‘De haat die ik vanaf dag één over mij heen kreeg heeft de grootste impact gehad’

Nicky van Grinsven (21) stond met zijn neus boven op de tramaanslag in Utrecht eerder dit jaar. Hij sleepte een gewonde vrouw in veiligheid, zag een man sterven, werd beschoten, en kreeg vervolgens een bak haat over zich heen.
Nicky van Grinsven: ‘Op het politiebureau zat er nog bloed op mijn kleren en mijn schoenen.’ ©linelle deunk

Nicky van Grinsven wil graag afspreken aan een boomrijk pad in zijn geboorteplaats Sint-­Michielsgestel. Omringd door kwetterende vogels kijkt daar een klein stenen monument uit over het water, een gedenkteken voor twee dorpsgenoten die in 2015 bij een auto-ongeluk om het leven kwamen. Hij komt hier tot rust, zegt hij. Hier kan hij praten over de volgende keer dat hij met de dood te maken kreeg.

Van Grinsven was aan het werk op het Utrechtse 24 Oktoberplein toen Gökmen T. daar in de ochtend van 18 maart zes mensen neerschoot in een tram (T. heeft bekend, maar is nog niet veroordeeld). Drie waren op slag dood, een overleed later. Van Grinsven stond op een bouwplaats 20 meter van de tram toen hij een jonge vrouw om hulp hoorde gillen. Hij rende naar de tram en sleepte met een andere omstander de vrouw achter een auto terwijl schoten klonken.

Hoe was dat?

‘Terwijl wij haar aan het helpen waren, zagen we allemaal mensen via de ramen de tram uitklimmen en klonken er ineens doffe knallen. Toen wist ik dat we beschoten werden. We sleepten haar achter een auto en daarna stond ik rechtop, verstijfd. Toen keek ik hem (Gökmen T., red.) zo in de ogen. Ik ben lang, snap je: mij zie je. En hij richtte op mij. Ik ben gaan rennen, maar even later teruggegaan om toch nog te helpen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

‘Eenmaal terug zag ik een man, op de nieuwsfoto’s ligt hij onder een wit laken bij de tram, zijn laatste adem uitblazen. En ik zag T. een man neerschieten terwijl die in zijn auto zat, helemaal verstijfd, zijn handen nog op het stuur. Die man zat even later te trillen en bloeden op het muurtje bij de tramhalte. Hij is later ook doodgegaan. Op het politiebureau zat er nog bloed op mijn kleren en mijn schoenen.’

Van Grinsven praat met behulp van zijn armen, getooid in wit overhemd en met een goudkleurig horloge van Michael Kors aan zijn pols. Met Brabantse tongval vertelt hij over die eerste seconden na de aanslag. Hij vertelt zonder veel te haperen, zonder lange pauzes, terwijl hij met gebaren de situatie rond de aanslag uitbeeldt op het bruggetje voor hem in Sint-­Michielsgestel. Af en toe spert hij zijn ogen wijd open. Maar erover vertellen lucht vooral op, zegt hij, het geeft rust. En hij houdt sowieso niet van mensen die geheimzinnig doen.

Je bent teruggerend terwijl er werd geschoten. Waarom rende je niet de andere kant op?

‘Dat is gewoon actie-reactie, denk ik. Mijn moeder en mijn opa hebben me van kleins af aan geleerd: je moet altijd mensen helpen. Dat zit in mij. Mijn moeder is hartpatiënt. Toen ik 14 was zei ze: als mij wat overkomt, dan moet je me reanimeren. Dat heeft ze me geleerd.

‘Mijn vader was vroeger drugsverslaafde, dus mijn moeder heeft mij alleen opgevoed tot ik 16 was en mijn vader zijn leven weer op de rails kreeg. Dan probeer je toch ook te helpen, financieel. Later hebben mijn oma en opa heel veel geholpen. Mijn vader was ook epilepsiepatiënt. Toen ik 16 was en bij hem in het vervoer ging werken, zei hij: ‘als ik tijdens het rijden flauwval, moet je deze naald in mijn neusholte douwen.’ En dat mag ook niet verkeerd gaan. Ik denk dat ik daardoor heel behulpzaam ben geworden.’

Nicky van Grinsven: ‘Ik kreeg meteen na het verhoor op het politiebureau slachtofferhulp aangeboden. Ik heb eerst geweigerd.’ ©linelle deunk

Heb je zelf hulp gekregen na de aanslag?

‘Ik kreeg meteen na het verhoor op het politiebureau slachtofferhulp aangeboden. Ik heb eerst geweigerd; ik wilde van niemand wat hebben. Maar de eerste nachten was het moeilijk slapen, en de tweede nacht kreeg ik een heel heftige nachtmerrie. Ik droomde dat ik met mijn vriendin en haar kleine was, en dat ik ze even alleen had gelaten. Plotseling kwamen er allemaal mensen schreeuwend naar me toe rennen: ‘Er wordt geschoten, er wordt geschoten!’ Ik schrok wakker, helemaal zwetend.

‘Dat was wel heftig. Toen heb ik besloten: nu moet ik misschien toch even een therapie gaan doen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Je hebt weleens nachtmerries, maar niet zo specifiek.

‘Ik heb vier keer EMDR gehad (traumatherapie, red.) van een psycholoog in Boxtel. Dan moet je je ogen dichtdoen, luisteren naar piepjes in je oor en proberen terug te gaan naar het ergste moment. Dat was even wennen, ik ben sceptisch in die dingen. En ik heb oxazepam (een kalmeringsmiddel, red.) gebruikt, de eerste drie weken.’

Grinnikend: ‘Dat was wel lekker rustgevend, natuurlijk. De behandeling heeft wel iets geholpen, maar ik denk dat ik het toch vooral zelf gedaan heb. Je moet het toch zelf een plek kunnen geven. Ik zou nog wel het meisje willen spreken dat we hebben weggesleept, maar alleen als zij dat niet erg vindt. De politie zou dat regelen, maar ik heb niks meer gehoord.’

Van Grinsven heeft sindsdien geprobeerd de draad weer op te pakken. Nog geen week na de aanslag stond hij weer op dezelfde bouwplaats, op het 24 Oktoberplein in Utrecht. Maar dat was van korte duur: elke keer als hij de bloemenzee zag die daar nog altijd groeide, speelde de aanslag zich in zijn hoofd opnieuw af.

‘Dan zag ik mezelf opnieuw, en dan ga je denken: wat had ik beter kunnen doen, wat had ik meer kunnen doen? Je gaat je schuldig voelen. Dat schoot niet op. Na een paar dagen ben ik naar een andere bouw gegaan. Maar ik bleef ik er toch steeds aan denken, misschien door de geluiden van de bouwplaats. En je moet daar wel je koppie erbij houden, je werkt met zware spullen en als je niet oplet heb je zo een gebroken been. Nu breng ik bedden rond in Nederland en België.’

Onverwachte consequenties

De aanslag had onverwachte consequenties voor Van Grinsven. Hij was op de dag van de aanslag te zien op het NOS-journaal en in Nieuwsuur, compleet met achternaam, en vertelde onder meer dat de schutter ­‘Allahu akbar’ had geroepen.

Gevraagd wat hem het meest bijgebleven is – de schoten, de doden, de gewonden, het verhoor, de pogingen van nabestaanden om met hem in contact te komen, de nachtmerries, de traumabehandeling – zegt Van Grinsven: de sociale media. ‘De haat die ik vanaf dag één over mij heen heb gekregen. Dat heeft op mij de grootste impact van alles gehad.

‘Al de eerste dag kreeg ik via Facebook 26 of 27 berichten. Dat ging van kanker hier tot kanker daar. Ik hoop dat je kankermoeder neergeschoten wordt, dat jij neergeschoten wordt, dat je hele familie kanker krijgt. Sommige mensen zeiden dat ze me zouden opzoeken. De dagen erna kwamen er nog tientallen berichten. Toen heb ik Facebook geblokkeerd. Berichten kwamen ook naar mijn vriendin, mijn moeder. Mijn hele familie hebben ze geprobeerd te bereiken.

‘Dat waren bepaalde mensen van het islamitische geloof. Zij zeiden dat het niet waar was dat hij ‘Allahu ­akbar’ had geroepen, dat ik hun geloof probeerde zwart te maken. Dat is echt onzin. Ik werk met mensen van het islamitische geloof, mijn broer heeft een Turkse vriendin. Ik heb zelfs dat meisje geholpen samen met een jongen met een Turkse achtergrond. En ik had iedereen geholpen, blauw of paars. Ik vertelde gewoon wat er was gebeurd. Hij heeft ook een brief achtergelaten, en hij heeft gezegd dat hij het voor zijn geloof heeft gedaan.

‘Ik was wel verdrietig: doe je een keer wat goed... Laatst keek ik nog een keer terug naar een online nieuwsbericht over de aanslag, en daaronder stonden reacties van mensen: held, goed gedaan. Ik denk dat alle slechte reacties eruit gehaald zijn. Maar dan fleur je wel een beetje op.’

Nicky van Grinsven: ‘Als je zomaar zonder enig gevoel een meisje van 19 kan doodschieten, dan ben je echt gestoord.’ ©linelle deunk

De aanslag is nu bijna zes maanden geleden. Je behandeling is afgerond, je hebt geen contact met slachtoffers of hun familieleden, je hebt ander werk. Heb je de gebeurtenissen een plek kunnen geven?

‘Ja, dat denk ik wel. Alles gaat goed.’

Even later, met licht verhoogde stem en gebarend naar het bruggetje waar zojuist de ingebeelde tram stond: ‘Hoewel, ik zal nooit meer in een tram stappen. Of een trein, of bus. Je zit als een rat in de val, in zo’n ding. Je kan er niet zomaar uit, en dit is blijkbaar de tijd van de aanslagen. Laatst was ik op bezoek bij (comedyshow) Caribbean Combo in Ahoy, en toen heb ik meteen gekeken waar de uitgangen waren. Ik kan niet weer met iemand gaan slepen, als er daar iets was gebeurd had ik voor mijn vriendin en haar kleine moeten zorgen.’

Op 1 juli was Van Grinsven aanwezig bij de eerste pro-formazitting in de zaak tegen Gökmen T., op suggestie van Slachtofferhulp Nederland. Hij wilde T. nogmaals in de ogen kijken. Om te zien wie hij is, hoe hij is. Wat hij is.

Snuivend: ‘Een pannekoek. Meer niet. Ik zag hem de zaal inlopen, met een joggingpak vol gaten en een baard van hier tot Tokio. ‘Ik heb geen advocaat nodig, geen raadsman.’ En dan zegt hij: ‘Ik wilde laten zien dat jullie niet van diamant zijn en wij niet van zand.’ Superwazig. Ik dacht: ‘Heeft deze mongool al die mensen vermoord?’ Geen logica, geen gevoel. Als je zomaar zonder enig gevoel een meisje van 19 kan doodschieten, dan ben je echt gestoord. Die man is een gevaar voor iedereen, in staat tot alles. Die hoort in de tbs-afdeling in Vught en mag nooit meer vrijkomen.’