Iedereen lijkt ons voetbal te bekijken door een Ajax-bril

Sjoerd Mossou over of, hoe en waarom de grootste club in Nederlandse media vaak als allesbepalende norm wordt neergezet

Bij supporters, bestuurders en spelers van andere voetbalclubs is het een hardnekkig sentiment: in de Nederlandse media wordt Ajax beschouwd als de maat der dingen. Maar klopt dat wel - en zo ja, waar zit hem dat in?
Een uitzending van het toenmalige FOX Sports, met presentator Jan-Joost van Gangelen en Mario Been en Ronald de Boer als analytici. ©Pim Ras Fotografie

De Klassieker tussen Ajax en Feyenoord (1-0) was net gespeeld, toen sportzender ESPN zondagavond terugschakelde naar de studio. Daar zaten de analytici Kenneth Perez, Ronald de Boer en - in mindere mate - Mario Been zichtbaar ontevreden achter hun desk.

De eerste opinie was helder: dit was een kwalitatief zeer matige topper geweest. De wedstrijd viel erg tegen. Er was ronduit slecht gevoetbald.

Maar in hoeverre klopte dat beeld eigenlijk voor wie puur de wedstrijd als uitgangspunt nam, die toch tot de 96ste minuut spannend was geweest. Simpel gesteld: was de wedstrijd werkelijk zo slecht, of stelde vooral één van de twee teams - Ajax in dit geval - zwaar teleur?

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Het is de charme van voetbal: je kunt er op tal van manieren naar kijken. Er bestaat zelden één waarheid, omdat het maar net is vanuit welk perspectief je kijkt. Gooi nog wat sentiment in de blender en je krijgt een onstuitbare brij van meningen over één en dezelfde wedstrijd.

Toch leeft dezelfde onderliggende discussie daarbij al decennialang. In het Nederlandse medialandschap wordt bovenal Ajax beschouwd als de maat der dingen, als het ijkpunt van beschouwingen, analyses en discussies.

Referentiekader

Dat is niet per se supporterspraat. Analytici zoals Perez, De Boer of pakweg Rafael van der Vaart liggen heus niet wakker van een slechte wedstrijd van Ajax, zij zijn in de kern geen 'fans' of 'supporters', maar professionals. Tegelijk vormt de Amsterdamse club in veel opzichten wél hun referentiekader. Ze werden er opgeleid of zijn er deels mee opgegroeid.

René van der Gijp benoemde dat vorig jaar al eens gierend van het lachen in het programma Veronica Inside: hoe in praatprogramma's alles haast vanzelfsprekend wordt gerelateerd aan Ajax. ,,Gaat het over Baumgartl ofzo, zegt er meteen eentje: die is niet te vergelijken met Martínez hoor!'', aldus Van der Gijp. ,,Begint de presentator over de verdediging van Feyenoord, hebben ze het binnen tien seconden opeens over de verdediging van Ajax, hoe goed die kunnen opbouwen enzo. Het is absurd.''

Van der Gijp stak er de draak mee, maar het mechanisme wekt - terecht of onterecht - ook ergernis bij de andere topclubs in Eindhoven, Rotterdam en ook Alkmaar. Ook beleidsmakers constateren geregeld dat 'Ajax' oververtegenwoordigd is in talkshows, in voetbalprogramma's, of zelfs in bestuurlijke geledingen.

Dat kun je afdoen als kinderachtige kinnesinne, of juist als een onvermijdelijk gevolg van de status van Ajax: het is nu eenmaal de grootste en succesvolste club van Nederland. Dat laatste is iets wat het zelf ook gretig uitdraagt, trouwens, wat niet irrelevant is in de algemene beeldvorming. De term 'Godenzonen' is van oorsprong niet ironisch bedoeld. De fans zingen graag van 'Wij zijn Ajax, wij zijn de beste'. En trainer Erik ten Hag verklaart gerust dat Ajax zélf zijn grootste tegenstander is in de titelrace.

Maar historisch én in het heden straalt de status van Ajax onmiskenbaar af op het volledige Nederlandse voetbal. Nogal wiedes dus dat die club ook het machtigst is in de wereld om het voetbal heen. Maar hoe werkt dat mechanisme in de mediawereld van het voetbal in de realiteit? Is het echt zo dat de samenvattingen bij Studio Sport worden gemonteerd door jongens met een Ajax-sjaal, zoals Willem van Hanegem ooit eens suggereerde? Of ligt het allemaal iets genuanceerder en complexer dan dat?

'Studio Ajax'

Op de dag van het kampioenschap van PSV in 2016 was de schrijver van dit stuk te gast in een uitzending van Studio Voetbal. Ajax had de landstitel op dramatische wijze verspeeld in Doetinchem door een 1-1 gelijkspel tegen De Graafschap. PSV vierde een uitzinnig feest in Zwolle.

De uitzending leidde tot een maalstroom aan reacties op sociale media. Het was toch echt PSV dat na 34 wedstrijden kampioen was geworden, maar aan tafel ging het lange tijd vrijwel uitsluitend over Ajax, over Frank de Boer en over de ontknoping op de Vijverberg. Het klassieke 'Studio Ajax'-verwijt was weer niet van de lucht.

De balans sloeg die avond inderdaad wat door, Jan Mulder was op dreef, maar toch was de keuze journalistiek gezien prima uit te leggen. Het verhaal, het drama lag die dag toch echt bij Ajax. Het zijn compleet andere hoofdpersonen, maar vergelijk het met de nederlaag van Donald Trump en de overwinning van Joe Biden. De hoogste boom, de meeste wind. Juist publieksmagneet Trump was in vrijwel alle kranten ter wereld hét verhaal.

Ook deze krant, van oudsher Rotterdams, kiest op journalistieke gronden heel geregeld voor Ajax als het belangrijkste onderwerp van het weekeinde, zowel in goede als in slechte tijden. Simpel: als Champions League-deelnemer en recordkampioen ligt daar - vanuit nationaal perspectief - vaak het meest relevante onderwerp. De meeste lezers en voetballiefhebbers zijn daarbij primair gespitst op Ajax en Feyenoord.

Toch is er wel iets meer dan alleen de status van de grootste en 'belangrijkste' club. In Nederland is Amsterdam ook de mediahoofdstad van Nederland. Even los van omroepstad Hilversum zijn veruit de meeste kranten, talkshowredacties en televisieproducenten in of rondom Amsterdam gevestigd. De meeste redacteuren wonen zelf in de hoofdstad.

Dat leidt echt niet automatisch tot blinde partijdigheid, zoals vaak wordt gesuggereerd. Er is weinig reden om aan te nemen dat er een complot bestaat van babybloed drinkende beeldbandredacteuren, die samen overtredingen van Ajax-spelers uit de samenvattingen knippen in een donkere kelder onder een pizzeria.

Wél werkt het soms 'oogkleppenkeuzes' in de hand zoals je die in de reguliere televisiejournalistiek ook geregeld ziet. Een programma als DWDD kreeg ook al zo vaak het verwijt te Amsterdams georiënteerd te zijn. (Zo vaak, dat het ter compensatie soms de gelegenheid aangreep om de studio vol te zetten met Feyenoorders of Rotterdammers.)

In een land als Duitsland werkt dat al anders. Daar zijn Hamburg en Berlijn dé mediasteden, twee plekken die op voetbalgebied bepaald niet almachtig zijn. In Engeland gebeurt op cultureel en journalistiek gebied veruit het meeste in Londen, maar de succesvolste voetbalclubs Manchester United en Liverpool komen toch echt uit het noordwesten. Parijs en Frankrijk: zelfde verhaal, zeker in het tijdperk vóór de opkomst van Paris Saint-Germain.

Daar komt nog iets anders bij. Heel veel goede Nederlandse spelers en (oud-)internationals hebben simpelweg ooit bij Ajax gespeeld. Zijn ze er niet doorgebroken, dan zijn ze er opgeleid, of vierden ze er successen.

Wanneer zenders zoals ESPN, Ziggo Sport of de NOS hun voetbalanalytici moeten selecteren, zit de kaartenbak dan ook vol met spelers met een Ajax-verleden. Dat zien de betrokken eindredacteuren zelf natuurlijk ook wel in: juist daarom zijn veel van die zenders en praatprogramma's zo blij met de PSV'ers en Feyenoorders die het televisievak beheersen.

Been & De Wolf

De betrokken programmamakers zullen dat niet snel zo uitspreken misschien, maar zo werkt het wel degelijk. Mario Been en eerder John de Wolf moeten bij ESPN ook voor 'balans' zorgen. Bij de NOS zijn ze al jaren blij met Pierre van Hooijdonk, winnaar van de UEFA Cup met Feyenoord. Ibrahim Afellay, PSV'er, wordt er dankbaar omarmd als een nieuw televisietalent. En bij Ziggo Sport is Youri Mulder (bij geen van de Nederlandse topclubs gespeeld) een graag geziene gast.

Zodra er BN'ers moeten worden ingeschakeld in een nationale talkshow als Jinek, Beau of Op1, gaat dat vaak net zo. Bij een Ajax-gerelateerd onderwerp zijn de Youp van 't Heks, de Peter R. de Vriezen, de Freek de Jonges en de Viggo Wazen niet aan te slepen. Gechargeerd gesteld heeft half bekend Nederland een seizoenkaart van Ajax. Gaat het over Feyenoord, Rotterdam, Eindhoven of PSV die dag, dan is het aanbod van usual suspects meteen een stuk kariger. Frank Lammers, Cees Geel, The Kik en Lee Towers. Je kunt het rijtje al bijna dromen.

Aan de goede wil van programma- of krantenmakers ligt dat dus lang niet altijd. Het is óók gewoon een combinatie van schaarste, (club-)cultuur, sportief succes en een vleugje toeval. Ook bij deze krant hebben we soms moeite om oud-Feyenoorders te vinden met een goed onderbouwde, scherpe en onafhankelijke mening over de club.

Naast Willem van Hanegem, Pierre van Hooijdonk en eerder Leo Beenhakker is die spoeling best wel dun. PSV? Toch maar weer naar Willy en René bellen, en anders naar Aad de Mos. Speelt er iets bij Ajax, dan is er keuze in overvloed.

Al dat soort factoren hebben ook geleid tot een vorm van self fulfilling prophecy. Wie aanneemt dat voetbalprogramma's of een instituut als de KNVB door een Ajax-bril naar de wereld kijken, zal dat ook voortdurend bevestigd zien. Die zal een keuze van bondscoach Frank de Boer om Steven Berghuis niet op te stellen of Justin Bijlow te negeren, direct als een rechtvaardiging zien voor die theorie.

Het is gemakkelijk af te doen als 'Calimero-gedrag' door fans onderling. Maar andersom kunnen ook Ajax-fans oprecht verontwaardigd zijn als hun club een keer niét onomwonden als de norm der dingen wordt neergezet. Wanneer je als columnist wat kanttekeningen plaatst bij de geroemde jeugdopleiding van de club bijvoorbeeld, of sceptisch doet over de hardnekkige drang om iedere jonge Ajacied meteen als 'megasupertalent' te betitelen.

Dat hoort ook allemaal bij voetbal. Kritiek op een club wordt razendsnel ervaren als een vorm van subjectiviteit. De sentimenten bij vermeende clubvoorkeuren, of zelfs het signatuur van een bepaald medium, maken iedereen verdacht.

Legendarisch is in dat opzicht ook Graziano Pellè, die als spits van Feyenoord in een interview met Jan-Joost van Gangelen opeens begon over diens 'Ajax-hoofd'. Jack van Gelder kan de rest van zijn leven blijven roepen dat hij een AFC'er is, het grote publiek beschouwt hem onherroepelijk als een Ajax-man. En als Studio Voetbal zijn eerstvolgende vier uitzendingen begint met PSV of Feyenoord, kan het een week later gewoon weer 'Studio Ajax' zijn in de ogen van de kijkers.

Het is een utopie te denken dat dergelijke vooroordelen ooit nog verdwijnen.

Tekst Sjoerd Mossou

essay

Legendarisch tv-moment uit 2014: Feyenoord-spits Graziano Pellè begint tegen Jan-Joost van Gangelen over diens 'Ajax-hoofd'. ©Gratis