‘Beste wereld, het kan: alle 10 miljard burgers duurzaam en gezond voeden in 2050’

‘Beste wereld, het kan’, zegt de Britse hoogleraar Tim Lang. ‘Alle tien miljard burgers gezond en duurzaam voeden in 2050.’ Maar alleen als we het radicaal anders gaan doen. Samen met 36 wetenschappers werkte Lang drie jaar lang aan het Dieet voor de 21ste eeuw.
Een gezin met 9 kinderen aan tafel in 1948. ©Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/NFBofC/Malak

Drie jaar hebben ze eraan gewerkt, 37 wetenschappers en deskundigen uit zestien landen. Vandaag treden ze naar buiten met een publicatie in het medische vakblad The Lancet: Food in the Antropocene, een alomvattende analyse van het ­wereldvoedselsysteem met aanbevelingen voor hoe tien miljard wereld­bewoners in 2050 gevoed kunnen worden.

Het is een rapport met een optimistische boodschap, zegt de Britse hoog­leraar Tim Lang, een van de mede-auteurs: ‘Het nieuws dat wij brengen is: beste wereld, we kunnen het doen. Er zijn grote veranderingen nodig. We moeten anders gaan eten en op een andere manier voedsel verbouwen. Maar het kan: we kunnen de wereld gezond en duurzaam voeden in 2050.’

©de Volkskrant

Dit is niet zomaar een rapport, zegt Lang via Skype vanuit zijn werkkamer in Londen. ‘We hebben mensen ­samengebracht uit alle hoeken van de wetenschap: epidemiologen, voedingsexperts, economen, ecologen, klimaat- en beleidswetenschappers. Samen hebben we alle ac­tuele data samengevoegd in één gemeenschappelijke analyse. Dat is bijzonder.’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Jullie pleiten voor een Great Food Transformation’ een wereldwijde transitie naar een gezond en duurzaam voedselsysteem. Wat is er mis met ons eten nu?

‘Tien jaar geleden brak onder beleidsmakers paniek uit over de vraag: kunnen we de wereld voeden in 2050? Kunnen we genoeg voedsel produceren voor tien miljard mensen? Er kwamen allerlei hi-tech oplossingen langs als groenten die onder kunstlicht worden verbouwd en kweekvlees.

‘Wij zijn begonnen met ons af te vragen: wat is een gezond dieet? En kunnen we dat leveren, gegeven de bevolkingsgroei, de verandering van ecosystemen en de culturele omstandigheden? Aanvankelijk hadden ook wij onze twijfels. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat het kan. Maar alleen als we grote veranderingen teweegbrengen.’

Het probleem met het huidige voedselsysteem is dat een groot deel van de wereldbevolking te weinig te eten krijgt en een nog groter deel juist te veel en ongezond eet, zegt Lang. ‘We zien wereldwijd een enorme toename van chronische ziekten die het gevolg zijn van ongezond eten zoals obesitas, hart- en vaatziekten, suikerziekte.’

Voorheen waren dat soort ‘welvaartziekten’ vooral een westers fenomeen. Met de verspreiding van de westerse eetcultuur en haar fast food is het ook een groeiend probleem in ontwikkelingslanden, die tot dusver vooral kampten met ondervoeding. ‘Er zijn landen waar onder- en overvoeding naast elkaar bestaan. Dat is een nieuwe voedselrealiteit.’

Ook aan de productiekant stapelen de problemen zich volgens Lang op. ‘Voedselproductie ligt ten grondslag aan grote milieuproblemen die het ecosysteem van de aarde en de samenleving als geheel bedreigen.’

Het westerse eetpatroon met veel vlees, bewerkt voedsel en suiker is een ‘lose-lose-diet’, schrijven jullie. Gezond en duurzaam eten gaan hand in hand: win-win. Was dat een verrassing?

‘Eerlijk gezegd niet. De laatste tien jaar zijn talloze onderzoeken verschenen die allemaal één kant op wijzen: wat goed is voor de gezondheid, is ook goed voor de planeet.’

Tim Lang op de EAT-conferentie in Stockholm. ©.

Wat jullie voorstellen, is een radicale verduurzaming van de voedselproductie. Maar we moeten vooral ook anders gaan eten: veel minder vlees, meer groenten en fruit. Niets is zo moeilijk als eetgewoonten veranderen. Hoe haalbaar is dat?

‘We weten dat eetpatronen kunnen veranderen. De manier waarop mensen in Europa eten, is de afgelopen vijftig jaar sterk gewijzigd; we zijn veel meer vlees en bewerkt voedsel gaan eten. Maar de laatste tijd zie je ook dat meer mensen vegetarisch gaan eten. Iets wat ze tien jaar geleden niet zouden hebben gedaan.

‘Kijk, als iedereen zo veel vlees wil eten als de Nederlanders, gaat het niet lukken. Nederland moet de helft minder vlees eten en minder vee gaan houden. Dat is beter voor de gezondheid én voor het milieu. Er wordt nu graan aangeplant om dieren te voeden. Dat is pure verspilling.’

Overheden hebben een belangrijke taak in de Great Food Transforma­tion. Zijn die daartoe bereid?

‘Wij zeggen niet: regeringen moeten dit en dat doen. Wij zeggen: er moeten grote veranderingen komen. En over­heden moeten daarvoor de voorwaarden scheppen. Maar ze kunnen het niet alleen. Het moet een proces zijn waar alle partijen bij betrokken worden: ­consumenten, boeren, ­bedrijven, milieubeweging, koks,  wetenschappers.

‘De situatie is overal anders, elk land moet zijn eigen weg uitstippelen. Een land als China realiseert zich al te goed dat het op een ramp afstevent als de groei van de vleesconsumptie blijft toenemen. Daar geeft de overheid al adviezen om minder vlees te eten. Overigens eet een gemiddelde Amerikaan drie keer zoveel vlees als een Chinees.’

Nederland heeft een grote intensieve veehouderij. Alleen al bij het noemen van het woord ‘vleestax’ duiken alle politici in de struiken.

‘Ik heb niet de illusie dat Nederland de helft van zijn koeien gaat afslachten. Veranderingen zullen druppelsgewijs gaan. Maar het debat over duurzame landbouw en voeding moet wel worden gevoerd. Ik zeg niet dat een vleestax dé oplossing is. Maar als een politicus daar tegen is, zou ik hem vragen: wat dan wel? Kom met een beter idee.’

Grote bedrijven hebben baat bij het huidige systeem. Die zullen zich verzetten tegen verandering.

‘Politici hebben een horizon van vijf jaar, tot de volgende verkiezingen. Bedrijven als Unilever, Tesco en Nestlé kijken dertig jaar vooruit. Die zien ook dat ze bezig zijn hun eigen klanten en de planeet om zeep te helpen. Ik ben niet naïef, daarvoor loop ik te lang mee. Ik ben al veertig jaar een van de grootste critici van de voedingsindustrie. Maar ik denk dat ze nu in een heel andere positie zitten dan jaren geleden.

‘Ons voedselsysteem zit in een gevarenzone. Juist daarom denk ik dat onze boodschap partijen ertoe zal aanzetten nieuwe coalities te smeden. Ik ben optimistisch over het vermogen van de mens om te veranderen. Misschien is daar een crisis voor nodig, maar crises bieden ook nieuwe kansen.’

De doorsnee consument zal zeggen: jullie ontnemen ons alle pleziertjes in het leven: een goede biefstuk, een lekker stuk taart.

‘Het plezier van het leven is dat je gezond blijft en niet ziek wordt van je eten. Wil je dat jouw kleinkinderen over vijftig jaar in de stress zitten omdat hun opa’s en oma’s zich hebben overeten? Dat is waar we het over hebben.’