Dat er in Groningen aardgas was gevonden, was bekend. Maar zovéél gas?

Precies zestig jaar geleden bracht een Belg Nederland in rep en roer met een onthulling: in de Groningse bodem was een gigantische hoeveelheid gas gevonden. Nederland verzweeg dat, maar heel Europa hoorde het te weten, vond Victor Leemans. Wie was hij? En wat dreef hem?
Aanleg van een pijpleiding voor aardgas in 1964. ©Hollandse Hoogte / ZZZ(Inactief)Spaarnestad Photo - HH

Het was steenkoud in Straatsburg, die vrijdagmiddag 14 oktober 1960. In de vergaderzaal van het Europees Parlement keken sommige parlementariërs op hun horloge. Het liep tegen zessen, het weekend lonkte, maar er stonden nog zeker zeven sprekers op de lijst. Of zij hun bijdrage kort wilden houden, vroeg de voorzitter met klem. Op de agenda stond een verslag van de commissie voor het energiebeleid van de zes landen (Italië, Frankrijk, West-Duitsland en de ­Benelux) van de EEG, ‘nopens vraagstukken in verband met aardolie en aardgas’.

Het rapport was opgesteld door Siep Posthumus, een Friese chemicus, die behalve in het Europees parlement ook in de Tweede Kamer zat voor de PvdA. Hij had de opdracht gekregen meer inzicht te bieden in de mogelijkheden van aardolie en aardgas voor de Europese energievoorziening. In de Verenigde Staten werd aardgas al volop gebruikt, maar in de EEG speelde het nauwelijks een rol. De Fransen hadden aardgas gevonden in hun kolonie Algerije, maar hoeveel dat was, wat men ermee van plan was, en of de andere landen van de gemeenschap daar ook iets aan konden hebben, was de vraag. Dus toog de energiecommissie onder aanvoering van Posthumus naar Algerije. Met een tweemotorig vliegtuig van Air-Algérie vertrokken veertien Europarlementariërs en vier ambtenaren op dinsdagmiddag 1 maart 1960 uit Parijs.

Naast Siep Posthumus zat zijn Belgische collega, de christendemocraat Victor Leemans. Leemans, in 1901 geboren in het smokkelgebied tussen Vlaanderen en Zeeland, had als jongen nooit bevroed dat hij zich op een dag zou bezighouden met de Europese energiepolitiek. Het was ook niet iets dat hij nastreefde. Zijn interesse ging uit naar filosofie en sociologie, maar als zoon van een molenaar moest hij onderaan de ladder beginnen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Hij werd onderwijzer op de katholieke lagere school in Steneke, zijn geboortedorp. Zijn filosofische interesse voerde hem al jong naar rechtse Duitse denkers. Hun wereldbeeld sloot aan bij het Vlaamse nationalisme dat Leemans aanhing, en dat gevoed werd door zijn aversie tegen de arrogantie van de Franstalige Belgen.

Sympathie voor opkomend nazisme

Van onderwijzer werkte Leemans zich op tot voorzitter van een rechts georiënteerde vakbond, die sympathie had voor het opkomende nazisme in Duitsland. De genegenheid was wederzijds: toen de Duitsers in mei 1940 België binnenvielen en een militair bestuur instelden, zochten ze een nieuwe topambtenaar voor het ministerie van economische zaken. Victor Leemans werd gevraagd, en hij besloot zijn talenten in dienst te stellen van de nationaalsocialistische zaak. Je kon de bezetter voor van alles gebruiken: om rekeningen te vereffenen, om verraad te plegen, of om als Vlaamse buitenjongen, die zich gekrenkt voelde door de Franstalige minachting voor alles wat zich Vlaams voelde of Nederlands sprak, je eigen ambitie te verwezenlijken.

Victor Leemans: zijn filosofische interesse voerde hem al jong naar rechtse Duitse denkers. ©eu beeldbank

Die keuze kwam hem duur te staan. Nauwelijks waren de nazi’s najaar 1944 uit België verdreven of Victor Leemans werd net als andere ‘zwarten’, zoals collaborateurs heetten, gearresteerd. Zijn huis werd leeggehaald, hijzelf gevangen gezet. Daarmee kwam hij er nog relatief goed vanaf, want sommige geestverwanten werden in de dierentuin van Brussel in een hok gestopt en te kijk gezet.

De ‘repressie’ tegen foute Belgen begon streng en stoer, maar vlakte na verloop van tijd af, alsof men het gedoe alweer beu werd. Na een paar maanden kwam Leemans op vrije voeten. Hij werd in 1948 buiten vervolging gesteld en kreeg daarna nieuwe kansen: een christelijke werkgeversorganisatie stelde hem aan als studiemedewerker, dagblad De Standaard liet hem beschouwingen schrijven, en voor de Christelijke Volkspartij (CVP) werd hij zelfs senator. De CVP ontfermde zich nogal over vervolgde ‘zwarten’. Prominente partijleden zetten zich in om collaborateurs uit de gevangenis te krijgen en ze steunden de gezinnen van ‘getroffenen’ – Vlamingen die ten onrechte in de gevangenis of het interneringskamp zouden zitten, of die overdreven zwaar gestraft zouden zijn.

Van zijn vroegere ‘religieuze en nationalistische geestdrift’, zoals hij het zelf omschreef, kwam Leemans na de oorlog behoorlijk terug. Met interesse volgde hij nu de initiatieven voor meer samenwerking tussen Europese landen. Toen in 1958 de Europese Economische Gemeenschap werd opgericht, vaardigden de Belgische christendemocraten Victor Leemans, de bedachtzame beschouwer, af als hun vertegenwoordiger in het Europees parlement. Hij trad toe tot de Commissie voor Energieonderzoek en Atoomvraagstukken. Het was niet bepaald zijn expertise, maar dat deerde Leemans niet. Hij had tenminste weer werk, en nu vond hij zich terug in een vliegtuig op weg naar Algerije.

Reis naar de Sahara

Een dag na aankomst in Algiers vlogen de Europarlementariërs en hun ambtenaren in een gecharterde DC3 van Algiers nog eens 1500 kilometer naar het zuiden, de Sahara in. De mannen bezochten twee dagen lang oliebronnen en ze bezichtigden het beginpunt van een oliepijplijn naar Tunesië. Ze waren onder de indruk van de kwaliteit van de asfaltwegen door de olievelden in de woestijn. Ze lieten zich voorlichten over alle technische details, en filosofeerden onderling over de vraag wat Europa zou kunnen met aardgas, dat bijproduct van olie. Terug in Algiers wachtte op vrijdagavond een diner in het zomerpaleis van president Ferhat Abbas en daarna de reis naar huis.

Eenmaal weer in Nederland gaf delegatieleider Posthumus een persconferentie in Den Haag. Hij kwam met een waarschuwing: er dreigde een probleem voor het gezamenlijke Europese energiebeleid, want Frankrijk stond op het punt om grote hoeveelheden olie en aardgas uit de Sahara te halen – méér dan de gehele EEG ooit nodig kon hebben. Zulke bodemschatten gaven de ene lidstaat wel erg veel voordeel boven de andere. Bovendien, als Frankrijk dat gas in Europa zou gaan verkopen, zou dat een ongekende klap zijn voor de steenkolenindustrie. Enkele kranten noteerden de waarschuwende woorden.

Bij de daaropvolgende bespreking in Straatsburg introduceerde Posthumus die koude vrijdag zijn rapport met de mededeling dat er ook na de reis naar de Sahara veel ‘ondoorzichtig’ was gebleven, vooral rond aardgas. De oliemaatschappijen die het gas in de Algerijnse woestijn oppompten hadden beslist niet het achterste van hun tong laten zien.

Omfloerste waarschuwing

De eerstvolgende die nu het woord kreeg, was Victor Leemans. Een van de onderdelen van het rapport van de gewaardeerde collega Posthumus, herhaalde hij nog maar eens, was de vondst van olie en gas in de Sahara, en de mogelijke intrede daarvan in ‘onze gemeenschap’. “Welnu, dames en heren, inmiddels is ons een niet minder grote verrassing bekend geworden, met name het ontdekken in Nederland van aardgasreserves die geschat worden op 300 miljard kubieke meter. Indien deze gegevens juist zijn en indien het ook waar is dat samen met het Sahara-gas ook Nederlands gas op de markt wordt aangeboden, dan staan wij voor een nog dringender geworden noodzakelijkheid de ordening van de energiemarkt in de Gemeenschap nu eindelijk tot stand te brengen.”

Leemans voegde er meteen een omfloerste waarschuwing voor Nederland aan toe: “Degenen die in onze economie de grootste kansen hebben en krijgen, moeten ook weten dat zij grotere verplichtingen hebben”. De zaal applaudisseerde.

Wát zei Leemans daar? Een wakkere verslaggever van het ANP veerde op. Dat er in de provincie Groningen aardgas was gevonden, was al bijna een jaar bekend. Maar zovéél gas? Driehonderd miljard kubieke meter? Omgerekend naar het verbruik in 1958 zou Nederland met deze hoeveelheid gas zes eeuwen vooruit kunnen. Zes-hon-derd jaar. Bestond er ergens ter wereld zo’n enorm gasveld? Hij zei het zo terloops, die Belg, maar deze opmerking was groot nieuws.

Aardgaswinning bij Slochteren in de provincie Groningen, Nederland, omstreeks 1964. ©Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

Goed bewaard geheim

De verslaggever maakte er een twaalfregelig bericht van. De radionieuwsdienst las het bericht zaterdagmiddag voor: ‘De Belgische senator, Leemans, zou met deze mededeling een tot nu toe goed bewaard geheim hebben onthuld.’

Op maandag volgden de kranten. Trouw bracht het nieuws nog met een vraagteken: ‘Enorm aardgasveld in Groningen?’, maar Het Vrije Volk wist zeker: ‘Aardgasveld in Groningen van enorme omvang’. Het Nieuwsblad van het Noorden leek daarentegen de ophef niet te snappen: ‘Wij hebben regelmatig berichten gepubliceerd over al dan niet geslaagde boringen.’

Hetzelfde weekend nog zocht een cameraploeg van het NTS Journaal Leemans thuis in Antwerpen op. Hij verscheen aan de Nederlandse kijker als een forse, bebrilde man in een grote stoel met een hoge ruglening en velours bekleding in een bloemmotief. Hij zat met zijn benen over elkaar geslagen.

Verslaggever Coen van Hoewijk opende het gesprek: “Meneer Leemans, u bent zojuist teruggekeerd uit Straatsburg en daar hebt u gesproken dat in Nederland een vondst is gedaan van aardgas van driehonderd miljard kubieke meter. Zoudt u misschien ons daarop een toelichting kunnen geven?”

Leemans antwoordde met licht krakende stem en op gedragen toon in een Nederlands dat gekruid was met Antwerpse accenten: “Inderdaad, meneer Van Hoewijk, ik heb die verklaring gedaan naar aanleiding van het rapport-Posthumus dat in zekere zin een vrij volledig beeld geeft van de situatie van de aardolie en het aardgas op dit ogenblik. Meneer Posthumus had in het gedeelte wat het aardgas behandelt uitdrukkelijk verwezen naar de ontdekkingen van de Sahara.”

Van Hoewijk knikte.

Leemans ging verder: “Ik ben teruggekeerd op die mededelingen van de heer Posthumus over de Sahara en ik heb er de aandacht op willen vestigen dat dit niet de meest recente ontdekkingen waren doch dat daarnaast in Nederland grote reserves van aardgas waren ontdekt, waarvan de betekenis zoniet d’n omvang, dan tenminste voor wat onze gemeenschap betreft, van even grote waarde kon zijn.”

Goed. Maar als dat Groningse gas inderdaad net zo belangrijk was als het gas uit de Sahara, waarom wist niemand in Nederland er dan iets van? Van Hoewijk: “Senator Leemans, hebt u enig idee waarom dan in Nederland deze zaak met enige schroom zou zijn behandeld?”

Leemans: “Ja, meneer Van Hoewijk, ik heb mij die vraag inderdaad gesteld en ik kan daarover alleen gissingen doen.”

Vrees voor gezichtsverlies

Als er íemand verrast was door Leemans’ optreden was het wel Siep Posthumus. Noch in Straatsburg noch in de Tweede Kamer in Den Haag had hij eerder gehoord dat in Groningen het grootste aardgasveld ter wereld was aangetroffen. Dat moest minister De Pous van economische zaken maar eens uitleggen. De Pous nam weken de tijd om met antwoorden te komen. Ja, bevestigde hij, in Groningen was gas gevonden maar hooguit een vijfde van de hoeveelheid die Leemans noemde. Jaren later zou De Pous toegeven dat dit niet de waarheid was. Hij vreesde voor gezichtsverlies, bekende hij, als hij eerst een hoge schatting gaf van de omvang van het gasveld en die ­later naar beneden zou moeten bijstellen.

Victor Leemans sloeg het debat in Nederland geamuseerd gade. Hij hield het erop dat hij ‘van bevoegde zijde’ had vernomen hoeveel gas er in Groningen was gevonden. Belangrijker vond hij wat er met het gas zou gebeuren. Het delen van energiebronnen was volgens hem een essentieel onderdeel van de gemeenschap die landen van de EEG vormden. Die samenwerking wilde hij op elke mogelijke manier bevorderen. Dat was hij aan zichzelf verplicht, vond hij. Hij had iets goed te maken na zijn verkeerde keuzes van vroeger. ‘De omstandigheden veranderen en het is normaal dat ook een mens een evolutie doormaakt’, vond hij.

En wie nu zijn bron was, ‘van bevoegde zijde’? Het antwoord nam Victor Leemans in 1971 mee in zijn graf.

Dit is een fragment uit het boek Gas. Het verhaal van een Nederlandse bodemschat van Emiel Hakkenes, dat deze week is verschenen. Uitgeverij Thomas Rap, 352 blz, €22,99. 

Op zondag 22 november vertelt Emiel Hakkenes het verhaal van de Nederlandse bodemschat in Groninger Forum (voorheen bioscoop Camera), Hereplein 73 Groningen. Aanvang 11.00, 13.30 en 16.00 uur. Toegang gratis. Aanmelden is noodzakelijk via: www.emielhakkenes.nl/contact

©uitgeverij Thomas Rap

Lees ook:

Waarom lukt het Wiebes wél de gaskraan dicht te draaien?

Veel sneller dan verwacht stopt de gaswinning in Groningen. Terwijl dit volgens de vorige minister Henk Kamp onmogelijk was. Hoe kan dat?