'Als ik niet naar de begraafplaats ga, houd ik het nauwelijks vol'

De één moet niets hebben van begraafplaatsen, de ander vindt er troost of rust. Zo heeft begraafplaats De Nieuwe Ooster veel vaste bezoekers, die soms elke dag bij het graf van een dierbare zijn. 'Als ik niet ga, houd ik het nauwelijks vol.'
Theo Sol bij het graf van zijn vrouw Izeke. Hij is er elke dag. 'Thuis word ik zó verdrietig, dat ik hierheen moet.' ©Maarten Boswijk

De lucht is loodgrijs. In de verte bromt een graafmachientje. Het is ijzig koud. Marja Cambach (66) rilt en trekt de kraag van haar jas naar zich toe. Ze zit op een houten bankje voor het graf van haar zoon Johnny, die maar 39 jaar werd. Op 4 april 2018 overleed hij plotseling aan een hartstilstand.

"Nou lieffie, daar zit mamsie dan weer," verzucht Cambach.

"Als het buiten zo mistroostig is, denk ik: ach lieve Johnny, wat zal het koud zijn daar beneden. Straks komt er misschien nog sneeuw ook. En hij hield juist zo van het zonnetje. We hebben zijn steen zo neergezet dat de zon er de hele zomer op schijnt."

Johnny's graf op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Oost is versierd met Ajaxvlaggen, een Ajaxbeeld, een steen met vlinders, engeltjes en hartjes, foto's van Johnny en de tekst 'in gedachten zijn we bij je'.

"Ajax was zijn leven," verklaart Cambach. Soms vragen mensen bij de portier naar het 'Ajaxgraf'. "Ze kennen Johnny niet, maar willen het toch graag zien."

Cambach bezoekt het graf van haar zoon drie keer per week. "In het begin ging ik elke dag. Nu doe ik het minder. Als ik één dag niet ga, vind ik dat stoer van mezelf, maar ik houd het nauwelijks vol."

"Het komt vaak zomaar op. Als ik met mijn man door de stad loop, voel ik ineens dat ik naar Johnny moet. Dan rijdt mijn man me hierheen. Meestal blijf ik een uur, maar soms ook wel drie uur. Ik vertel Johnny wat er die week is gebeurd en hoe ik me voel. Het is fijn om dicht bij hem te zijn. Dat geeft me een soort rust en troost."

Marja Cambach bezoekt het Ajaxgraf van haar zoon Johnny drie keer per week. 'We waren vier handen op één buik.' ©Maarten Boswijk

Meestal gaat Cambach alleen naar het graf. "Mijn man John gaat soms mee, maar wil na een minuut alweer weg. Hij weet niet wat hij hier moet doen. Iedereen verwerkt het anders. Het is misschien niet goed zoals ik het doe. De huisarts heeft me doorverwezen naar een psycholoog, omdat ik er nog zo veel moeite mee heb."

Laatst zag een man haar huilen toen ze op haar bankje bij het graf zat. Geraakt door haar verdriet, kwam hij aarzelend dichterbij en vroeg of hij naast haar mocht zitten.

"Ik vertelde hem dat ik op vakantie zou gaan en zo bang was om Johnny te gaan missen. Hij begreep dat en raadde me aan om wat steentjes van het graf mee te nemen. Dat heb ik gedaan, in een zakje in mijn koffer."

Jas aan de kapstok
Vaak is het stil rondom Johnny's graf, maar in de weekenden wandelen mensen voorbij. "Als ze zien hoe oud hij is geworden, schrikken ze. Dan vertel ik trots dat hij mijn zoon is. Dat hij een hart van goud had, dat hij van Ajax hield en dat hij mijn alles was."

Ik mis mijn vrouw, maar je zult mij niet uren naar een steen zien kijken

'Vier handen op één buik' waren ze, Johnny en zijn moeder. "Hij belde me elke dag. We bespraken alles met elkaar, ook zijn liefdesleven. 'Mamsie' noemde hij me altijd. Hij had een vriendinnetje, maar zei: 'Mamsie, jij bent nummer één, daarna komt zij'."

"We gaven elkaar veel liefde. Daarom mis ik hem zo. Ik ga ermee naar bed en sta ermee op. Voordat ik gaslapen, wens ik hem welterusten en blaas het kaarsje uit dat ik voor hem brand. En elke ochtend ruik ik aan zijn jas, die nog aan de kapstok hangt."

Ze geeft een paar handkusjes naar het graf. "Dag Johnny, mamsie komt terug. I love you." Nog één keer kijkt ze om naar het markante graf met de rood-witte Ajaxvlaggen die in de windstilte slap hangen.

Op zondagen is het drukker op De Nieuwe Ooster. Waar de paden elkaar kruisen, passeren de bezoekers elkaar. Sommigen ineengedoken, hun gezicht verborgen in een zakdoek. Anderen met vlugge, nerveuze passen. Ingetogen knikjes naar elkaar, van in stilte gedeeld verdriet.

Achter de bomen gesmoord gesnik. Geritsel van de in cellofaan verpakte bloemen.Theo Sol (73) staat roerloos met een bos rode rozen bij het graf van zijn vrouw Izeke. Tranen stromen over zijn wangen. Hij veegt ze niet af.

"Izeke betekende alles voor me. We waren 43 jaar getrouwd. Zij sleepte mij erdoorheen toen ik vier jaar geleden een hersenbloeding kreeg en moest revalideren. Zonder haar steun had ik dat nooit gered. En uiteindelijk ging zij eerder dan ik. Ik mis haar warmte, haar liefde, haar aanwezigheid. Zonder haar voel ik me alleen."

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Andere culturen
Mexicanen vieren eenmaal per jaar het dodenfeest. Begin november brengen families een bezoek aan hun dierbare overledenen. Ze leggen er bloemen, kaarsen en kleurrijk versierde schedels van suiker neer. Feestelijk­heden en vrolijke kleuren overheersen.

In China en Hongkong is het traditie om twee keer per jaar de geesten van de voorouders te eren. Nabestaanden nemen dan veel eten en drinken mee voor hun overleden dierbaren. Ook verbranden ze materiële zaken in papiervorm, zoals namaakgeld, mobieltjes, meubels, televisies en auto’s, in winkels verkrijgbaar.

Voor moslims is het niet gebruikelijk om het graf te versieren. Dit komt voort uit de opvatting dat een lichaam zonder ziel niet mag worden verheerlijkt. Islamitische uitvaarten zijn doorgaans sober. Turkse moslims plaatsen meestal na enkele maanden planten bij het graf en blijven het goed onderhouden. Soms delen families tijdens het grafbezoek volgens oud cultureel gebruik brood en vijgen uit.

Op oudejaarsdag 2015 kreeg Izeke Sol te horen dat ze ernstig ziek was. Een agressieve vorm van kanker die niet meer te behandelen was. Tien dagen later, op 9 januari 2016, stierf ze.

"Nog niet zolang daarvoor dacht ze dat ze gewoon een verkoudheid had. Maar ik was er toen al niet gerust op. Het is allemaal zo ontzettend snel gegaan."

'Hoopste bosboel'
Op Izekes gedenksteen staan de letters 'hbbvdhw'. "Dat was iets tussen mijn dochter Doortje, Izeke en mij. Het betekent 'hoopste bosboel van de hele wereld'. Vroeger zei Izeke altijd tegen Doortje: 'Hou de hoopste bosboel van de hele wereld van je', als variant op 'ik hou van je tot de maan en terug.' Doortje zegt dat nu ook tegen mijn kleinkinderen."

Sol bezoekt Izekes graf elke dag, soms twee keer per dag. "Ik blijf een kwartier en ga dan weer naar huis. Thuis word ik soms zó verdrietig, dat ik hierheen moet. Vaak neem ik bloemen mee en haal bladeren en vuil tussen de steentjes vandaan. Het troost me om bij Izeke te zijn. Langzaam kom ik dan weer tot rust."

Arie Visser bezoekt elke zondag de graven van zijn vrouw, schoonzus en ouders. 'Dat houd ik vol tot de laatste traan.' ©Maarten Boswijk

Sol knielt en schikt de rozen zorgvuldig in een vaas bij het graf.

Arie Visser (86) groet hem. Hij heeft Sol vaker gezien. "Hij geeft altijd handkussen naar de steen," zegt hij. "Verderop zit ook vaak een vrouw op een stoeltje. Urenlang kijkt ze naar het graf."

Zelf bezoekt Visser elke zondag de graven van zijn vrouw, schoonzus en ouders. Alle vier liggen ze op de begraafplaats. "Dat houd ik vol tot de laatste traan. Al ben ik niet zo aangedaan hoor," aldus Visser. "Dat zit niet in mijn aard, ik ben nuchter. Het is niet dat ik geen verdriet heb. Ik mis mijn vrouw evengoed nog elke dag. Maar je zult mij geen uren naar een steen zien kijken."

Vissers vrouw Philomene overleed in 2009. "Ze was dialysepatiënt. Ik heb zeven jaar voor haar gezorgd."

Plichtsbesef
In het begin ging Visser vaak drie tot vier keer per week naar haar toe. "Nu alleen nog op zondag om 'het bed' te onderhouden. Ik heb mijn vrouw eeuwige trouw beloofd en die stopt niet na haar dood."

Hij staat aan de voet van een verzorgd graf met kleurrijke kunstbloemen. "Vroeger had ik echte bloemen en plantjes, maar op een gegeven moment lukte het niet meer om ze zelf in de aarde te zetten."

Ik vertel haar ver­haal­tjes, wandel door het park en zeg haar daarna gedag

Na zijn vrouw bezoekt Visser ook zijn ouders en zijn schoonzus. "Ik vind het onbeleefd om ze over te slaan. Het is een soort eergevoel en plichtsbesef. Naar mijn vader ging ik kort na zijn dood elke dag. Misschien lacht hij er nu om. Dan gooi ik een gietertje water over hem heen en zeg: 'Zo, ouwe, je gaat in bad.'"

Visser slaat nooit een week over. "Ik maak dan meteen een wandeling door dit mooie park." Hij herinnert zich nog hoe hij op een dag fluitend met een bos rode rozen naar het graf van zijn vrouw liep. "Later kreeg ik een briefje van de verpleegster die mijn vrouw in het ziekenhuis had verzorgd. Zij had me zien lopen en schreef: 'daar liep een Visser fluitend met een bos bloemen naar zijn vrouw'. Dat vond ik zo mooi. Ik vergeet het nooit."

Ook Yvonne Beeldsnijder (74) maakt elke week een flinke wandeling over De Nieuwe Ooster. Grint knerpt onder haar schoenen. Dan stopt ze bij een bloemrijk plekje. Elke donderdag bezoekt zij het urngraf van haar dochter Micha.

'Het komt zoals het komt, soms anders dan verwacht' staat op de gedenksteen. Aan de rand hangt de Calvin Kleinpet van Micha's zoon. Micha de Ruwe overleed op 28 mei 2016, ze was 48 jaar.

"Op 30 december 2015 kreeg ze te horen dat ze kanker had. Er was niets meer aan te doen. Het kwam keihard aan. De angst in haar ogen vergeet ik nooit. Samen hebben we gehuild."

Yvonne Beeldsnijder bezoekt elke donderdag het urngraf van dochter Micha. 'Ik praat veel tegen haar.' ©Maarten Boswijk

Micha en ik hadden een heel sterke band. We konden samen de slappe lach hebben, overal over praten. Ik logeerde elk weekend in Amsterdam, bij Micha en haar twee kinderen. Ze wilde liever niet dat ik alleen in mijn huis in Zaandijk zat. Elke dag belde ze me om half zes, als ze klaar was met werk," zegt Beeldsnijder.

"Nu blijft het stil om die tijd. Een kind verliezen voel je in je hele lijf. Het doet ontzettend veel pijn. Ik zou haar zo graag tegen me aandrukken en stevig vasthouden, maar het kan niet meer."

Flesje witte wijn
Bij het graf van Micha voelt Beeldsnijder zich prettig. "Het maakt me rustig." Ze wijst op de lelies: "Dat waren Micha's lievelingsbloemen." Elke week zet Beeldsnijder verse bloemen neer. "Ik praat veel tegen haar. 'Het is koud en het regent. Niet jouw weertje, Micha,' zei ik vandaag bijvoorbeeld. Ik vertel haar ook verhaaltjes. Dat is misschien gek van mij, maar ik vind het fijn. Daarna wandel ik in dit mooie park en kom nog een keer terug om haar gedag te zeggen."

Naast de gedenksteen heeft Beeldsnijder een klein flesje witte wijn neergezet. "Ik zie nog goed voor me hoe Micha stond te lachen met een glas witte wijn in haar hand. Zulke herinneringen troosten me. Ze heeft zo veel moois achtergelaten. Maar van de wijn heeft ze nog geen druppel van gedronken," lacht Beeldsnijder door haar tranen heen.

Ze drukt een kus op Micha's ingelijste foto, een beetje verschoten door de zon. Een vage kring van lippenstift blijft achter op het glas.

"Dag lieve Micha. Tot gauw."