De vraag die amper werd gesteld: waarom stonden die 5000 mensen op de Dam?

De woede over racisme bleek deze week voor duizenden mensen groter dan de angst voor corona. ‘Ik weet al sinds mijn tiende dat er voor mij andere regels gelden.’ 
©Floor Rieder

Maandag protesteerden vijfduizend mensen op de Dam tegen racisme en politiegeweld. Het was een mooie dag. De volgende ochtend ging het over corona en over de vraag of de burgemeester van de stad kon aanblijven. De vraag had ook kunnen zijn: waarom stonden die vijfduizend mensen daar?

Het knisperde op het plein, zegt stadsdichter Gershwin Bonevacia. “Toen ik er stond, werd ik overvallen door een gevoel van kracht en trots. Ik heb nog nooit gezien dat mensen zich op die manier uitspraken voor mensen zoals ik.”

Vreemd: na afloop leek iedereen verbaasd over de massaliteit van het protest. De politie, de burgemeester, zelfs de organisatie had het niet zien aankomen. Wat een bescheiden uiting van solidariteit met de vermoorde zwarte Amerikaan George Floyd zou worden, liep uit op een omvangrijke aanklacht tegen racisme in Nederland. Een veenbrand van zwart onbehagen, waar heel even de vlammen uitsloegen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Johan Cruijff zou zeggen: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”

Structureel ondergewaardeerd

“Je wordt,” zegt Bonevacia, “in dit land niet ­fysiek aangevallen, maar wel mentaal. Ik ben een hoogopgeleide zwarte kunstenaar, ik heb economie en filosofie gestudeerd, maar ik weet al sinds mijn tiende dat voor mij andere ­regels gelden. Als ik ’s avonds naar een club wil, heb ik 10 procent kans dat ik binnenkom. Als ik ergens te laat ben, moet ik dat een half jaar later nog ­horen.”

Weekblad De Groene Amsterdammer zette het onlangs nog eens keurig op een rijtje: Nederlanders met een migratieachtergrond worden structureel ondergewaardeerd in het onderwijs, komen moeilijker aan een baan of een huis en zijn niet of nauwelijks terug te vinden in de top van het openbaar bestuur of het bedrijfsleven.

Kijk naar de bordesfoto van het kabinet-Rutte III: nul mensen van kleur. Bij de politie en de ­belastingdienst blijkt etnisch profileren lastig uit te roeien. Wie een voorzichtige aanpassing voorstelt van het fenomeen Zwarte Piet of de term Gouden Eeuw, krijgt het halve land over zich heen. En op de voetbalvelden vliegt nog geregeld een banaan door de lucht.

Recht van spreken

Zwarte mensen hebben niet het privilege om ­racisme onbesproken te laten, verklaarde de organisatie van Black Lives Matter na afloop van de demonstratie op de Dam. Racisme maakt meer slachtoffers dan corona. “Mensen zijn er zo moe en ziek van dat ze bereid zijn het ­risico op besmetting te nemen.”

Activist Jerry Afriyie: “We worden al zo lang weggezet als terroristen en oproerkraaiers, dat mensen zich nauwelijks nog durven uit te spreken. Maar nu we dagelijks de gewelddadige beelden uit Amerika zien, is het gevoel: we ­moeten ons laten horen. Het is nu of nooit. We hebben de moed bij elkaar geraapt om te laten zien dat er ook hier racisme is.”

Zijn generatie wenst zich niet meer in te houden, zegt de 27-jarige Bonevacia. “Mijn ouders voelden zich nog heel lang Curaçaoënaar, maar wij zijn hier geboren en hebben gewoon recht van spreken.”

Op haar Instagrampagina schreef presentatrice Lisette Wellens (Goedemorgen Nederland): ‘De afgelopen dagen hebben meer met me gedaan dan ik in eerste instantie aan mijzelf wilde toegeven. Als kind van een zwarte moeder en een witte vader balanceer ik op een vreemde lijn. Niet wit en niet zwart. Allebei een beetje. En dus ook allebei net niet. Vandaar dat ik mijzelf heb toegesproken met dingen als: ‘niet zeuren’, ‘er zijn mensen die het veel zwaarder hebben dan jij’ en: ‘spreek je er maar niet te veel over uit’.’

‘Maar dat is precies waar de schoen wringt. Precies die gedachten zorgen ervoor dat al die kleine, gemene, racistische speldenprikjes, waar ook ik in Nederland veel te vaak mee te ­maken krijg, in stand blijven. Vaak zo subtiel, maar helaas ook zo diepgeworteld. Dat ik vast de eerste uit mijn familie ben die is gaan studeren, of dat ik een leuke meid ben, maar dat ik me niet te veel moet gaan gedragen als Sylvana Simons. Dat mensen ongevraagd aan mijn haar zitten en dan concluderen dat het ‘zo zacht’ is.’

Ze is niet op de Dam geweest, zegt ze. Ze voelde zich er niet prettig bij om nu een mensenmassa op te zoeken, maar ze is blij dat anderen er wel waren. Het gaat ook niet meer om een onverkwikkelijke discussie rond Zwarte Piet, maar om een breedgedragen protest. ­“Genoeg is genoeg. Dat is een wereldwijd ­gevoeld sentiment. Vrienden komen nu naar me toe en vragen: heb ik ook weleens iets verkeerds tegen je gezegd? Ik lachte dat soort ­opmerkingen vaak weg. Nu denk ik: goed dat het probleem op tafel ligt.”

Toenemende polarisatie

De geest is uit de fles. “Er sluimert al langer iets,” zegt antropoloog Sinan Çankaya. “Er is onvrede en woede over de ontkenning van racisme. Tegelijkertijd is er meer aan de hand: de afbraak van instituties, de ­extreme bezuinigingen, onzekerheid over de wereld na corona. Dat komt nu allemaal ­samen. Op een gegeven moment is de rek eruit en dan knapt het elastiek.”

“Alle landen kennen racisme,” zegt Halleh Ghorashi, hoogleraar diversiteit en integratie aan de VU. “Alleen in Nederland denken we dat we niet racistisch kúnnen zijn. Het druist in ­tegen ons zelfbeeld.” In deze tijden van corona hebben we volgens haar niet alleen meer ruimte om na te denken over wat er in de wereld gebeurt, alles ligt ook onder een vergrootglas. Verschillen tussen mensen verdiepen zich. De polarisatie neemt toe. “Ik zie het elke dag,” zegt ze. “Jongeren van de tweede en derde generatie vinden mij een softie, omdat ik praat over inclusie en niet over dekolonisatie.”

Çankaya: “Racisme is een oud verhaal, en het heeft historische wortels. Het is een verhaal dat steeds maar wordt ontkend en gebagatelliseerd. Ook nu willen we het gesprek weer niet aan. De zwarte voorhoede van de antiracismebeweging mag heel trots zijn op de stappen die zijn ­gezet, alleen is dit een kwestie van lange adem.”