Deze Amerikaanse hoogleraar bewijst hoe manipuleerbaar ons geheugen is

Zelfs als je weet dat het nieuws nep is, kan het je mening en herinnering kleuren. Dat zegt de Amerikaanse geheugengoeroe Elizabeth Loftus.
Elizabeth Loftus in Utrecht. ©Ivo van der Bent

Een paar uur na het interview stuurt ze een e-mail. ‘Misschien leuk om het artikel mee te beginnen: misinformation is in de VS gekozen tot woord van het jaar.’ Dat had het Amerikaanse onlinewoordenboek Dictionary.com die dag bekendgemaakt. Het bewijst volgens de organisatie dat de strijd tegen nepnieuws leeft.

Alle beetjes helpen, maar hoe taai die strijd is, weet Elizabeth Loftus (74) als geen ander. Ze staat erom bekend dat ze proefpersonen vrijwel alles op de mouw kan spelden. In de jaren negentig maakte ze furore met experimenten waarin ze proefpersonen op het verkeerde been zette met getrukeerde foto’s of achter hun rug om familieleden optrommelde om een fictief verhaal te bevestigen. Dat ze als kind verdwaald waren in een supermarkt, dat ze ooit een tocht met een luchtballon hadden gemaakt, dat ze getuige waren geweest van een demonisch ritueel. Allemaal nooit gebeurd, maar ondertussen bewees Loftus hoe feilbaar en manipuleerbaar het geheugen is.

De universiteitshoogleraar uit Californië streek een paar dagen neer in Nederland voor een lezing op het jaarlijkse congres van het Archief en Documentatiecentrum Nederlandse Gedragswetenschappen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

In 2013, nog voordat het begrip nepnieuws bestond, werkte ze mee aan een experiment van het Amerikaanse onlinemagazine Slate, dat 5.269 lezers vervalste nieuwsfoto’s voorschotelde. Van Obama die de hand schudt van de Iraanse president Ahmadinejad, en van George Bush die vakantie vierde op het moment dat New Orleans onder water liep tijdens orkaan Katrina.

Volstrekte lariekoek, maar de helft van de Slate-lezers kon het zich al die jaren later nog goed herinneren. Een kwart kon zich zelfs de nieuwsuitzending als de dag van gisteren voor de geest halen, en sommigen wisten ook nog wat het nieuws met hen deed. De een walgde ervan, de ander kromp ineen van schaamte.

U weet als geen ander hoe goedgelovig mensen zijn.

‘Toch verbaasde ik me dit jaar nog over een publicatie van Rob Nash, een van mijn academische nazaten, die proefpersonen nieuwsfoto’s toonde van het huwelijk van prins William en Kate. Hij bewerkte de foto’s door demonstranten met spandoeken in te voegen. Maar hij deed dat op zo’n beroerde manier dat iedereen kon zien dat er met de foto’s was geknoeid. De verhoudingen klopten niet en van een politiemotor ontbrak zelfs het voorwiel. En toch bleken de foto’s de herinneringen en opvattingen van de proefpersonen te kleuren, dus zelfs als mensen doorhebben dat het nep is.’

Wie is het meest vatbaar voor nepnieuws?

‘Iedereen. Wie een laag IQ heeft of heel meegaand en coöperatief is, blijkt iets ontvankelijker, maar zo goed als iedereen gaat voor de bijl. We hebben een studie gedaan met proefpersonen met een fotografisch geheugen. Dat waren mensen die zich zo ongeveer elke dag uit hun volwassen leven voor de geest kunnen halen, maar ook zij bleken niet bestand tegen misinformation.

‘Dat wees onder meer de ‘crashing memory test’ uit. Hierbij vullen proefpersonen een vragenlijst in over een vliegtuigongeluk, dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. In de vragen suggereren de onderzoekers dat er televisiebeelden bestaan van het moment van de crash. Menig proefpersoon blijkt zich die inderdaad te herinneren en komt met gedetailleerde beschrijvingen. Alleen: die beelden bestaan niet.’

Hoe kunnen we ons tegen nepnieuws wapenen?

‘Ik moet denken aan een studie die ik ooit met Nederlandse collega’s deed naar zelfoverschatting bij advocaten. Die geloven te vaak dat ze een zaak zullen winnen. Een van de remedies was: dwing jezelf om te bedenken wat er allemaal mis kan gaan, zoals een strenge jury, een rechter die geen aanvullend bewijs toelaat, noem maar op. Dus kom met redenen om er niet in te geloven. Bij nepnieuws kan dat ook zinvol zijn. Het maakt jezelf in ieder geval kritischer. Tegelijk moet je je natuurlijk bij alles afvragen: klopt dit? Is het echt?’

Is dat haalbaar in de maalstroom van alledag?

‘Nee, niet echt. Dat merkte ik onlangs toen de Amerikaanse psychologiehoogleraar Christine Blasey Ford getuigde tegen rechter Brett Kavanaugh, over de poging tot aanranding, 35 jaar geleden. Hele horden namen haar verhaal volledig voor waar aan, zelfs collega’s van mij, die ook onderzoek hebben gedaan naar nepherinneringen en weten hoe onbetrouwbaar het geheugen is.’

U gelooft haar verhaal niet?

‘Ford hield een aangrijpend betoog, maar tegelijk vraag ik me af wanneer de naam Kavanaugh voor het eerst is gevallen. Wist ze als 15-jarige al hoe hij heette? Hij was toen een nobody, ging naar een andere school dan Ford. Volgens haar man noemde ze de naam voor het eerst in hun relatietherapie. Gebeurde dat onder druk van de therapeut? En waarom komt daar überhaupt een incident van zo lang geleden ter sprake? Waren er seksuele problemen? Fords verhaal roept een hoop vragen op, maar voor veel mensen maakt dat allemaal niet uit, ze wíllen haar maar al te graag geloven. Zo gaat het ook met de #MeToo-verhalen.’

Moeten we die kritischer tegen het licht houden?

‘We geloven al die vrouwen klakkeloos, terwijl sommige incidenten zich in een ver verleden afspeelden. Maar wie durft daar kanttekeningen bij te plaatsen? Als de #MeToo-discussies zijn weggeëbd, verwacht ik een golf van rechtszaken. Net als nu het geval is met de campusaanrandingen, een paar jaar geleden schering en inslag in de VS. Veel mannelijke studenten voelen zich nu ten onrechte beschuldigd en klagen de vrouwen aan wegens smaad, maar ook de universiteiten die toen sancties oplegden. Er lopen honderden rechtszaken.’

Het doet denken aan de jaren negentig, toen tal van vrouwen in de VS in therapie ontdekten dat ze in hun vroege jeugd waren misbruikt of mishandeld. Ontboezemingen van een voormalig miss America en van actrice Roseanne Barr stookten het vuurtje op en binnen de kortste keren sleepten legio vrouwen hun ouders voor de rechter.

Elizabeth Loftus. ©Ivo van der Bent

Tijdens deze zogeheten memory wars schreef Loftus het artikel The Reality of Repressed Memories (1993), dat insloeg als een bom. Bestaat het verschijnsel verdringing eigenlijk wel? Kunnen mensen herinneringen aan seksueel misbruik wegstoppen, om ze tientallen jaren later ineens weer te hervinden?

Ze raakte als getuige-deskundige bij enkele spraakmakende zaken betrokken, en haalde zich de woede op de hals van misbruikte vrouwen, feministen en therapeuten. Ze trokken haar integriteit in twijfel, eisten haar ontslag en na doodsbedreigingen kreeg Loftus beveiliging tijdens colleges.

Hebben therapeuten uw boodschap inmiddels ter harte genomen? Of geloven ze nog steeds in verdringing, diepen ze nog steeds herinneringen op?

‘Vooral onder hypnotherapeuten en psychoanalytisch georiënteerde behandelaren is dat geloof nog steeds wijdverbreid. Ik kom therapeuten tegen die zeggen: ‘Wetenschap is niet de enige bron van kennis, hoor.’ In 2014 hebben we een vragenlijst verspreid onder leken, studenten, wetenschappers en therapeuten. De precieze resultaten vind je op mijn website.’

Daaruit blijkt dat ruim 70 procent van de psychologiestudenten het eens is met uitspraken als ‘traumatische herinneringen worden vaak verdrongen’ en ‘verdrongen herinneringen kunnen in therapie worden hervonden’. Dat onderschrijft ook tweederde van de leken en de behandelaren. Van de therapeuten die wetenschappelijk onderlegd zijn, gelooft slechts 30 procent in verdringing. Zelf heeft Loftus er nooit enig wetenschappelijk bewijs voor gevonden.

De memory wars zijn dus nog lang niet over.

‘Nee, zeker niet.’

Teleurgesteld?

‘Een beetje, zeker als ik denk aan al die studies en pogingen om therapeuten bewust te maken van de gevaren, aan de persoonlijke tragedies, aan de families die verwoest zijn. En dat gebeurt dus nog steeds.’