Diep weggestopt explosief materiaal: ‘De kernwapens liggen in Nederland. Voor de rest is het een Amerikaans feestje’

Nieuwe, tot voor kort zeer geheime ­documenten in bezit van de Volkskrant bevestigen wat Nederland eigenlijk al jaren wist: in Volkel liggen Amerikaanse kernwapens opgeslagen. Verslag van een zoektocht naar nieuwe details, via archieven en rechtbanken. 
Bewaking van de Vliegbasis met de hondenbrigade, 4 februari 2003. ©Hollandse Hoogte / Dolph Cantrij

Een gepantserd voertuig met machinegeweer. Apache-helikopters die boven de vliegbasis hangen en een binnenkomend Amerikaans C17-transportvliegtuig dat direct na landing door vrachtwagens met containers aan het oog wordt onttrokken. Vliegtuigkenners weten het in december 2019 zeker: de geheimzinnigheid en extra beveiliging op vliegbasis Volkel heeft te maken met de vervanging van Amerikaanse kernwapens. Niet waar, zegt een Defensiewoordvoerder tegen Omroep Brabant, het gaat om een oefening. ‘We willen een oorlogssituatie zo echt als mogelijk nabootsen.’

De gebeurtenis in 2019 typeert de omslachtige en geheimzinnige omgang met Amerikaanse kernwapens in Nederland. Al jaren is het een publiek geheim dat ze in Noord-Brabant liggen. Het werd een keer per ongeluk onthuld door oud-premier Ruud Lubbers en er dook al eens een Navo-document op waarin Volkel stond – waarna het stuk snel weer in een la verdween.

Het ministerie van Defensie houdt de kaken stijf op elkaar, ondanks de wens van de Tweede Kamer dat er meer openheid komt. Nu de Amerikanen hun kernwapens binnenkort gaan vervangen door modernere exemplaren – met in theorie een kracht van driemaal de atoombom die boven Hiroshima ontplofte en daar in één klap meer dan 70 duizend mensen doodde – is de vraag wederom relevant: hoe lang zal Defensie nog zwijgen, nu er steeds meer bekend is over de bommen op Volkel?

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Want nieuwe, voorheen zeer geheime documenten, in bezit van de Volkskrant, bevestigen het ondubbelzinnig: op vliegbasis Volkel liggen sinds april 1960 Amerikaanse kernwapens. Weggestopt in ondergrondse opslagplaatsen en bewaakt en onderhouden door vijftig Amerikaanse militairen die mogen vuren op iedereen die de basis binnendringt. En Nederland heeft bar weinig te zeggen over de nucleaire bommen op het eigen grondgebied. Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans verbaast zich er al langer over: ‘Het is niet goed om iets voor de eeuwigheid achter de gordijnen te houden.’

De zoektocht naar nieuwe details over de wapens begint in 2015, als onderzoeker en inlichtingenexpert Cees Wiebes een verzoek doet bij het ministerie van Defensie. Op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vraagt hij kopieën van oude documenten uit de archieven van het ministerie. Hij meent een sluiproute te hebben ontdekt.

Dat zit zo: officieel zit er een dubbel slot op documenten over kernwapens. De afspraken zijn gemaakt binnen de Navo (Defensie gaat dan niet over openbaarmaking) en hebben betrekking op Amerikaanse kernwapens (en daar mag Defensie niets over zeggen). Wiebes vraagt daarom technische verdragen uit de jaren zestig tussen de Verenigde Staten en Nederland. Dát zijn interne Nederlandse stukken. Van geheimhouding kan geen sprake zijn, betoogt hij, want zelfs de notulen van de ministerraad komen na 25 jaar vrij.

Na lang beraad en overleg met Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken besluit Defensie het verzoek te weigeren. De Nederlandse Wob is niet toepasbaar op Navo-afspraken, redeneert het ministerie. Wiebes stapt naar de rechter. Daar herhaalt de landsadvocaat dat een Wob-verzoek geen betrekking kan hebben op Navo-documenten, waarna Wiebes herhaalt dat het hem niet om Navo-documenten te doen is, maar om bilaterale overeenkomsten. En hij heeft een nieuwtje.

Achter slot en grendel 

Wiebes heeft al enkele documenten gevonden in het Nationaal Archief. ‘Heel opmerkelijk’, zegt hij, ‘want die stukken behoren volgens Defensie nog staatsgeheim te zijn.’ Maar de landsadvocaat houdt vol: deze documenten mogen en kunnen niet openbaar worden. Iemand van het archief heeft kennelijk een fout gemaakt. Ook de rechter oordeelt: alles wat betrekking heeft op kernwapens dient achter slot en grendel te blijven.

Wéér gaat Wiebes in beroep, ditmaal bij de Raad van State. Wederom volgt een uiteenzetting van dezelfde argumenten. Maar nu heeft de overheid een extra troef: een brief van de Amerikaanse ambassade. Die roept Nederland op om ‘maatregelen’ te nemen om ‘verspreiding’ van ‘bepaalde geclassificeerde documenten’ te voorkomen. ‘Documenten met zulke informatie zijn geclassificeerd en kunnen alleen gedeclassificeerd worden door het ministerie dat toezicht houdt – in het geval van de Amerikaanse kernwapens het (Amerikaanse, red.) ministerie van Energie en/of Defensie.’

Dat het de Amerikanen menens is, blijkt als Matthew Aid, inlichtingenexpert en oud-medewerker van afluisterdienst NSA, wordt gebeld door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Aid, inmiddels overleden, was goed bevriend met Wiebes. De Amerikanen hengelen opzichtig naar informatie over de Nederlandse onderzoeker. Wiebes: ‘Maar daar hoefde je bij Matthew niet mee aan te komen. Die heeft direct de hoorn erop gegooid.’

Wiebes heeft ondertussen in het Nationaal Archief nóg meer oude verdragen en brisante documenten gevonden, waarvan hij voor de rechtszaak een overzicht maakt. De landsadvocaat wil weten waar Wiebes de documenten vandaan heeft. ‘Uit het Nationaal Archief, gewoon hier om de hoek’, antwoordt deze.

Meteen gaan de drie betrokken ministeries na waar de stukken liggen. Wiebes weigert de exacte locatie te onthullen. Ondanks het evidente bestaan van de verdragen, krijgt hij ook nu weer ongelijk. De overheid hoeft ze niet aan hem te verstrekken. Voor Wiebes maakt het weinig verschil: hij heeft de stukken – die de ministeries daarna weer laten verwijderen uit het Archief en staatsgeheim verklaren – dan al gekopieerd.

In de documenten van Wiebes, in het bezit van de Volkskrant, staan niet eerder geopenbaarde details en afspraken tussen Nederland en de VS over kernwapens. Ook in de VS komen deze week nieuwe stukken vrij, op de website van NGO National Security Archive. Onderzoeker William Burr heeft ze gedeeld met de Volkskrant. Tezamen bieden deze negentien documenten een unieke inkijk in de afspraken en overwegingen die hebben geleid tot nucleaire wapens in Nederland. En ze maken duidelijk waarom de Amerikanen nog steeds willen dat het bestaan van die wapens wordt ontkend. Zoals een militaire bron zegt: ‘De kernwapens liggen in Nederland. Voor de rest is het een Amerikaans feestje.’

Vlak na de Tweede Wereldoorlog willen de VS en Navo-landen kernwapens in Europa plaatsen, zodat die landen erover kunnen beschikken bij een invasie. Nederland behoort samen met België, Duitsland en Italië tot het selecte gezelschap waarmee de Amerikanen afspraken maken.

Belangrijke basis voor de plaatsing vormt een overeenkomst uit mei 1959 tussen de Nederlandse en Amerikaanse overheid. Die overeenkomst bevat een niet eerder geopenbaarde geheime technische uitwerking, getekend 26 januari 1960, door de Amerikaanse ambassadeur en minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns. Daarin staat dat de bommen altijd onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten vallen. De Amerikanen onderhouden en bewaken de nucleaire wapens en stellen personeel beschikbaar. Nederland betaalt en is verantwoordelijk voor de externe veiligheid.

Uit de documenten blijkt ook dat enkele weken later, op 15 februari 1960, de plaatsing van bommen op Volkel wordt geregeld, en dat ze al een paar maanden later, in april 1960, arriveren. Een jaar later bezoekt de Amerikaanse generaal Lauris Norstad Volkel om uitleg te geven en de veiligheid te controleren.

Norstad benadrukt het grote belang van beveiliging van de wapens, blijkt uit het verslag. Hij loopt de instructies langs. De dienstdoende Amerikaanse officier draagt altijd een envelop bij zich met de codes voor toegang tot de wapens. Na afloop van de dienst draagt hij die envelop over aan de volgende Amerikaan. Het 312 Squadron staat altijd met draaiende motoren klaar om binnen 15 minuten op te stijgen. Pas op het allerlaatste moment, als de piloot in het vliegtuig zit, kunnen de kernwapens worden overgedragen aan Nederland. De hoogste militair van de Navo, altijd een Amerikaan, beslist over paraatheid en inzet.

Hoewel Volkel nu nog de enige plek is waar kernwapens zijn, lagen die tijdens de Koude Oorlog verspreid over verschillende Nederlandse bases, waaronder ook ’t Harde en Havelterberg. Vliegbasis Soesterberg had een speciale status. Daar waren Amerikaanse vliegtuigen gestationeerd, die volgens de Amerikanen alleen conventionele wapens droegen. Een militaire bron: ‘Maar op oude foto’s was te zien dat pal naast de hangars een munitieopslag stond met dubbel hekwerk. Algemeen werd dat gezien als indicatie voor de opslag van nucleair materiaal.’

Uit de nieuwe stukken van Wiebes blijkt dat Nederland akkoord was met de opslag van kernwapens op Soesterberg. ‘Ik ben in de positie om te verklaren dat ik in principe akkoord ben met de opslag van de wapens’, schrijft commodore J.W. Thijssen in 1961 aan de Amerikanen. De militaire bron: ‘Dit vormt voor het eerst een aanwijzing dat de hypothese over kernwapens op Soesterberg klopt.’

Uit de documenten blijkt ook dat de Amerikanen zich weleens zorgen maakten over het nucleaire materiaal in Nederland. Tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München gijzelden en vermoordden Palestijnse terroristen leden van het Israëlische Olympische team. Begin jaren zeventig waren er gewelddadige acties van Molukkers in Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Kingdon Gould bespreekt zijn zorgen in 1974 met minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel. ‘De kwestie lag buitengewoon gevoelig en moest zo nauwkeurig mogelijk worden behandeld’, schrijft de ambassade over het gesprek. De VS willen ‘rampenplannen’ maken.

Amerikaanse zorgen 

De Amerikaanse zorgen leiden ertoe dat de kernwapens ondergronds gaan. Op Volkel komen elf bunkers, met een capaciteit van vier wapens per bunker. Rond dezelfde tijd neemt ook de maatschappelijke weerstand tegen de kernwapens toe. Minister van Defensie Henk Vredeling onderzoekt in 1975 welke wapens in Nederland liggen en of het aantal kan worden verminderd. ‘Uitgangspunt is streven naar terugdringing van de rol van nucleaire wapens’, staat in een geheime notitie die generaal A.J.W. Wijting voor de minister maakte.

Maar Nederland, en vooral Duitsland, zijn daar niet zo dol op, blijkt uit diezelfde notitie. Ze zien liever dat de Amerikanen hun nucleaire wapenarsenaal reduceren dan dat de wapens uit Nederland en Duitsland verdwijnen. Duitsland is het felst en noemt een verdere beperking van de Europese bewegingsvrijheid op defensiegebied ‘onaanvaardbaar’. Twee jaar later worden de twintig kernbommen op Volkel vervangen door modernere. En ook als de Koude Oorlog ten einde komt – en Nederland de andere nucleaire taken afstoot – blijven de kernwapens op Volkel gewoon liggen.

Ondanks dat de verdragen en details nu openbaar zijn, blijven alle afspraken staatsgeheim en hanteren de VS een beleid van ‘ontkennen noch bevestigen’. Terwijl steeds meer bekend is over Volkel, blijft het ministerie van Defensie zwijgen en blijft het proberen documenten achter te houden. Dat leidt ook tot groeiend ongemak in de Tweede Kamer, die in 2020 nog een motie aannam waarin de regering wordt opgeroepen tot meer openheid.

‘Het ongemak’, zegt hoogleraar staatsrecht Voermans, ‘zit hem erin dat het Nederlandse parlement niets over de geheimhouding te zeggen heeft. Het is buitenspel gezet.’ De Navo en de Amerikanen gaan erover. Sluiproutes, oude archieven en Kamermoties ten spijt: wat op Volkel gebeurt, is staatsgeheim. En dus blijft het een moeizaam onderwerp. Voermans: ‘Door afspraken uit de jaren vijftig is het nu onmogelijk om die kernwapens uit de zwarte box te halen. Daarom vind ik dat de Kamer in uitzonderlijke gevallen zoals deze een rol moet krijgen bij ‘derubricering’, het opheffen van de staatsgeheime status.’

De verhoogde militaire activiteit rond Volkel in 2019 had hoogstwaarschijnlijk inderdaad met een oefening te maken. De modernisering van de nucleaire B61-bommen – die van gps en staartvinnen worden voorzien – zal naar verwachting pas in 2022 plaatsvinden. Ze zijn dan tevens geschikt voor gebruik door de F-35, oftewel de Joint Strike Fighter. De Amerikanen zullen de nucleaire B61-bommen vanuit Volkel naar de Verenigde Staten vliegen, vertellen militaire bronnen, en op een later moment weer terug naar Brabant. Wanneer precies en hoe, daarover doen ze geen mededelingen. En Defensie al helemaal niet.

Meer informatie? Mail: onderzoek@volkskrant.nl