De 16 vragen van De Wachter aan Lize Spit: “Ik had twaalf jaar een partner. Toen kwam ik Rob tegen”

Twee jaar geleden vond Lize Spit de liefde bij de 25 jaar oudere Rob. Een ideaalbeeld - kindjes krijgen en samen oud worden - sneuvelde. Sindsdien leeft Lize het leven met de gulzigheid van een vroege dertiger op het gezapige ritme van haar late vijftiger. “Ik wil Rob niet wegduwen, alleen maar omdat we geen vijftig jaar samen kunnen zijn.”
©Pieter-Jan Vanstockstraeten / Ph
©-
©-

“In het appartement hierboven woont een Instagramfenomeen, ‘Mama van vijf’. Ik droomde dat zij en haar vriend uiteen gingen en dat hun appartement te koop kwam. Dat maakte mij ontzettend verdrietig. De nacht ervoor droomde ik dat ik in een huis zat, dat werd opgetild door de wind. Ik besefte dat we zouden gaan neerstorten en zocht manieren om me schrap te zetten. Ik droom zo’n dingen wel vaker: dat ik in een hoog flatgebouw zit bijvoorbeeld en dat er een vloedgolf op me af komt. Wat doe je dan? Ik denk dat dat gaat over jezelf jezelf ergens thuis voelen en angst hebben dat het verdwijnt.”

Lees verder onder de video:

©-

Ik groeide op in een klein dorpje met veel goeie vriendinnen. We speelden buiten, bouwden kampen, voelden ons in dat dorp als een vis in het water. Mijn ouders waren goed in het organiseren van rituelen. Verjaardagen, Sinterklaas: dat waren ontzettend mooie feesten bij ons. Halverwege de lagere school merkte ik de valse grondtoon op. Mijn ouders waren niet vreemd van enige worsteling. Depressiviteit. Verslaving. Er werd nooit over gepraat en ik had weinig gevoel van veiligheid. Mijn dagboeken van toen staan boordevol gepieker. Ik hoopte altijd maar dat mama en papa ‘beter’ zouden worden. Of stopten met ruziemaken. Ik had ook veel angst om door hen te worden verlaten.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

“Ik ben de derde van vier kinderen. Mijn broer en mijn zussen, we zijn allemaal vertrokken uit het dorp. Op latere leeftijd hebben we de koppen bij elkaar gestoken over onze thuissituatie. Zo hebben we veel puzzels kunnen leggen en elkaars verdriet bestaansrecht gegeven. We zijn alle vier vrij goed terecht gekomen. Dankzij en ondanks onze ouders. Dat is zo mooi aan opvoeding: het is nooit het ene of het andere.”

Mijn ouders hebben nooit moeilijk gedaan over het feit dat ik wou gaan schrijven. Maar als ik thuiskwam met goeie en slechte punten, focusten ze gauw op de slechte. Dat heeft bepaald hoe ik in het leven sta.”

Lize Spit
©-

“De meest ingrijpende relatie in je leven heb je met je ouders. Ouders kunnen zoveel bepalen. De mijne hebben nooit moeilijk gedaan over het feit dat ik wou gaan schrijven, daar ben ik hen dankbaar voor. Maar als ik thuiskwam met goeie en slechte punten, focusten ze gauw op de slechte. Dat heeft bepaald hoe ik in het leven sta. Ik ben een grote perfectionist. Het gevoel van ‘als ik het niet goed genoeg doe, mag ik hier niet meer zijn’. Dat uit zich in mijn werk, bij mijn vrienden, in mijn relatie.”

“Ik deed als kind niets liever dan schrijven. Er zijn in mijn leven veel mensen geweest die op het juiste moment de juiste dingen hebben gezegd of gedaan opdat mijn talent zich kon ontwikkelen. Schakels die op het juiste moment gewisseld werden en zo de trein van mijn leven op het juiste spoor brachten. De meester op de lagere school die mijn eerste roman wilde lezen. De leerkracht in het middelbaar die mij stimuleerde. De uitgever die me oppikte. Het gaat niet om één sleutelfiguur, maar om tien, twintig mensen die mij opmerkten en bevestigden en zo van mij de schrijfster maakten die ik vandaag ben.”

“Ik ben, toen ik vanuit dat kleine dorp in Brussel kwam wonen, vrij snel met een jongen gaan samenwonen. Voor het eerst had ik een eigen thuis, een veilige cocon. Zo’n compagnon hebben met wie je een levensverwantschap opbouwt, ook dat is bepalend geweest.”

©Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photo News
©-

“Op carrièrevlak: het feit dat ‘Het Smelt’ een zo groot publiek heeft gevonden. Ik wijt dat vooral aan timing en geluk, slechts een beetje aan talent. Ik ken veel boeken waar even hard aan gewerkt is maar die nooit een publiek bereikten.”

“Op persoonlijk vlak: de studierichting die ik volgde. Ik wist dat ik wilde schrijven maar wist niet naar welke school ik wilde. Ik koos uiteindelijk voor het RITCS, waar een scenariorichting bestond. Alleen: ik wou helemaal geen films schrijven. Ik wou boeken schrijven. Achteraf bekeken heeft die opleiding mij sterk gevormd. Ik onderscheid me daarin van veel klassiek geschoolde schrijvers. Ik ben gevormd vanuit het idee ‘hoe vertel ik een verhaal?’, niet vanuit het idee ‘welke schrijver wil ik worden?’ Als ik op mijn achttiende vier jaar lang literatuurstudies had gevolgd, had ik zelf niet meer het lef gehad te schrijven, denk ik.”

“Rob is ook een toevalligheid. Ik was op zomerkamp met de uitgeverij, Rob was er ook. Bij het naar huis gaan belandden we op dezelfde bus en raakten we aan de praat. Ik zei: “hier heb je m’n nummer, als je eens in Brussel bent, dan geef ik je een rondleiding”. Een half jaar later belde hij. We zijn koffie gaan drinken, hebben veel gewandeld. Ik dacht niet dat het iets zou worden. Rob is 25 jaar ouder én ik had twaalf jaar een partner, met wie ik sprak over kinderen. Toch werden Rob en ik verliefd. Dat is nu twee jaar geleden.”

©-

“Voor mijn vrienden. Zij dragen goed zorg voor mij en ik voor hen. Toen mijn vorige relatie afsprong en die hele kinderwens op de helling kwam te staan, ben ik door vrienden twee keer gevraagd om meter te worden van hun kindje. Dat was een daad van liefde. Ik investeer veel tijd in vriendschap en spreek het liefst één op één, dan kun je makkelijk persoonlijk worden en er echt zijn voor elkaar. Eén van mijn beste vriendinnen emigreerde laatst naar Frankrijk. We spreken om de twee, drie dagen lange Whatsapp-berichten in naar elkaar. Monologen waarin we elkaar in detail op de hoogte houden. Ze is bijna mijn dagboek.”

“Ik ben ook dankbaar voor lezers, zij kopen mijn boeken en schenken me op die manier schrijftijd. En voor sociale zekerheid. Ik heb diabetes. Er zijn landen waar dat nog altijd een doodvonnis is. Niet hier, want de dure medicatie die ik nodig heb, wordt terugbetaald. Ik heb een pompje, hierzo (trekt haar trui een eindje naar boven) en een  toestel om mijn bloed te analyseren. Dat kost 150 euro per twee weken. Als ik met zo’n zak vol materiaal van het ziekenhuis naar huis fiets, voel ik niks dan dankbaarheid.”

Ik kan verdrietig zijn over mijn vorige breuk. Ik mis hem, ik mis de twee mensen die we samen waren. Ze zeggen dat lief­des­ver­driet iets weg heeft van rouw. Ik geloof dat.

Lize Spit
©-

“Ik probeer in m’n leven zo min mogelijk bezig te zijn met de vraag of ik ergens spijt van heb. Dat levert ongeluk op. Je haalt uit alles ook wel een les. Ik zou over die relatie van twaalf jaar kunnen zeggen: had ik het onevenwicht maar op tijd hersteld. Maar die breuk moest eerst plaatsvinden, om dan bepaalde inzichten te verwerven.”

“Misschien zou ik wel iets willen veranderen aan mijn laag zelfbeeld. Dat is ontstaan door hoe m’n ouders met me omgingen. Had ik als kind een manier gevonden om me dat minder aan te trekken, ik zou het nu gemakkelijker hebben. Maar zelfs in het verdriet dat daarmee gepaard gaat, zit een soort van zekerheid. Het zou griezelig voelen om dat los te laten.”

“Als ik iets concreets moet noemen? Een paar jaar geleden had ik in Brussel een ongeval. Ik fietste de stad in, werd aangereden, een gecompliceerde kniebreuk. Een operatie en 150 uur kinésitherapie. Zo veel tijdverspilling. Maar ook hier geldt weer: die knie is deel van mijzelf. Misschien ben ik wel bang om los te laten wat ik ken.”

©-

“De individualiteit van de samenleving. Hoe iedereen, vooral voor zichzelf, alles rechtvaardigt. Neem nu vliegen. ‘Ik leef maar één keer, ik mag de wereld zien’, redeneren mensen. Nee. Er staan op termijn belangrijkere dingen op het spel dan individuele verlangens.”

“Op persoonlijk vlak kan ik verdrietig zijn over mijn vorige breuk. Ik mis mijn ex-vriend, ik mis de twee mensen die we samen waren. Dat idee van twaalf jaar vervlochten te zijn en dan toch uiteen gaan, daar heb ik het moeilijk mee, ook al koos ik er zelf voor. Ze zeggen dat liefdesverdriet iets weg heeft van rouw. Ik geloof dat. Ik ben niet bij hem weggegaan omdat ik niet meer van hem hield. Maar juist omdát ik van hem hield. Ik had patronen meegenomen uit m’n jeugd die ons allebei ondermijnden. Ik heb van de breuk geleerd dat groot verdriet en groot geluk perfect naast elkaar kunnen bestaan. Ik twijfel geen seconde aan de relatie met Rob. Het leeftijdsverschil is niet voor de hand liggend . Dat ideaalplaatje van ‘kinderen krijgen en samen oud worden’ hebben wij niet. Maar sinds de breuk probeer ik zo ver niet meer vooruit te kijken. Iemand van je eigen leeftijd kan ook vroeg overlijden. Waarom Rob wegduwen op basis van het feit dat we geen vijftig jaar samen kunnen zijn? Ik zie mensen al zeggen: ‘je kan met hem geen baby krijgen, dat kan je een kind niet aandoen’ maar zelf denk ik dat je beter kort en goéd aanwezig bent in het leven van je kind dan wanneer je jong bent maar misschien te druk bent om aanwezig te kunnen zijn. Ik zal nooit opa en oma zijn met Rob. Maar ik wil wel graag zijn kindje. Ik hoop dat mensen niet oordelen over ons.”

©Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photo News
©-

“Rob. We maken plezier en we lachen maar we kunnen ook leed delen met elkaar. De sleutel van een goeie relatie is evenwicht. Er mag niet zoiets zijn als een ‘sterke’ en een ‘zwakke’. Niet iemand die ‘deelt’ en de ander die ‘opvangt’. Er zijn momenten dat ik denk: ‘nu moet ik het even alleen doen en moet ik mijn verdriet niet in zijn handen leggen’. Rob heeft z’n hele leven alleen gewoond, hij is daar anders in ontwikkeld dan ik.”

Mijn ouders hebben nooit over gevoelens kunnen praten, ik wist al snel dat ik het anders wilde. Ik maak nergens een taboe van.

Lize Spit

“Mijn ouders hebben nooit over gevoelens kunnen praten, ik wist al snel dat ik het anders wilde. Ik maak nergens een taboe van. Dat zorgt er wel eens voor dat de dingen die ik zeg worden uitvergroot — zoals die keer toen ik schreef dat ik antidepressiva gebruik. Ineens gingen alle interviews daarover. Misschien dat mensen daarom dingen voor zichzelf houden? Ik kan alleen maar mezelf zijn. Het verschil tussen de Lize mét en zonder bandrecorder is miniem.”

©-

“Mag ik het vertellen, Rob?” (Rob zit in de keuken, hij knikt van ja). “Rob en ik hebben de ‘running gag’ dat als hij gaat douchen, hij zogezegd nog iets moet komen halen en dan plots naakt in de woonkamer verschijnt. Telkens hij dat grapje doet moet ik daar hardop om lachen. (lacht)”

©-

“Ik zou graag iets kunnen waarbij vooral het fysieke ertoe doet. Sporten. Dansen. Kitesurfen. Maakt niet uit: iets waarbij je je hoofd leegmaakt. Ik zou natuurlijk kunnen léren om die dingen te doen, maar m’n beschadigde knie en de diabetes maken dat haast onmogelijk.”

“Als kind zat ik op de tekenacademie. Ik hield van schilderen. Toen ik in de middelbare school afstudeerde, wou ik mijn aandacht niet verdelen en koos ik voor schrijven. Dat had ook schilderen kunnen zijn. Soms verlang ik ernaar met penselen en verf voor een groot wit doek te staan, maar dan denk ik: dat kan later nog. Als ik me ooit afkeer van het schrijven, is dat een plan B.”

Mijn leven is doordrongen van ri­tu­eel­tjes. Koffie drinken in bed. Een cryptogram oplossen tijdens het ontbijt. ‘s Avonds om zeven uur Rummikub. Ik kijk elke dag uit naar dat moment.

©-

“Ik kan ontzettend genieten van gewone dingen, ritueeltjes. Mijn leven is ervan doordrongen. ‘s Ochtends samen koffie drinken in bed. De was uit de droogkast halen. Een cryptogram oplossen tijdens het zondagse ontbijt. De lavalamp aanknippen zodra het donker wordt. Met twee in de sofa zitten onder één deken en de kat die spint. Rob op zijn vaste plekje, ik op het mijne. Huiselijkheid tout court. Elke avond om zeven uur: twee potjes rummikub, met een aperitief erbij. Ik kijk elke dag uit naar dat moment. En verder: gaan wandelen en mooie gevels spotten. Cake bakken en van de deeg eten. Het hoeft voor mij niet meer te zijn dat dan. Ik ben niet zo van de mega avonturen. Als het allemaal mag blijven zoals het nu is nog voor honderd jaar? Ik zou ervoor tekenen.”

©Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photo News
©-

“Zeker! Rob en ik delen liefde voor detail en wijzen elkaar daar voortdurend op. Zie je dat licht? Die bomen? Ik haal veel troost uit de natuur en uit de dingen die er gewoon zijn. De natuur is de ultieme plek om teleurstelling te verwerken of iets te relativeren. Als Rob en ik langs het kanaal fietsen, is er een stukje waar woonboten liggen. Altijd mooi. Mensen verwarmen er met kachels. In de herfst ruik je daar de winter al. De geur van gebakken ham. Troost zoeken in schoonheid en creativiteit is het belangrijkste deel van mijn bestaan. Daar hoort zelf schrijven ook bij. Ik schrijf vaak over dingen die me persoonlijk geraakt hebben of worstelingen die ik had. Niet dat ik ze daarmee ‘verwerk’, ik probeer er gewoon iets mee te doén. Opdat het niet voor niks is geweest.”

©-

“Ik ben een pleaser. Ik zou liefst iedereen een plezier doen. Laatst vroeg een lezer om een gehandtekend boek. Ik heb de trein naar Antwerpen genomen om daar in een boekhandel een exemplaar te gaan signeren. Ik kan geen ‘nee’ zeggen. Zolang ik dat volhou vind ik het niet erg. Mocht ik één boeket bloemen hebben dat ik naar iemand kon opsturen, ik stuurde het op naar de uitgeverij. Ik heb veel aan hen te danken. De boekvoorstelling om het harde werk samen te vieren, kon door corona niet doorgaan.”

“Ik zou ook willen zeggen ‘mijn ouders’. Je bent als kind enorm veel verschuldigd aan je ouders. Ze hebben je op de wereld gezet en je kan nooit iets in ruil geven dat even groot is. Soms moet je aanvaarden dat bepaalde mensen meer voor jou doen dan je ooit terug kan doen. Als iedereen in zijn leven een paar mensen heeft voor wie dat geldt en als dat eerlijk verdeeld is, is dat prima.”

©-

(roept naar de keuken) “Hoe is dat ene zinnetje ook alweer, Rob?” (Rob komt erbij. Hij citeert een oud-Joods spreekwoord. “Als je één mens redt, red je de wereld.”) “Ik vind dat een mooi motto. Ik heb deze week een paar keer eten gebracht bij een gezin dat het even moeilijk heeft. Je moet niet vragen of je kan helpen, je moet het gewoon doén. Niet áánbieden om iets te doen voor je zieke vriendin. Maar erheen gaan met een emmer en een zeemvel en haar ramen lappen. Ik heb geen kinderen, ik heb voor zo’n dingen de tijd. Iets kleins is soms al genoeg.”

In een relatie te veel willen ‘zorgen’ is een valkuil voor mij. Ik moet toelaten dat Rob voor mij zorgt zonder dat ik me gefaald voel. Ik hoéf niet de sterke te zijn. Ik weet uit ervaring: zo beland je in een zelfstandig maar ook een eenzaam leven.

Lize Spit
©-

“Ik toon me in relaties altijd meteen in al mijn facetten. Ik doe mezelf niet mooier voor dan ik ben. Als je je intimiteit al van bij het begin baseert op die werkelijkheid, denk ik dat je al een stevige basis hebt om op verder te bouwen. Ik vind ook communicatie belangrijk. Alles uitspreken wat er op je hart ligt, zodat je rekening kunt houden met elkaars zorgen en verlangens. En evenwicht. In mijn vorige relatie liep het daarop fout. Ik droeg te veel zorg en ik geraakte niet meer uit die rol. Te veel willen zorgen is een valkuil voor mij. Parentificatie. De ouderlijke rol opnemen. Ik moet Rob toelaten dat hij voor mij zorgt zonder dat ik me gefaald voel. Ik hoéf niet de sterke te zijn. Ik hoéf het niet alleen klaar te spelen. Ik weet uit ervaring: zo beland je in een zelfstandig maar ook een eenzaam leven.”

“En verder: elkaar blijven bewonderen. Nooit de ander onderschatten. Geïnteresseerd blijven, niet denken dat je de ander ooit helemaal kent. Vanzelfsprekendheid vermijden. En ervan uitgaan dat je tijd samen misschien maar beperkt is. Dan ga je alles vanzelf meer waarderen.”

Je moet niet vragen of je kan helpen, je moet het gewoon doén. Niet áánbieden om iets te doen voor je zieke vriendin. Maar erheen gaan met een emmer en een zeemvel en haar ramen lappen.

Lize Spit
©-

“Ik vind het een griezelig idee dat mijn oude dag sowieso niet met Rob zal zijn. Met wie dan wel? Zullen er kinderen zijn? Onduidelijk. Wat ik erg vind, is dat mensen die heel oud worden, vaak geen mensen meer in hun omgeving hebben die weten wie ze waren en wat ze betekend hebben. Ik zou graag ‘gekend’ sterven, of verbondenheid willen blijven voelen met de wereld. En gezond blijven, dat ook. Als kind begrijp je niet dat opa’s en juffen zoiets in vriendenboekjes schrijven, maar nu ik dertig ben en mensen van Robs generatie kanker krijgen, besef ik eens te meer welk een geschenk een goeie gezondheid is. Dement worden, ook daar ben ik bang voor. Dat mijn taal zou verdwijnen. Rob heeft meer levenservaring dan ik en door met hem samen te zijn, weet ik misschien al teveel om nog te kunnen verdwijnen in de dingen waar mijn leeftijdsgenoten in verdwijnen. Door zijn ogen zie ik hoe snel de wereld verandert en welke levenshouding helpt om daarmee om te kunnen. Ik ben, denk ik, een oudere geest in een jong lichaam, en Rob een jonge geest in een ouder lichaam, en ergens daartussenin vinden we elkaar.”

©Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photo News