De eikenprocessierups gaat niet meer weg en dat is onze eigen schuld

De eikenprocessierups heeft Nederland overvallen. Het klimaat krijgt vaak de schuld. Nee, zeggen deskundigen. Het is de monocultuur van eiken. En zijn vijanden zijn weggespoten.
©© Han Bouwmeester

Alsof de rode loper voor hem was uitgerold. Toen de eikenprocessierups dertig jaar geleden aan zijn opmars in Nederland begon, doemde een luilekkerland voor hem op. Lanen en parken met ­enkel eiken, geworteld in strak gemaaide graslanden of bermen, zodat al zijn vijanden waren weggevaagd. Hij had het rijk alleen. Eén op de vijf bomen in Nederland is een eik, in sommige gemeenten maken ze 80 procent van het ­bomenbestand uit. Het is eigenlijk verbazend dat het dertig jaar geduurd heeft voor de rups een algemene plaag werd.

Het probleem is onderschat, zegt Arnold van Vliet, voorzitter van het Kenniscentrum Eikenprocessierups. “Veel instanties benaderden de opmars alsof het om een brandnetel ging. Er was weinig aandacht voor, weinig coördinatie in de bestrijding, nauwelijks kennis. ‘We hebben vorig jaar de nesten verwijderd’, zei men dan tegen ons. ‘En nu zijn ze er weer.’ Tja, het zijn vlinders hè? Die vliegen uit en leggen eitjes.”

Zijn Kenniscentrum had wel een leidraad opgesteld hoe de rups te beheersen, maar toen ze dit voorjaar de NVWA, de Voedsel- en Warenautoriteit, benaderden om hun deel te ­actualiseren, kregen ze nul op het rekest. “Ze zagen het niet als hun probleem.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

De vlinderpiek is begin augustus

Onlangs pakte het ministerie van landbouw en natuur het probleem wel op. Er werd een kennisplatform opgericht, dat door het centrum van Van Vliet wordt verzorgd. “En in september is er een landelijke dag waarin we het probleem onder aandacht van de gemeenten brengen. Alleen een leidraad is niet genoeg, hebben we gemerkt. We moeten actief communiceren.”

En meteen in actie komen. De eikenprocessierupsplaag van 2020 is al in de maak. De meeste rupsen hebben zich verpopt, naar verwachting komen de eerste vlinders een dezer dagen uit. “De piek is begin augustus, maar het vlinderseizoen loopt door tot september”, zegt Van Vliet. “Ze paren, waarna het vrouwtje zo’n 250 tot 300 eitjes legt, meestal in de buurt van het oude nest. Voor de zekerheid zet ze ook een tweede pakket af, een stuk verderop. Tot wel 20 kilometer verder.”

Het heeft volgens hem geen zin om naar ­deze eitjes te speuren. Ze zijn veel te klein en daardoor lastig te traceren. “De plantsoenendienst krijgt wel eens de opdracht mee om ­ernaar uit te kijken en de takken met eitjes weg te snoeien. Maar dat is geen doen. Het zijn gigantische hoeveelheden, de eitjes zitten hoog in de bomen, en hier in Ede, waar ik woon, is elke eik besmet.”

Wat nu wel zinnig is om te doen, is het volgen van de vlinders. Het kenniscentrum heeft een netwerk opgezet van vallen met lokstoffen waarin ze vlinders vangen om een beeld te krijgen waar ze zitten. “We proberen dat netwerk uit te breiden, zodat het dekkend wordt. Zodat we weten hoeveel vlinders er zijn, waar de hotspots voor komend jaar te verwachten zijn. En we een aanvalsplan kunnen opstellen.”

Collateral damage

Dan is het wachten op het moment dat de ­eitjes uitkomen. Dat luistert vrij nauw. Want welke methode ook gekozen wordt om de rupsen te bestrijden, selectief is die aanpak zelden. Behalve in de eerste weken nadat de ­eikenprocessierups uit zijn ei is gekropen. ­Terwijl andere rupsen pas tot leven komen als de bomen al enigszins in het blad zitten, is de eikenprocessierups er als de kippen bij zodra de bladknoppen openspringen.

Eikenprocessierups kruipend over het spinselnest. ©buiten-beeld

“Dat is het ideale moment om met aaltjes te spuiten (zie kader)”, zegt Van Vliet. “Ten eerste omdat je de aaltjes direct op het lijf van de rups moet spuiten en je in deze fase niet ­gehinderd wordt door bladeren. Bovendien zijn de eikenprocessierupsen dan nog zo goed als alleen, zodat de collateral damage van het spuiten minimaal is.”

Hoewel de aaltjes zeer effectief zijn in het slopen van de rups, is daarmee niet gezegd dat deze aanpak ook effectief is. “De eikenprocessierups is een meester in het overleven”, zegt Silvia Hellingman, zelfstandig insectenonderzoeker en tevens verbonden aan het Kenniscentrum.

“Dat zie je al aan de manier waarop ze uit het ei komen. In feite zijn ze in de herfst al volgroeid, maar ze wachten op de juiste temperatuur en daglengte om tevoorschijn te komen. Zijn ze toch te vroeg en is er nog geen blad, dan trekken ze zich weer terug in een slaapstand. We hebben ze bij wijze van proef eens in februari uitgezet. Negen weken hebben ze in die wachtstand overleefd. Zo nu en dan kwamen ze even kijken of er al blad te vinden was. Uiteindelijk trokken ze eropuit om te gaan eten. Ik vind het een fantastisch beestje.”

Met deze wachtstand – de verlengde diapauze, zegt de bioloog – zet de rups de mens regelmatig op het verkeerde been. Dan denkt een bestrijder dat hij een eik afdoende met aaltjes heeft behandeld, maar duikt even later alsnog de processierups op. Hellingman: “Als hij te veel stress ondervindt, voltooit hij zijn cyclus niet. Bij droogte, extreme hitte, te weinig voedsel of overbevolking. Dan trekken ze zich terug in de bodem of in een boomholte. Om daar pas een paar maanden, of zelfs een paar jaar later weer uit te komen. Door dit ­onderduikgedrag krijg je ze nooit allemaal te pakken.”

Ze vertelt over een eik die door andere ­rupsen geheel was kaalgevreten. Toen die zich hadden verpopt en waren uitgevlogen en de eik dacht veilig aan een tweede uitloop te ­kunnen beginnen, kwamen de eikenprocessierupsen tevoorschijn. “Die hadden zich weken schuil gehouden maar nu er voedsel overbleef, sloegen ze alsnog hun slag.”

Opwarming

Dat maakt de timing voor de bestrijder ­extreem lastig. Hij moet rekening houden met deze verschuivingen. De grootte van de plaag dit jaar wordt er deels mee verklaard: een grote groep rupsen moet vorig voorjaar zijn ondergedoken. Hellingman: “De timing van de rups hangt ook weer af van de klimaatverandering. Ik zeg weleens: de rups volgt de opwarming beter dan wij.”

Met het noemen van de klimaatverandering stipt Hellingman ook een vaak genoemde oorzaak van de huidige overlast aan. Dat is nog maar de vraag. Er wordt wel gezegd dat de rups uit Zuid-Europa komt en door de opwarming steeds verder noordwaarts is opgeschoven, maar het beestje werd al in de negentiende eeuw in Nederland gesignaleerd.

Koude winters zijn voor hem ook geen ­enkel punt, zegt Hellingman. “Hij kan met ­gemak -20 aan. De opwarming is wel fnuikend voor andere insecten. Veel van de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups hebben zo’n koudeperiode juist wel nodig. Anders ­komen ze te vroeg uit, of worden ze in de ­winter verteerd door schimmels.”

Natuurlijke vijanden

Nee, een hoofdoorzaak voor de invasie is de monocultuur van eiken. Naast de bezuinigingen bij de gemeenten. “Op te veel plaatsen zijn vorig jaar de nesten niet verwijderd.” En het gebrek aan natuurlijke vijanden. “Neem het fluitenkruid. Die trekt onder andere sluip­wespen aan en die azen weer op de eiken­processierups. Maar wat doen wij? Wij maaien de bermen of spuiten de boel onder. Weg sluipwesp.”

Het gebrek aan biodiversiteit is misschien wel het grootste probleem. “We hebben ons ecologische systeem uitgehold”, zegt Van Vliet. “De insectenpopulaties zijn met 70 à 80 procent verminderd. De natuur is volledig uit balans. En dan hebben we het nu over natuurlijke bestrijding. Over koolmeesjes die de rupsen moeten opvreten. Dat gaat wel een beetje helpen, maar we moeten niet denken dat we eerst honderd jaar roofbouw kunnen plegen en vervolgens de boel kunnen herstellen door een paar nestkasten op te hangen. De bestrijding van de eikenprocessierups vraagt maatwerk, volharding en geduld. We zijn nog niet van het beestje af.”

Lees ook:
Wat er te doen is tegen de jeukende brandhaartjes
Een föhn tegen de eikenprocessierups, helpt dat?

Waarom de paniek over de rups een goudmijn is voor cowboys
Boeren, terreinbeheerders en tuineigenaren willen de nesten zo snel mogelijk weg hebben. Daar wordt misbruik van gemaakt door onkundige bestrijders, die geen enkele opleiding of certificaat hebben.