, maar het document dat deelnemers moesten ondertekenen, bestond aanvankelijk uit 24 kantjes tekst, volgeschreven met medisch jargon.

“De onderzoekers hadden kennelijk geen idee wat gewonemensentaal is en dachten dat dit nodig was om te voldoen aan de eisen van de medisch-ethische commissie”, zegt Van den Muijsenbergh. “Zo’n document moet worden herschreven. En dat niet alleen. Om deelnemers te werven is een mailtje of een bericht op een website onvoldoende. Je moet naar moskeeën, buurthuizen en koffiebijeenkomsten.”

In elk onderzoek moeten de deelnemers een afspiegeling zijn van de getroffen groep

Ook van den Muijsenbergh is kritisch op de medische wetenschap in Nederland. “In Engeland en zeker in de VS is er veel meer aandacht voor etnische gezondheidsverschillen.” De huisarts en hoogleraar probeert daar verandering in te brengen. Zo werkt ze mee aan een centrum voor inclusief onderzoek. “We moeten naar een situatie dat in elk onderzoek deelnemers een afspiegeling zijn van de groep die met het onderwerp te maken hebben. Corona raakt alle lagen van de bevolking, maar in lopende onderzoeken worden niet-westerse migranten, net als laaggeletterden, onvoldoende actief betrokken.”

Een volgend voorbeeld: de landelijke GGD-enquête naar ons gedrag bij de bestrijding van het coronavirus. Houden we ons aan de anderhalve meter? Dragen we mondkapjes? Werken we thuis? En zo niet, waarom niet? De resultaten van het onderzoek worden breed uitgemeten in de media en gebruikt door de beleidsmakers in het kabinet en hun adviseurs in het Outbreak Management Team.

Ook in die rapportage zijn groepen met een lage sociaal-economische status, waar migranten vaak onder vallen, ondervertegenwoordigd, zegt Van den Muijsenbergh. Daarom onderzochten Pharos en de Erasmus Universiteit de kennis, naleving en ­impact van coronamaatregelen onder mensen met een laag inkomen, beperkte gezondheidsvaardigheden of een migratieachtergrond. Daaruit bleek niet dat deze groepen de maatregelen bewust minder goed naleven.

Sterker: er leeft onder deze groepen juist veel angst waardoor mensen zich strikt aan de maatregelen houden. “Mensen uit deze groepen zijn doodsbang om een boete te krijgen of om ziek te worden. Men veronderstelt dat hulp voor hen niet beschikbaar is en om zorg vragen voelt ingewikkeld”, zegt Van Muijsenbergh die meewerkte aan het onderzoek.

Registratie van etniciteit werkt stigmatisering in de hand

Wel bleek dat sommige regels uit overmacht niet werden opgevolgd. Bijvoorbeeld omdat deelnemers aan het onderzoek op werk geen afstand kunnen houden of afhankelijk zijn van hulp van anderen. Een veelgehoord argument om in onderzoek etniciteit niet altijd uit te splitsen, of om überhaupt niet etnisch te registreren (in de zorg), is omdat het stigmatisering in de hand werkt.

Nadat ic-arts Girbes zei dat patiënten met een niet-westerse achtergrond oververtegenwoordigd zijn op corona-ic’s, ging PVV-leider Geert Wilders met die informatie aan de haal. ‘Dus behandelingen en operaties van Henk en Ingrid met kanker, hartfalen of andere ziektes worden weer uitgesteld omdat de ic’s vooral bezet worden door Mohammed en Fatima die onze taal niet spreken en lak hebben aan de regels?’, twitterde hij.

Van den Muijsenbergh reageert: “Elk onderzoek onder migranten wordt in een gepolariseerd land als het onze door sommige mensen negatief uitgelegd. Zie je wel, zeggen ze dan. Gelukkig kon het bericht van Wilders gemakkelijk onderuit worden gehaald, juist door ons aanvullende onderzoek.”

Karien Stronks erkent dat stigmatisering soms niet te vermijden is. “Het is intrigerend hoe snel dit debat in Nederland dan ontspoort.” Volgens Stronks is het de kunst om de boodschap heel precies te formuleren. Een spontaan voorbeeld: “Je kunt zeggen: Marokkanen raken vaker besmet. Maar misschien bedoel je wel te zeggen: Marokkanen raken vaker dan autochtone Nederlanders besmet, omdat ze een beroep hebben waarin je geen afstand kunt houden en afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.”

Hoogleraar Kunst besluit resoluut: “Wij moeten het risico van het stigma serieus ­nemen, maar ons daardoor niet monddood laten maken. Waar de problemen zitten, moeten we die vinden, zodat we mensen kunnen helpen.”

Lees ook:

Geen ‘brasa’ in de Bijlmer: waarom slaat corona hier zo hard toe?

In de Amsterdamse Bijlmer liep het aantal coronabesmettingen in oktober dramatisch op. Wat was er aan de hand in de wijk? Trouw ging op onderzoek uit.