Als populistisch rechts belt, zegt stokebrand Wiegel onmiddellijk ‘ja’

In het politieke spel rechts Nederland op koers te houden, is Hans Wiegel al decennia de zelfverkozen stuurman. Dankzij zijn netwerk, zijn column in De Telegraaf maar vooral ook door zijn politieke smeedwerk. Zoals nu in Zuid-Holland, op verzoek van Thierry Baudet.
Hans Wiegel tijdens de eerste bijeenkomst van het informatieproces voor Zuid-Holland, begin april. ©Freek van den Bergh

Aan het Haagse Voorhout is op dinsdag 5 maart zo ongeveer de hele VVD-top bijeen voor de jaarlijkse Pulchri Borrel. De stemming is opperbest in Pulchri Studio, twee weken voor de provincialestatenverkiezingen. Premier Mark Rutte houdt de tafelrede.

Partijvoorzitter Christianne van der Wal twittert de volgende dag het een ‘eer’ te hebben gevonden om met ‘zeer betrokken VVD’ers met een enorme schat aan politieke ervaring’ te spreken. Op de geposte foto staan tal van prominenten en oud-voorzitters zoals Neelie Kroes, Frits Korthals Altes, Ivo Opstelten, Bas Eenhoorn en Jan van Zaanen.

Buiten beeld zitten of staan veel oud-ministers en ex-partijleiders na te tafelen. Écht buiten beeld, want ­wederom afwezig, is die ene prominent met een schat aan politieke ervaring van wie bepaalde VVD-kopstukken betwijfelen of hij nu nog steeds een ‘zeer betrokken’ partijlid kan worden genoemd.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Hans Wiegel (77) woont in het verre Friesland en laat wel vaker partijbijeenkomsten aan zich voorbijgaan. En toch is hij er wel, in Pulchri. Hij gaat althans veelvuldig over de lippen. ‘Onze aandachtsjunk, zo wordt-ie genoemd’, blikt een oud-bewindsman op de avond terug.

Een andere oud-bewindsman kan zich niet herinneren dat hij deze typering heeft opgevangen in Pulchri. Maar het kan best, voegt hij toe. Door deze krant benaderde bronnen geven geen uitsluitsel. Wel is er anderszins eensgezindheid: niemand wil met naam en toenaam geciteerd worden als Hans Wiegel ter sprake wordt gebracht.

Zie hier hoe Wiegel, partijleider van 1971 tot 1982, altijd een factor is gebleven in de VVD. Hans Wiegel, misschien wel de eerste als zodanig herkenbare populistische politicus (recht in de camera kijkend: ‘Zo denken de mensen in het land erover!’) is ook nooit weg.

Een dag na de provinciale verkiezingen, waarbij Forum voor Democratie de partij van de langst zittende liberale premier nipt voorbijstreeft, is hij er alweer. Thierry Baudet doet met succes een beroep op Wiegel om informateur te worden in de provincie Zuid-Holland, waar Forum de meeste aanhang verwierf.

Wiegel, vermeend ‘aandachtsjunk’ of misschien wel verslaafd aan politiek, maar in elk geval een goede bekende van Baudet in wie hij een groot talent herkent, zegt uiteraard ja. Even later worden de twee gefotografeerd in een horecagelegenheid in Friesland. Het beeld doet sterk denken aan het beroemde samenzijn van Dries van Agt en Hans Wiegel in de Haagse Bistroquet (1977) en roept bij velen – overigens onterecht – het gevoel op dat Wiegel ook de persfotografie aan een touwtje heeft.

De Wiegelboodschap

Baudet belt en Wiegel zegt ja. Hans Wiegel zegt al jaren ja als (beweerde) rechtse populisten bellen.

Dat was in 2002 al zo toen kortstondig regeringspartij LPF belde voor lijmwerkzaamheden, herinnert oud-LPF-staatssecretaris Steven van Eyck zich. De ministers Eduard Bomhoff en Herman Heinsbroek vochten elkaar het kabinet uit.

Vijf jaar later (of er allerlei telefoontjes aan vooraf zijn gegaan is onbekend) steunt Wiegel als vanzelf de ‘rechtse’ Rita Verdonk in de strijd tegen de ‘linkse’ Mark Rutte om het VVD-leiderschap. Hij verliest dus. Zoals zijn consistente boodschap om de VVD vooral een ouderwets rechtse signatuur te geven steeds minder gehoor vindt – zeggen veel VVD-prominenten nu, op anonieme basis.

Bij die conclusie past wel een kanttekening: de Wiegelboodschap wordt van tijd tot tijd wel degelijk uitgedragen door zijn opvolgers, ook nu nog. Als dat zo uitkomt, begint ook Mark Rutte graag over ‘automobilisten pesten’ of belastingsverlaging (vooral voor bedrijven).

Ja zeggen tegen verzoeken van beweerde rechtse populisten blijft Wiegel doen. Vorig jaar deed oud-PVV-­Kamerlid Richard de Mos met succes een beroep op Wiegel om informateur te worden van het nieuwe Haagse gemeentebestuur. Leefbaar Rotterdam-leider Joost Eerdmans belde net te laat, maar had ongetwijfeld ook een positief antwoord gekregen.

En nu tast Wiegel op verzoek van Forum voor Democratie af welk provinciebestuur Zuid-Holland kan krijgen. Soms wekt het erelid de schijn via al dat informatiewerk de actuele VVD-top duidelijk te willen maken welke kant het op moet met de partij: praten met rechts, praten met populisten.

Want de veel beschreven versplintering van het politieke landschap is juist ook op rechts zichtbaar met de nieuwe partijen. Op lokaal gebied: in Leefbaar Rotterdam is boegbeeld Joost Eerdmans niet de enige afgedwaalde VVD’er. Geert Wilders was VVD-Kamerlid alvorens hij de PVV oprichtte. Bij Forum voor Democratie wemelt het van de ex-VVD’ers.

Wil hij de VVD treffen?

Welke koers de VVD wél moet varen: dat laat Wiegel elke zaterdag in zijn column in De Telegraaf weten. ‘De mensen in het land’ kunnen hem ook vaak bij Wakker Nederland op televisie zien en horen.

Zit er wat in, dat de 77-jarige Wiegel – naar eigen zeggen ‘de beste premier die Nederland nooit had’ – met al dat politieke werk juist zijn eigen VVD wil treffen? Iets duidelijk wil maken? Of heel vilein schade wil toebrengen? ‘Ach, hij is altijd een rechtse stokebrand geweest op wie nooit iemand grip kreeg’, zegt een oud-VVD-minister. ‘Hij heeft altijd zijn eigen rol gespeeld. Hij is niet in staat om onderdeel te zijn van een geheel.’

Een enkele VVD-prominent heeft er geen probleem mee met naam en toenaam in de krant te komen. Eric van der Burg, kandidaat-senator en de voormalige leider van de VVD in Amsterdam, zegt: ‘Wiegel wil naar rechts opschuiven. In mijn ogen doet de partij dat nu ook.’

Volgens Van der Burg ziet Wiegel zijn werk in Zuid-Holland als een blauwdruk voor hoe het landelijk moet. ‘Hij is een strateeg. Hij ziet toch ook dat de PvdA en GroenLinks steeds inniger samenwerken? Hij heeft ­weleens gepleit voor een fusie van de VVD met rechtsere partijen. In de provincie kun je aardig experimenteren, daar is hij op uit.’

Van der Burg staat te boek als een linkse liberaal – veel te links, in de ogen van Wiegel. De ongrijpbare ­republiek Amsterdam – waar rechts maar moeilijk voet aan de grond krijgt – moet het in zijn column in De Telegraaf vaak ontgelden. Wiegel is overigens geboren in Amsterdam.

Een nieuwe wapenspreuk

Over zijn rol bij de vorming van het gemeentebestuur in een andere grote stad, Den Haag, krijgt Wiegel uit onverdachte hoek complimenten. ­Arjen Kapteijns, GroenLinks-voorman in die stad, kijkt met plezier terug op Wiegels rol als informateur na de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar maart.

‘Het ging er leuk en efficiënt aan toe tijdens de besprekingen onder zijn leiding. Je kunt niet zeggen dat er hier een rechts college is gekomen. Over de precieze inhoud van het akkoord ging hij niet. Dat heeft Edith Schippers na hem gedaan. Wat ik me vooral herinner, is dat we altijd snel klaar waren. Hij kwam vanuit het verre Friesland na de spits en was weer ruim voor de spits weg. Volgens mij met een dienstauto van de gemeente.’

Kapteijns zag een innige band tussen Hans Wiegel en oud-PVV-Kamerlid Richard de Mos, de naamgever van de grootste partij in Den Haag. ‘De Mos was hem volgens mij al opgevallen toen die nog in de fractie van Wilders zat. Wiegel heeft hem gecoacht.’

Nog als PVV’er en nu ook heeft De Mos het graag over ‘de mensen in het land’ of ‘de mensen in de stad’. Ook voor het platteland heeft hij overigens oog – getuige zijn onvergetelijke maidenspeech in de Tweede Kamer in het debat over het onder water zetten van de Zeeuwse Hedwigepolder. In onvervalst Haags verbasterde De Mos (tegenstander van de ontpoldering) de Zeeuwse wapenspreuk ‘luctor et emergo’ tot ‘luctor et abortus’.

‘Ik worstel en drijf af.’  Het zou nu zomaar de wapenspreuk van Hans Wiegel kunnen zijn.