Altijd de focus op de naakte huid

vergankelijkheid - Herman Gordijn schilderde veelvuldig de tragiek van het lichamelijk verval. Museum More stelde een expositie samen, als postuum eerbetoon.
'Miep en Loek Brons', 1988. ©RV

Toen Herman Gordijn als kind eens verdwaalde in Den Haag, kwam hij in de rosse buurt terecht. Hij keek zijn ogen uit. Deze 'verboden sprookjeswereld' zou zijn hele leven een bron van inspiratie blijven voor zijn schilderijen en tekeningen, waarin het wemelt van de borsten, billen en vetrollen. Het kon hem niet rond genoeg zijn. "Ik hou van bolle vormen, lekker om te schilderen. Naar een lantaarnpaal kijk ik niet om."

In Museum More in Gorssel paraderen ze voorbij: al die Gordijn-types die zo herkenbaar zijn, omdat ze niet beantwoorden aan het gangbare schoonheidsideaal. Ze zijn vaak dik en hun ledematen buiten proportie; met zware groeven en putten in de huid. Ze vormen een wonderlijk contrast met de portretten die de schilder in opdracht maakte, van onder meer koningin Beatrix, net na haar inhuldiging, het flamboyante zakenechtpaar Loek en Miep Brons dat bekend werd door zijn handel in seksvideo's en textiel, en oud-burgemeester Ivo Samkalden van Amsterdam.

De tentoonstelling is tevens een postuum eerbetoon aan Gordijn, die op 25 mei van dit jaar op 85-jarige leeftijd overleed. Bij wijze van 'afscheidsgroet' hangt aan het eind zijn laatste zelfportret. Hij zette het met een paar rake lijnen op zijn iPad, waarop hij de laatste jaren zijn tekeningen maakte. Uit zijn neus steekt een zuurstofslangetje.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Als Gordijn hier zelf rondgelopen zou hebben, zou hij vast de vraag hebben gekregen die hem zo vaak in zijn 60-jarige carrière is gesteld: waarom zijn jouw mensen zo lelijk? In de film die is gemaakt voor deze expositie antwoordt hij: "Er zijn een paar hele grote taboes: dat is lelijk, dik en oud zijn. Maar ik vind mijn dikke mensen helemaal niet lelijk." Hij bewonderde ze juist, de prostituees, travestieten en andere 'paradijsvogels' aan de zelfkant van de samenleving die hun onvolkomenheden accepteren en hun eigenaardigheden koesteren. Dat niet-perfecte vond hij perfect. Daarom accentueerde hij hun vormen nog eens extra.

Zijn voluptueuze vrouwen worden wel eens Rubiaans genoemd, naar de weelderige naaktfiguren van Peter Paul Rubens. Maar die vergelijking gaat mank, vond Gordijn, al liet hij zich wel inspireren door kunstenaars uit het verre verleden, bijvoorbeeld door de Italiaanse schilder Mantegna. Zo begon hij na een reis naar Italië in 1957 heel bewust met het schilderij 'Schoonheidssalon', met Mantegna's 'De bewening van Christus' uit 1480 in zijn gedachten. Het lijkt vergezocht om bij een schoonheidsbehandeling aan de dood te denken. Maar de starre blik van de vrouw op de behandeltafel en haar grauwe gezicht roepen wel die associatie op. Gordijn wilde met dit schilderij het zinloze gevecht uitbeelden van de mens tegen het verval van het lijf, als voorbode van de dood.

Schilders als Otto Dix en Francis Bacon waren eveneens een voorbeeld voor hem. De Duitse kunstenaar Dix uit het interbellum schilderde ook prostituees en alcoholisten, waarbij hij vrouwen vaak naakt en onflatteus afbeeldde. Gordijns portret van zijn model Lida Polak uit 1966 vertoont een opvallende gelijkenis met 'Liggende vrouw op luipaardvel' van Dix. Ook met de Britse schilder Francis Bacon, een tijdgenoot, voelde Gordijn zich verwant. Hij maakte groteske, haast angstaanjagende portretten van personen, waarbij het gezicht of lichaam misvormd is om een indruk van hun psychische en emotionele gesteldheid te geven. Bacon portretteerde niet de buitenkant van de personen, maar de binnenkant.

Ook bij Gordijn moeten we voorbij de vetkwabben en hangborsten kijken. Het ging hem niet om de lelijkheid an sich. Door de onvolkomenheden te benadrukken, wilde hij de vergankelijkheid en ontluistering in beeld brengen waarmee ieder mens te maken krijgt. 'Onbegrijpelijk' vond hij het dat we geboren worden om af te takelen en dood te gaan, ondanks onze drang om jeugdig te blijven. Dát probeerde hij te vangen in zijn schilderijen met altijd de focus op de naakte huid, omdat die het verval het best in beeld brengt.

De tentoonstelling opent met het schilderij 'Het bordeelraam', dat hij in 1956-1957 maakte van drie prostituees. Het verwijst naar zijn kindertijd, toen hij verdwaald raakte in de rosse buurt. Vorig jaar heeft hij deze ontmoeting nog eens in beeld gebracht op een ets, maar dit keer met het 8-jarige jongetje erbij dat hij destijds was. We zien hem op de rug, in korte broek en kniekousen, starend naar de vrouwen die met hun blote borsten uit het raam leunen. Vol verwondering maakt hij kennis met een 'verboden sprookjeswereld'. En met die blik is hij altijd blijven kijken.

Altijd dat kind blijven, nooit aftakelen, die droom keert ook terug in zijn laatste, onvoltooide schilderij 'De Wallen'. Het is weer een bordeelraam, maar dit keer staat er een jonge, mannelijke prostitué in, op hoge hakken. Voor de rest is hij naakt. Voor hem staan twee oude vrouwen, met hoedjes en in het zwart gekleed. Ze kunnen hun ogen niet van zijn lijf afhouden. Net zoals de prostituees in Het bordeelraam met hun verlepte lijven er nog alles aan doen om begeerd te worden en aantrekkelijk te zijn, presenteert Gordijn ook deze twee oude dames als seksuele wezens. De 'tragiek van het lichamelijk verval' noemde hij het. "Ook een oudere vrouw wil mooi gevonden worden en begeerd. Dat vind ik iets dramatisch in het leven van mensen. Dat oude mensen nog begeerd worden en zelf begeren, maar dat hun omhulsel dat niet meer toelaat."

HHHHH

Herman Gordijn, t/m 1 oktober in Museum More, Gorssel

'Rimmel' 1973. ©RV
Gordijn is zijn atelier met het werk 'Rimmel' in 1972. ©RV
Cadeautje

Verras je familie of vrienden met hun eigen persoonlijke nieuwssite, gebaseerd op een selectie van hun favoriete onderwerpen. Bekijk hier een voorbeeld van de uitnodiging.