Deze Kamerleden beleven hun laatste Prinsjesdag. Hoe kijken zij terug? ‘Het parlement staat onder druk’

Voor vier ervaren politici is het hun laatste Prinsjesdag. Kathalijne Buitenweg, Sadet Karabulut, Joël Voordewind en Erik Ziengs, ieder met een eigen geschiedenis, blikken terug op hun jaren in de Tweede Kamer. Wat hebben ze bereikt? Wat is er veranderd? Wat adviseren zij hun opvolgers? 
Van links af Sadet Karabulut (SP), Joël Voordewind (ChristenUnie), Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) en Erik Ziengs (VVD). ©Jiri Buller

Een Kamerlid zit gemiddeld iets langer dan één periode. Hoe effectief is dat?

Joël Voordewind (JV): ‘Vier jaar Kamerlid is kort. Ik ben tien jaar bezig geweest met het verhogen van de alcoholleeftijd van 16 naar 18 jaar. Toen ik dat voor het eerst voorstelde, was alleen de SGP voor. Het heeft lang geduurd voordat ook de maatschappelijke acceptatie er was.’

Sadet Karabulut (SK): ‘Waar meet je effectiviteit aan af? Als wij ons als oppositiepartij niet zo hadden verzet tegen bezuinigingen op sociale zekerheid, was het allemaal nog veel erger geweest. Voor mijzelf gold wat Joël zegt: je hebt echt een of twee periodes nodig om er in te komen. In mijn eerste periode dacht ik: Jezus!’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

JV: ‘Die ken ik.’

SK: ‘Pardon, ik dacht: Jesus Christ! Er was strakke coalitiedwang onder Balkenende IV, mijn moties werden allemaal afgewezen! En dan speelde ook dat ze je niks gunden omdat je nieuw was. De laatste jaren zijn er meer mogelijkheden voor de oppositie.’

Kathalijne Buitenweg (KB): ‘Dat ervaar ik ook.’

SK: ‘Dat heeft te maken met ontbrekende meerderheden, en dat er meer partijen zijn.’

KB: ‘Het kabinet wil nu veel overleggen. Bijvoorbeeld over de Klimaatwet werd samenwerking gezocht. Maar je hebt verschillende taken als parlement: wetgevend en controlerend, maar ook agenderend en vertegenwoordigend: het verhaal over geweld tegen vrouwen dat ik steeds bij Justitie heb ingebracht. Soms mondt dat concreet uit in meer geld voor de zedenrecherche. Op andere terreinen, bijvoorbeeld stalking, leidt dat tot aandacht van de minister.’

SK: ‘Ik ben jarenlang bezig geweest met de salariëring van schoonmakers, maar dat zij zich organiseerden maakte het verschil. En ik ben er trots op dat we nu van de permanente oorlogsvoering sinds 2001 ook de geheime kanten boven tafel hebben gekregen, zoals de ramp in Hawija. Daarvoor zijn tijd, ervaring en vasthoudendheid belangrijk.’

Klopt het dat het samenspel tussen coalitie en oppositie is toegenomen, Joël Voordewind? U kent beide kanten.

JV: ‘Ja, wij zaten in Balkenende IV, niet in Rutte I en II, maar I was een gedoogconstructie en II had geen meerderheid in de Eerste Kamer. Daar is dat regelmatig langskomen begonnen, niet alleen bij de SGP, met dat beroemde voorbeeld van Kees van der Staaij op de achterbank bij Mark Rutte, maar ook bij ons. Nu is de situatie voor de oppositie ook interessant. In de Eerste Kamer zijn twee partijen extra nodig om wetgeving en begrotingen erdoor te krijgen.’

Erik Ziengs, u hebt als VVD’er alleen maar in regeringsfracties gezeten.

EZ: ‘Ja, en met heel andere portefeuilles dan jullie. Vooral economische zaken. Als provinciaal voorzitter van de VVD liep ik in 2008 een weekje stage bij het Kamerlid Halbe Zijlstra. Die vertelde dat toen de VVD plotseling als partij niet meer meedeed in de coalitie, hun informatiebronnen opdroogden. De vriendjes van het CDA uit Balkenende III zeiden: we doen de deur even dicht, want we werken nu samen met PvdA en CU. Ik ben dat nooit vergeten.

‘In Rutte III stuur ik nu ook op meerderheden met andere partijen. Met Suzanne Kröger van GroenLinks heb ik, als het gaat om de trein naar Londen, goed samengewerkt. Zij zei: alles wat met de trein gaat, gaat niet per vliegtuig. En ik zei: ze stappen ook niet in de auto, waardoor de filedruk afneemt. Per onderwerp moet je kijken: waar vind je raakvlakken?

‘En de gunfactor is inderdaad belangrijk. Ik weet nog dat Kees Verhoeven in 2010 voor D66 de Kamer in kwam. Die vond het heerlijk om het kabinet te pesten. Vooral op Twitter. Maar hij bereikte het tegendeel, want als hij iets indiende waren wij tegen. We verzonnen altijd wel tien redenen om tegen te zijn, en zeker ook bij het CDA en de PVV dachten ze: daar heb je die Kees weer! Na een halfjaar ben ik met hem gaan lunchen, ik zei: dat plagen vind jij wel leuk, maar het komt ons de keel uit. Later gaf hij me gelijk.’

KB: ‘Toen ik over de Wet huwelijkse gevangenschap begon, was minister Dekker echt tegen. Hij zei: kerk en staat moeten gescheiden blijven. Ik zei: het gaat niet over de kerk, het gaat over mensenrechten van vrouwen die tegen hun zin gevangenzitten in een huwelijk. Op een gegeven moment zei hij: ik merk dat je het echt belangrijk vindt, laten we praten. De gunfactor gaat ook over elkaar willen begrijpen.’

JV: ‘Over Rutte II wordt wel gezegd: dat was een uitruilkabinet. Daar was kritiek op. Je krijgt weliswaar wat, maar op een ander dossier krijg je de shit over je heen. Ik vond bij Rutte III de uitdaging: je moet elkaar wat gunnen, maar laten we elkaar niet heel erg pijn doen met het tegenbod. Want ik had het idee dat in Rutte II met name de PvdA pijn had. Erik, jij begint te lachen?’

EZ: ‘Bij Rutte III namen we als fractie iets meer tijd om het regeerakkoord te bekijken. Ik vroeg: hoe zit het nou met alle zaken die hier niet in beschreven staan? Mark zei: dat zijn vrije kwesties. Waarop Halbe meteen reageerde: maar het is niet de bedoeling dat we elkaar pijn gaan doen straks. Dus ik herken wat je zegt.’

Jullie vertegenwoordigen het volk, maar er is veel volk dat zich niet vertegenwoordigd voelt. Er zijn veel demonstraties de laatste tijd. Hoe komt dat?

SK: ‘Jarenlang zijn burgers als klanten benaderd. Dat zie je bij de belastingdienst: een repressieve overheid die de mensen wil disciplineren. Tegelijk trekt de overheid zich uit allerlei domeinen terug. De demonstraties zie ik als een uiting van de onvrede die dat veroorzaakt. Ze geven ook hoop, mensen eisen verandering.’

KB: ‘Mensen werden aangesproken als consument, als individuen die voor zichzelf overal het beste uit moesten halen. Burgerschap sneeuwt dan onder. Dat beeld kantelt nu.’

Het kinderpardon is een maatregel die er onder druk van buitenaf is gekomen. De samenleving weet jullie te vinden, dwars door een regeerakkoord heen.

JV: ‘Partijen worden onder druk gezet om hun standpunt te herzien, in dit geval gelukkig. De burger is mondiger geworden. Hij vindt ook een stem in populistische partijen, die vervolgens zorgen dat een vraagstuk in het politieke midden terechtkomt.’

SK: ‘Vind jij dat het midden de problemen moet oplossen?’

JV: ‘Die druk is er. Je voelt het tot in je tenen hoor, als de mensen over wie het gaat op de publieke tribune zitten.’

Kamerleden worden vaker bedreigd. Roept de Kamer dat over zichzelf af door verruwende omgangsvormen?

JV: ‘De Kamer heeft een voorbeeldfunctie. Het elkaar uitschelden, ministers voor gek of idioot uitmaken, neemt enorm toe. Dat is gênant. Mensen nemen het over. Vanmorgen nog kwam er een mailtje, dat ik een k…, een klootzak was. Ik wilde deleten, maar heb ’m in de wacht gezet.’

KB: ‘Dat doe ik ook af en toe. Ik was een linkse kuthoer, vond iemand. Ik heb na enige aarzeling teruggeschreven. Kreeg ik als antwoord: neem me niet kwalijk, dat was niet aardig van me. Vaak zit er een ander verhaal achter.’

SK: ‘De kwaliteit van het debat is minder geworden. Als je van werkzoekenden steeds zegt dat ze hun handje ophouden of frauderen, terwijl mensen jaar in jaar uit economisch gepakt worden, dan doet dat wat. Het parlement staat onder druk. Veel mensen voelen zich niet vertegenwoordigd. Meer democratie is het enige antwoord.’

KB: ‘Als politici zelf woorden als nepparlement gebruiken ondergraven ze de legitimiteit van het parlement. Terwijl ik het altijd ontroerend vind als ik in de plenaire zaal kom: 150 mensen die proberen zich democratisch tot elkaar te verhouden. Het is wel complexer geworden. Er is veel Europese besluitvorming en aan de andere kant veel gedecentraliseerd. Terwijl de verwachtingen op Den Haag zijn gericht.’

Gaat jullie manier van leven ingrijpend veranderen? Erik Ziengs, u sliep drie nachten per week in Den Haag, was ook actief in Nieuwspoort.

EZ: ‘De dynamiek hier vind ik heerlijk. Maar ga ik naar het Noorden, dan bevalt me de rust. Ik ben vanuit Noord-Nederland in het Haagse gekomen. Dan zoek je een plek. Je praat met andere regiocollega’s, met journalisten, zoekt elkaar op. Nieuwspoort werd een veilige plek.’

SK: ‘Dat is niet mijn wereldje. Ik zie veel mensen, daar heb ik Nieuwspoort niet voor nodig. Wat ik zal missen, is mijn werk als volksvertegenwoordiger. En dan zonder de nachtelijke stemmingen.’

Het afgelopen halfjaar viel het parlement bijna stil. Heeft dat nieuwe inzichten gebracht?

KB: ‘Ik heb het gevoel dat die periode ook misbruikt is. Debatten over Europa werden vertraagd of niet gevoerd. Terecht dat we veilig ons werk doen, maar de coalitie gebruikte de coronaperiode ook om onderwerpen tegen te houden.’

JV: ‘Ik herken dat niet, als lid van het presidium. We hebben lijstjes laten rondgaan bij alle fracties: waar moeten we het over hebben, gegeven de beperkingen. Het was ook een zuiverende periode: welke debatten zijn nu echt nodig en waar laten we ons sturen door de hype van de dag? Er is ruimte ontstaan.’

SK: ‘Ik vond die eerste paar weken heel bijzonder. Het parlement was uitgeschakeld, dat voelde iedereen. Terwijl je juist in een crisis ook moet controleren. Gelukkig ging de toko snel weer open. Nu is al het onmogelijke ineens mogelijk. De grote onderwerpen staan op de kaart: ongelijkheid, klimaat, gezondheid.’

Wat willen jullie meegeven aan je opvolgers?

KB: ‘Kies drie onderwerpen waarvoor je je hard wilt maken en geniet ervan als dat lukt. Dan ben je minder een speelbal.’

JV: ‘Wees zuinig op je gezin. Wij hebben thuis wel spanning gehad toen de kinderen kleiner waren. Je denkt: hier in de Tweede Kamer gebeurt het, hier kan ik iets doen. Zo heb ik veel collega’s hun gezin zien verliezen. Maar straks staat niet op je graf: hij heeft te weinig gewerkt.’

EZ: ‘Ik kwam bij de scoutingcommissie voor Kamerleden. Daar zat Henk Kamp en die vroeg: heb je thuis goed overlegd? Dat had ik. De kinderen waren 16, 18, 20, 22. Waren ze jonger geweest, dan had m’n vrouw gezegd: bekijk het even. Alleen liep het toch wat anders. Dat had te maken met het overlijden van een zoon, dat was heel heftig. Die stapte uit het leven terwijl ik in Den Haag zat. Dan voel je je heel ver weg. Ik dacht: ga ik nou verder of niet? Een jaar lang ben ik op en neer naar Assen gereden, 2,5 uur heen en 2,5 uur terug.’

SK: ‘Mijn advies? Blijf jezelf, laat je niet gek maken. Blijf dicht bij je idealen.’