Deze Zuid-Koreaanse gouverneurs besturen provincies die al 70 jaar in Noord-Korea liggen

Ze hebben een mooie positie als gouverneur. Alleen: deze Zuid-Koreaanse gouverneurs hebben geen provincie waar ze de scepter over zwaaien, omdat hun provincie in Noord-Korea ligt. ‘Sommige mensen zeggen dat we niks te doen hebben, maar ik werk elke dag van half negen tot half zeven.’
Lee Myung-woo wijst de provincie in Noord-Korea aan waarvan hij gouverneur is. ©WOOHAE CHO

Gouverneur Lee Myung-woo beent naar het schilderij aan de muur van zijn kantoor. ‘Hoe het in mijn provincie is? Dat zal ik je laten zien’, zegt hij. ‘Kijk, dit is mijn geboortedorp. Het ligt heel mooi in de bergen, op zo’n duizend meter hoogte. En hier, in dit gebouw, een badhuis, daar ben ik geboren. En dat grote huis was van de familie van mijn vrouw.’

Het dorpje op het schilderij ligt in Zuid-Pyongan, de Noord-Koreaanse provincie waarvan de 73-jarige Lee vorig jaar tot gouverneur is benoemd. Het is de provincie waartoe ook de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang behoort. Er is één probleem: Lee’s kantoor staat niet in Noord-Korea, maar in de Zuid-Koreaanse hoofdstad, Seoul. En in Zuid-Pyongan is hij sinds zijn eerste levensjaar niet meer geweest.

Lee is een van de vijf gouverneurs van de ‘noordelijke provincies’ die nog altijd door Zuid-Korea worden benoemd, ook al vallen deze provincies al meer dan zeventig jaar onder het bewind van Noord-Korea. De vijf gouverneurs worden, net als hun collega’s van de zuidelijke provincies, door de president benoemd en krijgen een salaris van ruim een ton plus een auto met chauffeur.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Bezettingszones

Deze opmerkelijke praktijk is een gevolg van het einde van de Tweede Wereldoorlog, deze maand 75 jaar geleden. Nadat overwinnaars Rusland en de Verenigde Staten in augustus 1945 Korea hadden bevrijd van de Japanners, verdeelden ze het land in twee bezettingszones. De Russen zaten in het noorden, de Amerikanen in het zuiden. Het zou een tijdelijke oplossing zijn, totdat de Koreanen door vrije verkiezingen zelf zouden bepalen wie hen zou gaan regeren. 

Maar onderhandelingen daarover tussen Moskou en Washington liepen spaak. In 1948 werd in het zuiden de democratische republiek uitgeroepen, een paar maanden later gevolgd door de communistische volksrepubliek in het noorden. Het leidde in 1950 tot de bloedige Koreaanse oorlog, die miljoenen mensen het leven kostte.

Beide regeringen vonden dat zij een rechtmatige claim hadden op het gehele Koreaanse grondgebied. En dus werden in het zuiden vanaf 1949 de eerste noordelijke gouverneurs-op-afstand aangewezen en samen in een kantoor ondergebracht. En zo is het nog steeds. ‘Hoewel het noorden door de communisten wordt bestuurd, is het nog steeds ons land’, aldus Lee. ‘Zo staat het ook in artikel 3 van onze grondwet.’

Samen vormen de gouverneurs het Comité voor de Vijf Noordelijke Provincies. Deze organisatie, waar 45 ambtenaren werkzaam zijn, huist in een groot gebouw in een groene, heuvelachtige wijk in Noord-Seoul. Gouverneur Lee, die dit jaar ook voorzitter is van het comité, ontvangt het bezoek in een ruim kantoor. Aan de muur hangen de portretten van zijn voorgangers, allen man. Achter zijn bureau hangt een wandvullende kaart van een ongedeeld Korea. Lee, emeritus professor bedrijfskunde, wijst met een stok de noordelijke provincies aan. In het noorden zelf zouden ze ietwat raar opkijken van Lee’s aanwijzingen, want daar bestaan na een herindeling geen vijf maar negen provincies. ‘Maar wij gaan uit van de indeling zoals die was op 15 augustus 1945’, zegt Lee.

Reünies

Het roept de vraag op wat een gouverneur zonder provincie eigenlijk doet. Dat wil Lee graag ophelderen. Hij en zijn collega’s besturen natuurlijk niet echt de noordelijke provincies, zegt hij. Hun belangrijkste taak is om zich te ontfermen over de Zuid-Koreanen die hun wortels in het noorden hebben. ‘Na de opdeling van ons land kwamen anderhalf miljoen noordelingen hierheen omdat ze niet onder het communisme wilden leven. Hen noemen we de Ibukdomin, oftewel mensen uit de noordelijke provincies. Deze Koreanen en hun nakomelingen vormen tegenwoordig een groep van 8,5 miljoen mensen.’

Lee’s ouders behoorden tot de eerste generatie Ibukdomin. Zijn vader, een relatief hoogopgeleide lokale bestuurder, weigerde voor de communisten te werken. Lee was vijftien maanden oud toen hij in 1948 op de rug van zijn vader Zuid-Korea binnenkwam. ‘Mijn vader koos voor de democratie en het westerse kapitalisme, voor onze toekomst.’

Lee Myung-woo in zijn kantoor bij de kaart van de twee Korea's. ©WOOHAE CHO

Voor de achterban organiseert het comité onder meer tentoonstellingen, sportdagen en reünies. Daarnaast ‘benoemen’ de gouverneurs nog altijd ruim 900 lokale bestuurders van de noordelijke provincies, waaronder de burgemeesters van 97 gemeenten. In tegenstelling tot een gouverneur is een ‘bestuurder’ een eretitel, hij helpt vooral met het doorgeven van informatie van het comité aan de achterban.

Tot slot proberen Lee en zijn collega’s met onderwijsprogramma’s de cultuur en de geschiedenis van de noordelijke provincies levend te houden. Zo stelde de organisatie een culturele canon samen, waaronder een beschilderde waaier uit de provincie van Lee. ‘Maar het belangrijkste’, zegt hij, ‘is dat wij een symbool vormen voor de geboortegrond van de noordelingen. Voor hen zijn wij een geestelijk baken.’

Residu

In de media worden nogal eens vragen gesteld bij het nut van het comité. De pr-afdeling is nog altijd aan het bekomen van een artikel van het Britse weekblad The Economist uit 2019, met de veelzeggende kop: ‘De Zuid-Koreaanse bureaucraten die doen alsof ze Noord-Korea besturen’.

Volgens Park Jong-chol, hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Gyeongsang, is de organisatie een typisch ‘residu van de anticommunistische Koude-Oorlogideologie. In de jaren na de oorlog was dit instituut nog wel van belang. Men achtte de kans op hervatting van de oorlog reëel en het denken over het terugpakken van provincies paste daarbij.’

Daarnaast waren veel van de noordelingen felle anticommunisten, die in het zuiden werden meegezogen in de bloedige jacht op Koreanen met vermeende communistische sympathieën. ‘Organisaties als het comité waren nodig om jonge mensen uit het noorden in toom te houden.’

Onwetendheid

Tegenwoordig denkt de gemiddelde Zuid-Koreaan nauwelijks nog na over hereniging met het noorden, aldus Park, laat staan over het terugwinnen van de verloren provincies. Alleen de conservatieve oppositie houdt volgens de hoogleraar vast aan het ‘Koude-Oorlogdenken’. 

De sociaaldemocraten, die bijna tweederde van de zetels in het parlement bezetten, vinden het comité volgens Park vooral een verspilling van belastinggeld. Toch zijn er maar weinig linkse politici te vinden die actief pleiten voor afschaffing van de noordelijke gouverneurs. ‘Het ligt te gevoelig bij conservatieven. Het zou samenwerking met de oppositie onmogelijk maken en het zou potentiële kiezers afschrikken. Dus laten ze het maar zo.’

Gouverneur Lee zelf wijt de kritiek aan onwetendheid. ‘Sommige mensen zeggen dat we niks te doen hebben, maar ik werk elke dag van half negen in de ochtend tot half zeven ’s avonds’, aldus de gouverneur, terwijl hij zijn bezoek rondleidt door een tentoonstelling over de vijf provincies. Bij de sectie over zijn provincie Zuid-Pyongan wijst Lee op een maquette van een middelbare school. ‘Op deze school in Pyongyang werden voor de oorlog enkele van de meest invloedrijke Koreanen opgeleid’, zegt hij. ‘Het is een belangrijke plek in onze geschiedenis.’

De maquette vormt een van de schaarse herinneringen aan de school. Op de plek waar het gebouw ooit stond, is tegenwoordig het Noord-Koreaanse Volkscongres gevestigd. Maar op het schoolplein van de maquette wappert de Zuid-Koreaanse vlag.