Die foto van die naakte vrouw bij een koe: hoe een verkiezingsposter hét beeld van de jaren zeventig werd

De PSP doet een aardig brokje seks in haar verkiezingscampagne’, schreef de Volkskrant in 1971 over de verkiezingsfoto die in Nederland insloeg als een bom. Nu, bijna een halve eeuw later, beschrijven we hoe het beeld van een naakte extatische vrouw in een weiland onderdeel werd van ons collectieve geheugen.
De verkiezingsposter van de PSP uit 1971. De vrouw is Saskia Holleman. De foto werd in een weiland bij Nootdorp genomen door de Haagse fotograaf Hendrik-Jan Koldeweij. ©Geen

Tractoren komen tot stilstand en boeren kijken vanaf een dijkje hun ogen uit als op 4 augustus 1970 in de uitgestrekte weilanden bij Nootdorp een jonge vrouw poseert voor een fotograaf. Ze is naakt. Het is een warme, goeddeels onbewolkte dag.

Uit de Haagse boetiek Hathor heeft de fotograaf een lange jas en hoge, leren laarzen van Pierre Cardin meegenomen. Zijn opdrachtgever heeft een kastanjebruine pruik meegegeven. Onderweg vanuit Den Haag heeft de vrouw zich uitgekleed in de auto.

Saskia Holleman, heet ze. Ze heeft bruin haar en is 25 jaar. De fotograaf, Hendrik-Jan Koldeweij (34), heeft haar benaderd na een tip van een wederzijdse kennis, een saxofonist van het Residentie Orkest. ‘Hollandse erotiek’, is de opdracht die hij heeft gekregen van de artdirector van Sekstant, een populair, taboedoorbrekend tijdschrift over seksualiteit. De vrouw werkt als model, actrice en danseres. Koldeweij betaalt haar 300 gulden, uit eigen zak.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Al eerder heeft de fotograaf de locatie uitgekozen. De koeien gaven de doorslag. Veel ervaring heeft hij niet. Hij heeft niet eerder een naakte vrouw gefotografeerd. Intuïtief doet hij zijn werk, met een professionele Zweedse camera, een Hasselblad. Hij maakt ongeveer 150 foto’s.

Holleman overwint haar schroom snel. Ook haar angst voor de koeien houdt niet lang aan. Ze heeft plezier, mede dankzij de vriendelijke fotograaf. Zittend, liggend, gehurkt, rennend en, op het laatst, dansend laat ze zich fotograferen, afwisselend dicht bij de fotograaf en op enige afstand.

De meeste poses verzint ze zelf. Ze doet de pruik op en af en eet een banaan. De koeien, klassiek zwart-wit, zijn nieuwsgierig, komen steeds dichterbij en beginnen aan haar te snuffelen. De vrouw speelt met ze. De tijd vliegt voorbij.

Koldeweij gaat op zijn buik liggen en kiest voor een nieuw perspectief. Saskia Holleman legt haar handen op haar achterhoofd en kijkt gelukzalig omhoog. Een koe staat links van de vrouw, een rechts en een achter haar. De fotograaf is tevreden omdat eindelijk niet meer goed zichtbaar is dat de vrouw een pruik draagt. Hij maakt een foto.

Op de weg hebben de boeren zwijgend toegekeken. De angst van Saskia Holleman dat er moeilijkheden dreigden, blijkt ongegrond. De boeren laten haar met rust, ook als ze, nog steeds naakt, na een paar uur weer in de auto stapt en met fotograaf Koldeweij terugkeert naar Den Haag. Hieronder een aantal andere, nooit eerder gepubliceerde foto's die Hendrik-Jan Koldewij maakte van Saskia Holleman: 

Gevoel van onschuld

Op 15 maart 1971 presenteert de linkse Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) haar poster voor de Tweede Kamerverkiezingen van 28 april. Het is een ongewone gebeurtenis. Verkiezingsposters worden niet gepresenteerd, die zijn er op een dag gewoon, geplakt op houten borden op bruggen en andere drukke plekken in steden.

Op de poster staat een naakte vrouw in een weiland. Haar blik is op de hemel gericht. Achter haar staat een koe die in de lens van de fotograaf kijkt. Tussen de grassprieten door is de uier van de koe goed zichtbaar.

De leuze op de poster is kort, sterk en dubbelzinnig: ontwapenend. Het krachtige beeld van de naakte vrouw, haar extatische pose, het kleurgebruik (groen) en de koe appelleren aan een gevoel van onschuld en een verlangen naar een betere, vrijere en minder vervuilde wereld – precies wat de PSP beoogt.

De progressieve partij provoceert. De seksuele revolutie is in Nederland in volle gang en het taboe op naakt erodeert al sinds de jaren zestig, maar een blote vrouw op een verkiezingsposter zal zonder twijfel opzien baren en op verzet stuiten. Het verkiezingsbureau van de PSP laat op voorhand uitdagend weten dat de partij bij de keuze van de poster ‘vrijmoedig vooruitstrevend’ te werk is gegaan, ‘zich daarbij niet storend aan het eventuele bekrompen weerwerk van hijgerige fatsoensrakkers’.

De poster slaat in als een bom. Vanuit christelijke gevechtsputten wordt de ‘zedeloosheid’ aan de kaak gesteld, vanuit de feministische hoek het vermeende seksisme. Anderen zien het beeld als een overtuigend bewijs van moreel verval. Alle kranten schrijven erover, ook buitenlandse en bijna allemaal drukken ze de poster af.

In Tilburg wordt een inval gedaan in boetiek Marie-Pierre. De poster uit de etalage wordt in beslag genomen en tegen de eigenaar wordt proces-verbaal opgemaakt. In Arnhem weigert een firma de poster op de verkiezingsborden in de stad te hangen. De SGP stelt Kamervragen. Vrouwenorganisatie Dolle Mina presenteert als protest een poster met een naakte man, een koe en de tekst ‘onthullend’:

©Geen

Het streng-gereformeerde Nederlands Dagblad doet woedend een oproep aan de gemeenteraden om de poster te verbieden. ‘De pornografie tiert welig en de schaamteloosheid kent schier geen grenzen.’ De poster is een ‘onheilig wapen’ waarmee een aanslag is gepleegd op de ‘openbare eerbaarheid’. De PSP is volgens de krant een partij die laag is gezonken.

Het linkse kamp, verzamelplaats van propagandisten van een vrije seksuele moraal, geniet intussen. ‘De PSP doet een aardig brokje seks in haar verkiezingscampagne’, schrijft de Volkskrant geamuseerd in de rubriek Dag in dag uit.

‘De vrijheid blijheid die de pacifisten op seksueel gebied propageren, wordt op de verkiezingsaffiche tot uitdrukking gebracht door een blote juffrouw die zich levenslustig heeft opgesteld voor een nogal verontwaardigd kijkende koe.’

De poster is populair en felbegeerd. De kleine PSP, met vier zetels in het parlement vertegenwoordigd, heeft massaal aandacht getrokken. Overal in Nederland worden studentenhuizen volgehangen met de poster.

Als het eerste rumoer is verstomd, begint nog iets anders op te vallen. De heisa is niet structureel, maar incidenteel en wordt opgeroepen door minderheden. Nederland is toleranter dan ooit tevoren, blijkt in het voorjaar van 1971. Veel kranten drukken de poster af, zonder dat abonnees in opstand komen.

Zelfs de Provinciale Zeeuwse Courant, ook gelezen door een grote groep strenggelovige christenen, houdt zich in. Bloot slaat dood, is de kop boven een afkeurend hoofdredactioneel commentaar over de poster met een ‘blijmoedige juffrouw zonder kleren, die zich opgewekt heeft opgesteld bij een wat een droevig kijkende koe’.

Maar in hetzelfde commentaar klinkt ook een ander geluid. Het mág, de poster. ‘Als de PSP deze verkiezingen wil ingaan als de partij, die zoveel bloot in haar propaganda doet, is dat háár zaak.’

Voor de tegenstanders is er een kleine genoegdoening. Bij de verkiezingen in april raakt de PSP twee van de vier zetels kwijt.

Saskia Holleman

Saskia Holleman heeft in 1970 ambities als model en actrice. Ze speelde al toneel op de MMS in Rijswijk, de Middelbare Meisjes School. In 1967, het jaar dat ze van de Academie voor Kleinkunst wordt gestuurd omdat ze docenten en de directie zou hebben beledigd, heeft ze een rolletje in Who’s that knocking at my door/I call first, de debuutfilm van de Amerikaanse regisseur Martin Scorsese. Hieronder een fragment uit die film:

‘Een meisje dat in een erotische droom van Harvey Keitel verschijnt’, zo vat het Digitaal Vrouwen Lexicon haar rol later samen. De verhulde vrijpartij, begeleid door The End van The Doors, is het begin van een loopbaan waarin Holleman langs landelijke bekendheid scheert.

Ze speelt mee in de tv-serie Maigret, samen met onder anderen Pleuni Touw, Carol van Herwijnen, Jan Blaaser en Mimi Kok, figureert in de populaire Rudi Carell Show en treedt op in twee revues, Met man en muis van Annie M.G. Schmidt en Van toen tot thans van Snip en Snap.

Holleman is geen Haagse van geboorte. Holleman wordt geboren in Leeuwarden en maakt deel uit van een katholiek gezin dat het spoor volgt van de kostwinner. Haar vader is leraar Grieks en Latijn die later conrector en rector wordt op middelbare scholen in Drachten, Wageningen en Rijswijk. Ze is het oudste kind van de drie. Haar wil is sterk, haar eigenzinnigheid groot. De relatie met haar vader is slecht. Hij vindt haar losbandig en zij daagt hem uit, bedoeld of onbedoeld.

‘Slechts met een mooie gehaakte herendas om de heupen’ (aldus NRC Handelsblad in een opgetogen recensie) is Saskia Holleman in maart 1971 een van de ‘Girls of Holland’ in het Amerikaanse blad Playboy. Haar vader koopt het blad en toont met onverwachte trots de foto aan vrienden en bekenden. Ze vindt het verachtelijk en neemt hem zijn dubbele moraal kwalijk.

Een jaar eerder heeft ze een kleine rol gehad in een ‘erotische fantasie’ met veertien korte softpornofilms die pas vier jaar later, in 1974, zou worden uitgebracht. De titel, ontleend aan een Amsterdams festival uit die jaren, spreekt boekdelen: Wet dreams. Lasse Braun, later een van de koningen van de porno, is een van de regisseurs.

©Geen

Naakt acteren of poseren, kost haar geen moeite. Saskia Holleman schaamt zich niet snel, ze kan dansen en acteren en heeft ervaring als model. Ze is de vrouw naar wie fotograaf Hendrik-Jan Koldeweij in de zomer van 1970 op zoek is.

Koldeweij is een bekende Hagenaar in artistieke kringen. Hij beweegt zich in de wereld van de mode, als ontwerper van onder meer hoeden. Met zijn vrouw Thea van Loon is eigenaar van Hathor, een boetiek die vanaf 1968 ook buiten Den Haag bekendheid geniet en populair is onder diplomatenvrouwen.

‘Thea maakt de couture-achtige kleren die erg geschikt zijn voor Den Haag’, schrijft het Algemeen Handelsblad in maart 1969. ‘Ze bedenkt (gelukkig) ook hippere kledij voor minder Haags gestemde jonge mensen.’ De pakken in zilverkleurig en goudgeel kunstleer zijn ‘zeer de moeite waard’.

Ook het café dat Thea van Loon en Hendrik-Jan Koldeweij in het achterhuis van de boetiek openen, is een succes. Café Hathor wordt al snel een verzamelplaats voor artistiek Den Haag.

Koldeweij tekent en heeft een opleiding gevolgd aan de Vrije Academie. Als dienstplichtig militair wordt hij uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Met fotograferen begint hij bij de marine luchtvaartdienst. Een van zijn opdrachtgevers is Sekstant, het blad van de NVSH, de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming.

Leo Schepman is de artdirector en vormgever van Sekstant. Aan Koldeweij vraag hij om een serie foto’s ‘met een erotische lading, maar niet aanstootgevend’. Aan tekst is bij Sekstant nooit gebrek, maar geschikte foto’s voor het blad zijn moeilijk te vinden.

fotograaf Hendrik Jan Koldeweij in zijn woning in Den Haag ©Ivo van der Bent

Koldeweij laat in het kantoor van Sekstant in de Anna Paulownastraat ongeveer tien foto’s achter die hij in het weiland in Nootdorp van Saskia Holleman heeft gemaakt. Schepman spreekt met hem af dat de fotograaf alleen wordt betaald als een van zijn foto’s in Sekstant wordt geplaatst. Dat gebeurt maar één keer, paginagroot, in het novembernummer van 1970.

George Noordanus

Sekstant is populair. In de jaren zestig stijgt de oplage tot boven de 200 duizend. De populariteit wordt versterkt door de mogelijkheid die de vereniging biedt om discreet voorbehoedsmiddelen aan te schaffen. Wie bij de NVSH condooms bestelt, kreeg ze in een neutrale enveloppe thuisbezorgd. 

Geen taboe blijft in Sekstant onbesproken, geen onderwerp wordt geschuwd. Onder leiding van Mary Zeldenrust-Noordanus is de NVSH een beweging geworden die opkomt voor seksuele vrijheden; porno bijvoorbeeld en partnerruil. Over een onderwerp als pedofilie wordt tamelijk welwillend geschreven.

Nadat hij zijn studie grafische vormgeving aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten heeft afgerond en anderhalf jaar voor de KLM heeft gewerkt, is Leo Schepman als grafisch ontwerper voor zichzelf begonnen. Hij maakt op het breukvlak van de jaren zestig en zeventig deel uit van een artistieke Haagse kring die zich kan meten met de Amsterdamse culturele voorhoede, een vriendenclub die naar dezelfde feesten gaat en naar dezelfde muziek luistert.

Ook Phil Bloom uit Leidschendam hoort erbij. Bloom, oud-student aan de Koninklijke Academie en de Vrije Academie, had in 1967 de nieuwe tijd geïllustreerd door naakt op televisie te verschijnen, in het VPRO-programma Hoepla. Ze is een bekende van George Noordanus, ook een Hagenaar en in 1971 een stagiair van Schepman. Hoewel hij een neef van de NVSH-voorzitter is, heeft zij geen bemoeienis met de stage gehad.

Phil Bloom, de eerste blote vrouw op de Nederlandse televisie, in het VPRO-programma Hoepla. ©ANP

Noordanus heeft politieke aspiraties. Hij is 25 en maakt deel uit van de commissie die de PSP, een linkse, pacifistische partij, voorbereidt op de landelijke verkiezingen op 28 april 1971. Noordanus voelt grote verwantschap met de provo’s.

Hij is links, langharig en opstandig – en pacifistisch. Noordanus weigert in militaire dienst te gaan. Hij brengt zijn diensttijd door in de Rijks Psychiatrische Inrichting in Eindhoven, als leerling-verpleger. Daar wordt hij op een dag aangevallen door een patiënt, een moordenaar.

De reactie van de hoofdverpleger (‘Ga eerst maar eens naar de kapper’) maakt hem woedend. Noordanus laat het Ministerie van Oorlog weten dat hij hier geen genoegen mee neemt en wordt naar een werkkamp voor dienstweigeraars gestuurd, Kamp Vledder in Drenthe. Hij loopt weg, keert terug naar zijn ouderlijk huis in Den Haag en wordt uiteindelijk afgekeurd.

Kortstondig is Noordanus werktuigbouwkundig constructeur en protestzanger. Op 1 mei 1966 wint hij de publieksprijs van de Protest Song Wedstrijd die de PSP in Hotel Krasnapolsky in Amsterdam organiseert.

Noordanus haalt er de Nederlandse en Belgische tv mee, maar acht zichzelf niet getalenteerd genoeg. Hij gaat studeren aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten en zet zich als vrijwilliger in voor de politieke partij die sinds de oprichting in 1957 pleit voor socialisme en geweldloosheid.

In de aanloop naar de landelijke verkiezingen in 1971 wordt hem gevraagd of hij de verkiezingsposter van de PSP wil ontwerpen. Hij praat er in de studio in de Anna Paulownastraat over met Schepman van Sekstant.

Net op dat moment komt Hendrik-Jan Koldeweij binnen. Hij legt foto’s op het bureau van een naakte vrouw in een weiland. Koldeweij heeft zijn foto’s aangepast aan het formaat van Sekstant. Noordanus is het enthousiastst over de foto waarop de vrouw met een gelukzalige blik naar de hemel kijkt. Fantastisch, zegt hij.

Nog dezelfde avond legt hij zijn idee in Utrecht voor aan de verkiezingscommissie van de PSP. De foto heeft hij meegenomen. Noordanus legt zijn bedoeling uit: de foto van de vrouw en de tekst PSP, meer niet. Dat is te karig, meent iemand.

Een ander lid van de verkiezingscommissie, Jos Noordhuizen, stelt voor om de tekst ‘Ontwapenend’ op de poster te zetten. Mede vanwege de dubbele betekenis is iedereen enthousiast. Er wordt geapplaudisseerd.

Pas daarna komt er verzet. De PSP is een ongewone partij, een samensmelting van extremen. Aan de ene kant staan de dogmatische marxisten, aan de andere kant de pacifisten. De eerste groep maakt bezwaar tegen de poster omdat het socialistische karakter van de partij op geen enkele manier onder de aandacht wordt gebracht.

Aan de discussie in Utrecht komt een eind als een jonge radiomaker van de Avro en de Vara het woord neemt. In 1970 heeft hij zijn tv-debuut gemaakt voor de VPRO. Half voor de grap zegt Ad ’s-Gravesande tegen de critici dat ze moeten oprotten. ‘Iedere arbeider is gek op een naakt wijf.’ De kogel is door de kerk.

Noordanus geeft de drukkerij opdracht voor twee drukgangen, in licht- en donkergroen, waardoor de poster een groene glans krijgt. Groen is de huiskleur van de PSP. Te gek, denkt George Noordanus als hij de eerste poster ziet.

In zijn benedenwoning in de Haagse Copernicusstraat plakt hij de poster tegen het raam. Als hij ’s avonds thuiskomt, ziet hij zijn katten op straat lopen. De ruiten zijn ingegooid, de gevel is besmeurd met verf. Hetzelfde gebeurt bij zijn ouders thuis. Zijn vader, een fanatieke PSP’er, had de poster ook voor het raam gehangen.

1.250 gulden 

Saskia Holleman is op wintersportvakantie als de verkiezingsposter van de PSP wordt ontworpen en gedrukt. Tevergeefs proberen de bedenker, George Noordanus, en de fotograaf, Hendrik-Jan Koldeweij, haar te bereiken en toestemming te vragen.

Jaren later, in 2005, kijkt ze daar in Trouw op terug. Ze vertelt over een bezoek van Noordanus en Koldeweij aan de Vara-studio in Hilversum waar ze is voor opnamen van de serie Klatergoud. De mannen rollen het affiche voor haar uit. Van schrik slaat ze haar hand voor haar mond.

‘‘Leuk hè’, zeiden ze. Ik schrok en zei: ik weet niet of ik het zo leuk vind. In Sekstant staan is één, op alle reclamezuilen in het land hangen toch wat anders.’

Een dag na het gesprek laat Holleman weten dat ze 1.250 gulden eist. Ze voert de druk op. Als de PSP niet akkoord gaat, dreigt ze, zal ze een kort geding aanspannen. ‘Van Noordanus hoorde ik dat de PSP in alle staten was: wij zijn maar een arme partij. Na veel vijven en zessen gingen ze overstag.’

Haar verontwaardiging is deels gespeeld. De kranten die in maart 1971 op zoek gaan naar de vrouw in het weiland en met haar spreken, merken niets van woede, integendeel.

‘Ik vind het goed dat iemand het nu eens aandurft voor zoiets een naaktfoto te gebruiken’, zegt ze tegen Het Vrije Volk. ‘Als er mensen zijn die zich er druk over maken, zijn dat gewoon bekrompen viezeriken.’

Dat ze door de poster met de PSP wordt geassocieerd, vindt ze ‘niet zo’n ramp’. Ze staat ‘niet onwelwillend’ tegenover de denkbeelden van de partij. ‘Voor een rechtse, conservatieve club had ik het nooit gedaan.’

In de Leeuwarder Courant omschrijft ze de poster als ‘leuk, heel mooi’. Het Parool maakt een foto van haar terwijl ze lachend voor de poster poseert. Iedereen loopt weg met die poster, zegt ze in de krant. ‘Ikzelf niet in de laatste plaats.’

Saskia Holleman poseert voor de poster. ©Hendrik-Jan Koldeweij

‘Schijtziek van die poster’

Bijna een halve eeuw later hebben Hendrik-Jan Koldeweij (82) en George Noordanus (74) weinig zin om te praten over de verkiezingsposter die een icoon werd van de jaren zeventig en daardoor nooit uit hun leven is verdwenen.

Koldeweij: ‘Ik heb geen trek meer in dat gedoe.’

Noordanus: ‘Op het laatst werd ik schijtziek van die poster.’

Maar al snel liggen er in het appartement van Koldeweij in Den Haag en van Noordanus in Amsterdam mapjes op tafel met oude foto’s, krantenknipsels en PSP-stickers en praten ze met genoegen over de ontstaansgeschiedenis.

Hun gevoel is dubbel. Noordanus vindt dat zijn rol te groot is gemaakt, Koldeweij voelt zich miskend en financieel gedupeerd. In veel publicaties en op veilingsites waar de PSP-poster te koop wordt aangeboden, wordt Noordanus als enige genoemd. Koldeweij blijft onvermeld.

Het is een van de redenen dat Noordanus niet staat te popelen om een gesprek over de poster te voeren. ‘Ik heb niet met dat meisje in de wei gestaan, al denken veel mensen van wel. Als Hendrik-Jan die foto’s niet had gemaakt, was die poster er nooit geweest. Het was geen concept van mij. Het was gewoon toeval dat hij precies op dat moment die foto op mijn bureau legde en ik dacht: hé, die is niet voor de NVSH, die is voor de PSP.’

Wat hem in de loop der jaren ook steeds meer begon te irriteren, is dat zijn werk vaak werd gereduceerd tot één ontwerp, die poster. ‘Maar daarna heb ik nog wel een paar andere dingen gedaan.’

Noordanus is ook de man die in de jaren zeventig als grafisch ontwerper de vormgeving van Muziekkrant Oor aanpakte en voor het tot dan toe marginale blad de weg vrijmaakte naar een groter publiek. Hij had een eigen studio in Amsterdam, ontwierp platenhoezen van Nederlandse bands als Earth & Fire, Alquin en Kayak, at scholletjes met de leden van Procol Harum en werd dronken met Glenn Frey van de Eagles.

Nadien werkte hij jarenlang voor een groot reclamebureau, Ogilvy, dat hem inzette voor grote campagnes van onder meer Philips, Shell, Polaroid, Unilever en de Rijksoverheid. ‘Die poster was maar een geintje. Ik heb geen moment gedacht dat het zo groot zou kunnen worden.’

De bedenkingen van Koldeweij hebben een andere oorzaak. Afgezien van het honorarium voor de ene foto in Sekstant, heeft de fotograaf nooit betaald gekregen voor zijn fotoserie. ‘Om duistere redenen heb ik nooit het copyright gehad op de foto op het affiche.’ De PSP eigende zich de foto zonder te betalen toe. ‘Ik heb er alles aan gedaan, maar niets hielp.’ De partij waar de PSP in 1990 in opging, GroenLinks, reageerde later evenmin op aanmaningen. 

Alleen een Duits blad dat de poster afdrukte, de Bunte Illustrierte, maakte ooit 150 mark naar hem over. ‘Dat zette me aan het denken. En al die andere bladen dan die de foto hadden geplaatst? Die hebben me nooit iets betaald.’ Het is ook zijn eigen schuld, zegt hij. Hij had scherper moeten zijn. ‘Ik was te makkelijk, ik zat er niet bovenop.’

Noordanus: ‘Hendrik-Jan heeft het wel gehad met die poster. Op een gegeven moment dacht hij dat ik er veel geld aan zou hebben verdiend. Doe niet zo raar man, heb ik toen gezegd, dat zou ik nooit doen zonder jou.’

Koldeweij heeft een tiental posters in zijn bezit, het grote en het kleine formaat. Hij wil ze te koop aanbieden. ‘Ik heb geen begrafenispolis, misschien kan van dat geld mijn uitvaart worden betaald.’

Op zijn computer opent hij een schat: een map met tientallen, nooit gepubliceerde foto’s van een naakte vrouw in een weiland in Nootdorp, genomen op 4 augustus 1970. Koldeweij heeft de negatieven altijd bewaard en de foto’s laten digitaliseren. Een voor een toont hij de foto’s.

Te zien is hoe Saskia Holleman haar schroom verliest, haar angst voor de koeien overwint en vrijuit en met plezier poseert, zittend, liggend en dansend. En naakt. ‘Dat zou nu niet meer kunnen hè. Iedereen is tegenwoordig zo preuts als de pest. Het is allemaal zo veranderd.’

©Hendrik-Jan Koldeweij

De rechtbank als theater

Saskia Holleman keert de wereld van het theater en de televisie na een paar jaar de rug toe. In 1972 beleeft ze een artistiek hoogtepunt. Als invaller krijgt ze een hoofdrol in Hair. Al snel botst ze met de producent van de hippiemusical, die weigert financiële verplichtingen na te komen. Ze neemt het voortouw in de strijd. Haar rol als activist past bij haar aard: ze is geen vrouw die over zich heen laat lopen en een tikje bazig bovendien; levenslustig ook.

Als ze op een avond in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring een man ontmoet, literair vertaler Peter Verstegen, neemt haar leven een wending. Hij spiegelt haar voor dat de rechtbank óók een soort theater is en stimuleert haar om rechten te gaan studeren. Daarmee begint ze in 1973, hetzelfde jaar dat Verstegen de prestigieuze Martinus Nijhoff Prijs wint voor een vertaling van een roman van Vladimir Nabokov.

Verstegen en Holleman trouwen in 1989. Ruim dertig jaar lang is ze advocaat, eerst bij een groot kantoor, later als ‘eenpitter’. Mr. S.M. Holleman houdt kantoor aan huis, op de Leidsegracht in Amsterdam, en richt zich op wat Verstegen ‘het kleine criminele uitschot’ noemt, ‘dopedealers en inbrekertjes’. Jarenlang is ze een dagelijkse stamgast in café Hoppe op het Spui.

In 2010 wordt ze getroffen door plaveiselcelcarcinoom, een vorm van huidkanker. De vrouw van de PSP-poster overlijdt op 10 juni 2013, thuis en na euthanasie, niet lang na een grootse viering van haar 68ste verjaardag.