Babs werkte in een kliniek voor ongehuwde moeders: ‘Ik wist niets van het gedwongen afstaan’

Een drama van ongekende proporties. Duizenden ongehuwde moeders werden tot ver in de vorige eeuw gedwongen na de bevalling hun kind af te staan. Babs Oudenhuijzen (75) werkte in de voormalige kraamkliniek Moederheil in Breda waar dat aan de lopende band gebeurde. ,,Het klinkt raar, maar ik heb me nooit gerealiseerd wat daar eigenlijk gebeurde.’’
Eén van de kinderen in Moederheil, de voormalige kraamkliniek in Breda, waar Babs van Nieuwenhuijzen in de jaren zestig werkte. Ook dit kind werd direct na de geboorte bij de moeder weggehaald en ter adoptie aangeboden. ©Pix4Profs/René Schotanus

,,Kijk’’, wijst Babs op een foto waarop een jong kind te zien is dat met grote ogen door de spijlen heen kijkt van een van de vele bedjes op de zaal. ,,Een scheetje toch. Als jong meisje, ik was een jaar of achttien, was dat mijn droom. Werken met dat kleine grut.’’ Ze straalt: ,,Heerlijk vond ik het.’’ 

De vrouw uit Terheijden bladert door een album dat ze een tijdje geleden bij het opruimen van haar huis bij toeval tegenkwam. Een album met zo'n honderd foto’s van baby’s en peuters die geboren en/of verzorgd werden in de voormalige kraamkliniek Moederheil, waar Babs in de jaren zestig als kinderverzorgster twee jaar lang werkte.

Het zijn stuk voor stuk aandoenlijke plaatjes. Baby’s die de fles krijgen, kinderen die buiten bij de kliniek lekker aan het spelen zijn. Foto's van personeel in uniform, vaak jonge meiden, die het zichtbaar naar de zin hebben. Warme, sfeervolle zwart-witopnames die geen moment verraden welk drama zich decennialang in Moederheil kon voltrekken. 

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Babs van Nieuwenhuijzen: ‘Toen realiseerde ik het me niet, nu vind ik het verschrikkelijk wat daar gebeurd is.’ ©Pix4Profs/René Schotanus

Moederheil was in de vorige eeuw een van de ruim honderd zogeheten tehuizen voor ongehuwde moederzorg, waar - gemeten naar het aantal wettelijke adopties - tussen 1956 en 1984 13.000 tot 20.000 jonge ongehuwde meisjes, maar ook volwassen vrouwen moesten bevallen. Veel kindjes werden direct na de geboorte bij de moeder weggenomen en vervolgens aangeboden voor binnenlandse adoptie.

De kliniek was zo opgezet dat in het ene deel de vrouwen bevielen en wij als kraam­ver­zorg­sters in het andere deel de kinderen verzorgden. In het deel waar de vrouwen bevielen, kwam je niet

Babs

Dat was veel beter voor die kinderen, heette het destijds. Ongehuwd zwanger raken werd in het Nederland van destijds, waar meneer pastoor en de dominee nog een dikke vinger in de pap hadden, als een doodzonde gezien. Kinderen van ‘dat soort’ moeders waren veel beter af in ‘liefdevolle’ gezinnen van getrouwde stellen die zelf geen kinderen konden krijgen.

Babs werkte van 1965 tot 1967 als kinderverzorgster in Moederheil, dat destijds een van de grootste kraamklinieken van Nederland was. Er bevielen zowel gehuwde als ongehuwde moeders. Die eerste groep ging daarna mét kind naar huis. De vaak nog jonge meisjes die niet getrouwd waren, zagen hun kind na de geboorte nooit meer terug.

,,Verschrikkelijk natuurlijk, als je daar nu aan terugdenkt’’, reageert Babs. ,,Maar destijds heb ik me dat geen moment gerealiseerd. In die twee jaar dat ik in Moederheil werkte, heb ik ook nooit één moeder gezien die er was bevallen. De kliniek was zo opgezet dat in het ene deel de vrouwen bevielen en wij als kraamverzorgsters in het andere deel de kinderen verzorgden. In het deel waar de vrouwen bevielen, kwam je niet.’’

Een van de foto's uit het album dat Babs terugvond uit de tijd dat ze in Moederheil werkte. In de zomer buiten lekker badderen. Een aandoenlijk tafereel dat de rauwe werkelijkheid verdoezelde. ©Pix4Profs/René Schotanus

Vreemd,  dacht ze pas veel later. ,,Destijds stond je daar helemaal niet bij stil. Je was bezig met de kinderen die bij je op zaal kwamen en die je zo goed mogelijk verzorgde, voordat de adoptieouders het kind kwamen halen. Niemand vroeg zich af of die jonge moeders hun kind wel wilden afstaan. Er werd ook niet over gesproken, het gebeurde gewoon. Je dacht goed te doen.’’

Een van de kinderen die in die tijd in Moederheil ter wereld kwam, was Eugénie Smits-Van Waesberghe. Althans, die naam kreeg ze toen ze als kind werd geadopteerd door een kinderloos, Bredaas echtpaar. Ze werd geboren als Gepke Maria Kortekaas, dochter van een jonge ongehuwde moeder die als een van de weinigen haar biologische dochter op latere leeftijd wist terug te vinden. 

Mede dankzij de nu 55-jarige Smits-Van Waesberghe werd de schimmige binnenlandse adoptiegeschiedenis de afgelopen jaren enigszins blootgelegd. Na een jarenlang intensief onderzoek naar de adoptiepraktijken in ons land in de vorige eeuw schreef ze drie jaar geleden het boek Zwartboek adoptie: schoot vol tranen, over verzwegen adopties in Nederland in de 20ste eeuw. Ook dankzij haar inspanningen besloot het kabinet tot een landelijk onderzoek en werd het meldpunt Binnenlandse afstand en adoptie ingesteld. 

Eugénie Smits-Van Waesberghe kwam als dochter van een ongehuwde moeder in Moederheil ter wereld. Ook zij werd voor adoptie aangeboden. Nadat Babs vorig jaar haar indrukwekkende verhaal in BN DeStem las, nam ze contact met haar op over het album dat ze gevonden had. ©Pix4Profs/René Schotanus

Dat Babs destijds niets wist van de gang van zaken in Moederheil, verbaast Eugénie niets. ,,Het gedwongen afstaan van de kinderen werd zoveel mogelijk aan het oog onttrokken. Maar weinig mensen wisten van het verdriet dat die moeders werd aangedaan. Aan de ene kant had je de bevalling en het onder dwang afstand laten doen van het kind en aan de andere kant de verzorging van de kinderen en de adoptie. Twee afzonderlijke werelden die bewust van elkaar gescheiden werden. Het was een landelijk systeem dat heel geraffineerd in elkaar stak.’’

Wat ooit was begonnen als een maatschappelijke overtuiging (‘kinderen van ongehuwde moeders zijn beter in een liefdevol gezin met een vader en moeder die getrouwd zijn’) veranderde volgens Smits-Van Waesberghe in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw langzaam in een businessmodel dat was opgetuigd en werd uitgevoerd door de overheid.  

Nog een foto uit het album van Babs, genomen tussen 1965 en 1967 in Moederheil. ©Pix4Profs/René Schotanus

Klinieken als Moederheil (later Valkenhorst geheten) kregen een ruime overheidsvergoeding voor ieder afstandskind dat ze verzorgden. En als een kind geadopteerd werd, moesten de adoptieouders ook nog eens voor de verzorging in het tehuis betalen. Eugénie: ,,Dan vingen ze dus dubbel.’’ De kwalijke praktijken in de klinieken en tehuizen stopten pas definitief nadat in 1984 abortus was gelegaliseerd. 

Vorig jaar stapte Smits-Van Waesberghe naar de rechter om de gemeente Breda te dwingen meer openheid te geven over het drama dat zich decennialang in Moederheil had afgespeeld. Ze eiste dat Breda aan de hand van de geboortegegevens uit die periode met exacte aantallen zou komen over het aantal kinderen dat in de kliniek ter wereld kwam en onder grote druk door de moeders werd afgestaan. 

,,Want’’, zo zegt de Bredase, ,,we kunnen nu alleen maar gissen naar het aantal moeders en kinderen dat dit is overkomen. Volgens de officiële schattingen gaat het om 13.000 tot 20.000 jonge moeders. Maar ik sluit niet uit dat het er veel meer zijn. Om daar helderheid in te krijgen, ben ik naar de rechter gestapt om de exacte aantallen van in ieder geval Moederheil boven water te krijgen. Je moet toch ergens beginnen.’’

©Pix4Profs/René Schotanus

Maar de rechtbank wees haar eis af. Volgens de gemeente zijn lang niet alle gegevens meer voorhanden en mogen die bovendien op grond van de privacywet lang niet allemaal gedeeld worden. En omdat Smits-Van Waesberghe niet kon bewijzen dat die gegevens er wel zijn, ving ze bot bij de rechter. 

Een fikse teleurstelling voor de Bredase, die van opgeven echter niets wil horen. ,,Ik, en inmiddels vele mensen met mij, gaan door om deze zwarte bladzijde uit de Nederlandse adoptiegeschiedenis boven water te krijgen. Gelukkig wordt er steeds meer bekend, maar we zijn er nog lang niet’’, verzucht de vrouw, die recent de stichting Verleden in Zicht oprichtte, die zich gaat inzetten voor mensen die in het verleden als baby in Nederlandse tehuizen onder dwang zijn afgestaan. 

Met de gemeente Breda voert Smits-Van Waesberghe sinds kort gesprekken om te bezien of die misschien toch behulpzaam kan zijn in de zoektocht naar wat er in Moederheil allemaal gebeurde. ,,Ze hebben aangegeven daar waar mogelijk te willen helpen. Vooralsnog ben ik daar positief over.” Babs knikt: ,,Ik hoop echt dat het  lukt. Want wat er in Moederheil is gebeurd, is natuurlijk schandalig.”

Ze pakt het fotoalbum er nog eens bij en bladert langs de vele foto's met kinderkoppies die je aankijken. ,,Als je dan bedenkt dat veel van deze kinderen destijds gewoon bij hun moeder zijn weggenomen. Daar draait je hart van om.”

Eugénie Smits van Waesberghe. ©Pix4Profs/René Schotanus