Chinese boeren verhuizen naar het lege oosten van Rusland

Chinese boeren trekken naar het leeglopende oosten van Rusland. Want China heeft veel mensen en weinig land, en in Rusland is het omgekeerd. Bovendien werken de subsidies van de Chinese overheid beter dan de gratis gronduitgifte waarmee Rusland probeert mensen naar het oosten te lokken. 
Michaïl Oetrobin boven op een aanhanger met balen hooi, in de regio Chabarovsk. ©Yuri Kozyrev / Noor

Michaïl Oetrobin krijgt voortdurend telefoontjes van Russen die zijn voorbeeld willen volgen. Hij banjert met hooi door zijn koeienstal vlakbij de grens met China en zegt: ‘Mensen vinden het volgens mij geweldig wat ik neergezet heb.’ De stal oogt niet meteen bijzonder: achttien koeien, baal hooi, koelkast voor de melk. Oetrobin vindt de aandacht voor zijn stal ook wat overdreven. ‘Ik ben gewoon een beginnende boer die eerlijke melkproducten verkoopt.’

Toch is Oetrobin niet gewoon. Hij is een van de weinige succesvolle deelnemers van een ambitieus programma van het Kremlin om het oosten van het land bewoond te houden door Russen. Door vergrijzing en migratie is de bevolking sinds de jaren negentig gedaald van ruim 8 naar 6,2 miljoen mensen. Niet veel voor een gebied dat 41 procent van Rusland beslaat. De krimp gaat zo snel dat de Russische regering in 2016 begonnen is met het uitdelen van land in het Verre Oosten. Wie zijn vinger opsteekt, krijgt een hectare. Gratis en voor niets. Enige voorwaarde: een Russisch paspoort en een droom om werkelijkheid te maken op de lap grond.

Maar krijg Russen maar eens zover om naar het oosten van hun land te verhuizen. Van de 200 miljoen gratis af te halen hectares, zijn er nog maar 49 duizend toegewezen. En zelfs die hectares zijn bij lange na niet allemaal in gebruik.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Oetrobins hectare ligt op een paar kilometer van de grens met China, tussen een natuurpark met amoertijgers en de treinrails van de Transsiberië Express. Hij wijst naar de besneeuwde velden rondom zijn koeienstal. ‘Zie je al die lege grond? Allemaal toegewezen aan deelnemers van het programma. Die willen precies doen wat ik gedaan heb. Maar nog niemand is begonnen met bouwen.’

Hij wijt het aan een gebrek aan doorzettingsvermogen van zijn buren. Doorzettingsvermogen heb je hier wel nodig. Oetrobins stal kwam ook niet uit de lucht vallen. Eerst raakte hij een deel van zijn startkapitaal kwijt toen het bedrijf failliet ging dat zijn koeienstal zou bouwen. Was de stal uiteindelijk toch af, brandde zijn schuur ernaast af. Met zijn eerste werknemer raakte hij verwikkeld in een knokpartij. Toen werden de koeien ziek en greep zijn dierenarts naar de wodka. Oetrobin: ‘Ze is nog anderhalve maand nuchter teruggekomen, maar toen begon het weer.’

Chinees in Birobidzjan dicht bij de grens. ©Yuri Kozyrev / Noor

Ex-marketeer

Maar Oetrobin, een voormalig marketeer die twee jaar geleden geen idee had hoe je een koe melkt, bleef vechten voor zijn droom: een eigen boerderijtje met eerlijke melkproducten (‘zonder chemische troep erin’) tussen de heuvels. Zijn moeder verkocht zelfs haar flat om hem te helpen en nu staat de stal er, met koeien en al, en bouwt Oetrobin een huis ernaast voor zijn gezin.

Zijn verhaal wordt door de regering gebruikt om Russen enthousiast te maken om naar het Verre Oosten te verhuizen. Oetrobin werd uitgenodigd op een prestigieus economisch forum in Vladivostok, waar een assistent van president Poetin zelfs een paar bakken ijs bij hem bestelde. Ja, ijs maakt hij sinds kort ook, naast melk, kwark, karnemelk en vijf kaassoorten.

Maar in werkelijkheid is zelfs Oetrobin geen ideale ‘hectarist’. Hij woonde immers al in het oosten, in de stad Chabarovsk. En dus brengt Oetrobins koeienstal het doel van het Kremlin – meer Russen van west naar oost – geen haar dichterbij.

Wel kom je op het platteland van het Verre Oosten nieuwkomers tegen met een andere nationaliteit. Behoorlijk veel zelfs. Hun erven zijn te herkennen aan nieuwe landbouwmachines, sojavelden en Chinese vlaggetjes.

Chinezen vallen op door nieuwe machines. ©Yuri Kozyrev / Noor

Vruchtbare grond

Terwijl de Russen vertrekken, komen de Chinezen. Ze huren grond van Russische grondbezitters, en laten hun Chinese landgenoten overkomen om op de boerderijen te werken. Dat gebeurt al sinds het einde van de Sovjet-Unie, maar het gaat sneller en sneller. In sommige provincies langs de grens is meer dan de helft van de landbouwgrond al in gebruik door Chinezen, blijkt uit Russische overheidsstatistieken. Volgens schattingen zijn er ongeveer 300 duizend Chinezen neergestreken in Ruslands Verre Oosten. 

Om hun komst te begrijpen, hoef je maar naar sojaboer Wang Yuzhong te luisteren op zijn erf. Hij zegt: ‘China heeft veel mensen en weinig land. Rusland heeft weinig mensen en veel land.’

Yuzhong werkt al vijftien jaar in Rusland. De sojaboerderij waar hij werkt, staat in Lazarevo, een houten dorpje in de buurt van de stad Birobidzjan, waar meer dan de helft van de landbouwgrond in gebruik is door Yuzhong en zijn landgenoten. De Chinees uit Harbin overwintert met drie andere Chinezen op het erf dat veel groter is dan de Russische boerderijen in deze streek. Machines onderhouden, dat is zijn belangrijkste taak in de winter. In april, als het seizoen weer begint voor de sojaverbouwers, komen zijn tien andere collega’s ook terug uit China.

©.

Krappe slaapvertrekken

Klagen doet Yuzhong niet over de Siberische winter of over de krappe slaapvertrekken op het erf. ‘Je raakt er aan gewend’, zegt hij en hij vertelt tevreden over de vruchtbare grond voor sojabonen hier. ‘We hebben al ons geld in deze boerderij gestopt.’

In een gehucht verderop, in Dmitrovo, betekende de komst van Chinezen zelfs de redding voor de inwoners. Dmitrovo stond een paar jaar geleden nog op de lijst met te schrappen nederzettingen: te weinig overgebleven inwoners, te afgelegen en dus te duur om te onderhouden voor de overheid. Maar toen huurden de zuiderburen opeens een groot stuk land en betrokken een boerderij. Nu wonen er meer Chinezen (zeventien) dan Russen (twaalf) in Dmitrovo.

‘Zonder de Chinezen zou dit nu een spookgehucht zijn’, zegt Viktor bij de waterput van het gehucht. De schutting naast de waterput is van de Chinese boerderij waar hij werkt als bewaker. Boven de schutting torenen nieuwe tractors uit die de Chinezen konden kopen met subsidie van de Chinese Communistische Partij. Viktor: ‘Niet dat ze me veel betalen, maar ik kan weer eten kopen. Een keer per week mag ik met ze meerijden naar de stad om boodschappen te doen.’

Schrijver en ‘hectarist’ Leonard Soengorkin (links) wil een cultuurpark bouwen voor de Nanai in Oost-Rusland, maar hij worstelt met geldgebrek. ©Yuri Kozyrev / Noor

Grond teruggegeven

In andere plaatsen in het Verre Oosten is wel kritiek te horen. Russische boeren vrezen dat de grond uitgeput raakt door de intensieve sojateelt van de Chinezen. Anderen spreken door het groeiende aantal Chinezen zelfs van ‘bezetting’.

Leonid Soengorkin is jaloers op de financiële staatssteun die de Chinezen ontvangen. Die zou hij ook wel willen krijgen van de Russische overheid bij de ontwikkeling van zijn hectare. Soengorkin behoorde in 2016 tot de allereerste deelnemers van het hectareprogramma. Maar dat gaat tot zijn teleurstelling niet veel verder dan gratis land en tijdelijke belastingvrijstellingen. De grond waarop hij een cultuurpark wilde bouwen voor de Nanai, een inheems volk uit de regio, ligt nog steeds braak.

‘Alleen het theater van het park kost al 50 miljoen roebel (7,5 ton) om te bouwen’, zegt Soengorkin in Chabarovsk, een stad vlakbij de Chinees-Russische grens. ‘Zonder steun van overheid kan het niet. In China heeft de overheid wel geholpen met een park voor de Nanai. Ik ben er geweest, heel mooi.’

Ook hectarist Oleg Poljakov is teleurgesteld. Hij wilde een verloederd dorp laten herleven, net als de Chinezen. Samen met tachtig anderen nam hij gratis hectares aan van de overheid, zodat ze genoeg grond hadden voor ‘een megaboerderij’. Poljakov: ‘We wilden koeien, paarden, geiten, kippen, schapen, alles.’

Maar toen duidelijk werd dat ze niet hoefden te rekenen op subsidies, ebde het enthousiasme snel weg in de groep. ‘Mensen waren helaas niet bereid zelf te investeren’, zegt Poljakov. ‘De meesten hebben hun hectares al weer teruggegeven aan de overheid.’