‘Het gemak waarmee wordt beslist over leven en dood, dat raakt me’

Na negen jaar stopt Wilbert Paulissen als hoofd van de Landelijke Recherche. Over de veranderende drugscriminaliteit, kookclinics, zijn soberheid en ‘de grootste bewijsschat die we ooit hebben gevonden’. 
Wilbert Paulissen: ‘Ik heb niks met wapens. Ik haal mijn schiettoetsen netjes, maar wel met klotsende oksels.’ ©©linelledeunk

Hij neemt afscheid van zijn droombaan. Laatst, toen Wilbert Paulissen tv keek, dacht hij weer: jee, wat heb ik toch een betekenisvol ­beroep. ‘In dat tv-programma zei iemand: ik handel in koelcontainers. Dat triggerde me. De wereld achter drugs, met zijn georganiseerde misdaad, geldstromen, afpersing en liquidaties, boeit me mateloos. Hoe werken die mechanismen? Hoe kun je daarin iets betekenen? Ik wil niks afdoen aan de handel in koelcontainers – die hebben we hartstikke hard nodig, dus moet erin gehandeld worden. Maar ik dacht wel: hé, verrek, mijn werk staat elke dag in de krant. Misdaad. Met grote koppen. Dat is wel even wat anders.’

Hoe geef je leiding aan negenhonderd mannen en vrouwen in een tijd van toenemende georganiseerde misdaad en terreur?

‘Door een duidelijke, aansprekende koers uit te zetten: díé kant willen we op. Door internationale samenwerking te zoeken, want misdaad trekt zich niks aan van grenzen. Door de wijk – het klinkt een beetje als een cliché – te verbinden met de wereld. En door daarin een boegbeeld te zijn voor je club.’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Wat maakt iemand een goede leidinggevende?

‘Dat hij richting geeft, benaderbaar is, zijn club het gevoel geeft: wij horen bij elkaar, en dat hij integer is. Als dat laatste wegvalt, valt al het andere ook weg.’

Wilbert Paulissen (57) ging al jong naar de Politieacademie. Zijn vader werkte bij de politie en hij dacht er nooit over om iets anders te gaan doen. ‘Ik vond het een rare vraag toen de selectiecommissie me vroeg: waaróm wil je bij de politie? Nou, gewoon, zei ik. Ik was 16 hè. Wist ik veel. Nu weet ik het wel: het is de maatschappelijke betekenis die je hebt.’

Na een start bij de gemeentepolitie Eindhoven werd Paulissen achtereenvolgens chef van het Interregionaal Rechercheteam Zuid-Nederland, districts- en plaatsvervangend korpschef in Brabant, hoofd van de Landelijke Recherche en nu wordt hij een van de tien politiechefs – hij gaat de eenheid Oost-Brabant leiden.

Verbinding vindt hij belangrijk: hij gaat geregeld op ziekenbezoek, neemt agenten die tijdens hun werk trauma’s of beschadigingen opliepen mee op bergexpedities, organiseert ‘kookclinics’ voor zijn team en rijdt met Nieuwjaar langs alle vestigingen om iedereen een gelukkig nieuwjaar te wensen.

Uw collega’s zeggen: Wilbert kiest altijd de goedkoopste bedrijfsauto, het goedkoopste restaurant voor een feestje, neemt altijd brood mee in een trommeltje en zijn banaan wordt altijd zwart.

‘Jullie hebben allerlei collega’s gebeld over mijn functioneren en ze komen niet verder dan mijn bananen?’

Ze zeggen: dat doet hij niet uit zuinigheid. Dat is een principekwestie.

‘Het is belastinggeld hè. Zo veel mogelijk van het geld moet naar uitvoerend politiewerk, niet naar cateraars en andere flauwekul. Ik hoef echt niet overal te voet naartoe; als je 65 duizend kilometer per jaar rijdt mag je een fatsoenlijke auto hebben, dus ik heb een hartstikke mooie wagen, een Golf 1.6 Blue­motion. Meer heb je echt niet nodig. In het team wordt daar wel een beetje om gelachen, ook bij onze tweedaagses zocht ik sobere locaties uit. Zaten we weer in een koude boerenschuur met stapelbedden.’

En ze moesten ook nog hardlopen van tevoren.

‘Dat was facultatief.’

U geeft kookclinics. Hoe gaat dat?

‘Ik heb een liefde voor koken. In plaats van een tweedaags overleg in een sjieke tent koop ik bij de Appie of de Lidl vijf gangen in en dan speel ik de chef-kok. Ik laat iedereen snijden en koken, omdat ik hou van de informele sfeer. Dat is nodig om echt te horen wat iedereen denkt – niet iedereen vindt het makkelijk om kritiek te geven op de baas, zeker niet in een hiërarchische organisatie als de politie. Mijn vrouw zegt altijd: als ze om jou lachen betekent dat niet per definitie dat je grappig bent.’

Tegenspraak creëren is cruciaal, zegt Paulissen, evenals het welbevinden van zijn mensen. Leidinggeven vindt hij ‘best wel een dingetje’. ‘Ik ben niet van de managementgoeroes, maar wel een aanhanger van het gedachtengoed van Filip Vandendriessche, een hoogleraar in conflictmanagement aan de universiteit van Leuven. Hij schreef het boekje Waarom uw oplossing het probleem is. Als je autoritair bent, oogst je weerstand. Mensen hebben ruimte nodig voor eigen autonomie en creativiteit. Ik zeg altijd: wát er moet gebeuren is aan de leiding, hóe het moet ligt bij je mensen.’

Lachend: ‘Dat is best lastig, want ik vind natuurlijk dat ik zelf de meest briljante oplossingen heb.’

Wilbert Paulissen: ‘Ik werk al veertig jaar bij de politie. Ik zie de schietbaan als een noodzakelijk kwaad.’ ©©linelledeunk

Collega’s zeggen: Wilbert is altijd beheerst.

‘Ik word niet gauw boos. Mensen mogen fouten maken. Daar ben ik vergevingsgezind in mits je, als je ter verantwoording wordt geroepen, daar eerlijk over bent. Als er spelletjes worden gespeeld of als er sprake is van onrecht kan ik binnenskamers echt ontploffen. Maar als dingen misgaan probeer ik niet naar de menselijke fout te kijken maar naar de vraag: wat deugde hier niet aan het systeem?’

Het ergst wat onder zijn leiding bij de recherche is misgegaan, zegt Paulissen, is de dood van drugsbaron Stanley Hillis in 2011. ‘Ik was net een jaar chef en Hillis werd voor onze ogen geliquideerd. Hoewel wij daar heimelijk met behoorlijk wat materieel omheen stonden, slaagden we er niet in de daders aan te houden. Daar was ik enorm pissig over. We werden van vanalles beschuldigd: staatsliquidaties. Mijn eerste reactie was: hoe is dit in ’s hemelsnaam mogelijk? Mijn tweede reactie was: hoe voorkomen we dat zoiets nog een keer gebeurt?’

Maar meestal gaan dingen goed, benadrukt Paulissen. Trots is hij vooral over het onderzoek naar MH17, op de arrestatie van drugscrimineel Dino S. die tot levenslang werd veroordeeld, op de zaak 26Koper waarin verdachten liquidaties voorbereidden en op de sluiting van de marktplaats Hansa op het Darkweb. ‘En op ons cyberteam, dat heeft gepresteerd wat elders in de wereld nog niet is gelukt: het kraken van extra beveiligde pgp-telefoons waarmee criminelen heimelijk communiceren. Het ontsleutelen van die data leverde de grootste bewijsschat op die we ooit hebben gevonden. Meer dan elf liquidaties zijn daarmee opgelost. Dat ontsleutelen gaat nog steeds door en iedere dag komt daar weer nieuw bewijs bij. Over moorden, witwassen, synthetische drugs, wapens.’

U schijnt een hekel te hebben aan de schietbaan.

‘Ik heb niks met wapens. Ik vind schieten niet leuk, ik ben er ook niet goed in. Ik haal mijn schiettoetsen netjes, maar wel met klotsende oksels. Noodweer is volle bak, maar precisievuur is niet mijn ding. Dat is al zo vanaf het begin, ik werk al veertig jaar bij de politie. Ik zie de schietbaan als een noodzakelijk kwaad.’

U heeft veel ellende gezien. Wat kan u nog raken?

‘Extremiteiten, zoals dat afgehakte hoofd in Amstelveen en de doodgeschoten broer van de kroongetuige. En die pgp-data raken me. De gesprekken waaruit het gemak blijkt waarmee wordt beslist over leven en dood. Of een tapgesprek waarin wordt gezegd: waarom betaal je niet gewoon? En dat het antwoord luidt: ‘Het gaat me niet om die vijf miljoen, het gaat om het principe.’ Wat me raakt is dat geld in die wereld niks meer betekent. En een mensenleven ook niet.

‘En MH17 kwam hard binnen. Ik was op vakantie en zat naast het zwembad toen mijn plaatsvervanger Rienk belde: ‘Er is een vliegtuig neergestort. Niet zomaar – vermoedelijk is hij neergeschoten. We gaan onderzoek doen en uit veiligheidsoverwegingen kan ik je nu niet meer vertellen over de telefoon. Dag Wilbert.’ Ik belde nog terug, mijn vakantie was op de helft. Moet ik terugkomen? Dat vond ik een enorm dilemma. Mijn vrouw zei: als jij het wilt pakken we nu de vouwwagen in en gaan we. Uiteindelijk gaf de doorslag: ik diskwalificeer Rienk als ik nu terugkom; hij kan dit. En dat was ook zo. Pas na mijn vakantie ben ik erin gedoken. Het besef dat 298 levens binnen enkele seconden ophielden te bestaan… Dat is bijna niet te bevatten.’

Klopt het dat MH17 de reden was dat u langer bij de recherche bleef dan u van plan was?

‘Ja. Het voelt als iets wat je niet graag loslaat, ik heb me er persoonlijk aan verbonden. Ik zag toe op de omstandigheden, zowel nationaal als internationaal, waaronder dat onderzoek moest plaatsvinden. Je let op simpele dingen: dat er mensen op blijven zitten, dat het prioriteit heeft op nationaal en internationaal niveau, op de onderzoeksstrategie. Bijna driehonderd slachtoffers – het kan toch niet zo zijn dat daar niemand verantwoordelijk voor wordt gesteld? Dat wij inzicht geven is heel belangrijk voor de verwerking bij de nabestaanden. Medio dit jaar laat ik het los. Maar MH17 gaat ons nog vijf tot tien jaar bezighouden.’

Wat is de grootste uitdaging voor de Landelijke Recherche in de komende jaren?

‘Internationale samenwerking. Als je kijkt naar de ontwikkeling van de georganiseerde misdaad heeft Nederland een club nodig die op internationaal vlak een nieuwe weg inslaat. Nederland is al jaren internationaal georiënteerd en we hebben een goed netwerk van liaison officers in het buitenland, maar dat is op zaaksniveau. De volgende dimensie is dat je niet meer samenwerkt op zaaks­niveau, maar op het niveau van fenomenen.’

Het fenomeen drugs.

‘Drugshandel. Mobiel banditisme. Plofkrakers. Mensenhandel.  Noem maar op.’

Op het gebied van drugs ziet Paulissen het landschap ingrijpend veranderen. ‘Daar waar Nederlandse criminele samenwerkingsverbanden in het verleden vanuit Nederland heel dominant waren op de Europese drugsmarkt zie je nu twee dingen gebeuren. Ten eerste: bepaalde groepen, zoals Albanezen, hebben Nederlanders niet meer nodig voor drugsroutes uit Zuid-Amerika; die bestieren dat van A tot Z zelf. En twee: de Nederlandse kopstukken laten zich nauwelijks meer op Nederlands grondgebied zien. Die bivakkeren in landen als Venezuela en Suriname of reizen rond. Via afgeschermde communicatie sturen ze hier wel de markt aan, tot liquidaties aan toe. Daarmee zie je dat Nederland veel meer een logistiek draaipunt aan het worden is. Die aanpak vraagt dat we ons verbinden aan de grote spelers in de wereld en kijken: hoe lopen die lijnen precies? We hebben een soort 2.0-uitwisseling van informatie nodig. Internationaal.’

‘Ook moeten we vol investeren in techniek, inclusief cyber en big data, en op human intelligence – in het heimelijk communiceren tussen criminelen wordt het steeds belangrijker dat menselijke bronnen onze ingang blijven, of dat nou informanten of infiltranten zijn. Alleen dan kun je de wedloop tegen georganiseerde misdaad bijbenen.’

Gaat de recherche de meestgezochte drugscrimineel van dit moment, Ridouan T., oppakken?

‘Daar ben ik van overtuigd. Ergens loopt-ie een keer tegen de lamp. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. Als je zegt: politie en justitie, pak die grote jongens aan, dan zeg je eigenlijk twee dingen. Eén: de drugshandel is een politie- en justitieprobleem en twee: als die grote jongens zijn aangepakt, is het probleem opgelost. Het is allebei niet waar. Er is een hele massa van tienduizenden die direct of indirect bij drugsproductie, -handel en witwassen zijn betrokken. Daarom herhaal ik steeds dat we, net als met roken en het klimaat, een beweging op gang moeten brengen die de consument bewust maakt van de keerzijde; dat achter z’n pilletje een wereld van moorden en criminaliteit schuilgaat.’

Heeft dat zin? Zo’n 85 procent van de synthetische drugs wordt geëxporteerd.

‘Je moet ergens beginnen. Ik ben niet zo ­naïef om te veronderstellen dat morgen alle gebruikers in Nederland zeggen: top­idee Paulissen, we stoppen ermee. Maar we moeten de discussie keren dat drugs alleen maar leuk en gezellig zijn. Niet alleen de gebruikers, ook betrokkenen zoals witwassers moeten zich daarvan bewust worden. Duurzaam ondernemerschap zou ook moeten behelzen dat je geen grote contante bedragen aanneemt waarvan je op je klompen aanvoelt dat dat geld niet legaal is verkregen.’

Collega’s zeggen: Wilbert is een workaholic.

‘Dat moet ik bekennen. Mijn leven bestaat voor een groot deel uit werken. Dat hoort ook bij de functie: je wordt niet betaald voor je uren maar voor je verantwoordelijkheid. Ik heb me in die veertig jaar weleens voorgenomen om de balans tussen werk en privé beter te maken, maar dat lukt me domweg niet. En nee, het thuisfront vindt dat niet superleuk.’

Lachend: ‘En als het anders was, zou ik dat heel verdacht vinden.’