Beelden van het ondenkbare

holocaust - Deze foto's van Auschwitz-Birkenau, gemaakt in het diepste geheim, ontbreken bij een tentoonstelling in het Holocaustmuseum in Amsterdam. Willen we het gruwelijke zien of is het juist beter dat te vermijden?
Omdat de crematoria de hoeveelheid niet aankonden werden de lichamen buiten verbrand. ©Niod / Auschwitz Museum

Je moet weten dat er iets ontbreekt om het gat te zien, bij de tentoonstelling 'De Jodenvervolging in foto's, Nederland 1940-1945' in het Holocaustmuseum in oprichting in Amsterdam. Vrijwel alle foto's zijn gereproduceerd op grote panelen. Aangrijpende foto's van mensen van wie slechts een enkeling na 1945 nog zou leven. Via een slakkehuisplattegrond meandert de bezoeker door de expositie, van beelden van het schijnbaar gewone Joodse leven in Nederland rond 1933 naar een donker middelpunt met de titel 'Vernietiging'. En daar, naast een grote foto van de aankomst van een groep Hongaarse joden in een kamp in 1944, ontbreekt iets. Er is wit karton op het paneel geplakt. Ook bij de toelichting eronder is een extra wit vlak te zien. Met een beetje moeite is de titel door het afplakkarton heen nog leesbaar: 'De camera als getuige.'

De ontdekking dat hier foto's zijn afgeplakt zorgde eind vorige week voor rumoer in de media. Want achter de witte vlakken, en bij die titel horen de vier foto's die de Grieks-Joodse gevangene Alberto Errera in augustus 1944 in het geheim maakte in Auschwitz. Gruwelijke foto's, van naakte vrouwen op weg naar de gaskamer, van brandende stapels lichamen.

De samenstellers van de tentoonstelling, René Kok en Erik Somers van het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies NIOD, zien foto's als historische bron naast getuigenverslagen. En die moeten getoond worden, vertelt Somers aan Trouw. De foto's wórden ook getoond - in Berlijn, waar dezelfde panelen te zien zullen zijn in herinneringscentrum Topographie des Terrors. Maar dus niet in Amsterdam.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Volgens het Amsterdamse museum - sinds 2015 in oprichting - is het tonen van de gruwelijke foto's niet nodig in deze context. Dat zegt museumdirecteur Emile Schrijver vrijdag aan de telefoon. "Het gaat in deze tentoonstelling om het Nederlandse perspectief. Op de foto die we wel tonen, die van de aankomst van de Hongaren, staat een groepje Nederlandse gevangenen. En er is ook de foto van de bevrijding van Bergen-Belsen met daarop de zevenjarige Nederlandse jongen Sieg Maandag naast naakte onbegraven lichamen. Die aanwezigheid van Nederlandse Joden is waar de tentoonstelling over gaat."

Aan het argument van Somers en Kok, dat de foto's door de Griekse gevangene gemaakt zijn om de wereld de realiteit van de massamoord te tonen en dat de Nederlandse Joden hetzelfde lot trof, is tot hun onvrede voorbijgegaan.

Schrijver: "We hebben als Joods Cultureel Kwartier een verantwoordelijkheid, maar we censureren niet. Het gaat om de context. In de tentoonstelling aan de overkant, in de Hollandsche Schouwburg, zijn de foto's van Errera wél te zien."

Gesmokkelde camera

Daar is op de eerste verdieping inderdaad een tentoonstelling over 'overwegingen bij het inrichten van een Holocaustmuseum'. Naast een 3D-reconstructie van concentratiekamp Bergen-Belsen en schermen met interviews met meer dan tweeduizend Holocaust-overlevenden, is daar een hoek ingericht over 'ethiek rond beelden van wreedheid'. De televisieschermen zijn verstopt achter een schot, teksten waarschuwen voor 'zeer confronterende beelden' die niet geschikt zijn voor kinderen onder de zestien.

In de interactieve presentatie op de schermen onderzoekt het museum 'taboes rond het tonen van vernedering, wreedheden en de dood', en hier zijn drie van de vier foto's van Errera opgenomen. Als in een stemwijzer kan de kijker, na het zien van foto's of filmbeelden en het horen van de standpunten van verschillende betrokkenen (een Holocaustoverlevende, een rabbijn, een museummedewerker), kiezen of de foto's straks wel of niet getoond moeten worden in de vaste opstelling van het nieuwe Holocaustmuseum.

In een boekje waarin bezoekers hun standpunt kunnen achterlaten staan zeker honderd bijdragen, van bezoekers van over de hele wereld, en aan de handschriften te zien van alle leeftijden. Geen enkele bezoeker spreekt zich expliciet uit tegen het gebruik van de beelden.

De foto's van Alberto Errera (1913-1944) hebben een bijzondere status in de oorlogsfotografie. De Grieks-Joodse officier was in Auschwitz tewerkgesteld in het Sonderkommando, een eenheid van Joodse gevangenen die moesten meehelpen met het gruwelijke werk rond de gaskamers. In de koude zomer van 1944 kwamen tussen 15 mei en 8 juli 435.000 Hongaarse Joden in Auschwitz aan, de meeste werden direct vermoord. Omdat de crematoria die hoeveelheid niet aankonden, moest het Sonderkommando de lichamen in de buitenlucht verbranden. Dat moment fotografeerde Errera.

Waar de camera vandaan kwam is niet duidelijk. Wellicht van het Poolse verzet, dat om foto's vroeg van de concentratiekampen, of uit de bagage van gevangenen. Het maken van de foto's vereiste organisatie. De camera werd naar het Sonderkommando gesmokkeld in een emmer. Het dak van een van de crematoria was gesaboteerd zodat een reparateur de controlerende SS'ers in de gaten kon houden. Er was slechts een restje film. De fotograaf moest, om ongemerkt de foto te maken, zich verstoppen in een van de pas gebruikte gaskamers. Hij maakte twee foto's richting de ene kant, van de brandende lichamen, en twee aan de andere kant, van naakte vrouwen die richting de gaskamers lopen. Een van die laatste twee foto's is mislukt, en vrijwel abstract (die staat op de cover van deze Verdieping).

Het rolletje werd in een tube tandpasta naar buiten gesmokkeld. Op 4 september bereikte dat het Poolse verzet, vergezeld van een briefje, dat eindigt met de zin 'We denken dat de vergrote foto's veel verder opgestuurd kunnen worden.' Fotograaf Errera werd vermoord na het slaan van een SS-officier bij een vluchtpoging. David Szmulewski, de man op het dak, was de enige betrokkene die het verhaal van de foto's kon navertellen.

Zwarte gebieden

De beelden van het ondenkbare vonden hun weg. Ze werden bijgesneden, gedraaid, scherper gemaakt, de zwarte gebieden geretoucheerd, de onscherpe gezichten van de vrouwen werden ingevuld, hun borsten gelift en voorzien van tepels. De foto's werden, zo aangepast, opgenomen in allerlei fotoseries over de concentratiekampen. Pas in 2001 waren de originelen voor het eerst te zien, in Parijs, bij de tentoonstelling 'Mémoire des camps. Photographies des camps de concentration et d'extermination nazis (1933-1999)'.

In de catalogus bij die tentoonstelling schreef kunsthistoricus Georges Didi-Huberman waarom hij vond dat deze foto's ondanks alles, 'malgré tout', getoond moesten worden. Juist het tentoonstellen van de foto's in hun oorspronkelijke vorm, dus zoals ze nu voor het eerst te zien waren, samen met de wetenschappelijke achtergronden, deed recht aan een waardige herdenking van de Holocaust.

Dat viel slecht bij Gérard Wajcman en Elisabeth Pagnoux, wetenschappers die in het tijdschrift Les Temps Modernes betoogden dat de foto's te veel als kunst werden gepresenteerd. En waarom, zo stelden zij, had je beelden nodig om het gruwelijke verhaal te vertellen, waren mondelinge verslagen niet genoeg? Was het gebruik van de gruwelijke foto's niet in strijd met de Joodse wetten die het tonen van doden verbiedt, en tegelijk een bevestiging van de triomf van de nazi's?

Didi-Huberman bevestigde in een reactie dat Auschwitz ons beeld van de mensheid heeft veranderd. 'Sindsdien is het beeld van de mens onlosmakelijk verbonden met dat van een gaskamer.' Hij citeerde ook de Franse schrijver en verzetsstrijder Robert Antelme die in L'espèce humaine (1947) schreef: 'We zijn niet enkel de mogelijke slachtoffers van de beulen: de beulen zijn onze gelijken.'

Buiten bij de Hollandsche Schouwburg, het voormalige theater waar Joden zich vanaf 1942 moesten melden bij de Duitse bezetter en waar ze werden verzameld voor transport naar de kampen - nu is het een herinneringsplek - staat een bord met de tekst: 'Geen voorstelling van te maken.' Een woordspeling die het museum ook nog eens aan het publiek zou kunnen voorleggen.

De tentoonstelling 'De Jodenvervolging in foto's. Nederland 1940-1945' is nog tot 6 oktober te zien in het Holocaustmuseum in oprichting in Amsterdam.

Om ongemerkt foto's te maken verstopte de fotograaf zich in een van de pas gebruikte gaskamers.

Joke de Wolf

Alberto Errera / Niod / Auschwitz Museum

Het filmrolletje werd in een tube tandpasta naar buiten gesmokkeld, op 4 september 1944 bereikte dat het Poolse verzet

Waarom heb je beelden nodig om het gruwelijke verhaal te vertellen, zijn mondelinge verslagen niet genoeg?

Errera richtte de camera ook de andere kant op, waar naakte vrouwen richting de gaskamers liepen. ©Niod / Auschwitz Museum
©Niod / Auschwitz Museum